+ Meer informatie

VERSLAG CONFERENTIE “JONGEREN WEGWIJS MAKEN” Zaterdag 28 september 1996 te Huizen

6 minuten leestijd

De middagvergadering wordt geopend door ds. D. van der Zwaag. Hij leest Joh. 6:38-58 en gaat voor in gebed. Daarna zingen we Ps. 127:1.

Concept-brochure

Namens de deputaten voor het contact met de kerkjeugd gaat drs. D. Visser in op de concept-brochure “bezinning op het jeugd- en jongerenwerk in onze kerken”. Hij vermeldt de ontstaansgeschiedenis van deze brochure. In 1986 gaf de synode opdracht onderzoek te doen naar de leef- en denkwereld van onze jongeren. Toen in 1992 dit onderzoek nog niet was afgerond, maande de synode tot spoed en gaf tevens de opdracht om de resultaten praktisch te maken voor de kerken.

In 1995 gaf de synode de opdracht om richting te geven aan het jeugdwerk voor de toekomst. Deputaten hebben de opdrachten van 1992 en 1995 samengevoegd en een bezinningsstuk geproduceerd. De concept-brochure is aan vertegenwoordig(st) ers van het jeugd- en jongerenwerk en aan de CGJO en LCJ toegezonden voor een reactie.

Reacties

Een drietal vertegenwoordig(st)ers van het jeugd- en jongerenwerk was uitgenodigd om hun reactie tijdens de conferentie te geven.

Zr. Adriaanse uit Groningen gaf te kennen geschrokken te zijn van de resultaten van het onderzoek. Ze pleitte voor een open houding naar onze jongeren toe en een eigentijdse benadering van hen. Met dat laatste bedoelde ze een meer visueel gerichte aanpak.

Br. H. Blokland uit Noordeloos vond dat de concept-brochure een goed beeld gaf van de denkwereld van de jongeren. Hij vroeg zich af welk beeld er zou zijn ontstaan wanneer dezelfde vragen aan ouderen in de kerken zouden zijn gesteld. Hij achtte het een goede zaak dat er in het bezinningsstuk grote nadruk is gelegd op verootmoediging. Ook was hij het van harte eens met de stelling dat de opvoeding binnen het gezin op de eerste plaats komt. Een aantal aanbevelingen in het stuk vond hij echter onvoldoende aansluiten op het gehouden onderzoek.

Br. M.E. Grijsen uit Lisse benadrukte dat er ook veel jongeren in de kerken zijn die wel willen meeleven. We moeten hen niet uit het oog verliezen. In de concept-brochure miste hij de visie van de jongeren zelf. Verder achtte hij het van groot belang jongeren met het pure Evangelie te confronteren. Back to the basics, zoals hij dat noemde. Ook hechtte hij veel waarde aan het ontplooien van activiteiten voor de jongeren, zoals bijv. wereldwijde dienstverlening. Het oprichten van een centraal jeugdbureau achtte hij eveneens zeer wenselijk. Afsluitend wees hij erop dat wij de kerk niet in stand hoeven te houden. Laten we vanuit die verwachting en dat vertrouwen dan ook ons werk voor jongeren doen!

Forumdiscussie

Het forum bestond uit de drie inleiders van die dag, drs. P.D. Hofland, ds. P. den Butter en drs. D. Visser, en ds. M. Oppenhuizen namens de CGJO en br. C. van Vianen namens de LCJ.

De eerste vraag luidde: Als er een probleem is met een jongere, maar je merkt dat het probleem eigenlijk aan de ouders ligt, hoe dan daarmee om te gaan?

Drs. Hofland adviseerde om door middel van gerichte vragen de ouders inzicht te geven in de problematiek.

Een andere vraag was: Hoe het kijken naar TV af te raden zonder negatief over te komen?

Ds. Den Butter noemde de boekjes van drs. A. Knevel over deze zaken. Verder achtte hij het van belang erop te wijzen dat het leven met de Here zoveel beter is dan het door de wereld gestempelde leven.

Hoe ga je ermee om wanneer iemand verslaafd is aan occulte computerspelletjes?, zo was een volgende vraag.

Br. C. van Vianen adviseerde vanuit Bijbelstudie duidelijk te laten zien dat occulte zaken door God worden verboden.

