+ Meer informatie

VALSE CHRISTUSSEN

19 minuten leestijd

Een paar maanden geleden werd ik door de redactie van A.C. benaderd met het verzoek ‘iets’ te schrijven over bovenstaand onderwerp. Het leek mij een erg moeilijk onderwerp om iets zinnigs over te zeggen. Temeer omdat mij niet duidelijk was tegen welke achtergrond de redactie de vraag, die blijkbaar uit de lezerskring was opgekomen, stelde. Nog moeilijker werd het toen bleek dat de mij ter beschikking staande bijbelcommentaren bij Math. 24 vs. 24 en Marc. 13 vs. 22 bijna niets of soms helemaal niets over ‘valse christenen’ zeiden.

Het enige positieve wat men daaruit kan afleiden, is dat het hieronder gebodene misschien niet veel is, maar wel origineel zou kunnen zijn.

1. BIJBELS KADER

1.1 De Evangeliën

De aanduiding ‘valse christussen’ wordt als woordcombinatie met ‘valse profeten’ gebruikt door de Heere Jezus in Zijn rede over de laatste dingen in Matth. 24 en Marc. 13. De Heiland spreekt over de val van Jeruzalem, met alle vreselijke gebeurtenissen die er zich zullen afspelen. In 70 n. C. zijn Zijn woorden werkelijkheid geworden. In het perspectief daarvan spreekt Hij ook over de situatie die aan Zijn wederkomst vooraf zal gaan. De machtsverhoudingen tussen de volkeren worden genoemd; ook natuurgeweld en de daaruit voortvloeiende ellende, zoals hongersnood.

Niet alleen mondiaal, maar ook op kleine schaal en zelfs particulier zal de haat onder de mensen zijn verwoestende uitwerking hebben. Bijzonder opvallend is dat als gevolg van de toenemende wetteloosheid de liefde zal verkillen. Maar als hoopvol teken wordt de voortgang van het Evangelie genoemd, dat als een getuigenis voor alle volken gepredikt moet worden. In dit kader spreekt de Heere Jezus Christus ook over de verleiding en de verleiders die zullen optreden. In Matth. 24 vs. 4, 5 waarschuwt Hij voor hen. Zij zullen zich immers voordoen alsof zij Christus zelf zijn. Die waarschuwing is niet overbodig. Want er zal propagande gemaakt worden voor diverse messiasfiguren (Mt. 24 vs. 23, 25-58). Dat heeft natuurlijk te maken met de messiasverwachting, die altijd opleeft in perioden van politieke en economische druk; ook ten aanzien van ethiek en moraal is men dan vaak het spoor bijster; en de hunkering naar de komst van een grote leider ontstaat. Een messiasfiguur. Iemand die uit de problemen helpt en een vrederijk sticht. Die zijn er in Jezus’ dagen ook geweest.

De wetgeleerde Gamaliël noemt er twee tijdens het proces waarin de apostelen in Jeruzalem terechtstonden, nl. Theudas en Judas de Galileër. Er zouden er zeker meer genoemd kunnen worden (Hand. 5 vs. 34-37).

Jezus spreekt over het optreden van valse christussen, die weliswaar grote wonderen en tekenen doen, maar slechts één doel voor ogen hebben, nl. de ware gelovigen te verleiden. Zij zijn eropuit om de gelovigen op een dwaalspoor te zetten en van Christus af te voeren. Dat ze opzienbarende dingen doen, is geen enkele garantie dat hun werk uit God is. Het maakt wel de aard van de verleiding geraffineerder. Eigentijds gezegd: het is hun binnenkomer. Hun identificatie: “Kijk eens wat die man allemaal kan. Dat moet toch wel goed zijn? Dat kan een mens toch niet van zichzelf?”

Wat is het valse van deze ‘valse christussen’?

In Joh. 5 vs. 43 tekent de Heiland de tegenstelling tussen zichzelf en die ‘valse christussen’ door te zeggen dat Hij in de naam van Zijn Vader komt; dus op gezag en volmacht van de Vader, die Hem gezonden heeft. Maar zij komen in hun eigen naam, op eigen gezag. Met de wonderen en tekenen die ze doen, hebben ze echter genoeg in huis om aanvaard te worden. De Heiland veronderstelt bij zijn hoorders een graagte waarmee zij degenen die op eigen gezag, maar met de nodige ‘geestelijke toeters en bellen’ zich aandienen, zullen aanvaarden.

