+ Meer informatie

Jouw vragen

11 minuten leestijd

In Afrika en andere delen van de wereld wordt veel honger geleden. Vele duizenden mensen sterven er bij gebrek aan voedsel. Als een waar christen bidt „geef ons heden ons dagelijks brood", dan zal de Heere dat toch doen? Wonen er in hongergebieden dan geen oprechte christenen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we wel heel het Onze Vader bekijken. De tweede vraag gaat over verkering met een roomse jongen die "goede" boeken leest en wel eens naar een protestantse kerk gaat. P.S. Geen nieuwe vragen insturen!

Een paar maanden geleden heb ik aan onze dominee een vraag gesteld, waar ik nog steeds geen antwoord op heb, vandaar daar ik hem aan u wou stellen. De dominee preekte over: „ Geef ons heden ons dagelijks brood" uit het Onze Vader. Toen zei de dominee: „Als een oprecht christen aan de Heere om brood vraagt zal de Heere het niet weigeren."De vraag die toen in mij opkwam is deze: In Ethiopië is nog steeds hongersnood zou er dan nooit een oprecht christen aan de Heere gevraagd hebben of die mensen brood mochten krijgen? Nog steeds heb ik geen antwoord op deze vraag. Heeft u het -wel?
Esther

Kan een christen honger lijden? Daar komt in het kort jouw vraag op neer. Als er in Ethiopië en andere landen zulk een vreselijke honger woedt, betekent dat dan dat daar geen oprechte christenen zijn die bidden "geef ons heden ons dagelijks brood"? We kunnen in dit verband natuurlijk ook nog denken aan de woorden uit Matth. 6:31-33: "Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden." Betekent dit inderdaad dat een waar christen nooit gebrek heeft? Nooit honger zal hebben?

Honger in Kanaan
Ik geloof niet dat wij kunnen zeggen dat een christen nooit honger lijdt. In de eerste plaats denk ik dan aan de geschiedenis van Abram. Hij was nog maar net in Kanaan aangekomen, of de honger heerste daar. Zelfs zo erg dat Abram met zijn tientallen knechten zijn tent opgebroken heeft en vertrokken is naar Egypte omdat daar meer voedsel was. Ook Abram, de vader van alle gelovigen, heeft honger meegemaakt (Gen. 12). Enkele hoofdstukken verder lezen we opnieuw dat er honger in het land Kanaan is. Dat is de reden dat Izak vertrekt naar het land van de Filistijnen waar Abimelech koning is (Gen. 26). Zo zouden we door kunnen gaan. Jakob leefde ook in een tijd van honger. Daarom moesten zijn zonen naar Egypte om daar voedsel te halen. En wat was de reden dat Elimelech naar Moab trok? Toch de honger (Ruth 1). In de tijd van Elia heerste er ook honger in het land Palestina.

Zwaar leven
Het christenleven wil niet zeggen dat we niet meer ziek zijn, dat we altijd succes in zaken hebben, dat we allemaal gezonde kinderen ontvangen, dat we nooit honger en gebrek hebben. Een christen kan wel eens een heel zwaar leven hebben, met veel verdrukking en zware beproeving. Er is een gezegde dat luidt: Gods hartekinderen zijn smartekinderen. Honger staat in het rijtje van oorlogen, aardbevingen en pestilentiën die over de wereld komen (Matth. 24:7). Gods kinderen worden daarin niet gespaard. Enerlei wedervaart de rechtvaardigen en de goddelozen. De godvruchtige Leen Potappel kwam in de watersnoodramp van 1953 om. Zo kunnen ware christenen ook in hongersnood omkomen. De bede "Geef ons heden ons dagelijks brood" staat in het "Onze Vader". Dit volmaakte gebed begint met de bede "Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde". Bij al onze wensen en behoeften die we aan de Heere bekend maken, dienen we altijd onderworpen te zijn en van harte te belijden: Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.

