+ Meer informatie

Het lichaam als orgaanleverancier

Wat doet u zelf als een nieuw orgaan uw leven zou redden?

12 minuten leestijd

Met de opkomst van de transplantatiegeneeskunde nam ook de behoefte aan donororganen toe. De medische wetenschap is inmiddels zo ver dat heel wat organen met succes overgeplant kunnen worden. Maar die moeten dan wel voorradig zijn. En daar ligt een probleem. Het tekort neemt alleen maar toe. Door uitgebreide voorlichting en het toezenden van donorkaarten aan alle meerderjarige Nederlanders zal worden getracht het aantal donoren te vergroten. Is het geoorloofd zo'n kaart in te vullen? Verkenning van een veld vol praktische, emotionele en principiële voetangels en klemmen.

De lijst van Eurotransplant in Leiden groeit gestaag. Namen en nog eens namen van mensen die wachten op een nier, een long, een hart, een lever, een hoornvlies. Om het aanbod van organen te vergroten is het volgens de artsenorganisatie KNMG en de Nederlandse Transplantatie Vereniging absoluut noodzakelijk dat de wetgeving wordt aangepast. Na jaren waarin de overheid niet bereid was het hete hangijzer aan te pakken, is nu beweging in de zaak gekomen. De ministerraad heeft een wetsontwerp ter regeling van orgaandonatie goedgekeurd. Het transplantatiecircuit is allerminst gelukkig met het resultaat. In het wetsontwerp staat de bescherming van de donor centraal. Het belangrijkste verschil met de huidige situatie is, dat het donorcodicil juridische kracht zal krijgen. Alle codicildragers zullen centraal worden geregistreerd, zodat bij een ongeval snel kan worden nagegaan of het slachtoffer orgaandonor is. Door middel van voorlichting zal getracht worden het aantal orgaandonoren te vergroten. Een stap verder gaat het toesturen van een donorkaart aan alle Nederlanders van achttien jaar en ouder, met het verzoek die in te vullen.

Donorkaarten
G. van den Berg, directeur van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), is content met het terughoudende beleid van de overheid. Dat er een specifiek wettelijke regeling voor orgaandonors komt, waardeert hij positief Anders ligt dat voor het toezenden van donorkaarten. „De overheid mag nooit werven, maar kan alleen objectieve voorlichting geven. Door het versturen van donorkaarten worden de grenzen van neutrale voorlichting overschreden." Van den Berg is bovendien van mening dat het tekort aan donororganen primair veroorzaakt wordt door de houding van ziekenhuizen. Die werken vaak niet al te enthousiast mee aan het verkrijgen van organen. omdat dat drukt op het budget terwijl het financieel niets oplevert. „Dat gegeven moet eerst eens worden aangepakt. Waarschijnlijk levert dat meer organen op dan alle donorkaarten bij elkaar."

Peiling
Uit een vorig jaar gehouden peiling onder tachtig NPV-leden kwam naar voren dat 77,5 procent van hen orgaantransplantatie positief waardeert, terwijl 22,5 procent deze vorm van medisch handelen afwijst. Voor bloedtransfusie lagen de percentages op 96 en 4 procent. De NPV ziet het niet als haar taak om zelf een standpunt in te nemen en legt alle nadruk op de gewetensvrijheid van het individu. Wel geeft Van den Berg in lezingen over dit onderwerp aan, dat men aan principiële afwijzing van orgaandonatie de consequentie moet verbinden ook geen organen van anderen te zullen aanvaarden als de nood aan de man komt. „Dan merk je vaak dat mensen terugschrikken." De directeur van de NPV vindt het overigens onjuist als het al dan niet orgaandonor zijn gebruikt zou worden als selectiecriterium bij de toewijzing van organen. „De persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen en de keuzes die ze maken, kunnen voor de overheid nimmer reden zijn om hen van bepaalde medische behandelingen uit te sluiten. Doet men dit wel, dan kan men ook rokers, drinkers, mensen met een seksueel losbandig leven en ga zo maar door wel van behandeling uitsluiten."

