+ Meer informatie

HET GEBED BIJ HUISBEZOEK

10 minuten leestijd

Huisbezoek zonder gebed is niet compleet. Ik vermoed dat iedere ouderling dat wel zo zal aanvoelen. Tijdens een huisbezoek zal vrijwel steeds tijd worden ingeruimd voor het spreken met de Heere. De gekozen titel laat echter ruimte in deze bijdrage ook stil te staan bij gebeden waarin het huisbezoek zelf aandacht krijgt.

Vooraf merk ik nog op dat, indien u hieronder een handvol richtlijnen of een uitputtende verhandeling verwacht, u teleurgesteld zult worden. Ik heb ook niet de pretentie te laten zien hoe het gebed bij een huisbezoek dient te verlopen. Wel heb ik geprobeerd vanuit het karakter van zo’n bezoek enkele gedachten over het onderwerp weer te geven. Hier en daar zijn ze door wat persoonlijke ervaring ingekleurd.

Huisbezoek in de voorbede

Het huisbezoek is een wezenlijk onderdeel van het pastoraat door de ouderlingen. Deze pastorale zorg mag en moet met gebed omringd worden. Zij wordt immers uitgeoefend door mensen die in dienst van de Heere Jezus Christus hiervoor een grote verantwoordelijkheid dragen. Van Hern wordt ook de kracht ontvangen om in de gemeente te kunnen dienen. Daarom dienen de huisbezoeken op gezette tijden aandacht te krijgen, wanneer het ambtelijke werk in de gebeden in de samenkomsten van de gemeente aan de Heere wordt opgedragen. Het is goed dat aan de Koning van de Kerk wordt gevraagd of Hij het werk, wat in Zijn naam wordt verricht en waartoe Hij de ambtsdragers heeft geroepen, in Zijn dienst wil gebruiken tot opbouw van de gemeente en tot het werken en versterken van het persoonlijk geloof van ieder lid van de gemeente. Ook is het goed - in de Bijbel zijn hiervan diverse voorbeelden te vinden - dat in het gebed aan de Heere gevraagd wordt om de ambtsdragers in deze dienst te sterken en wijsheid en fijngevoeligheid te schenken.

Voorts pleit ik ervoor om, wanneer dit niet reeds een plaats in de gebeden in de erediensten heeft gehad, in het consistoriegebed na afloop van de middag- of avonddienst een zegen te vragen over de huisbezoeken, wanneer het ambtelijke werk wordt opgedragen, dat in de voorliggende week zal worden aangevat. De gebeden bij de bevestiging van ambtsdragers en tijdens kerkeraadsvergaderingen zijn eveneens goede gelegenheden om dit werk bij de Heere aan te bevelen.

Voorbereiding huisbezoek

Het komt mij voor dat het niet mogelijk is om als ouderling huisbezoek te doen, wanneer niet eerst aan de Zender is gevraagd om het bezoek te zegenen en kracht en wijsheid te schenken om met datgene wat naar voren komt, op passende wijze om te gaan. Hij is het immers, Die tot dat werk geroepen heeft. Een ouderling mag er weet van hebben dat de Heere achter hem staat en hij mag gaan in Diens kracht. In het gebed mag die kracht ingeroepen worden. Ook de Heere Jezus zien we op vele plaatsen in de bijbel voor en na Zijn pastorale werk in gesprek met Zijn Vader. Al staan de ambtsdragers in een andere verhouding tot de hemelse Vader, toch meen ik hierin een voorbeeld te mogen zien dat mag worden nagevolgd. Het is telkens weer nodig aan de Heere God te vragen, dat we op het juiste moment kunnen luisteren en spreken en dat Hij verhindert, dat wij als ambtsdrager Hern in de weg zouden staan om Zijn werk te doen of de ander zouden belemmeren om een goed zicht te hebben op de genade en liefde die ons in de Heere Jezus is getoond. We mogen vragen om de hulp van de Heilige Geest.

De predikant van de gemeente waar ik de eerste keer als ouderling werd bevestigd, bond de aantredende ouderlingen steeds op het hart om zich vóór het huisbezoek - zo-als hij het uitdrukte - als het ware vol te bidden met de Heilige Geest. Ik heb ervaren dat dit een zeer wezenlijk onderdeel van de voorbereiding op een huisbezoek is. Dan mag ook ervaren worden dat die kracht en zegen geschonken worden.

