+ Meer informatie

Wat kan een mens nog geloven?

3 minuten leestijd

Wat kan een mens nog geloven, die zijn geloof bouwt op de resultaten van de moderne wetenschap? Op deze vraag tracht de Leidse emeritus hoogleraar P. Smits in de godsdienstsociologie antwoord te geven. De volgorde van de „beelden" in de titel „Veranderend wereldbeeld, mensbeeld. Godsbeeld" is het programma voor de weg die moet worden afgelegd.

Resultaat van het veranderende wereldbeeld is de stelling dat de evolutie ons leert: de mens is van de dieren afkomstig. Hij heeft wel iets eigens. Dat is zijn persoon-zijn, waarmee de geestelijke kant van zijn bestaan wordt aangeduid. De mens is een eindig wezen. Het heelal heeft een begin en zo ook een einde. Dat betekent: Met de dood is het voor de mens radicaal uit.

De schrijver ziet voorbij aan het feit dat deze „wetenschappelijke" stelling op een geloofsbeslissing rust. Het is het geloof van de mens die alleen op zijn eigen denken vertrouwt. Dit kritische boek is ten opzichte van ons mensen niet kritisch genoeg.

Dieptedimensie
Zal men bij deze verandering in wereldbeeld en mensbeeld, het traditionele Godsbeeld kunnen vasthouden? Dat is uitgesloten. De gedachte van een persoonlijk God, wordt met Tillich een rampzalige fixatie van een traditionele godsvoorstelling genoemd! God is de eeuwige (N.B.) grond van de totale kosmische werkelijkheid. Of ook anders gezegd: God is de dieptedimensie van ons bestaan.

Dat blijft slechts over voor wie de moderne wetenschap tot zijn bijbel maakt. De uitkleding van het christelijk geloof, zoals dat eeuwen door de kerk is beleden, is hier radicaal. Toch zoekt de schrijver een aankleding van dit naakte bestaan. Die vindt hij in de term religie en in de gedachte dat het echte, ware menselijke God genoemd kan worden. De Bijbel is moment in het historisch proces van evolutie. De Bijbel spreekt geen laatste woord; de Bijbel wil dat ook niet.

Vandaar dat religieus humanisme het ideaal en het resultaat is waarvoor de schrijver pleit. Dit betekent wel een breuk met de traditie van het christendom. Een modern mens moet daartoe de moed en de bereidheid hebben.

Onthullend
Dit boek is een eerlijk boek. Het is een onthullend en een ontluisterend boek. Van het bijzondere van het christelijke geloof blijft niets over. Een persoonlijk God bestaat niet. De mens moet met de wetenschap en zijn eigen hart te rade gaan. Vandaar ook het pleidooi voor de mystiek.

Wat zal een mens die het van zichzelf moet hebben? Hij heeft geen eeuwigheidswaarde. Hij kan de zin van zijn bestaan niet vatten. Alleen in de omgekeerde volgorde van de woorden in de titel is er ons inziens heil te verwachten. Dan moet beleden worden dat God niet verandert. Hij is eeuwig Dezelfde!

Uit de bijbelse Godskennis komt de ware zelfkennis voort. Dan heeft de wetenschap noch het eerste noch het laatste woord. In dit boek ziet men de vrijzinnigheid in het hart: de gedachte aan God, of iets goddelijks is ondergeschikt aan wat de mens in zijn wetenschap vaststelt: God bij de gratie van de mens. God als deel van mijn zijn. De boodschap van het boek is bepaald niet nieuw. De argumenten die er voor aangevoerd worden zijn eigentijds.

Het is nog een herinnering aan de oude Godsvoorstelling dat God op blz. 38 de EEUWIGE grond van onze werkelijkheid wordt genoemd. Kon de schrijver toch niet buiten de gedachte van de eeuwigheid van onze bestemming? Dit boek weerspreekt het goed recht van de term eeuwig. Gods Boek (de Bijbel) dringt tot gebruik van die term voor gelovigen en ongelovigen.

N.a.v, P. Smits: „Veranderend wereldbeeld, mensbeeld, Godsbeeld". Uitg. Van Gorcum en Comp., Assen 1981, 141 pag., prijs f 22,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.