+ Meer informatie

Een klap als „laatste redmiddel"

Verdachten in De Dreef-zaak denken verschillend over mishandelin:

4 minuten leestijd

ZWOLLE - Werden de pupillen van het justitiële internaat De Dreef in Wapenveld mishandeld door de leiding? Ja, zeiden gisteren voor de Zwolse rechtbank twee ex-medewerkers van het internaat. Een ex-adjunctdirecteur en drie huidige medewerkers vinden van niet. Er viel wel eens een klap, maar dat was nodig om de moeilijk hanteerbare jongens in het gareel te houden. '

Officier van Justitie mr. D. Veurink zat meer op de lijn van de twee voormalige groepsleiders. Tegen voormalig adjunct-directeur J. A. (50) eiste hij een gevangenisstraf van tien weken, waarvan vijf voorwaardelijk. De groepsleiders P. van L. (47) en G. A. (41) hoorden acht weken voorwaardelijk en een geldboete van 2000 gulden eisen. Tegen groepsleider P. M. (43) werd vijf weken voorwaardelijk en een boete van 1000 gulden geëist. De ex-groepsleider K. van 't Z. (49) hoorde gisteren vijf weken voorwaardelijk eisen. Hij werd in mei tot drie jaar wegens ontucht veroordeeld. De groepsleiders S. J. (52) en W. R. (45) hoorden zoals gisteren gemeld vijf weken voorwaardelijk eisen.

De officier vond dat er in De Dreef structureel werd mishandeld. De grens tussen een tik en mishandeling werd volgens hem steeds vaker overschreden, „zo vaak, dat het een structureel karakter had". De klappen vielen menigmaal tijdens zogenaamde verhoren van bij voorbeeld weggelopen jongens. De dagvaarding tegen de verdachten telde 37 aanklachten, gepleegd tegen 20 pupillen. Van de 37 moest Veurink er elf laten vallen, omdat hij ze niet bewijzen kon. In totaal waren er bij Justitie 128 gevallen van mishandeling in De Dreef gemeld. Een groot deel daarvan was al verjaard.

Draai om de oren

Voormalig adjunct-directeur J. A. (50) stelde zich in een zeven pagina's tellende verklaring te weer tegen de beschuldiging dat hij de jongens opzettelijk had mishandeld. Een conflict liep wel eens uit de hand, zodat een draai om de oren niet meer genoeg was. Dan vielen er als laatste redmiddel klappen. De schade bleef echter beperkt tot wat schrammetjes, een kapotte bril of een bloedneus. En later werd het geschil altijd uitgepraat.

Ook mr. E. Hendriksen, raadsman van vier van de zeven verdachten, meende dat het geweld dat werd toepast was toegestaan. Het ging soms om lijfsbehoud van de groepsleiding. De rechtbank moest er volgens hem rekening mee houden dat De Dreef de afvalbak voor Justitie was. Jongens die Justitie nergens meer kwijt kon, kregen in Wapenveld nog een laatste kans. De Dreef probeerde hen met een doe-cultuur weer op het rechte pad te krijgen. Tot die doe-cuhuur behoorde ook de zogenaamde pedagogische tik, waarbij volgens Hendriksen ook hoort het uit het bed sleuren van jongens die er niet uit willen komen.

Succes

De aanpak van De Dreef had volgens Hendriksen, die zich baseerde op cijfers van het ministerie van justitie, meer succes in andere inrichtingen. In die inrichtingen worden de moeilijke gevallen tot zwijgen gebracht in de isoleercel en door ze plat tè spuiten. In De Dreef vras geen isoleercel en werd niet gespoten, de tik was het alternatief daarvoor, aldus de raadsman. Het succes van De Dreef zou, zo stelde Hendriksen, wel eens af kunnen hangen van de gevolgde methode.

De nu afgeschafte en hevig bekritiseerde methode was tot voor twee jaar populair bij kinderrechters en Justitie. „Staatssecretaris Kosto van justitie en zijn ambtsvoorgangers zijn op bezoek geweest. Zij zijn van alles op de hoogte gesteld, ook van de harde aanpak. Nooit is er een woord van kritiek geweest". Justitie vras buitengewoon trots op haar paradepaardje De Dreef, waar ze buitenlandse bezoekers graag rondleidde.

Hetze

Dat Justitie er nu anders over denkt, is volgens Hendriksen en de voormalige adjunct-directeur J. A. het gevolg van een hetze. Boosdoeners zijn de exgroepsleiders S. J. en W. R., die volgens A. uit rancune zouden hebben gehandeld. Zij wilden de macht in De Dreef, maar kregen die niet. Zij liepen naar de AVRO. J. en een AVRO-joumaliste zouden jongens opgespoord hebben en hen met mooie beloften tot het doen van aangifte hebben gebracht.

De raadsman meende dat zijn vier cliënten vrij moeten worden gesproken. Dat vond ook mr. E. Dommerholt, de raadsman van de voormalige adjunct-directeur. Mr. C. Korvinus vond dat de twee voormalige groepsleiders schuldig moeten worden verklaard zonder strafoplegging.

De rechtbank doet in alle zaken op 19 oktober uitspraak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.