Ds. M. Oppenhuizen benadrukte dat God in Deut. 18 niet alleen occultisme afwijst, maar ook de richting aangeeft die we wel hebben te gaan. Namelijk naar de beloofde Profeet, Christus Jezus.

Ds. Den Butter zou zich niet graag in deze materie willen verdiepen. Liever mobiliseert hij de krachten van hen, die “eruit” zijn. D.w.z. die een leven in gebondenheid aan deze machten achter zich hebben.

Ds. Visser wees erop dat jongeren die zich met deze occulte zaken bezig houden kennelijk naar iets zoeken. Als deze jongeren niet merken dat wij het gevonden hebben, dan hebben we geen schijn van kans. We moeten deze jongeren jaloers maken zodat ze zien dat het waardevol is om het bij de Here te zoeken.

Een volgende vraag betrof een zinsnede in de concept-brochure dat aan jongeren ruimte gegeven gegeven moet worden. Wat wordt daarmee precies bedoeld?

Ds. Visser antwoordde dat jongeren ruimte moeten krijgen in die zin, dat ze hun weg binnen de gemeente kunnen vinden. Hoe je dat exact invult, hangt van de betreffende gemeente en jeugd af.

Drs. Hofland zou graag terugkeren naar de praktijk van weleer waarbij kinderen in de kerkdienst moesten antwoorden op de hun gestelde catechismusvragen. Maar hij vroeg zich af of dit nu nog wel haalbaar is.

Ds. Oppenhuizen vond dat kinderen hun creativiteit ook in de kerk mogen uiten en dat bijv. hun tekeningen een plaats moeten krijgen in de kerkzaal. Ook pleitte hij ervoor dat ze hun eigen liederen binnen de dienst moeten kunnen zingen.

Zijn mening bracht een kleine discussie op gang over deze dingen. Er werd gewezen op het verval van kerken die ons op deze weg zijn voorgegaan.

Ds. Oppenhuizen wilde niet graag het verval bevorderen, maar was ervan overtuigd dat het nodig is dat ook kinderen op hun eigen manier hun gevoelens kunnen uiten tijdens de eredienst.

Ds. Den Butter vond het hachelijk wanneer jongeren zo ruimte krijgen in de kerk. Hij wilde de kerkdiensten helemaal uitsluiten van experimenten. Wel pleitte hij ervoor dat er volop individuele aandacht dient te zijn voor de noden van jongeren. Ze moeten benaderd worden met het Woord.

Br. C. van Vianen achtte het eveneens noodzakelijk dat er in die zin ruimte moet zijn voor de jongeren, dat ze een plaats hebben in de kerk met hun vragen en noden. Vanuit het Woord moet hen dan richting gewezen worden.

Een andere vraag luidde hoe om te gaan met jongeren die op twee gedachten hinken. Ze haken niet af, maar leven eigenlijk nog helemaal naar het schema van de wereld.

Ds. Visser vond dat er in de gemeente een gezond geestelijk klimaat moet heersen. Genoemde jongeren moeten merken dat het Woord mensenlevens vernieuwt. Daarvan gaat een trekkende werking uit.

De volgende vraag was hoe jongeren te “ontmaskeren”. De meesten dragen een masker en doen zich anders voor dan ze zijn.

Drs. Hofland noemde een aantal oorzaken waarom jongeren maskers dragen. Het kan zijn uit onzekerheid, of vanwege een negatief zelfbeeld. Hij wees op de noodzaak van luisteren. Waarom zegt die jongere iets? En waarom zegt hij het op die manier? Het is belangrijk dat jongeren ervaren dat ouders en ambtsdragers echt naar hen luisteren.

De laatste vraag betrof de muziek van de jongeren. Hoe te staan tegenover housemuziek en gospelmuziek?

Er werd verwezen naar boeken en brochures die over dit onderwerp gaan. Ds. Den Butter deed de suggestie dat iemand van de deputaten voor het contact met de kerkjeugd hiervan studie zou gaan maken om daarna de resultaten te publiceren in Ambtelijk Contact.

Aan het einde van deze conferentie dankte drs. D. Visser de dagvoorzitter, ds. J. van Langevelde, voor de opening van de vergadering en de leiding ervan.

De vergadering werd besloten met het zingen van lied 111 uit de bundel “Uit aller mond”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.