Het huisbezoek vraagt niet in de laatste plaats ook van het lid/gezin waar de ouderling op bezoek gaat, voorbereiding. Ook daar behoort het bezoek met gebed omringd te worden. Wanneer op deze wijze het huisbezoek wordt voorbereid, mag verwacht worden dat de Heere dit ook wil zegen.

Het huisbezoek

Waar gaat het bij een huisbezoek eigenlijk om? In de Kerkorde (23) wordt gezegd dat het huisbezoek bedoeld is om de leden van de gemeente te vertroosten en te onderwijzen. Dit gebeurt in de vorm van een gesprek. Tijdens het bezoek zal de relatie met de Heere een belangrijk gesprekspunt vormen. Dan mag besproken worden wat voor deze relatie nodig is, hoe deze kan groeien, wat de tekortkomingen van onze kant zijn in deze relatie en het onderhouden daarvan, maar ook hoe de Heere ons, ondanks onszelf, in die relatie tegemoet wil komen. De omstandigheden waarin het geloof beleefd wordt, en de verhouding tot de naaste zullen in het gesprek echter eveneens voluit aan de orde kunnen komen. Hierbij kan het Woord niet dicht blijven. Dan zal vanuit het Woord gesproken en samen gezocht mogen worden wat dit in de concrete situatie te zeggen heeft tot bemoediging, vertroosting of vermaning. Ook mag steeds gewezen worden op wat de Bijbel zegt over het voorrecht en de genade te mogen behoren bij de kinderen van God door het verzoeningswerk van onze Borg en Zaligmaker.

In tegenstelling tot bijv. de prediking biedt het huisbezoek de mogelijkheid direct in te gaan op de situatie van het gemeentelid/gezin. En deze situatie kan door vele zorgen, moeiten, verdriet en pijn bepaald worden. Maar ook kan het juist zo zijn dat de vreugdevolle zaken de boventoon voeren. Het kunnen alle omstandigheden zijn die het geloof op de proef stellen of die het juiste zicht op de Heere en Zijn dienst benemen. Dan mag de ouderling trachten vanuit de Bijbel aan te reiken welke zorg de Heere als Herder voor Zijn schapen heeft en mag hij ook vanuit de dienst aan deze Herder proberen hulp te bieden.

Soms zijn er zaken waarvan de ouderling kennis draagt en waarvoor hij een woord van vermaan moet laten horen. Ook al kan daar erg tegenop gezien worden, toch behoort dat tijdens het gesprek te gebeuren. Alleen dan is het mogelijk op elkaar te reageren en dus tot een werkelijk gesprek te komen.

Spreken met God

Het reageren op elkaar is iets wat bij het gebed niet kan. Het gebed is spreken met God. Je doet dat samen met het bezochte lid/gezin. Het gaat dan ook niet aan om via het gebed nog eens tegen betrokkene(n) te ‘preken’ of deze te vermanen of -erger nog -in dat gebed zaken naar voren te brengen, die tijdens het gesprek niet uitgesproken zijn, omdat bijv. de moed ontbrak om dat in een directe confrontatie te doen. Op deze wijze wordt de gesprekspartner(s) immers de mogelijkheid ontnomen hierop te reageren. Daarom is het zaak steeds voor ogen te houden dat het gebed gericht is tot de Heere God, niet tot het gemeentelid/gezin.

Beginnen met gebed?

Zelf begin ik een huisbezoek niet met gebed. Wei is - zoals gezegd - een goede voorbereiding nodig. Het komt mij voor dat een gebed aan het begin, het bezoek te veel stempelt, dit toch onder een zekere druk plaatst, een bepaalde sfeer schept. Na de kennismaking of het begin van het bezoek, waarbij veelal wat oppervlakkiger zaken besproken worden, lijkt het mij gemakkelijker het gesprek geleidelijker meer diepgang te geven. Ik ervaar deze gang van zaken als wat natuurlijker. Zo kan als sluitstuk vanuit het gevoerde gesprek, het gesprek met God plaats vinden.

Altijd afsluiten met gebed?

