+ Meer informatie

AANNEMEN…? BEDANKEN…?

8 minuten leestijd

Het zal u gezien de titel niet verbazen: dit artikel gaat over het beroepingswerk. En wel toegespitst op de vraag of persoonlijke gevoelens wel - en in welke mate dan - of niet een rol kunnen spelen bij de predikant en diens gezin in de weken van overweging. Dit afgezet tegen de gemeente waaraan hij verbonden is en de gemeente die hem graag ziet komen.

EEN GEESTELIJKE ZAAK

Het kan niet genoeg benadrukt worden: het beroepingswerk is een voluit geestelijke zaak. Dat blijkt meteen uit de tekst van de beroepsbrief: de kerkenraad meldt daarin dat hij overtuigd is van de ‘dringende behoefte’ aan een eigen herder en leraar en dat hij tot het beroepingswerk is overgegaan. ‘Nadat met smekingen en gebeden de Koning van de kerk was aangeroepen, bent u (…) gekozen’. Smekingen en gebeden… dat is niet gering. En men mag er als predikant van uitgaan dat in de vergaderingen van de kerkenraad en van een evt. beroepingscommissie zó de handen gevouwen zijn, voorafgaand aan de discussies en na afloop daarvan, en… dat de besprekingen rond al die gebeden in op het geestelijke niveau zijn gevoerd dat bij die smekingen en gebeden hoort (toch…?).

Dan zou het heel onbehoorlijk zijn wanneer de predikant niet op datzelfde geestelijke niveau het beroep afweegt. Wie een beroep aanneemt, moet er in zijn hart echt van overtuigd zijn dat de Here hem de weg naar die nieuwe gemeente opent, en dat Hijzelf daartoe roept. Dat wordt hem in de bevestigingsdienst straks toch gevraagd? ‘Bent u in uw hart overtuigd dat God Zelf u door zijn gemeente tot deze heilige dienst geroepen heeft?’ En dan luidt het antwoord: ‘Ja, van ganser harte’. Heel ongebruikelijk in de kerk, want meestal volstaan wij met een eenvoudig ‘ja’. Er mag geen enkele twijfel aan zijn dat deze herder en leraar zich wérkelijk door zijn Zender geroepen weet om de nieuwe kudde te weiden.

DE PRAKTIJK

Hoe krijgt een predikant daar nu in drie weken geestelijk zicht op? Natuurlijk door een nauw leven met God, in meditatie en gebed. Zo zoekt hij Gods stem in dit alles. Daarbij mag hij ermee rekenen dat de Here zijn weg mede wijst door contacten met anderen. De predikanten vernemen Gods stem in de veelheid van persoonlijke overwegingen en gesprekken met anderen en in de vraag hoe dit alles zich in het hart samenvoegt. Zo zal hij een ontmoeting hebben met de kerkenraad van de gemeente die hem begeert - soms hoor ik nog wel dat dit niet gebeurt, maar dan zal hij de gemeente waarschijnlijk al goed kennen. Hij zal ook met zijn eigen kerkenraad in contact treden om te horen hoe deze broeders erin staan. En dan is hij niet gebaat bij ‘wenselijke antwoorden’, maar alleen met eerlijkheid!

Wanneer een kerkenraad de overtuiging heeft dat het beter is dat de wegen zich scheiden, dan is het moment van een beroep dé gelegenheid om dat met elkaar te delen, met redenen omkleed. Er kunnen signalen zijn waardoor de indruk ontstaat dat de zegen van het begin plaats heeft gemaakt voor ‘stil water’. En niemand is er mee gebaat als dat verzwegen wordt. Zeker, dat mag nooit een drukmiddel worden, en het komt aan op zorgvuldig gekozen bewoordingen. Maar één ding moge duidelijk zijn: wanneer een predikant een beroep ontvangt, heeft hij er feitelijk twee: ook zijn huidige gemeente roept namelijk, sterker of minder sterk. En dus leg je als predikant in je gemeente het oor te luisteren, op allerlei niveaus.

PERSOONLIJKE

OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT HET WERK

Als het gaat om het ambtelijk werk in de huidige gemeente, afgezet tegen dat van de roepende gemeente, mogen persoonlijke overwegingen met betrekking tot de inhoud van dat werk meewegen. Dat móeten ze zelfs, want dat heeft alles te maken met het onderscheid van gaven dat de Geest in de gemeenten, dus ook aan de predikanten uitdeelt. De kern van het werk van een dominee is naar mijn vaste overtuiging: prediking, catechese en pastoraat. Zie ook de tekst van het bevestigingsformulier! Maar vandaag de dag kunnen in beroepsbrieven soms heel andere facetten van het gemeentelijk leven staan waar van de predikant een speciale inzet bij wordt verwacht. Dat hoort een predikant van tevoren echt te weten, opdat hij kan meenemen in zijn overwegingen: ben ik - natuurlijk altijd met Gods hulp - in staat om deze gemeente te geven waar zij speciaal om vraagt? Heb ik daar de gaven voor ontvangen?