Bloedtransfusie
De biomedicus dr. R. Seldenrijk, staffunctionaris van de vereniging 's Heeren Loo en publicist van populair wetenschappelijke artikelen op het gebied van de (medische) ethiek en de biotechnologie, waardeert orgaantransplantatie in principe positief. „In lezingen over dit onderwerp zeg ik altijd: je moet je realiseren dat de simpelste vorm van transplantatie al jaar en dag binnen de gereformeerde gezindte is geaccepteerd: de bloedtransfusie. Dat betekent voor mij niet dat alles geoorloofd is. Ik zie zeer zeker het gevaar van vertechnisering van de medische wetenschap, maar dat is een algemeen probleem, dat je niet kunt beperken tot de transplantatiegeneeskunde." De angst dat het leven van een potentiële orgaandonor welhcht wordt bekort ten gunste van een patiënt die dringend behoefte heeft aan bepaalde organen, is volgens Seldenrijk op dit moment niet reëel. „Er is geen relatie tussen de arts-behandelaar en de arts van het transplantatiecentrum. Behandeling en orgaanverwijdering zijn zorgvuldig gescheiden."

Principiële vragen
Worden veel Nederlanders van het invullen van een donorcodicil weerhouden door emotionele factoren, in de gereformeerde gezindte spelen ook principiële aspecten een rol. Zo kwam dr. WJ. op 't Hof in de rubriek Pastoraal Bekeken van dit blad tot een afwijzing van orgaandonatie na de dood, op grond van de onlosmakelijke eenheid van lichaam en ziel. Daaruit vloeit zijns inziens voort dat het lichaam ook na de dood een respectvolle behandeling verdient en niet geschonden mag worden. Dr. Seldenrijk stemt met ds. Op 't Hof in, dat de Bijbel ons leert met piëteit om te gaan met het hchaam van een overledene. „Het is geen bulk van organen die je kunt gebruiken om bij anderen versleten onderdelen te vervangen. Zo'n gedachte rust op een puur mechanistisch mensbeeld. Maar dat betekent voor mij niet dat het ongeoorloofd zou zijn om het hchaam te openen en er organen uit te halen. Hoewel hij dat waarschijnlijk niet beseft, is de consequentie van de visie van dr. Op 't Hof, dat ook een operatie dient te worden afgewezen. In zijn opvatting wordt bij de begrafenis van iemand die eens een blindedarmoperatie onderging, een geschonden stoffelijk overschot ter aarde besteld."

Genetisch materiaal
Voor een eerlijke beoordeling van orgaantransplantatie is volgens Seldenrijk noodzakelijk, dat alle bijbelgedeelten die hier licht over kunnen werpen worden gewogen. „Het valt mij bij voorbeeld op dat zelden naar de laatste hoofdstukken van Genesis wordt verwezen. Na het overlijden van vader Jakob roept Jozef de Egyptische geneesheren te hulp, om het lichaam van de overledene te laten balsemen. Voor die conservering werd het lichaam volledig leeggehaald en vervolgens opgevuld met in bepaalde harsen gedrenkte doeken. Hetzelfde gebeurde met het stoffelijk overschot van Jozef zelf Je kunt nergens uit opmaken dat dit negatief wordt beoordeeld. Als je organen mag verwijderen om bederf van het vlezen omhulsel te voorkomen, zou je ze dan niet mogen verwijderen om het welzijn van anderen te dienen? Ben je van mening dat de organen van een O individu onlosmakelijk aan zijn persoon verbonden zijn, dan zul je zeker bloedtransfusie af moeten wijzen. Met bepaalde bloedcellen wordt immers genetisch materiaal van de donor meegegeven." Anderzijds is dr. Seldenrijk beducht voor het opleggen van een morele verplichting tot orgaandonatie op grond van het argument dat Christus Zijn hchaam heeft overgegeven voor de gemeente. „We moeten beseffen dat het werk van Christus uniek is. Hij heeft zijn lichaam borgtochtelijk gegeven en niet als voorbeeld ter navolging. Stel je het laatste, dan zou je mensen binnen de christelijke gemeente die geen donorcodicil hebben ingevuld moeten vermanen, omdat ze het liefdegebod met voeten treden. Dat is natuurlijk absurd."

