+ Meer informatie

RECENSIES

8 minuten leestijd

Ds. P. van Ruitenburg, Tijdgeest. Overdenkingen over de tijd waarin we leven. Uitg. Den Hertog, Houten 2009 (tweede druk), 221 blz., € 14,50.

De schrijver, predikant van de Netherlands Reformed Congragation in Chilliwack, publiceert aan de lopende band. Vaak kleine boekjes, geschreven in een pakkende stijl. Dit boek is wat uitgebreider, maar heeft dezelfde stijl. Het gaat in op de verschillen tussen vroeger en nu. Hoe moeten we de snel veranderende samenleving bezien in Bijbels licht? Onderwerpen als dood en leven, religiositeit, spot, gezag, buitensporige aandacht voor de lichamelijkheid, materialisme, rusteloosheid en nog veel meer passeren de revue. Steeds wordt de tijd geconfronteerd met de Schrift. Steeds laat de schrijver zien dat alleen het leven met Christus de moeite waard is. Het laatste hoofdstuk, over toekomstgericht denken, is bijzonder aansprekend. Slechts één opmerking: de vlotte stijl heeft hier en daar het nadeel dat bepaalde dingen wat ‘kort door de bocht’ behandeld worden. Er is soms echt meer te zeggen. Maar deze opmerking doet niets af aan de waardering die ik voor dit boek heb.

Ds. J.H. Kuiper (red.), Handboek 2012 van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Uitg. Print Media BV, Bedum 2012, 576 blz., € 14,50.

Het vrijgemaakte jaarboek, zo kunnen we deze uitgave noemen. Uit de statistieken blijkt dat het ledental vorig jaar opnieuw gedaald is, zelfs tamelijk fors: met 663. Er is in de GKv vooral sprake van een forse uitstroom richting kerken van evangelische snit.

In het jaaroverzicht registreert de redacteur een aantal ontwikkelingen binnen deze kerken. Er blijkt veel in beweging te zijn: van opnieuw nadenken over huwelijk en samenwonen tot bezinning op het al dan niet gebruiken van liturgische formulieren, van evalueren van de breuk in de zestiger jaren (waaruit de latere NGK ontstonden) tot een duidelijke verschuiving in de manier waarop het pastoraat gestalte krijgt, van het steeds minder wordende bezoek van de tweede dienst tot de verminderde stelligheid waarmee er vanuit ‘Kampen’ gesproken wordt. De redacteur spreekt van een ‘overgangssituatie’ in de kerken zelf. Dat roept wel de spannende vraag op: waar loopt die overgangssituatie op uit?

Tegelijk roepen allerlei gesignaleerde zaken herkenning op als het gaat over ons eigen kerkverband. Hoe dan ook: dit boek is een enorme bron van informatie over de GKv.

Ds. J. Van Amstel, Op de weg van het heil. Uitg. De Banier Apeldoorn 2012, 192 blz., € 9,95 (4e herziene druk).

Zo’n dertig jaar geleden schreef de (inmiddels emeritus-)predikant van Ede dit boek, waarvan nu een 4e druk is verschenen. Dat is er een teken van dat er vraag naar is. Jongeren blijken vaak met vragen te zitten over wat echt geloof is, wat wedergeboorte is, enzovoort. Omdat daarover nogal wat verwarring bestaat, wil ds. Van Amstel hen op weg helpen. Hij doet dat vooral aan de hand van wat de Dordtse Leerregels zeggen over de heilsorde. Op een heldere en overzichtelijke manier worden de diverse onderwerpen behandeld. Het boek is vooral gericht op jongeren, maar ook ouderen kunnen er veel aan hebben.

Een goed geschenk voor jongeren die belijdenis afleggen. Achterin het boek zijn vragen opgenomen voor persoonlijke bezinning of voor het gebruik in een kring. Van harte aanbevolen!

Pieter Both, Dag zeggen. Dolen in rouw. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2012, 144 blz., € 12,90.

De schrijver verloor in 2006 zijn vrouw bij de geboorte van hun derde kind. Dit boek is het aangrijpende relaas van wat hij meemaakte in die donkere dagen en in de jaren erna. Hoe houdt een weduwnaar met drie kleine kinderen zich staande, praktisch en geestelijk? Trefzeker weet de schrijver zijn gedachten te verwoorden, en ongetwijfeld helpt zijn boek anderen die in rouw verkeren om in de doolhof van hun gedachten toch verder te komen. Het is ook voor ambtsdragers in dit opzicht goed om van dit boek kennis te nemen, om zich (voor zover dat mogelijk is) enigszins te kunnen verplaatsen in de situatie van iemand die rouwt.