Sinterklaas
De Heere vervult niet al onze wensen. Waarom niet? Opdat we zouden Ieren wie God is. God is niet in de eerste plaats een "sinterklaas" die ons allemaal presentjes geeft, maar Hij is in de eerste plaats die God Die zondaren een band met Zichzelf geeft. Ik weet dat ik nu heel veel zeg, zeker met de vreselijke honger in mijn achterhoofd, en toch is het waar: ons geluk bestaat niet in aardse overvloed, maar in God. De vraag is of we in de eerste plaats verlangen naar God? Kunnen wij het van harte meezingen in de kerk: zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo verlangt mijn ziel naar God? Als Paulus schrijft in Fil. 4:6: „Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God", houdt dat dan in dat God ook al onze behoeften vervuld? Lees een vers verder: „En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus." De Heere belooft wel dat Hij ons vrede in ons hart geeft. Ook al veranderen de omstandigheden dan niet, ook al blijft het ontzaglijk moeilijk, dan mogen de gelovigen toch zeggen: In de grootste smarten blijven onze harten in de Heere gerust. Dan kan David ieder ogenblik door zijn eigen zoon Absalom om het leven gebracht worden en toch zingt hij: „Ik lag en sliep gerust, van 's Heeren trouw bewust."

Verantwoordelijkheid
Onderwijl is het vreselijk dat zoveel mensen in onze eeuw honger en gebrek lijden. Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid stierven zoveel mensen aan de honger als nu... En wij maar menen dat we het zo ver geschopt hebben met onze techniek en wetenschap! We zijn niet eens in staat om iets te doen aan de enorme problemen op dit gebied in de wereld. Het is ook onze verantwoordelijkheid. Laat ons deze nood in de wereld aan de Heere opdragen. Laat ons smeken of Hij de doorwerking van de vloek over deze aarde beteugelt. En laat ons dan ook de handen uit de mouwen steken. Laat ons meewerken om de hongersnood in Joegoslavië te lenigen. Laat ons klaarstaan om te helpen in Somalië en Ethiopië en waar dan ook in de wereld.

Wat is de oorzaak?
Het moge ons ook tot bezinning brengen. Waar komt deze nood vandaan? Wat is de oorzaak van deze honger en kommer? Op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld. Als de gevolgen van de zonde al zo erg zijn, hoe erg is dan de zonde zelf Hoe noodzakelijk is dan de Zaligmaker, Die niet in de eerste plaats redt van de gevolgen van de zonde, maar van de zonde zelf We wenen veel over de gevolgen van de zonde, maar over de zonde zelf? We moeten eerlijk zijn. Al de nood in de wereld is nog maar een beginsel van de smarten (Matth. 24:8). Oneindig veel erger is het zonder God en zonder hoop in deze wereld te zijn. Om onverzoend te leven en te sterven en Christus als Rechter op de wolken van de hemel te ontmoeten. Een hongerige maag en vrede in ons hart is meer dan een volle maag terwijl de toorn van God op ons blijft. Beste Esther, weegt dit wel eens in je leven?

Vernieuwing
De wereld die bloedt uit duizend wonden herinnert ons aan de woorden van Paulus uit Rom. 8 dat het ganse schepsel te zamen zucht en te zamen als in barensnood is tot nu toe. Wat zal het zijn als de Heere Jezus Christus zal wederkomen op de wolken van de hemel, als Hij alle dingen nieuw zal maken. Wij kunnen het niet nieuw maken, maar Hij zal het gelaat van deze aarde vernieuwen. Hij schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Zo zal Hij alle tranen van de ogen afwissen en niemand zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben. De Heere Jezus Christus is een volkomen Zaligmaker van de zonde. In dit leven verzoent Hij de schuld van de zonde. Hij reinigt van de smet van de zonde. En in Zijn komst zal Hij ook alle gevolgen van de zonde te niet doen. Wat nu in beginsel is, zal dan voltooid worden.

Verlangen
Zo kunnen deze noden in de wereld ons uitdrijven en ons doen uitzien naar de wederkomst van de Heere Jezus Christus. Ik hoop van harte dat jij daarnaar uitziet, dat je in je hart mag weten dat je zonder verschrikken voor Zijn rechterstoel kunt verschijnen. Dat je als een bruid verlangt naar de dag van de bruiloft die dan zal zijn. Verlang jij mee: Ja, kom, Heere Jezus!? Wat zal dat een heerlijke dag zijn als Christus ten volle Zijn heerlijkheid zal openbaren, als het geloof zal eindigen en zal overgaan in aanschouwen, als God zo alles en in allen zal zijn.

