+ Meer informatie

Niet anders worden, maar van een Ander

4 minuten leestijd

De schrijvers van deze rubriek maken steeds na twee jaar plaats voor een ander. Ds. Op 't Hof is ditmaal aan de beurt en heeft ter gelegenheid daarvan een afscheidswoord geschreven. Ds. P. Molenaar uit Lekkerkerk volgt hem op.

RI u er na twee jaar een eind komt aan mijn medewerking aan deze rubriek, wil ik mijn laatste bijdrage niet aan een willekeurig onderwerp, maar aan het ene nodige wijden. Eerst echter een opmerking vooraf. Hoewel ik van tevoren gesteld had dat ik geen gelegenheid zou hebben om brieven persoonlijk te beantwoorden, heb ik toch een respectabel aantal daarvan ontvangen, ook wel via de redactie van Terdege. Opmerkelijk vond ik dat de reacties ook uit het buitenland kwamen, zelfs uit Canada. Tevens ben ik nogal eens telefonisch op de inhoud van deze stukjes aangesproken. Allen die de moeite hebben genomen om kort of uitvoerig te reageren, wil ik hiervoor hartelijk bedanken, vooral ook omdat in sommige gevallen de inhoud van zo'n reactie mij aanleiding gaf tot een nieuw stukje.

Ene nodige
Binnen de gereformeerde gezindte weet iedereen dat er maar één ding nodig is. Wij kunnen heel de wereld gewinnen, maar als wij schade aan onze ziel lijden, hebben wij net niets. Met alles wat wij hebben, zijn wij nameloos arm zonder dat ene nodige. Het wordt echter moeilijker als er aan ons gevraagd wordt wat dat ene nodige precies is. Catechisanten antwoorden meestal: „een nieuw hart", of: „je moet bekeerd worden", of: "de wedergeboorte". Bij doorvragen blijkt dat zij de gedachte hebben dat het ene nodige hierin bestaat dat mensen totaal anders worden: in plaats van haters van God liefhebbers van God, in plaats van ongelovig gelovig, in plaats van aardsgezind hemelsgezind, in plaats van dood levend. Nu is het ongetwijfeld waar dat er alles aan ons mensen moet gebeuren, wil het wel zijn voor tijd en eeuwigheid. Maar is de vernieuwing van de mens het wezenlijke van de zaak, of ligt het ene nodige toch elders?

Niet anders
Al Gods kinderen weten van die gang dat zij dachten dat het erop aankwam dat zij in zichzelf vernieuwd zouden worden en zijn. Zij kunnen evenwel uit bevinding ook ervan getuigen dat deze gedachte hen in de grootste ellende gebracht heeft. Immers, wie zaligmakend geleid wordt, komt erachter dat hij nooit veranderen zal. Zo'n persoon wordt onverbeterlijk. Tot eer van de Heere te willen leven en nooit meer te kunnen, ja, ten diepste zelfs niet eens te willen. Dan wordt het persoonlijk werkelijkheid: Uit u geen vrucht meer tot in der eeuwigheid. Deze inleving beneemt alle hoop en brengt een mens aan het eind, zodat deze in geestelijk opzicht sterft.

Van een Ander
Het eerste antwoord van de Heidelbergse Catechismus geeft precies aan wat het ene nodige is: het eigendom van Christus zijn. Het gaat er niet om dat wij ooit in onszelf een verandering of vernieuwing gewaarworden. Doorslaggevend is dat wij van de eerste Adam afgesneden worden en de tweede Adam ingelijfd worden. Van Christus zijn, daar komt het op aan. En dan niet onbewust, maar met bewustheid. Vaak wordt betreffende het laatste gevraagd of dit wel kan. De Bijbel en de Catechismus zeggen van wel. Zouden wij dat dan in twijfel mogen trekken? Het is juist Christus' heerlijkheid dat Hij Zich wegschenkt als de Levende aan doden, als de Gewillige aan onwilligen, als de Machtige aan onmachtigen. Dat is juist het heerlijke en verrassende van de evangelieverkondiging. Wij mensen behoeven niets te zijn. Christus is Alles voor en in nullen en nieten.

Christus
Geliefde lezer, in ons stervensuur en op de jongste dag zal blijken dat het slechts op één ding aankomt, namelijk dat wij Christus' eigen zijn. Laat ons dan niet rusten op onze bekering, op onze bevindingen of op onze gemoedsbewegingen. Laat ons geen rust hebben voordat wij op goede gronden mogen weten dat wij door het bloed van Christus met de drieënige God verzoend zijn. De bewuste vereniging met Christus is geen automatisch gevolg van het verbond of van een trouw kerkelijk leven, maar is uitsluitend vrucht van het toepassende werk van de Heilige Geest in de gave des geloofs. Laat ons hiernaar staan. En wie die vereniging als genadegift in zijn leven mag kennen, leert of zal leren dat hij nooit verder komt dan Paulus, die na zijn bekering uitriep: Opdat ik Christus kenne. Christus, Christus, Christus. Meer is niet nodig. Minder kan niet. o

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.