+ Meer informatie

Gods Woord en het gezin

6 minuten leestijd

Kerk en gezin.

Het gezin heeft een eigen verantwoordelijkheid. God heeft het in deze wereld gesteld, als de eerste geschapen levenskring. De ouders zijn rechtstreeks aan de Heere verantwoording schuldig voor al hun handelen in en met hun gezin. Dit spreekt naar twee zijden. Allereerst mogen vader en moeder hun verantwoordelijkheid niet afschuiven op een ander, ook b. v. niet op de kerk. ’k Heb een vader gekend, die de kerkeraad ter plaatse de schuld gaf, dat zijn eigen kinderen bepaald niet stijlvol gekleed gingen. Zelf waarschuwde hij niet en nam het de kerkeraad kwalijk, dat deze geen waarschuwende stem liet horen. Zonder het laatste goed te keuren, zal ieder verstaan, dat hier sprake is van afschuiven van verantwoordelijkheid.

In de tweede plaats betekent dit echter, dat anderen deze eigen verantwoordelijkheid moeten ontzien. De staat eiste in de dagen van Babels glorie geheel ten onrechte Daniël en zijn drie vrienden op. En de jaren liggen nog niet zover achter ons, dat het gezin in de branding kwam door de machtsoverschrijding van een totalitaire staat.

Ook mag de kerk nooit zo handelen. De kerk kan en mag de opvoeding van de kinderen niet overnemen. In dwingende zin en tot in de uiterste kleinigheden willen regelen van het gezinsleven door de kerk is allesbehalve in de lijn van Gods Woord. Wil dit zeggen, dat dus de kerk geen taak heeft ten aanzien van het leven in het gezin? Moet er niet gewaarschuwd worden tegen de gevaren van de geest van deze tijd, die de gezinnen bedreigen? Het zou wel dwaas zijn als uit de bijzondere verantwoordelijkheid van de ouders gesteld zou worden, dat de kerk geen taak heeft in dit opzicht en heel rustig de bijzondere zonden en gevaren van onze tijd verzwijgen kan.

De kerk heeft de opdracht ontvangen om Gods Woord te verkondigen. Dat Woord houdt geen halt voor de deuren van het huisgezin. Opmerkelijk zijn de vele vermaningen in de brieven van Paulus en Petrus voor het dagelijks leven. En deze vermaningen worden niet gegeven tot opbouw van een „wettisch” leven, maar tot betrachting in de vreze Gods. Daarbij is het even opmerkelijk, dat de apostelen niet voorbij zijn gegaan aan de tijd, waarin zij leefden. Denk b. v. aan Efeze 5, waar Paulus vermaant tot een voorzichtige wandel vanwege de boze dagen. Zeker behoort het tot een wezenlijk element van de brieven dat zij waarschuwen tegen het leven in wereldgelijkvormigheid en opwekken tot het wandelen in eenvoud en matigheid.

Binnen de eigen verantwoordelijkheid van de ouders heeft de kerk het Woord des Heeren in alle liefde en ernst te prediken. Anders zal de kerk tekort doen aan haar eigen verantwoordelijkheid tegenover de Heere, Die het maar niet toestaat, doch eist dat Zijn getuigenis óók vermanend en waarschuwend verkondigd wordt.

Het zal niet nodig zijn er op te wijzen, dat dit in de eerste plaats dient te gebeuren vanaf de kansel in iedere plaatselijke gemeente afzonderlijk. En dan ook op huisbezoek en in de catechisatie-lokalen. Daarbij tekenen we graag aan, dat we twee dingen niet bedoelen. Enerzijds geen losse vermaningen zonder verband met de gepredikte boodachap van wet en evangelie. Anderzijds geen prediking die het leven in de vreze Gods overslaat. In de bediening van Gods Woord zelf moet dit naar voren komen. Wel kan een kerkeraad in bijzondere gevallen met een apart vermaan komen tot de gemeente. Een apart vermaan behoeft echter geen los aanhangsel te zijn. Het kan ook nodig zijn, dat bredere kerkelijke vergaderingen zich uitspreken over bepaalde zonden en gevaren in het gezinsleven. En dan denk ik vooral aan de zonden en gevaren in deze tijd van welvaart. Vorige maal hebben we er enkele genoemd. Het eenvoudige leven wordt van veel zijden bedreigd. De gevaren worden algemeen. De wereldgelijkvormigheid overspoelt de gezinnen. Hebben hier de kerken in deze bepaalde situatie niet de roeping om ook gezamenlijk deze zaken te bezien en de waarschuwende stem te laten horen?