Genadetijd
Als bij het leven een orgaan wordt afgestaan, bij voorbeeld een nier, weet de donor wie daarmee wordt geholpen. Dan betreft het een kind of familielid. Anders ligt dat bij orgaandonatie na de dood. Het is niet denkbeeldig dat de nier wordt ingeplant bij iemand die in alle opzichten ver van de donor afstaat. Heel zwart-wit: wie zou een hart willen afstaan ter verlenging van het leven van Saddam Hoessein? Of, zoals een lezeres van Terdege het verwoordde: Stel dat mijn organen worden ingeplant bij een aborteur. Ook hierbij wijst Seldenrijk erop dat op grond van dezelfde redenering bloedtransfusie moet worden afgewezen. „Ik heb vorige maand bloed gegeven en het is best mogelijk dat daarmee inmiddels een geaborteerde vrouw aan een wat hoger hb is geholpen. Maar daarmee draag ik toch geen verantwoordelijkheid voor die abortus. Het is mijn verantwoordelijkheid om het leven van mijn medemens zo goed mogelijk te dienen. Daarom geef ik ook bloed, mede op grond van de overtuiging dat levenstijd genadetijd is. Het is zelfs heel goed dat er geen persoonlijke relatie bestaat tussen donor en ontvanger. Stel dat je zou weten wie het hart heeft gekregen van je overleden gehefde en dat je die persoon zou ontmoeten. Dat zou zowel bij de ontvanger als bij de familie van de donor grote emotionele problemen kunnen geven."

Verantwoordelijkheid
Met Van den Berg waardeert Seldenrijk het positief, dat de overheid in het ontwerp van een nieuwe wet op orgaandonatie de bescherming van de donor als uitgangspunt heeft genomen. „De eerste taak van de gezondheidszorg betreft de patiënt, zijn leven en welzijn, en niet het transplanteren van organen." In tegenstelling tot de directeur van de NPV, heeft hij er geen moeite mee dat aan alle meerderjarige Nederlanders een donorkaart wordt toegestuurd. Mits dit maar samengaat met een goede voorlichting rond orgaandonatie. „Door zo'n kaart wordt geappelleerd aan de verantwoordelijkheid van mensen: voor of tegen. Dat mag. Verantwoordelijkheid dragen hoort bij het menselijke leven. Dat dient zeker een christen te beseffen. Wel moeten we opletten voor sociale dwang, waardoor de beslissing niet meer rust op principiële afwegingen maar op druk van buitenaf."

Prioriteiten
In de praktijk zullen leden van de gereformeerde gezindte vooral de predikant en de huisarts uit eigen kring om advies vragen. J. Huisman, huisarts in Opheusden en lid van de Gereformeerde gemeente ter plaatse, ziet de transplantatiegeneeskunde als een positief onderdeel van de gezondheidszorg. „Word ik geconfronteerd met een patiënt die door orgaantransplantatie geholpen kan worden, dan zal ik zeker adviseren daar gebruik van te maken. Betreft het een harttransplantatie, dan kun je je afvragen of het reëel is dat aan één patiënt een bedrag wordt besteed waarmee elders op de wereld een complete volksstam geholpen kan worden. Ik heb wat jaren in een ziekenhuis in Venda gewerkt en dan komt die vraag wel eens op je af Aan de andere kant ben ik niet aangesteld als bewaker van de financiën van de gezondheidszorg. De overheid wil dat graag, maar ik zie mijn functie duidelijk anders. De overheid zal in haar beleid prioriteiten moeten stellen en keuzes moeten maken. Mijn taak als huisarts is het bevorderen van het welzijn van de patiënt binnen de grenzen die de overheid stelt."