1.2 De apostolische brieven

In de brieven van Paulus en de andere apostelen komen we de aanduiding ‘valse christussen’ geen enkele keer tegen. Dat wil niet zeggen dat zij in de apostolische tijd reeds waren uitgestorven en dat het een verschijnsel van voorbijgaande aard is geweest. Zeker niet, want al wordt de aanduiding niet genoemd, hun streven wordt wel duidelijk beschreven.

In de eerste plaats door Paulus in II Corinthiërs 11 vs. 3, 5 en 13-15. Hij signaleert in vs. 3-5 het gevaar dat de gelovigen in Corinthe door de verleiders, die verdacht veel weg hebben van de slang die Eva verleidde, zich laten afschepen met een andere Jezus, met een andere geest en een ander Evangelie, zonder dat ze daar last van hebben. Integendeel, ze voelen zich daar lekker bij. Een verdacht teken!

F. J. Pop zegt: “De tegenstander die Paulus hier op het oog heeft, verkondigt een Jezus, die de gelovigen zal leiden van overwinning tot overwinning; die het kruis, het lijden, de versmaadheid, de armoede vèr achter zich heeft gelaten en in zijn getuigen geen spoor van de dood meer draagt. Deze andere Jezus is aantrekkelijk om wat hij hier en nu aan zijn volgelingen biedt. Hij schenkt hun een leven vol kracht en heerlijkheid. Zij stralen zijn opstandingsleven uit door de manier, waarop zij de grote problemen van het aardse bestaan te boven komen. Bij hen geen lijden, zuchten, armoede, nood, littekens, gevangenis of iets dergelijks, maar veeleer triomferend leven, met een gulle lach, uit een onuitputtelijke overvloed” (F.J. Pop, Prediking van het Nieuwe Testament, Callenbach, 1962).

De gemeenteleden die Paulus noemt in II Cor. 11 vs 3-5, zijn de prooi waarop de valse christussen zich werpen. In vs. 13-15 wordt hun satanische aard getekend. Ze zijn schijnapostelen, bedriegelijke arbeiders die zich anders voordoen dan zij in werkelijkheid zijn. Daarin volgen ze hun meester, de satan. Hij zelf doet zich voor als een engel des lichts. Zo meester, zo knecht.

In zijn brief aan de Galaten spreekt Paulus over een ander evangelie (Gal. 1 vs. 6-9) waardoor de gelovigen zich van Christus laten afvoeren. Hun ogen worden verblind zodat zij de Christus der Schriften niet meer herkennen. In hst. 3 krijg je de indruk dat de apostel de Galaten bij de schouders pakt om ze wakker te schudden; ze zijn als het ware gehypnotiseerd. Jezus Christus, de gekruisigde, is hun gepredikt. De verzoening van de zonde door zijn offerbloed is hun enige redding geworden. Maar er zijn valse christussen gekomen, die een valse leer hebben verkondigd, waardoor de gelovigen in Galatië Christus zijn kwijtgeraakt.

Ik wijs ook op wat Johannes schrijft in zijn 1ste brief, hst. 4 vs. 1-4. Samenvattend kun je daarvan zeggen dat de boodschap van de valse christussen, of zij optreden in Korinthe, in Galatië of in Efeze, de vertolking is van de geest van de antichristus. De tegenchrist, die weliswaar op religieuze wijze zich zal manifesteren, maar die zich vertieft tegen God en tegen Christus. Zie ook II Thess. 2 vs. 3-12, Openb. 13.

De valse messiasfiguren en in hun voetspoor de valse profeten, over wie Jezus spreekt in zijn rede over de laatste dingen, stellen zich ten doel de toewijding van de gelovigen aan Christus om te buigen tot overgave aan de antichrist.

2. DRIE VOORBEELDEN

Belangrijke vraag is op welke manier wij in onze tijd met dit fenomeen te maken kunnen krijgen.

