+ Meer informatie

Geen vrede op de Balkan zolang federale leger niet onder politieke controle staat

Sloveense wetenschapper Mastnak heeft begrip voor Europese bemiddelingspogingen

6 minuten leestijd

APELDOORN/LJUBLJANA - Met uitzondering van de gevechtshandelingen lijkt in Joegoslavië opnieuw op alle fronten de verstarring compleet. Pogingen van de Europese Gemeenschap om het vuur op de Balkan te blussen, slagen niet best. Het federale presidium dat tot een aanvaardbare modus moet zien te komen, klapte deze week voor de zoveelste keer uit elkaar. Logisch, zegt de Sloveense wetenschapper Tomaz Mastnak uit Llubljana desgevraagd. „Zolang het federale leger in Joegoslavië niet onder controle wordt gebracht, komt er geen vrede op de Balkan".

Mastnak is wetenschappelijk medewerker op het Instituut voor de Filosofie van de Sloveense Academie van Wetenschappen en Letteren in Ljubljana. Op dit moment blaast het federale leger de aftocht uit zijn republiek. Ondertussen bemiddelt 'Den Haag' namens de EG driftig voort en kijken zogenoemde monitors van de EG-waarnemersmissie toe of de tanks heus afhaken in Mastnaks republiek.

De Sloveen waardeert overigens de (Nederlandse) bemoeienissen van Europa, maar heeft daarover de nodige kritiek. Dat de diplomatie in Joegoslavië nog niet tot resultaat leidde, wijt hij aan het gebrekkige inzicht van de Twaalf in het functioneren van de federale politieke instellingen van de veelvolkerenstaat. In tegenstelling tot de EG heeft Mastnak, zegt hij, bij voorbeeld bitter weinig vertrouwen in de huidige macht van het Joegoslavische presidium.

Omdat het Westen de politieke situatie in Joegoslavië onvoldoende begrijpt, steunt zij de verkeerde krachten in dat land, meent Mastnak. Dat zijn hoofdzakelijk de niet bestaande federale structuren van Servische autoriteiten... Hoewel het moeilijk is dit beleid op korte termijn veranderen —het is min of meer historisch zo gegroeid—, oppert de wetenschapper uit Ljubljana voorstellen die volgens hem een vreedzame oplossing voor de Joegoslavische crisis in het zicht zouden kunnen brengen.

Dialoog

Zo vindt Mastnak dat er steun moet komen voor wérkelijke politieke instellingen in Joegoslavië. Er is nog altijd politieke ruimte te creëren, met name in Kroatië. „Vooral een politieke dialoog moet worden aangemoedigd".

Anderzijds oordeelt Mastnak „dat de westerse regeringen de Joegoslavische trivialiteiten selectiever moeten benaderen". Dat betekent dat het Westen de verschillende actief zijnde krachten in het land beter dient te onderscheiden.

Met andere woorden: laat de EG haar oor te veel hangen naar Servië? Mastnak: „Het is moeilijk te zeggen bij wie de Europese Gemeenschap het meest haar oor te luisteren legt. Mede uit de ervaringen van het verleden lijkt het erop dat de Europese Gemeenschap vooral oor heeft voor de geluiden uit zowel Belgrado als Servië. Dit komt onder andere omdat de situatie in Belgrado onduidelijk is. De federale politieke lichamen bestaan eigenlijk niet langer. De werkelijke macht in Belgrado is in wezen vereenzelvigd met de macht van de Servische autoriteiten. De westerse regeringen luisteren te vaak naar Servische autoriteiten. Dit geeft hen ondertussen de illusie dat zij praten met afgevaardigden van de federale Joegoslavische staat".

„Westerse politici begrijpen weinig van de manier waarop in Joegoslavië politiek wordt bedreven. Dat is zogezegd nog een politiek met een traditie van vroeger. Die van intrige en macht. In deze traditie is geen plaats voor akkoorden, verdragen en contracten. Je kunt er niet van uitgaan dat akkoorden worden nageleefd. Vooral Servië is zeer bedreven in deze traditionele politiek".

Verschillen

In het Westen wordt vaak gedacht dat er weinig wezenlijke verschillen zijn tussen de politieke tradities van Slovenië, Kroatië en Servië, op grond van het feit dat ze alle drie nationalistische leiders hebben. Ten onrechte, oordeelt Mastnak, want er is wel degelijk onderling onderscheid te bespeuren.

„Slovenië is erin geslaagd een soort democratisch stelsel tot stand te brengen. Hieraan ging een lang proces van democratisering vooraf, dat al begon in de tweede helft van de jaren zeventig. De Sloveense president, Milan Kucan, is een heel gematigd en behoedzaam politicus die weet en begrijpt hoe hij compromissen moet sluiten om tot een politieke gedachtenwisseling te komen".

