+ Meer informatie

Genetische manipulatie bij planten

Plant met ingebouwde onkruidbestrijding

7 minuten leestijd

Ons voedsel verandert. De tomaat wordt groter, rijstplantjes kleiner en sommige soorten aardappelen bloeien niet meer. Dat is niet vanzelf gegaan.Eeuwenlang hebben we aan onze voedingsgewassen gesleuteld om een hogere opbrengst van het land te halen of de smaak te verbeteren. En nu sindsenkele jaren ook de biotechnologen aan het voedsel knutselen, zijn de veranderingen spectaculair. Door middel van genetische manipulatie worden genen van de ene plant in de andere gestopt, zodat bepaalde eigenschappen worden vervangen en aangepast. Waarom gebeurt dat allemaal, wat zijn de gevaren, en kun je voedsel ook op een natuurlijker manier veredelen?

Wie aan de Engelse zuidkust in een vlaag van onbedwingbare honger een wilde koolplant zou nuttigen, kan met zekerheid op een flinke maagkramp rekenen. De bittere distel is voor consumptie immers niet geschikt. Toch is deze plant de voorloper van zeer smakelijke groentes, die wij nu boerenkool en broccoli noemen. Na eeuwenlang geduldig kruisen en selecteren hebben we nu een soort waar een prima stamppot van gemaakt kan worden. De krop sla komt voort uit een grote stekelige paardebloem, de wilde sla, die nogal giftig is. We beschikken onderhand over een uitgebreid assortiment voedsel, dat dankzij langdurige veredeling op tafel kan worden gezet. Behalve een betere smaak wilden we ook dat voedingsgewassen sneller groeiden, kleiner bleven (tegen regen en wind) of zelfs helemaal van karakter veranderden.
De "karakterologische" veranderingen kwamen tot stand, nadat de wetenschap in staat bleek erfelijk materiaal van de ene plant in de andere te stoppen. De gevolgen zijn ingrijpend.

Biotechnologie
Gemanipuleerde tarwesoorten geven nu drie maal zo veel graan per hectare als in het begin van deze eeuw. Winterwortels werden zo gemanipuleerd dat het loof tijdens het oogsten mechanisch uit de grond kan worden getrokken. Daarvoor brak het anders af. Er worden vreemde genen in planten gestopt om weerstand te bieden aan schimmels en virussen en tomaten krijgen een dikkere huid om beter en verder te kunnen worden vervoerd.
Het stekken, kruisen en selecteren is overgenomen door de industrie. Boerenslimheid en intuïtie werden vervangen door wetenschap en industrieel belang.
Nu kan de landbouw, volgens sommigen, niet meer buiten de biotechnologie. De Wageningse emeritus-hoogleraar plantenveredeHng Parlevhet ziet enorme mogehjkheden door de biotechnologie en beschouwt genetische manipulatie van groot belang voor de toekomst. Directeur Bröre van het biotechnologisch bedrijf Mogen wijst erop dat bij voedingsgewassen die ongevoelig zijn gemaakt tegen schimmels, geen pesticiden meer gebruikt hoeven te worden. „Dat willen de burgers toch. Minder gifstoffen en een beter milieu."
Dit jaar knutselden wetenschappers van het Internationale Centrum voor de Verbetering van Maïs en Tarwe (CIMMYT) een maïssoort in elkaar die goed bestand is tegen droogte en zure grond. Zo kunnen boeren op armere grond telen en hoeven er niet zo snel tropische regenwouden gekapt te worden.
Op de Filippijnen ontwikkelde het IRRI, een onderzoeksinstituut voor rijst, een nieuwe soort 'superrijst', die 25% meer belooft op te brengen dan de huidige, beste varianten.

