+ Meer informatie

Ik zal in Uwe waarheid wandelen

3 minuten leestijd

Psalm 86: 11b

Gaat ons levensschip de juiste koers?

Reeds vanaf de zondeval in het paradijs zijn wij de koers kwijtgeraakt.

Reizen wij op een verkeerd kompas? Op het kompas van de vorst der duisternis, op het kompas van de zonde, van ons verduisterd verstand, van ons dwaalziek hart? Anderen reizen op het kompas van wat uiterlijke godsdienst, op het kompas van het historisch geloof, op het kompas van wat mystiek gevoel, op het kompas van kennen, belijden en spreken van de waarheid. Zonder meer komt ons levensschip zo eeuwig om. Wij hebben een ander kompas nodig. Wij hebben nodig het kompas der waarheid. Zo alleen zal ons levensschip een vaste koers kunnen varen. Deze vaste koers te gaan, was de begeerte van Davids leven geworden. Door ontdekkende genade had hij zichzelf als een afdwaler leren kennen. Uit de koers geslagen door de zonde, van God afdwalende in de richting van de eeuwige dood.

De Heere had hem echter uit modderig slijk opgehaald en zijn voeten op een steenrots gezet, ja, zelfs zijn gangen vastgemaakt. Davids leven was in de rechte koers gebracht. Vandaar zijn belijdenis: Ik zal in Uwe waarheid wandelen.

De waarheid Gods was hem lief geworden. De inzettingen Gods waren hem geworden tot gezangen in het land zijner vreemdelingschappen. Door onderwijzing uit de Waarheid had hij God leren kennen, zichzelf leren kennen, had hij de weg naar de hemel in Christus leren kennen. O, hoe welgemeend was daarom de keuze van zijn hart geworden: Ik zal in Uwe waarheid wandelen. Ja, dat was door genade geworden de vaste koers van Davids leven. De Heere had zijn gangen in de waarheid vastgemaakt en zo, reizende op het kompas der waarheid is nog nooit iemand beschaamd uitgekomen.

Dan kan het wel eens stormen op de levenszee, dan kan de waarheid wel eens van alle kanten aangevallen, dan kan de vorst der duisternis wel eens influisteren: „En gij hebt geen heil bij God”,... uiteindelijk triumfeert toch de waarheid, want de Heere houdt getrouw Zijn Woord. Ondanks deze vaste, welmenende belijdenis was David toch een gewoon mens gebleven. Tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed. David wist het wel, dat ook na ontvangen genade, zijn hart nog steeds zo geneigd was tot afdwalen. Daarom staat deze belijdenis van de vaste koers tussen twee gebeden, ’t Eerste gebed is: „Leer mij, Heere, Uwe weg”, ’t Tweede gebed is: „verenig mijn hart tot de vreze van Uw Naam”.

Zo is deze belijdenis een biddende belijdenis. Deze biddende belijdenis moge de belijdenis zijn van ons aller leven. Daarom is er maar EEN veilig kompas en dat is het kompas der waarheid. En nu zijn wij allen geworden kinderen van de leugen en reizen dieswege op een vals, onveilig kompas.

God moge ons allen maken, door wederbarende werking van Zijn Geest, kinderen der waarheid, dan luisteren wij naar de waarheid. Dan wandelen wij in de waarheid. Dan begeren wij de God der waarheid. Dan zal ons leven in dit teken staan: Hem te mogen kennen, Die Zich noemt: „De Weg, de Waarheid en het Leven”, door Wien het alleen mogelijk is voor een arm verloren zondaar weer tot God te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.