Ik probeer een antwoord te vinden. Daarbij ga ik voorbij aan de wereldgodsdiensten en ook aan diverse sekten en hun leiders. Hoewel over die laatsten heel wat interessants te zeggen zou zijn. Bijzonder ook over Nederlandse sekten en hun ‘messiasfiguren’. Hun betekenis was dikwijls gering en hun optreden zo bizar dat een gemiddeld mens toch wel inzag dat dat het niet kon zijn. Overigens bestaat er voldoende toegankelijke lectuur over.

Ik noem drie voorbeelden van religieuze verschijningsvormen waarin personen of systemen zich bewust of onbewust inzetten om mensen te misleiden en van Christus af te voeren. Als ik zeg ‘onbewust’, bedoel ik eigenlijk dat zij met blindheid zijn geslagen en dààrom niet beseffen wat ze doen.

2.1 Rooms-katholicisme

Op het eerste zal ik het uitvoerigst ingaan. Dat houdt verband met het feit dat ik onlangs een boek las van kardinaal Suenens, (emeritus) aartsbisschop van Mechelen-Brussel, over (een deel van) het leven van wijlen koning Boudewijn. Een erg sympathiek boek over de man die als de meest sympathieke koning in de herinnering van duizenden mensen voortleeft.

Je ontmoet in het boek de koning, die als mens zo dicht bij de mensen stond; de man die zo’n warm kloppend hart had voor mensen in nood; die dingen deed waar menig burger gewoon niet aan toekomt, zoals op die late herfstavond, toen hij tot algemene verbijstering van de veiligheidsmensen met z’n privé-wagen naar een apotheek in Laken reed om medicamenten te halen voor een goede kennis, die met griep op bed lag, en vervolgens zelf afleverde ten huize van de zieke. Toen hij een gebied bezocht dat door een overstroming was getroffen, ontmoette hij een bejaarde vrouw, die over haar dunne jurk alleen maar een vestje droeg. Hij liet niet per helicopter een warme jas overvliegen, nee hij deed, ondanks zijn zwakke gezondheid, zijn eigen jas uit en gaf die aan de bejaarde vrouw. En dat allemaal zonder show of iets dergelijks.

Het is ook een vroom boekje, want de hoofdpersoon was een buitengewoon vroom man. Wat zegt u ervan dat de koning ’s morgens urenlang op zijn knieën lag te bidden voor zijn volk. Hij bad om wijsheid en om de juiste woorden te mogen spreken als er een regeringsdelegatie op bezoek kwam. Toen de algemeen secretaris van de communistische partij van Hongarije met de koning de lunch gebruikte, verleide de koning in alle bescheidenheid dat hij en de koningin die ochtend lang hadden gebeden voor het land van zijn gast. Hij vond het treffend dat het juist die dag de naamdag was van de beschermheilige van dat land. De hoge bezoeker leek erg aangedaan door het getuigenis van de koning en vertelde op zijn beurt dat zijn moeder ook een vrome vrouw was, die veel voor haar kinderen bad. De economische problemen van België, de werkeloosheid en dergelijke, waren gebedsonderwerpen voor hem. Het ontroert als je leest hoe de koning bad voor de problemen op Cockerill Sambre (een scheepswerf in het Antwerpse). Veel wordt verteld van zijn zieleleven, van zijn dagelijkse eucharistievieringen, zijn langdurige gebeden, retraites en bedevaarten. Als hij op staatsiebezoek ging, werd altijd geregeld dat er een priester, zo mogelijk een Belgische missionaris, beschikbaar was om dagelijks de eucharistieviering voor de Belgische koning te verzorgen.

Merkwaardig zijn de dingen die je leest over de wijze waarop hij zijn bruid heeft verkregen. Een vooraanstaand lid van het Marialegioen, Veronica O’Brien, is daarin heel erg actief geweest. Het zou de moeite waard zijn over de gang van zaken die geleid hebben tot het huwelijk van Boudewijn en de Spaanse Fabiola, uit dit boek aan te halen.