Aan het eind van het bezoek past het om samen met het bezochte lid/gezin te bidden. In het gebed mag doorklinken wat in het gesprek aan de orde is gekomen, maar dan op een wijze dat begrepen is wat daarin is gezegd en nu aan de Heere wordt opgedragen. Ik heb de gewoonte om aan het eind van het gesprek te vragen of ermee ingestemd wordt dat gebeden wordt. Ik kan me weinig situaties herinneren dat hierop geen prijs gesteld werd, ook als het leden betraf die aan de rand leefden. Wanneer dit geweigerd zou worden, behoort het gebed naar mijn mening achterwege te blijven. Het komt mij voor dat dit ook de enige reden zou kunnen zijn om niet gezamenlijk het gesprek met God aan te gaan.

Inhoud gebed

Tevens vraag ik meestal welke zaken in het gebed aan de Heere mogen worden voorgelegd. Vaak wordt dan naar het besprokene verwezen. Toch worden regelmatig heel concrete zaken genoemd, die soms nog niet in het gesprek naar voren zijn gekomen, maar waarvan het gezin/gemeentelid wel de behoefte heeft ze in het gebed bij de Heere te brengen.

Wat moet/mag dan in het gebed genoemd worden? Uiteraard mag de Heere gedankt worden voor het bezoek en het besprokene. Het gesprek geeft toch dikwijls een wat ander zicht op elkaar. Ook mag er sprake zijn van een stuk herkenning en verbondenheid. Tijdens het bezoek komt vaak ook de veelzijdige werking van de Heilige Geest naar voren. Het kan zijn dat de groei van het geloof en het verdiepen van de relatie met de Heere met dankbaarheid worden genoemd. Dit alles mag als dank verwoord worden.

Soms kan het bezoek blijven steken in een oppervlakkig gesprek. Het kan voorkomen dat er geen enkele herkenning is of dat er veel kritiek of zelfs vijandigheid naar boven komt, waardoor het gesprek een ongeestelijk karakter kan krijgen. Soms ook lukt het niet om elkaar te bereiken. Dat alles mag eveneens aan de Heere worden voorgelegd. In het gebed behoren dan naar mijn inzicht zodanige bewoordingen gekozen te worden, dat de ander er niet de indruk aan overhoudt dat hij wordt aangewezen als schuldige voor het mislukken van het gesprek. Ook mag het niet zo zijn dat de ambtsdrager het gebed gebruikt om zich voor zijn aandeel in het gesprek schoon te wassen of zichzelf te verdedigen. Wel mag gebeden worden om geloof en geloofsgroei door de krachtige werking van de Heilige Geest en mag de Heere op Zijn liefde worden aangesproken.

Soms komt het voor dat gesproken is over bepaalde concrete zonden of dat de ambtsdrager heeft moeten vermanen. Ook dat mag in het gebed bij de Heere worden neergelegd. Wel moet dan geprobeerd worden te vermijden dat door het gebed afstand geschapen wordt tot de bezochte(n). Het lijkt mij goed in zo’n situatie in het gebed door te laten klinken dat ook de ambtsdrager niet iemand is die het wel even komt verteilen of aanzeggen, maar dat deze dan laat blijken dat ook hijzelf voor de Heere zondaar is en in de schuld staat. Maar dan mag ook vanuit die gezamenlijke schuld gepleit worden op het verzoeningswerk waardoor voor al die schuld is betaald, mag ook gebeden worden dat de Heere de harten neigt tot Zijn dienst.

Verder mag in het gebed ook voorbede worden gedaan, in de eerste plaats voor het gezin/gemeentelid zelf. Ook kunnen uit oogpunt van verbondenheid aan dezelfde gemeente bijzondere noden die in de gemeente speien, aandacht krijgen.

Ambtsdrager, lastdrager?

Het gebed mag, meen ik, nog een andere funetie hebben. Persoonlijk ervaar ik een huisbezoek dikwijls als erg intensief. Je wordt geconfronteerd met tal van zaken.

Deze maken dat je je sterk daarbij betrokken voelt. Dat zou een belasting kunnen gaan vormen. Je merkt namelijk dikwijls dat je zelf, ook al wil je graag anders, in geringe mate of in het geheel niet kunt bijdragen om in de nood van de ander te voorzien.

Je komt er achter dat het niet van jouw bezig zijn afhangt, maar van de Heere en Zijn Woord.

Is het dan niet een zegen te mogen weten dat alle onmacht, gemaakte fouten en tekortkomingen in het gebed mogen worden neergelegd bij en zo toevertrouwd aan Hern, Die wel in die nood kan helpen en voorzien? Wordt zo niet de last van jou als ambtsdrager afgenomen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.