+ Meer informatie

van onze binnenlandredactie

3 minuten leestijd

werken aan een abortus-ingreep.

Janny Hoek en Jolanda Lindenburg werden echter door de Middelburgse rechtbankpresident in het ongelijk gesteld. Hij voerde aan dat het beleid van de ziekenhuisdirectie maatschappelijk niet onaanvaardbaar was en noemde het besluit tot overplaatsing „een redelijke maatregel". Wat de bepaling in het wetsontwerp Ginjaar/De Ruiter betreft, meende de rechtbankpresident dat die zo uitgelegd moet worden dat gewetensbezwaarden zelf om overplaatsing kunnen verzoeken.

De raadsman van de twee verpleegsters, mr. P. W. Smits, was het met dit vonnis sterk oneens. In zijn memorie van grieven (onderdeel van de hoger-beroepsprocedure) zet hij uiteen dat de twee verpleegsters wel degelijk het recht hadden zich op hun .gewetensbezwaren te beroepen. Ook heeft het zieKenhuis volgens hem niet geprobeerd een aanvaardbare oplossing te vinden doch de verpleegsters slechts voor de keus gesteld: meewerken of vertrekken naar een andere afdeling. Een andere grief is dat de rechtbankpresident in zijn vonnis heeft verklaard dat de ziekenhuis-directie „voldoende reden" had om tot overplaatsing over te gaan. Mr. Smits bestrijdt dat met het argument dat in het Gasthuis hooguit één a twee keer per jaar een abortusingreep wordt verricht. Verder verwijst hij opnieuw naar de bepaling ten aanzien van gewetensbezwaren in het wetsontwerp-Ginjaar/De Ruiter. Desgevraagd geeft mr. Smits te kennen dat hij de Gasthuis-affaire beschouwt als een principiële zaak. „Het gaat erom", zegt hij, „wat de waarde is van de wettelijke bescherming van de gewetensbezwaarde en van de desbetreffende bepaling in het regeringswetsontwerp inzake abortus. Het is belangrijk dat daarover een duidelijke uitspraak komt." .

Hoger beroep (II)

Intussen is nog een ander beroepschrift bij het Haagse gerechtshof in behandeling dat eveneens betrekking heeft op de Gasthuis-affaire. Het gaat om het verzoek van een inwoner van Walcheren aan de Middelburgse hoofdofficier van justitie, mr. Hage, een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar het vroegtijdig afbreken van zwangerschappen in het Gasthuisziekenhuis (een verzoek om een strafrechtelijk onderzoek kan door iedere burger ingediend worden). Mr. Hage heeft naar aanleiding van dit verzoek informatie ingewonnen bij de geneeskundig inspecteur voor de regio Zeeland, S. Lelie maar zag geen reden om tot vervolging over te gaan. In zijn brief van 15 januari jl. schreef hij: „Uit het onderzoek van de Geneeskundig inspecteur maak ik op, dat in de onderhavige gevallen waarin bij wege van medische ingreep zwangerschapsonderbreking tot stand gebracht werd van medische zijde van begin tot eindende grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen is."

De indiener van het verzoekschrift, die om begrijpelijke redenen niet in de publiciteit wil treden, was door deze brief niet tevreden gesteld en tekende onlangs bezwaar aan bij het gerechtshof in Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.