Ik noemde het een sympathiek boek, een vroom boek ook, maar het is vooral een verwarrend boek. Want inderdaad het religieuze leven van wijlen de koning wordt uitvoerig beschreven, maar in het hele verhaal is Christus de grote afwezige. De koning bad tot God, hij bad tot Maria, hij bad tot de Geest, in enkele gevallen tot heiligen, maar niet tot Christus of in de naam van Christus. Ja, een enkele maal sprak hij Jezus aan in de hoedanigheid van zijn ‘broer’. Boudewijn verklaart dat hij zich meermalen volledig aan Maria heeft toegewijd. Van niemand anders dan van haar heeft hij zijn vrouw ontvangen. Met niemand heeft hij zo’n geestelijk-intieme verhouding als met Maria. Zij is zijn moeder met wie hij praat, bij wie hij zich veilig voelt, die over hem waakt en hem geen ogenblik uit het oog verliest. Zij is zijn krachtbron, uit haar ontvangt hij elke dag wat hij nodig heeft om religieus en maatschappelijk zijn verantwoordelijkheden op te nemen. Zij is zijn moeder en hij haar geestelijke zoon en vermits Jezus ook een zoon is van Maria zijn Jezus en Boudewijn broers. En hij spreekt z’n broer inderdaad weleens aan. Ondanks het soms ontroerende, in veel opzichten indrukwekkende uit het religieuze leven van een sympathieke koning voelt u wel aan dat je hier te maken hebt met de uiterste consequentie van de rooms-katholieke marialogie. En je hoeft niet eens tot dat uiterste te gaan om door het systeem van Rome bij Christus vandaan geleid te worden. Calvijn en de kanttekenaren bij de Statenvertaling zeiden dat de paus van Rome de antichrist is. Daar hoefden zij niet lang over na te denken. In onze tijd spreken en denken wij wat genuaneeerder. Of dat altijd winst is, laat ik maar in het midden.

Wel meen ik dat als het rooms-katholieke systeem, en in het bijzonder de Mariaverering, mensen niet naar Christus leidt, maar, integendeel, bij Hem wegvoert - en dat is wat er gebeurt -, dat je dan te maken hebt met personen die daarvoor verantwoordelijk zijn en die Jezus valse christussen noemt.

Na zo uitvoerig geschreven te hebben over het systeem van marialogie van Rome ga ik nu voorbij aan de positie van de paus in dit geheel. Hij noemt zich de stedehouder, de plaatsvervanger van Christus op aarde. Er zouden ook wel voorbeelden genoemd kunnen worden van kerkelijke dictatuur waardoor mensen niet alleen van hun kerk vervreemd raken, maar ook afwijzend komen te staan tegen alles wat met geloof en godsdienst te maken heeft.

2.2 New Age

Een ander voorbeeld dat ik noem, is de New Age Movement.

Een religieuze beweging die met haar wereldwijde netwerk in alle sectoren van de samenleving haar uitstraling heeft. In onderwijs en vormingswerk, in kerk en theologie, politiek en economie, in kunst en cultuur, in het bedrijfsleven en in de personenzorg. Het gedachtengoed van de theosofische beweging wordt erin uitgedragen. Mevrouw Helena P. Blavatski, die aan de basis staat van de theosofische beweging, leerde dat alle religies gemeenschappelijke waarheden bevatten, die elk verschil overbruggen. Dat leidt er dan ook toe dat in de New Age alle tegenstellingen worden opgeheven:

- wetenschap en occultisme komen op één lijn te staan;

- het verschil/onderscheid tussen man en vrouw mag niet langer bestaan;

- geen verschil tussen goddelijke en menselijke verlossing;

- eenheid tussen God en mens;

- geen verschil tussen goed en kwaad.

En dat alles met als doel te komen tot één wereldorde, één wereldregering, één wereldreligie en één wereldheerser.

Ik las ergens: “In de New Age Beweging voltrekt zich een synthese tussen Oosterse religies, gnosis en spiritisme, gebaseerd op esotherische, d.w.z. geheime leerstellingen, die door boodschappen van demonische geesten worden overgebracht. Van daaruit is het te verklaren dat men er alle facetten van het occultisme in tegenkomt: helderziendheid, astrologie, hypnose, ufologie, Yoga-praktijken enzovoort. Daarbij komt nog het herleefde geloof in heksen, de leer van de re’fncarnatie, de Germaanse mystiek en het pantheïsme. Daarom is er in deze nieuwe wereldorde, die door de New Age Beweging wordt nagestreefd, ook geen plaats meer voor de God van de christenen. In Zijn plaats moet Lucifer op de troon worden verheven”.