„In Kroatië is een anticommunistische regering aan de macht. Dit is een meerderheidsregering waarin de oppositie geen zeggenschap heeft. De oppositie in Kroatië, die een aanzienlijk deel van de Kroatische samenleving weerspiegelt, is niet vertegenwoordigd in de regering. De Kroatische regering voert een nationalistische politiek", vervolgt Mastnak.

„In Servië heb je een nationalistisch-communistische regering. Er bestaat geen effectieve oppositie in Servië. Dat wil zeggen: niet een die een concreet alternatief politiek en economisch toekomstbeleid voor Servië voorstaat dan de huidige regering. Belangrijk in dit verband is dat de Servische regering de enige regering in Joegoslavië is die het leger tegen haar eigen bevolking inzet. Dit gebeurde tijdens de demonstraties in maart in Belgrado".

Hard-liners

Het Joegoslavische leger wordt sterk gedomineerd door Serven. De meerderheid van het officierenkorps bestaat uit mensen van Servische en Monténegrijnse origine. Mastnak beweert dat deze etnische elementen niet alles met betrekking tot het leger verklaren.

„De top van het federale leger bestaat uit vijf onbuigzame, militante generaals. Deze hard-liners zijn niet alleen Serven. Er zitten ook Slovenen bij. Wat ze gemeen hebben, is dat ze zich sterk verzetten tegen de gevestigde orde van de post-communistische generatie in Joegoslavië. Zij willen het politieke en economische systeem behouden, zoals dat onder de communistische overheersing van Tito gestalte kreeg. Dus zij hebben politieke motieven om zich te verzetten tegen een democratisering van Joegoslavië. Daarom maken zij het leger tot zo'n gevaarlijke macht. Het leger valt bovendien buiten politieke controle".

Veel belangen van de Servische autoriteiten en het federale leger vallen samen. Er zijn niettemin ook delen binnen het leger die zich verzetten tegen de Servische nationalistische politiek, aldus Mastnak. „Zij willen een soort eenheidsstaat op Joegoslavisch territorium die noodzakelijkerwijs niet behoeft te worden gedomineerd door Serven. Binnen het officierskorps van het leger heersen daarentegen wel verschillen. Er is een aantal hervormingsgezinde officieren dat het leger wil moderniseren. Deze 'progressieve' militairen zien de toekomst van het leger niet liggen in de politiek of in het conserveren van de oude Joegoslavische staat. Deze officieren worden duidelijk op een zijspoor gezet".

Patrouilles

Mastnak laat zich voorzichtig uit over het voorstel van de Nederlandse minister Van den Broek om gemengde patrouilles in te zetten in Kroatië. Eenheden wel te verstaan die moeten worden samengesteld uit vertegenwoordigers van het federale Joegoslavische leger en van de Kroatische Nationale Garde. Veel waarnemers hebben gezegd dat de kansen op zulke patrouilles „niet realistisch" zijn.

Mastnak is van mening dat iedere monitorgroep van de EG „ons sowieso hoop geeft". Hij juicht Van den Broeks initiatief zonder meer toe, maar of het realistisch is „valt moeilijk te voorspellen". „Europa moet blijven aandringen op zeggenschap in een oplossing voor Joegoslavische crisis. Dit kan, mede door hier aanwezig te zijn als monitors en bemiddelaars, van belang zijn om het geweld te stoppen en een staakt-het-vuren te realiseren".

Het zou een catastrofe zijn —„en ik denk dat Van den Broek dit inziet"— als de crisis niet kan worden opgelost door diplomatieke inspanningen. Dan valt Joegoslavië terug in een soort quarantaine, zodat het wordt geïsoleerd van de rest van Europa.

Toch erkenning?

Het is met name Duitsland geweest dat suggereerde dat alleen de erkenning van Slovenië en Kroatië het enige middel is om de oorlog te stoppen. Mastnak denkt daar anders over.

„In Slovenië is momenteel geen oorlog. Ik denk dat die er ook niet meer zal komen. Nu probeert Belgrado Slovenië politiek en economisch te isoleren. En Belgrado en de Servische regering bezitten alle middelen om Slovenië te ruïneren. Slovenië hangt een economische oorlog boven het hoofd. Ik ben er niet zeker van dat een erkenning van Sloveniës onafhankelijkheid nodig zal zijn om deze oorlog te beëindigen".

„Voor Kroatië geldt dat, als er een meerderheid is die een onafhankelijke staat voorstaat, die moeten worden gerespecteerd. De kwestie van de minderheden kan worden opgelost met legale garanties. De veelgehoorde bewering dat Kroatië geen onafhankelijke staat zou kunnen zijn, omdat dan de (met name Servische) minderheden vervolgd worden, deugt niet. De onafhankelijkheid hangt er niet vanaf of een staat onafhankelijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.