PERSOONLIJKE

OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT HET GEZIN

Komt het nog voor dat predikanten een beroep ontvangen, en na drie weken hun echtgenote meedelen hoe de beslissing uitgevallen is, zonder dat zij daar samen veel woorden over gewisseld hebben (de gezamenlijke gebeden uitgezonderd)? Persoonlijk zou ik niet weten hoe dat te rechtvaardigen zou zijn. Een predikant zei eens tegen (toen nog) de vriendin van een latere predikant: ‘Als jij niet geroepen bent, is hij het ook niet’. Dat was duidelijk, en het komt bij alle kruispunten van het leven terug.

Als een predikantsgezin gezegend is met kinderen, geeft een beroep ook wat hen betreft de nodige onrust. En zij laten vaak duidelijk weten ‘hoe ze erin staan’. Dat hoeft niet klakkeloos overgenomen te worden, maar men neemt het wél mee in alles wat er speelt, en het vormt een factor in de overwegingen die het hart naar welke kant toe dan ook laten toebuigen. Meestal zitten kinderen niet op een verhuizing te wachten, zeker niet als het heel ver is. Dat moet men niet negeren. Breng het eerlijk naar voren en betrek daarin ook dat het in pastorieën is zoals in ieder christelijk gezin: gezinsleden brengen soms bijzondere offers voor de dienst aan de Here. En overigens: predikanten zijn niet de enigen die soms een flinke wending in de gang van ‘beroepsleven’ meemaken. In twee gemeenten maakte ik het mee dat gemeenteleden tot ver buiten de landsgrenzen werden gestationeerd door hun werkgever, voor meerdere jaren, en dat dat voor het gezin lang niet altijd gemakkelijk was. Maar… het hoorde bij het werk.

Anderzijds: net als in andere gezinnen komt ook in predikantsgezinnen voor dat er een kind is (of zelfs meer kinderen zijn) dat speciale zorg nodig heeft, bijv. op het niveau van onderwijs, of in verband met een ernstige handicap. Zou de Here werkelijk van ons vragen dat we dit volledig buiten beschouwing laten in deze drie weken, waarin een belangrijke beslissing valt over de koers van het gezinsleven? Eerlijk: zo ken ik de Here niet.

Het leven is één. En voor vele predikanten geldt dat zij ook (zelfs al eerder) echtgenoot en huisvader zijn. Bij vrouw en kinderen ligt dan ook nog steeds hun roeping van Godswege. En de predikantsroeping komt daar dwars doorheen, maar staat er zeker niet buiten, verre van dat. Het zou een gespleten leven opleveren.

PERSOONLIJKE OVERWEGINGEN OP FINANCIEEL GEBIED

Een teer punt: de ‘cijfertjes in de beroepsbrief’. Sommige predikanten, naar eigen zeggen, lezen die helemaal niet in de drie weken van overweging. Maar is het niet Bijbels om dat juist wél te doen (zie I Korinthe 9:9 en I Timotheüs 5:18)? Geld is geestelijk, al kan het ongeestelijk worden: predikanten hoeven niet rijk te worden van de uitoefening van hun ambt, liever niet zelfs. Maar ze moeten ook niet zich wanhopig hoeven af te vragen hoe ze de financiële eindjes aan elkaar moeten knopen.

Dat vergt een zorgvuldig financieel beleid van hen persoonlijk én een traktement dat in overeenstemming is met de fase waarin hij zich in het leven bevindt. Met vier lerende en studerende kinderen is meer nodig dan met z’n tweeën overgebleven terwijl de kinderen je uitnodigen om te komen eten. Het is logisch dat een jonge predikant zijn studieschuld moet afbetalen, zoals ieder ander die gestudeerd heeft. En zomin als die ander daar zijn werkgever voor verantwoordelijk kan stellen, kan een predikant dat zijn kerkenraad doen. Maar… laat er dan wel een goede verhuiskostenregeling zijn voor de beginnende predikant. Want hij kan, gezien de functie van pastorie als ‘huis van de gemeente’ zijn gemeenteleden niet op de kale vloer ontvangen.

Wij hebben in dit opzicht een belangrijk deputaatschap: dat van Financiële Zaken. En die zorgen elk jaar voor keurige minimumtraktementen, waarvoor we ons niet hoeven te schamen. En ze houden terecht rekening met het feit dat iedereen in deze jaren een stap terug doet, dus predikanten ook. Tegelijk: het zijn minimumtraktementen, en naar kerkelijke regel mag geen kerkenraad daar onder duiken; hij mag er wél wat bij doen, afhankelijk van de concrete situatie.

Een voorbeeld: wanneer een predikant verhuist met gelijkblijvend traktement, maar dan in een pastorie komt te wonen met een WOZ-waarde van € 700.000, terwijl zijn vorige pastorie een WOZ-waarde had van € 300.000 (en dat komt daadwerkelijk voor!), dan gaat hij netto per maand wel € 189 op achteruit. En als hij dan ook eens de pech heeft dat eerst de studeerkamer wél aftrekbaar was, en nu niet meer... dan komen daar nog tientjes bij.

SAMENVATTEND

Bij het tot een beslissing brengen van een beroep spreekt de Here. Via zijn Woord, via meditatie en gebed en via allerlei stemmen van mensen die Hij daarvoor gebruikt. En nog eens: het leven is één! En dan - in een wonderlijk proces, dat niemand kan uitleggen, maar dat in Gods hand is - gaat er een deur dicht en gaat er een deur open. En dan kan ieder die bij dat beroep betrokken is daar vrede mee hebben, omdat het Gods weg is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.