Een bekende New Age-Ieider John Price heeft verschillende malen een wereldwijde meditatie georganiseerd met 875 miljoen deelnemers om het nieuwe ‘vrederijk van de New Age’ op aarde te vestigen.

In feite zijn alle technieken en middelen de oude wegen van het herleefde heidendom, de occulte religie, de Babyloncultus. In veel New Age literatuur wordt het oude Babylon ook steeds aangegeven als het oude centrum en de bron van de tegenwoordige ideeën. Zoals in de oudheid de wereld geregeerd werd door dit rijk met astrologen, waarzeggers, zieners en dergelijke, zo wordt een wereldrijk gepropageerd met dezeltde occulte religie.

Ik zou in dit verband nog kunnen noemen het féminisme, dat onder het mom van emancipatie in de kerk een plaats zoekt in te nemen, maar dat niet anders is dan een nieuwe uiting van oud heidendom. Denk maar aan de bovengenoemde hekserij.

Ik denk ook aan het conciliair proces, waar de eenheid van vais en waar christendom wordt nagestrefd. En een vermenging beoogd wordt van christelijke en niet-christelijke godsdiensten. Hier zou ook als voorbeeld kunnen dienen het ‘oecumenisch gebed’ in Assisi, waar de paus van Rome samen met andere (niet-christelijke) godsdienstleiders een gebedsstonde hield.

Het is zorgwekkend dat veel goedgelovige kerkmensen niet meer schrikken van de programmai die de New Age groepen aanbieden. En zij zich open stellen voor het eenheidsdenken dat ook in de kerk z’n doorwerking zou moeten hebben. Om dan nog maar niet te spreken van allerlei alternatieven op het gebied van geneeskunde en voedingsleer, die voor menig kerkmens een aardige binnenkomer vormen voor het New Age denken. En bovendien, zo het al geen occulte praktijken zijn, ze bruggen slaan naar occultisme en spiritisme.

Ondertussen vergeten we dat de ‘meesters’ van dit wereldplan zich in dienst stellen van de Maytrea, de grote meester, die hun Christus genoemd wordt en die straks naar hun mening de wereldregering zal overnemen. Maar die door onze Heere Jezus een valse Christus wordt genoemd.

2.3 Toronto-blessing

Tenslotte noem ik nog het verschijnsel van de Toronto-blessing. In “Getrouw” van 3 juni ’95 door dr. J.C. Maris aangeduid als een stuk ‘charismatische verwarring’ in een Canadese kerk. Dat is de zogeheten Vineyard Church waaraan de naam is verbonden van John Wimber, de man die de charismatische vernieuwing in de protestantse wereld wil laten beleven. De Toronto ‘zegen’ wordt ontvangen door handoplegging en gaat gepaard met de meest bizarre verschijnselen. Men valt plotseling om; men krijgt lachbuien die urenlang aanhouden; anderen stoten diergeluiden uit, knorren of kakelen. Aanhoudend gillen of schreeuwen, over de grond rollen, krampachtig trillen enz. horen allemaal bij de begeleidende verschijnselen. De ‘wonderen en tekenen’ zijn niet van de lucht. In een Duits tijdschrift las ik dat men vanuit Nederland had gehoord dat ‘blaffen in de Geest’ de nieuwste charismatische rage is die wordt gepraktizeerd.

Als ik nu van alle excessen en bijverschijnselen eens de helft afdoe als zijnde overdrijving, laster en dergelijke en ik ga af op de helft van die helft, blijft er nog voldoende reden over om te vragen naar de geest waaruit deze dingen voortkomen. Rodney Howard-Browne wordt als de geestelijke vader beschouwd van de ‘heilige’ lach. Het is op z’n minst van belang te weten waar hij zijn ‘bediening’ vandaan heeft. In de zomer van 1979 was hij in Zuid-Afrika, waar hij uren van gebed besteedde voor een diepere ervaring met God. Tijdens zijn gebed zou God gezegd hebben: “Of jij komt hier en raakt mij aan, of ik kom naar jou en raak jou aan”. Hij vertelt dat plotseling zijn lichaam aanvoelde alsof het in brand stond. Hij begon onbeheerst te lachen, te huilen en in tongen te spreken. “Ik werd ingeplugged in de elektrische voorziening van de hemel, en sindsdien is het mijn grootste verlangen uit te gaan en ook anderen in de pluggen”. Het is zeker een van de meest bijzondere karakteristieken van Howard-Browne’s ‘zalving’ en de hele ‘lach-opwekking’ dat het verschijnsel onmiddellijk overdraagbaar is van de ene mens op de andere. Howard-Browne kan nu zelf ‘zalven’ en noemt zich ‘de barkeeper van de Geest’ omdat hij ‘de nieuwe wijn van de heilige lach ronddeelt’.

