+ Meer informatie

GESPREK MET HET OOG OP HET DOPEN

9 minuten leestijd

Een vraag

Een kerkeraad vroeg de redactie in te gaan op de verantwoordelijkheid van de kerkeraad met het oog op het dopen van de kinderen uit de gemeente. Het blijkt dat in de gemeenten heel verschillend wordt omgegaan met ouders die hun kind willen laten dopen. In de ene gemeente is er een officiële doopzitting, voorafgaand aan de zondag waarop de doop plaatsvindt. Via de kanselmededelingen wordt de gemeente van de te houden doopzitting in kennis gesteld. Er zijn gemeenten waarin de ouders van het te dopen kind de predikant opbellen en vragen of het kindje dan en dan gedoopt zou kunnen worden. In weer andere gemeenten wordt met de wijkouderling of een kerke- raadslid contact opgenomen over de datum van de doop.

Al met al een nogal wat verschillende praktijk. Als we ingaan op deze vraag, moeten we in de eerste plaats onderscheid maken tussen gemeenten die een eigen predikant hebben, en gemeenten die vacant zijn. Als er een eigen predikant is, zal deze een kraambezoek brengen, zo mogelijk in gezelschap van zijn vrouw. Soms wordt er bij zo’n kraambezoek al even over de doop en een mogelijke doopdatum gesproken. Soms is dat onmogelijk of ongewenst. In het algemeen mag gezegd worden dat het kraambezoek van de predikant meer moet zijn dan het overbrengen van de gelukwensen persoonlijk en van de gemeente aan het ouderpaar. Het is goed dat bij het kraambezoek gesproken wordt over de dankbaarheid voor de verrijking van het gezin door de komst van een kindje en over de verantwoordelijkheid die de ouders hebben voor de opvoeding.

In een vacante gemeente zal over het algemeen door een kerkeraadslid, meestal de wijkouderling, een officieel bezoek gebracht worden aan het gezin bij de geboorte van een kindje. Waarschijnlijk zal de ouderling proberen in gelijke geest als hierboven ten aanzien van de predikant werd beschreven, met de ouders te spreken.

De vraag is of dit voldoende is met het oog op de doop van het kindje. Een probleem is dat bij het zogenaamde kraambezoek de vader niet altijd aanwezig is. Het is natuurlijk het meest gewenst dat het bezoek op een moment wordt gebracht waarop hij er wel bij kan zijn. Dat is echter naar beide kanten toe niet altijd mogelijk. Daarom kan men een kraambezoek van de zijde van de kerkeraad niet zonder meer beschouwen als een gesprek met het oog op de doop, afgedacht nog van de vraag of er bij zo’n kraambezoek gelegenheid is om over de komende doop te spreken. Zoals hierboven gezegd werd, lijkt het me gewenst om in die richting wel een poging te doen.

De verantwoordelijkheid van de kerkeraad

Vanwege deze verscheidenheid is het niet zo gemakkelijk om op de gestelde vraag een eensluidend antwoord te geven. Waar het ten diepste om moet gaan is, lijkt me, dat de kerkeraad met de ouders spreekt over de verantwoordelijkheid die zij bij de doop van hun kindje op zich nemen. Dat gesprek kan op verschillende momenten en bij verschillende gelegenheden plaatsvinden.

Zoals uit het bovenstaande blijkt laat het zich denken dat bij het kraambezoek de doop en de verantwoordelijkheid van de ouders met betrekking daartoe ter sprake worden gebracht. Het is uiteraard ook mogelijk een apart bezoek aan de ouders te brengen voorafgaand aan de doopzondag. Dat is in een wat grotere gemeente uiteraard erg arbeidsintensief. Het is ook mogelijk om een officiële doopzitting te houden. Daar zullen beide ouders dan moeten komen om met de ambtsdragers over de doopaanvraag en alle implicaties en consequenties daarvan te spreken. Ik vind het wat moeilijk om een advies te geven dat voor alle gemeenten gelijkluidend zou moeten zijn. Waar het om gaat is dat in elke gemeente met het oog op de doop van elk kind van de gemeente met de ouders gesproken wordt. Het moment waarop dat gebeurt en de omgeving waarin dat gebeurt, kan verschillend zijn.

Uiteraard moeten er binnen een kerkeraad wel duidelijke afspraken over gemaakt worden. Als het in de ene wijk zus gebeurt en in de andere wijk zo gebeurt, dan ontstaat er onduidelijkheid en verwarring en is te vrezen dat binnen afzienbare tijd helemaal niet meer over de doop van een kindje met de ouders gesproken wordt. Er moet dus binnen de kerkeraad over het gesprek met doopouders gesproken worden en een beleidslijn vastgesteld worden. Het laat zich heel goed denken dat de predikant het officiële kraambezoek namens de kerkeraad brengt en daarbij ook over de vermeerdering van verantwoordelijkheid spreekt. Het is ook goed denkbaar dat enige tijd later, nog voor de doopzondag, de wijkouderling een bezoek brengt en dat hij speciaal over de verantwoordelijkheid van de ouders, die ze bij de doop op zich nemen, spreekt. En tenslotte is het denkbaar - zoals hierboven al meermalen werd genoemd - dat de kerkeraad eens of tweemaal per maand op een vrijdag- of zaterdagavond een zogenaamde doopzitting belegt, waar ouders kunnen komen om de doop voor hun kind aan te vragen. Wat dit laatste betreft, ik ben wel eens bang dat dat gemakkelijk in een wat formeel gesprek ontaardt. De officiële gegevens worden uitgewisseld. In bijzondere gevallen wordt er wat extra nadruk gelegd op de plicht om het kind, de kinderen, een christelijke levenswandel voor te leven. Daarbij blijft het dan misschien. Mij spreekt het meest toe de gedachte dat in overleg tussen de ambtsdragers afgesproken wordt, dat in elk geval bij een bezoek rondom de geboorte van een kind gewezen wordt op de verantwoordelijkheid van de ouders. Naar mijn gedachte zal dat met elk echtpaar uit de gemeente moeten gebeuren. Soms komt het voor dat dit alleen met die ouders gebeurt, die een slordig leven leiden. Het verdient ongetwijfeld de voorkeur dat niet alleen die ouders, maar ook ouders die trouw meeleven, in een gesprek met het oog op de doop van hun kind gestimuleerd worden tot een christelijke levenswandel. Ook al is er geen enkele reden om aanmerking te maken op hun levenswandel, dan kan een dergelijke stimulans toch goed werken.