Theologisch heb ik wel een aantal vragen bij dit boek. Terwijl er veel gezegd wordt over de dood, komt nergens naar voren dat de dood straf op de zonde is. Wat moet ik met een zin als: ‘Door de vraag of God de dood wil niet te beantwoorden, kom ik niet in de problemen met mijn beeld van God’? Maar het beeld dat ik van God heb is toch niet bepalend? Ook woorden als ‘zoals ik zelf getroffen ben door het noodlot’ werken voor mij vervreemdend. Zo is er meer te noemen dat maakt dat ik dit boek met ambivalente gevoelens gelezen heb.

ds. P.L. de Jong, Aartsvaders m/v. Van Noach tot Rachel, Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2012, 100 blz., € 9,90.

Een boekje in de serie ‘luisteroefeningen’, waarin theologen uit verschillende kerken materiaal aanleveren voor gemeenschappelijke en persoonlijke Bijbelstudie. Dit boekje neemt in deze serie een waardige plaats in. Ds. De Jong verstaat de kunst om de personen om wie het gaat heel dichtbij zijn lezers te brengen. Elk hoofdstuk zet steeds in met een vraag die het Bijbelgedeelte oproept. Daarna volgen inleiding, uitleg en lijnen naar ons leven. Hier en daar had ik wel wat het gevoel dat inleiding en uitleg elkaar wat overlappen; die constructie kan toch iets gewrongens hebben. In de verwerking worden vragen gesteld die prikkelen. De schrijver weet via de vragen het gesprek echt op gang te helpen. Kortom, ik denk dat deze Bijbelstudies boeiende en leerzame avonden kunnen opleveren voor groepen die dieper willen afsteken.

Maarten van Loon, In Liefde en Trouw? Een studie naar homoseksuele relaties in de christelijke gemeente vanuit Romeinen 1, TU-Bezinningsreeks nr. 10, Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 2012, 132 blz., € 17,90.

Vorig jaar studeerde de auteur van dit boek aan de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg) af op de betekenis van Paulus’ spreken over homoseksueel geslachtsverkeer in Romeinen 1,26 en 27. Die scriptie werd van zodanig belang geacht dat de Universiteit gemeend heeft er goed aan te doen die uit te brengen in de eigen Bezinningsreeks. Het boek is zonder meer een grondige studie en een waardevolle bijdrage aan de bezinning. Dr. Van Loon gaat zorgvuldig na wat Paulus heeft gezegd - en niet heeft gezegd! - en plaatst dat tegen de achtergrond van de cultuur van toen, met name die in Rome. Die stad was, zo betoogt de auteur, één van de weinige plaatsen waar in Paulus’ tijd lesbisch geslachtsverkeer vrij openlijk werd gepraktiseerd. Tegen die achtergrond is het opvallend dat dit juist in de brief aan deze gemeente ook wordt genoemd, als enige plaats in de Bijbel. Van Loon stelt vast dat Paulus mét het Jodendom van zijn tijd en de filosofische stroming van de Stoa zich tegen geslachtsverkeer keert dat in strijd is met de ‘natuur’. Hij vraagt zich wel af of Paulus niet toch enigszins andere accenten legt dan het Jodendom, maar werkt dat niet uit. M.i. terecht stelt hij dat we niet de fout moeten maken bij Paulus antwoord te zoeken op vragen die wij pas sinds kort zo stellen. Daarbij valt onder meer te denken aan de vraag of homoseksualiteit een ‘geaardheid’ is. Op de laatste bladzijden waarschuwt hij tegen diverse vormen van hermeneutische omgang met de teksten, die de eigen zeggingskracht van de woorden van de apostel aantasten.

Marianne Moyaert, Leven in Babelse tijden. De noodzaak van een interreligieuze dialoog, Pelckmans, Kalmthout / Klement, Zoetermeer 2011, 125 blz. € 14,95.

Dit boek is een verkorte en met het oog op een breder publiek geschreven versie van het proefschrift, waarop de auteur in 2007 promoveerde. De vraag is actueel en zelfs brandend: hoe kunnen gelovige christenen een weg vinden in de vragen waarvoor zij in de ontmoeting met anders-gelovigen komen te staan? Mevrouw Moyaert plaatst kritische kanttekeningen bij de oplossing van het religieuze pluralisme, dat de godsdiensten als stromen uit één bron en naar één doel ziet. Dan geeft nog altijd een bepaalde ‘dogmatiek’ de toon aan en valt er nauwelijks meer iets te leren! Het exclusivisme heeft weer als bezwaar dat het de eigen godsdienst verabsoluteert en dus óók weer niet nieuwsgierig is naar wat van de ander te leren valt. Ze knoopt aan bij wat Genesis ons vertelt over Babel: in de spraakverwarring zit niet alleen oordeel, maar ook zegen. Na Babel beginnen de mensen in Genesis met elkaar én met God te spreken. Ze stelt dat God zich niet slechts laat kennen en vinden in het bekende, maar ook in het vreemde. We doen er goed aan ‘gastvrij’ te zijn voor de andere religie, om zonder de verschillen te verdoezelen te luisteren wat we in die andere godsdienst van God kunnen leren. Men hoeft het niet in alles met de auteur eens te zijn om te erkennen dat ze een weg wijst die boven oppervlakkige en snelle ‘oplossingen’ uit gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.