Selectiecriterium
Met het besluit van de overheid om donorkaarten toe te gaan sturen, is de Opheusdense huisarts niet echt gelukkig. „Mensen worden naar een beslissing gedrongen waar ze soms nog niet aan toe zijn. Men moet volledige vrijheid hebben om te beslissen en niet voor het blok worden gezet. Ik ben er bovendien beducht voor dat het al dan niet orgaandonor zijn een selectiecriterium wordt bij orgaandonatie. Er is maar een beperkt aantal organen te verdelen en het is niet denkbeeldig dat in de toekomst mensen die zelf een codicil dragen voorgaan." Met Van den Berg en Seldenrijk is Huisman van mening, dat zij die een donorkaart invullen in ieder geval beperkingen moeten aanbrengen. „In Amerika is per ongeluk het hchaam van een aidspatiënt voor transplantatiedoeleinden gebruikt. Met gevolg dat negentien mensen aids opliepen, omdat ze een orgaan van hem hadden gekregen. Van dat bericht ben ik geschrokken. Dan heb ik toch de indruk dat iemand te veel uit elkaar wordt gehaald."

Roofbouw
„Het mag niet zo zijn dat je lichaam als het ware leeggeroofd wordt en de restanten begraven worden", vindt ook Van den Berg. „Ik zou daarom altijd in een donorcodicil aangeven dat niet alle organen weggenomen mogen worden. Het is misschien wat gevoelsmatig, maar ik heb de indruk dat dan roofbouw op het lichaam wordt gepleegd. Transplantatie van hersenweefsel en voortplantingsorganen valt sowieso buiten de principiële grenzen." Dr. Seldenrijk stelt in aansluiting bij de ethicus prof Douma, dat bij invulling van een donorcodicil concreet moet worden aangegeven welke organen wèl verwijderd mogen worden en dat voor overige organen en weefsels toestemming nodig is van de familie. Huisman adviseert daarnaast om aan het codicil een verklaring te verbinden waarin duidelijk staat aangegeven aan welke criteria voldaan moet zijn om de codicildrager als overleden te beschouwen.

Argumenten
Vragen patiënten hem op de man af of ze een donorkaart in moeten vullen, dan is de wedervraag van Huisman wat hun houding zal zijn als ze in een situatie terechtkomen dat ze zelf een orgaan nodig hebben. „Dat moet bepalend zijn bij het invullen van de kaart. Daarnaast zal ik argumenten aandragen om mensen te helpen tot een beslissing te komen. Daar kun je als huisarts niet omheen." De Opheusdense arts ziet hier ook een taak liggen voor predikanten en andere ambtsdragers. De mogelijkheid dat die een andere opvatting over orgaandonatie hebben dan hij, ervaart hij niet als een bezwaar. „Je ziet dat ook op andere terreinen. Denk aan vaccinatie, anticonceptie, vruchtbaarheidsonderzoek en adoptie. Ik heb er waardering voor als een predikant probeert een eerlijk en principieel advies te geven, ook als dat anders is dan het mijne. Het is goed om eikaars argumenten te toetsen. Dat kan je opscherpen. Zou mijn predikant gemeenteleden afraden om een donorcodicil in te vullen, dan respecteer ik dat. Wel zou ik eens met hem gaan praten. Maar ik zou hem zeker niet openlijk afvallen. Een predikant hoort naar mijn mening een leidende functie in een gemeenschap te hebben."

Geen druk
Voor dr. Seldenrijk, zelf kerkeraadslid van de Gereformeerde gemeente te Zeist, staat centraal dat door kerkelijke ambtsdragers geen druk mag worden uitgeoefend. „De gedachte dat de kerk ethische zaken overweegt en vervolgens dicteert hoe de 'leken' zich dienen te gedragen, stoelt op de rooms-katholieke moraaltheologie. Die verschilt principieel van de christelijke ethiek, waarin de bijbelse grondlijnen worden aangegeven, maar de verantwoordelijkheid bij de individuele mens wordt gelegd. Daar mag een ambtsdrager niet intreden. Op grond van duidelijke informatie en eerlijke afweging van de bijbelse gegevens zullen mensen hun standpunt over orgaandonatie moeten bepalen. Niet op een zomernamiddag achter een bord eten, maar heel serieus, voor Gods aangezicht, in het besef dat het gaat om een zaak van leven en dood. Dan kan voor de een de keus positief en voor de ander negatief uitvallen. Daarin zullen we elkaar moeten respecteren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.