Wat moet besproken worden?

Heel in het kort wil ik trachten in te gaan op wat in een dergelijk gesprek aan de orde moet komen. In de eerste plaats is daar te spreken over de dankbaarheid voor het ontvangen van een kind. In onze samenleving wordt zeer eigenmachtig over het krijgen van kinderen gesproken. We kennen allen de uitdrukking: we nemen een kind, we nemen nog een kind, we nemen nog geen kind. Ik vind dat een manier van spreken die een gelovige niet betaamt. Het is goed om bij de geboorte van een kind over het voorrecht van het welgeschapen zijn te spreken. Eventuele zorgen rond de gezondheid van de baby kunnen ook in gesprek en gebed aan de orde komen.

Daarnaast is er de verantwoordelijkheid voor een christelijke opvoeding. Als er al meer kinderen in het gezin zijn, weten de ouders iets van de zorgen die de opvoeding mee kan brengen. Als er nog geen kinderen zijn, zijn ze daarmee nog niet vertrouwd. Men hoeft niets te overdrijven, maar moet wel reëel zijn in het bespreken van alles wat zich voordoet. Belangrijk is dat de ouders erop gewezen wordt, dat zij van het begin af aan hun kinderen vertrouwd maken met de inhoud van de Bijbel. Het gebruik van een kinderbijbel - een verantwoorde uitgave uiteraard - moet worden aanbevolen. Ook het gesprek over het gelezene met de kinderen aan tafel kan onder de aandacht gebracht worden als een goede zaak. Daarnaast moet gewezen worden op de voorbede die ouders voor hun kinderen hebben te doen en op het gebed dat zij samen met hun kinderen hebben te doen. Het is belangrijk dat ouders eventuele vragen of moeiten uit de praktijk met de ambtsdrager of predikant, die dit gesprek voert, kunnen bespreken.

Het laat zich ook denken dat onderwerpen die nu genoemd zijn, bij het huisbezoek aan de orde komen. Dat lijkt me zelfs een goede zaak. Het feit dat dit gebeurt, behoeft geen verhindering te zijn om het óók in het bijzonder bij de geboorte van een kind te doen. Het gaat ten diepste om het echte christelijke leven, ook in het gezin. De kerkeraad heeft verantwoordelijkheid ervoor dat met de ouders te bespreken en het de ouders voor te houden. Uiteraard is dat niet alleen een zaak van de ouderlingen, maar moeten deze dingen ook in de prediking aan de orde komen. Zoals bij zoveel zaken, moet er ook in dit opzicht een wisselwerking zijn tussen prediking en ambtelijk werk in de week in de gemeente. Zaken die in gesprekken van ambtsdragers met gemeenteleden aan de orde komen, moeten ook in de prediking een plaats krijgen. En omgekeerd, wat in de prediking ter sprake wordt gebracht aan praktische onderwerpen, moet in gesprekken met ambtsdragers voortgezet en nog eens van een andere kant belicht worden.

De conclusie uit het bovenstaande is, dat een kerkeraad op eigen wijze een gesprek met het oog op de doop kan regelen. Het voornaamste is niet dat dit in iedere gemeente op dezelfde manier gebeurt. Het belangrijkste is dàt het gebeurt. En daarvoor moeten goede afspraken binnen de kerkeraad gemaakt worden, opdat het niet in de ene wijk of bij het ene gezin anders gebeurt dan bij een ander gezin en in een andere wijk.

Tenslotte zou ik willen opmerken dat het goed is om op een bepaalde kerkeraadsvergadering, bijvoorbeeld aan het begin van een nieuw werkseizoen, eens heel speciaal een dergelijk gesprek met eventueel daarbij te lezen schriftgedeelte aan de orde te stellen. Vanuit de ervaring die ze opgedaan hebben, kunnen ouderlingen dan met elkaar spreken over hun verantwoordelijkheid. Ze kunnen tegelijk elkaar helpen en bemoedigen. Als de broeders elkaar zo toerusten, ontstaat er ook een grote mate van gelijkheid in de zorg voor de gemeente. Hoezeer ouderlingen in hun gaven en als persoonlijkheden kunnen verschillen, het is belangrijk dat er naar éénzelfde lijn en met éénzelfde doelstelling in de gemeente wordt gewerkt. Dat geldt ook van het onderwerp van dit artikel: het gesprek met het oog op het dopen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.