+ Meer informatie

G. FINANCIEN, TAKEN EN BEHEER

2 minuten leestijd

1. Quaestor en vaststelling minimum bijdragen

De synode besloot

a. de quaestor te danken voor de wijze waarop hij zijn werkzaamheden heeft verricht en hem decharge te verlenen voor zijn beheer over de periode 1 januari 1986 tot en met 31 december 1988;

b. de begroting van de quaestor voor de periode 1990 - 1992 vast te stellen overeenkomstig zijn voorstel (totaal f. 364.800,-);

c. voor de jaren 1990-1992 de minimumbijdrage per lid/dooplid vast te stellen op (per jaar):

Emeritikas f. 14,50

Theologische Universiteit − 3,00

Evangelieverkondiging onder Israël − 0, 35

Buitenlandse zending − 6,00 (+ f. 18,-uitandere bronnen)

Evangelisatie − 3,60

Steun kerken polders − 1,30

Onderlinge bijstand en advies − 7,00

Geestelijke verzorging varenden − 1,05

Contact met de kerkjeugd − 1,00

Geestelijke verzorging gehandicapten − 1,20

ADMA − 4,30

Kerk en bedrijfsleven − 1,10

Hulpverlening binnen-/buitenland − 1,90

Totaal f. 46,30

d. uit te spreken dat gemeenten die niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de omslagen voor de kerkelijke kassen hun bezwaren inhoudelijk bij de betreffende deputaten kenbaar dienen te maken, waarover dezen zonodig aan de generale synode van 1992 dienen te rapporteren.

2. Nieuw deputaatschap „Taken en prioriteitenstelling”

De synode besloot een deputaatschap „Taken en prioriteitenstelling” te benoemen, met een brede samenstelling met als opdracht onderzoek te doen:

a. naar de taken die door onze kerken, via de onderscheiden deputaatschappen verricht worden c.q. verricht zouden moeten worden;

b. naar de aard en de omvang en de prioriteiten die daarbij gesteld zouden moeten worden waarbij praktische en principiële elementen dienen te worden meegewogen;

c. naar de verdere uitwerking van het benoemingsbeleid inzake deputaatschappen; en daarover aan de synode van 1992 te rapporteren en voorstellen te doen.

3. Centraal Bureau

De synode besloot

a. deputaten Buitenlandse Zending, ADMA, Hulpverlening, Kerk en Bedrijfsleven en Kerkelijk-Administratief Bureau op te dragen de kantoorwerkzaamheden in de toekomst in één gezamenlijke huisvesting onder te brengen, alsmede de functionele uitvoering van het beleid;

b. de hiervoor genoemde deputaatschappen te verzoeken één van hun bureaufunctionarissen te benoemen in een werkgroep die een concreet plan voor de praktische uitvoering uitwerkt en dit voorlegt aan de generale synode van 1992;

c. het voorzitterschap van de in b genoemde werkgroep in handen te leggen van een lid van een niet-kantoorhoudend deputaatschap, waarbij te denken valt aan deputaten financiële zaken of deputaten taken en prioriteitenstelling deputaatschappen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.