Een meisje stelde in een lange en openhartige brief een indringende vraag over verkering met een rooms-katholiekejongen. Zij ging er voor zichzelf van meetafaan vanuit dat het nooit wat met deze jongen zou kunnen worden. Het meisje bidt veel voor mensen die het Evangelie niet kennen en zo kreeg ook deze jongen een bijzondere plaats in haar voorbede. Door het contact werd zij verliefd op hem. Hij vroeg haar en zij zei ja. Maar na enige tijd maakte zij het toch uit, omdat zij niet wist hoe zij het haar ouders moest vertellen. Maar in plaats van de verliefdheid kwijt te raken werd de band alleen maar sterker. De jongen ging goede boeken vragen en las deze ook heel serieus. Hij ging ook naar een protestantse kerk. Het meisje wilde toch geen verkering. Toen drong zich de gedachte aan haar op dat de Heere haar misschien als middel wil gebruiken voor de jongen, maar dat kan en durft zij alleen niet aan. Met dit probleem is zij ten slotte naar haar moeder gegaan. Het werd een fijn gesprek. Moeder zou er met vader over spreken en er bij haar dochter op terugkomen. Maar dat gebeurde maar niet. Toen de dochter het na enige maanden zelf weer aansneed, werd simpelgeantivoord dat zij er niet meer over moest zeuren en de jongen gewoon moest laten gaan. Wat nu? Is het Gods weg dat zij de jongen moet helpen of verbeeldt zij zich dat?

Ik kan mij goed voorstellen dat je je op zo'n moment diep teleurgesteld voelt in de reactie van je ouders. Het is ook geen goede reactie. Maar deze behoeft niet uit onwil voort te komen. Het gaat denk ik eerder om onmacht. Het is ook heel wat als je het als ouders hoort. Je droomt toch voor je kind een veel eenvoudiger weg. Je ziet hierbij duizend en één gevaren opdoemen. En zeker als je weet van gevallen waarbij iemand om een meisje te krijgen zich godsdienstig anders voordeed dan hij/zij was, dan zit de schrik er goed in. Van hieruit is de reactie heel begrijpelijk. Maar daarmee is het nog niet goed. Bovendien speelt mee dat je ouders voor zichzelf geen inschatting kunnen maken in hoeverre jullie gesprekken werkelijk fijn zijn. Jij, hun kind, kunt het ook fijn vinden omdat jij het fijn wilt vinden. Juist in zulke belangrijke zaken vertrouw je alleen je eigen waarneming en bij je kinderen denk je alleen maar aan liefde die blind maakt. En dat maakt het voor je ouders zo moeilijk.

Op papier
Persoonlijk heb ik de indruk dat van jouw kant het contact oprecht is en dat je er eerlijk mee omgaat. Het is ook goed dat je sterk beleeft dat je dit in je eentje niet aankunt en dat je heel diep beseft de steun van je ouders nodig te hebben. Maar hoe nu verder? Je zult toch weer met je ouders moeten spreken. Misschien kun je je gevoelens, worstelingen en gedachten ook voor je ouders op papier zetten om hen te laten zien hoe je de dingen beleefd hebt en beleeft. Vraag hen niet direct te reageren maar eerst samen als man en vrouw deze dingen te overleggen voor Gods aangezicht en dat biddend om wijsheid. Zelf mag je hiermee de zaken in Gods handen leggen en bidden of Hij ook hierdoor wil duidelijk maken of het Zijn bedoeling is dat je die jongen moet helpen. Ik heb in je brief geproefd dat je niet koste wat kost die jongen wilt hebben en daarom jezelf wijs zou maken dat jij voor evangeliste moet spelen. Het is net andersom: eerst was je bang met hem verkering te krijgen omdat jij het niet alleen kon. Nu ben je bang hem los te laten en dat niet omdat het leven voor jou dan geen zin meer heeft, maar omdat je bang bent dan een door God jou op de handen gelegde verantwoordelijkheid geweigerd te hebben. Wel, geef het op deze wijze biddend uit handen. Geef de brief aan je ouders en daarmee tegelijk aan de Heere. Ik hoop wel dat je ouders dan het gesprek met die jongen zullen willen aangaan om te proeven en te tasten waar het hem om begonnen is, want alleen een eerlijk onderzoek zal jou vrede geven.

Geen juk aangaan
Mochten je ouders door het gesprek iets mee gaan beleven van wat jij ervaart, dan moet je met elkaar ook heel duidelijk het besluit nemen, met elkaar op een van tevoren afgesproken tijd de zaken nogmaals uitgebreid te bespreken. Hebben julhe met elkaar de gedachte dat de interesse voor God en Zijn dienst alleen omwille van jou is, dan moet je breken. Gods geopenbaarde wil dat wij geen juk aan mogen gaan met een ongelovige is het eerste waar wij mee te rekenen hebben. Daaraan moet ook ons tasten aangaande Zijn verborgen wil voortdurend getoetst worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.