+ Meer informatie

het oosteRse Landschap

6 minuten leestijd

STEDEN IN JUDEA. 2.

Jeruzalem. Behandelen we in het vorige artikel Hebron en Bethlehem, thans willen we ons bezig houden met de hoofdstad.

Zoals zoveel steden is ook Jeruzalem klein begonnen. Misschien is het allereerste begin slechts een toren geweest op de berg of heuvel Ofel. Waarschijnlijk herinnert hier nog aan Micha 4 : 8: En gij, Schaapstoren, gij, Ofel der dochter Zions! tot u zal komen, ja, daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem." En toch is deze stad geworden de belangrijkste stad der aarde uit de geschiedenis van het Koninkrijk Gods: De Heere is groot en zeer te prijzen in de stad onzes Gods, op de berg Zijner heiligheid." (Ps. 48 : 2).

Jeruzalem is omgeven door bergen: in het oosten de overbekende Olijfberg met als zindelijke uitloper de Berg der Ergenissen. Ten zuiden van de stad ligt de Berg des Bozen Raads.

Tussen deze en andere bergen enerzijds en de stad anderzijds liggen verschillende dalen zoals het dal van de beek Kidron in het oosten en het dal des zoons van Hinnom.

Om Jeruzalem vinden we dus bergen en dalen maar de stad zelf is ook op bergen gebouwd: Zijn grondslag is op cle bergen der heiligheid." (Ps. 87 : 1). Dit heuvel complex werd in tweeën gesplitst door het Mestdal, vroeger ook wel Kaasmakersdal genoemd. Ten oosten van dit dal waren cle heuvels Ofel, de Tempelberg of Zion en Bezetha, allen ruim 700 m boven zeeniveau, ten westen lag dan cle Bovenstad.

Waarschijnlijk is Jeruzalem in oude tijden een dubbelstad geweest: op cle westelijke heuvel cle markt en cle nederzetting der landbouwers en op cle oostelijke vond men cle burcht, cle „waterstad" met het kostbare water.

In plaats van Zion lezen we ook over cle Tempelberg en de berg Moria. Dit is een vlakke rots, een tafelberg: Ziet, ik wil aan u, gij, inwoneres des dals, gij, rots van het plein! spreekt de Heere: ijlieden, die zegt: ie 'zou tegen ons afkomen? of wie zou komen in onze woningen? " (Jer. 21 : 13). Dit plein heeft tegenwoordig een oppervlakte van 500 bij 300 m. Op dat plein ligt weer een vlakke rots van 17 x 13 x 1.50 m en hierop is waarschijnlijk in Salomo's dagen het brandofferaltaar gebouwd.

Was Jeruzalem beroemd in cle tijd van Salomo, groter pracht en meer luister had de stad in cle jaren van Jezus' omwandeling op aarde. Het was toen een wereldstad van Grieks-Joods karakter. Langs cle grote verkeerswegen, clie hier elkaar kruisten, stroomden zowel cle bewoners van Palestina als cle vreemdelingen naar de stad, clie toen 25 a 30.000 inwoners moet gehad hebben. Het centrum was toen cle schone tempel, terwijl ook het paleis van Ilerocles en cle sterke burcht Antonia cle aandacht trokken. Omdat het zo overbekend is, zullen we verder zwijgen over cle tempel, Gethsémané, Golgotha enz. Liever richten we onze blik naar het Jeruzalem van 1955. Uit onze serie: „De Staat Israëls" is al gebleken, dat sedert cle stichting van deze staat in Mei 1948 Jeruzalem onbarmhartig werd verdeeld in twee steden: een Joodse en een Arabische, van elkaar gescheiden door prikkeldaadversperringen, waarbij gewapende soldaten op wacht staan. De scheidingslijn is dikwijls niet breder clan een straat. Doch deze over te steken is levensgevaarlijk. Het is een stad met twee gezichten, het ene gezicht naar het oosten en behoort aan Transjordanië, het andere gezicht naar het westen, het „Nieuwe Jeruzalem", dat 30 maal zo groot is als cle oude stad en ongeveer 130.000 inwoners telt. Het is een stad vol bedrijvigheid met brede winkelstraten en grote moderne gebouwen, dus echt Westers.