Enkele weken geleden heeft de classis Rotterdam van de Gereformeerde Gemeenten in een open brief zich gewend tot de plaatselijke gemeenten in een vermaan tegen de wereldgelijkvormigheid. Het is niet de bedoeling, dat we op deze brief in den brede ingaan. Wellicht zullen we binnen niet al te lange tijd ingaan op hetgeen in dit schrijven over de televisie gezegd wordt.

Echter willen we onze blijdschap uitspreken over dit schrijven. We hebben van deze en gene kritische klanken ontvangen. De één gaat het niet ver genoeg en de ander veel te ver. De eerste kan wel eens het slachtoffer zijn van een krantenverslag, dat alleen bepaalde zinsneden gegeven heeft. Geen kritiek voordat u kennis genomen hebt van het schrijven zoals het is uitgegaan. En wie de ernst van deze tijd verstaat zal er dan blij mee zijn.

Op zichzelf het feit, dat een bredere vergadering over deze zaken schrijft, mag al gewaardeerd worden. Het is verstaan, dat het hier gaat over dingen die algemeen doordringen. Men heeft de roeping niet ontlopen. Dan geeft deze brief er blijk van oog te hebben voor de gezinnen in deze tijd. Ook worden de zonden en gevaren bij name genoemd. Sprekend is het, dat met name de gevaren van de welvaartstijj naar voren komen. Zo lezen we over de vermateralisering van het leven: „Wij denken met name aan de vermateralisering van het leven, waardoor aan de stoffelijke dingen zo grote waarde wordt toegekend, dat Goddelijke geboden en geestelijke belangen daarvoor moeten wijken. Deze vermaterialisering openbaart zich ook in de gemeenten. Of geeft de afname van de omvang van de gezinnen ons geen reden om te denken, dat ook in de kring van onze gemeenten de invloed van de moderne levensopvattingen zich gelden laat? Zo zijn er tekenen, dat de eenvoud van het leven, gepaard met het besef van ernst en verantwoordelijkheid, teloor dreigt te gaan. In de zucht naar bezit, luxe en overdaad zijn daarvan maar al te veel bewijzen voorhanden en de wijze, waarop sommigen zich menen te moeten opmaken, openbaart een hart dat in de vreze Gods geen lust heeft”.

Het kan alleen betreurd worden, dat in de Christel. Gereformeerde Kerken nimmer de laatste jaren een open brief van een bredere vergadering ten aanzien van deze gevaren is uitgegaan. De kanselboodschap van 1953 stond nog niet midden in deze dingen. Een voorstel van de P. S. van het Oosten op de synode van 1959 onderging een droevig lot. Na bredere besprekingen ging het van de tafel af. Dit voorstel sprak van een al te gemakkelijk en kritiekloos overnemen en aanvaarden van de gewoonten en gebruiken van deze wereld en waarschuwde tegen allerlei vormen daarvan. Het ware ons beter geweest, dat het in de vorm van een algemeen getuigenis met concreter en scherper aanwijzing van de gevaren was aangenomen. Nu hebben we niets gehad!

Gaarne houden we vast aan de eigen verantwoordelijkheid van ieder. Geen ouder kan denken: geen uitspraak, dus kan ik rustig voortgaan met het bewaren van de levensinstelling dezer wereld. Tóch: mede hierdoor zijn gemeenten, kerkeraden, gezinnen vervreemd van eigen kerkelijk leven. En niet het minst om de gezinnen, om de jeugd van onze gezinnen, zouden we wensen, dat de paden van Gods Woord ook daarin bewandeld worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.