De ‘heilige lach-opwekking’ heet nu Toronto-blessing. Zij verspreidt zich als een lopend vuurtje - als deze uitdrukking nog kan in dit verband - over de hele wereld. Een vorig jaar verschenen video-opname draagt de titel “The laugh that was heard around the World”, een titel die helaas niet te hoog gegrepen is. Recent werd een conference -gesponsord door Toronto Vineyard - bijgewoond door 2.300 voorgangers uit vele landen. Zij waren gekomen om de blessing te ervaren; zelfs de meest sceptische predikanten werden ‘aangeraakt’ door ‘de Geest’ en namen die ‘Geest’ mee naar huis en hun woonplaatsen. Om ook daar de ‘blessing’ uit te delen.

De gave van profeteren is een belangrijk onderdeel van de Toronto-blessing. Op 27 Oktober 1994 zei Pat Robertson omtrent dit heilig lachen: “… wat deze opwekking mij zegt is dat het in een massagolf over de wereld gaat… () God zegt: Ik ben op de troon en Ik ga miljoenen aanraken en beïnvloeden. Het is wonderbaar. Ik zegen het”.

Het lijkt me niet nodig om hier meer informatie over te geven.

Bij de beoordeling van deze beweging is het duidelijk dat zij de mensen, die uit zijn op een ervaring, heel veel te bieden heeft. Het mag ook duidelijk zijn dat het bij een beoordeling niet gaat om de vormen van een vroomheidsbeleving, die kan wat mij betreft cultuurgebonden zijn. Maar het gaat om de vraag waarop het geloof is gebaseerd: is dat het Woord van God of het gezag van geestelijke leiders, door wiens toedoen men bijzondere ervaringen opdoet? Welke betekenis heeft de vraag waar in het Nieuwe Testament deze zaken worden verklaard?

Ook ten aanzien van dit fenomeen geldt dat men niet naar Christus wordt geleid. Leiders staan in het middelpunt, verschaffen zichzelf een zodanig adagium dat het zicht op de Christus der Schriften totaal benomen wordt. Verondersteld dat zij Hem zouden willen voorstellen. Want ook in dit segment van de charismatische beweging zijn het de geestesgaven en de geesteservaringen die voorrang krijgen op Christus en Zijn werk. In het charismatisch spreken over de Geest en Zijn werk in de mens blijkt het heel snel niet meer over de Geest maar over de mens te gaan.

Onlangs hoorde ik dat de uitwassen van de dwaling der Toronto-blessing zo omvangrijk zijn geworden dat John Wimber zich ervan gedistantieerd heeft.

Ondertussen blijven geestelijke leiders de aandacht opeisen voor zichzelf. En zoeken ze de stroom aanhangers groter te maken.

Maar in wiens naam komen ze?

Ik moet dit artikel afronden.

Als vierde voorbeeld had ik ook nog de nieuwe theologie kunnen noemen. En er zouden nog meer voorbeelden te noemen zijn.

Wij hebben alert te zijn op wat wordt aangeboden op de religieuze markt. Het behoort tot de taak van iedere gelovige in het algemeen en tot die van de ambtsdragers in het bijzonder om de geesten te beproeven of ze uit God zijn, want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.

Herkenningspunt? Wordt Christus verkondigd als de door God gegeven Middelaar, door Wie zondaars met de Vader worden verzoend, om Wiens werk goddelozen tot Gods kinderen worden aangenomen?

Dat moeten wij er wel op toezien dat die Christus centraal staat in de prediking en pastoraat. Want als Hij de grote Afwezige is in onze prediking en pastoraal werk, dan verlenen we, ongewild en onbedoeld, hand- en spandiensten aan de valse christussen en de valse profeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.