Deze nieuwe # t stad is voortgekomen uit voorsteden van cle oude. De eerste voorstad werd in 1858 buiten cle muren gesticht. Bij het begin van de 80ger jaren waren reeds 3 andere voorsteden gebouwd en met cle eerste golf van Zionistische immigratie ontstonden nog 6 andere. Joden uit Rusland, Perzië, Roemenië, Polen, Duitsland en Griekenland stichtten allen hun eigen wijken, nu tezamen gevoegd als het nieuwe Jeruzalem. De grote verscheidenheid van mensen uit vele verschillende landen, geeft de stad een geheel eigen karakter. Dat merkt men aan cle verschillende mensentypen en aan cle vele talen die er gesproken worden.

Na cle eerste wereldoorlog werden grote en kleine industrieën gevestigd. In 1925 werden de eerste gebouwen van de Hebreeuwse Universiteit geopend. Hotels, scholen, instituten, musea en publieke gebouwen werden in haastig tempo opgericht en toen Israëls eerste parlement plechtig werd geopend in Februari 1949, was Jeruzalem geworden tot één der grote, moderne steden van de wereld.

Het is dus in oorsprong een verzameling voorsteden, waarin men naast elkaar aantreft regeringscentra, tuinvoorsteden, typische Oosterse wijken en moderne winkelcentra, cle buurten der streng orthodoxe Joden met hun karakter van een ghetto en typische Westerse woonwijken. Zo biedt het Nieuwe Jeruzalem overwegend het beeld van een Westers georiënteerde stad.

Heel anders is dat met het oude Jeruzalem. Het is, alsof men daar in een andere wereld komt. Voor cle Joden is de toegang verboden en de Christenen mogen er slechts komen met Kerstmis en met Pasen. Direct als men door cle Mandelbaum Poort, cle enige oversteekplaats naar Transjordanië, komt, verandert het straatbeeld totaal. Wat een bonte mengeling van klederdrachten. De mensen dragen een lang kleed, dat van cle schouders reikt tot aan de voeten en opgehouden wordt met een gordel. Op hun hoofd dragen ze een witte of bontgekleurde doek, samengebonden door een hoofdband. Van cle schouders golft een wijde mantel.

Interessant is een wandeling door cle stad. Het zijn nauwe straatjes, waar men door gaat, die tengevolge van het hoogteverschil trapvormig zijn. Men kan er daarom niet in een auto doorrijden. Als men niet op een ezeltje wil rijden, moet men te voet gaan. En dat is cle moeite waard. Zo heeft men gelegenheid, te genieten van het bonte, afwisselende leven. Beladen kemelen gaan met plechtige tred voorbij, vlugge ezeltjes, met aan iedere kant een zware kist, trippelen af en aan. Voor een koffiehuis zitten cle mannen, roken hun waterpijpen en drinken uit kleine kopjes cle heerlijk ruikende sterke Arabische koffie. Door de menigte dringen zich de waterdragers, clie het kostbare water transporteren en daartussen trippelen cle ten dele zwaar gesluierde mohammedaanse vrouwen. Op hun hoofd dragen ze de aarden waterkruiken of een mand met waren, clie ze zo juist op de markt hebben gekocht. Door hun zwarte sluier fonkelen glinsterende ogen, waarmee ze de vreemdeling van boven tot onder opnemen.

Op cle hoek van de straat zit een blinde en roept om een aalmoes. De hoffelijk-

heid verbiedt het „neen" te zeggen en daarom is het afwijzende antwoord: „Morgen."

Het bonte straatbeeld wordt nog vervolmaakt door de bedrijvigheid deikooplieden, die overdag hun toonbanken met waren op straat opstellen, en de handwerkslieden. Hier hamert de smid, daar zaagt de timmerman, overal hoort men lawaai en roepen, overal veel geschreeuw en overal de nauwe straatjes vol mensen, dieren en koopwaren. Zo is er dus een zeer groot verschil tussen het oude en het nieuwe Jeruzalem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.