Ecologische verstoring
Klinkt toch niet gek allemaal, zou je zeggen. Meer opbrengst, wat voordeeltjes voor de industrie en nog goed voor het milieu ook. Maar dan zijn er altijd weer critici die roet in het eten gooien en de ontwikkeling van de biotechnologie zeer kritisch en met een angstig hart volgen. Een van hen is de Lucas Reynders, hoogleraar biologie en medewerker van de stichting Natuur en Milieu.
Reynders staat bekend als een degelijke milieufilosoof, die politici regelmatig op een scherpe doch correcte manier onder vuur neemt. In zijn kleine kamertje op de Amsterdamse universiteit spreekt hij, verlegen en nauwelijks hoorbaar, over de gevolgen van genetische manipulatie. Er worden bijvoorbeeld planten ongevoelig gemaakt voor onkruidbestrijdingsmiddelen, zodat de boer het onkruid rondom de maïs of de suikerbieten ongestoord kan bespuiten. Reynders: „Dat geeft een enorme ecologische verstoring. De patrijzen zijn in ons land sterk achteruit gegaan, omdat ze van akkeronkruid afhankelijk zijn en ook korenbloemen, die dertig tot veertig jaar geleden veel voorkwamen, zijn nu dankzij het herbicidegebruik verdwenen. Op die manier verstoor je niet alleen wat er op het veld gebeurt, maar ook de hele omgeving." Ook de tabak is volgens Reynders genetisch 'gemodificeerd' om het spuiten van akkeronkruid mogelijk te maken. „Daar is dit jaar door de EG toestemming voor gegeven. Die velden worden dus steeds kaler en dat is een zorgelijke ontwikkeling. Sommige planten groeien immers alleen op akkers en op een kaal veld is absoluut geen leven meer."

Ingebouwd toxine
Maar er is ook een soort maïs ontwikkeld die tegen lichtere onkruidbestrijdingsmiddelen kan. Die maïs heeft dan een ingebouwd gen, dat daar weerstand tegen heeft. Zo kan er toch ook met minder giftige middelen gespoten worden? Reynders: „Als je last van onkruid hebt, kun je ook wiedmachines inzetten."
Maar wied-machines kunnen in het voorjaar het land niet op. Daar is het dan veel te nat, waardoor het onkruid snel ontkiemt.
„Ja, maar voor spuiten heb je ook machines nodig. Die machines zijn even zwaar. Als 't nat is kun je spuiten noch wieden. De meeste maïs zit trouwens op zand en dat is niet zo'n punt."
Hoe zit het dan met planten waar een toxine, een giftig middel, is ingebouwd, waar Mogen en andere biotechnologische bedrijven zo enthousiast over zijn?
„Er wordt geprobeerd de floridamot of andere insekten te bestrijden door bij sommige planten een biologisch bestrijdingsmiddel in te bouwen. Die plant produceert dus steeds een gifstof, waardoor dit in eerste instantie lijkt te werken tegen de insekten. Maar na een aantal jaren gaat dat niet meer op en zijn de motjes al weer ongevoelig voor het toxine geworden. En daar komt dan bij dat dit middel ook als selectief, biologisch bestrijdingsmiddel tegen allerlei insekten wordt ingezet. Dat werkt dan natuurlijk ook niet meer."

Veilig?
Biotechnologie is volgens Reynders in de eerste plaats in het belang van de chemische industrie, die de herbiciden op de markt brengen. De boer is afhankelijk van de industrie en de gevolgen van het geknutsel met het erfelijk materiaal zijn onduidelijk. Daarnaast is het onzeker of genetisch gemanipuleerd voedsel wel zo veilig is voor de consument en bestaat het gevaar dat schimmels en virussen resistent raken tegen bepaalde soorten en hele oogsten verwoesten. Zoiets gebeurde al eens in de Verenigde Staten, waar in de jaren zeventig enorme vlaktes met een moderne tarwesoort door een schimmelziekte werden aangetast. Ecologische landbouw is het antwoord op ziektes en plagen, zegt de hoogleraar. Want daar past men wisselbouw van de gewassen toe, waardoor bodemziektes verminderen. „Als heel Nederland zou overschakelen naar de biologische landbouw, dus een landbouw zonder kunstmest, pesticiden en genetische manipulatie, zou de totale opbrengst vijf tot tien procent lager zijn dan de huidige opbrengsten. Dat kan geen kwaad, want we hebben toch enorme landbouwoverschotten."

Natuurlijk verdedelen
Traditionele veredelaars zijn er helaas niet meer zo veel. In Duitsland zijn er een paar actief en in Zwitserland woont Peter Kunz, die bekend staat als een van de beste 'natuurlijke' zaadveredelaars van Europa. Kunz werkt met tarwe. Hij kruist oude rassen met moderne soorten en heeft een grote hekel aan de genetische manipulatie. Kunz: „Bij die moderne soorten wordt alle resistentie met zekerheid doorbroken. Er komen ook steeds meer ziektes bij, die eerder geen probleem waren. Bij de tarwe vinden we nu virussen, die pas twintig jaar geleden zijn ontdekt. Die zijn nu over de hele wereld verspreid."
Ziektes zijn een gevolg van de intensieve landbouw, zegt Kunz. „Door bemesting wordt de celwand van de plant dunner. Daardoor kunnen bladluizen bij het sap komen en zich beter vermenigvuldigen. Als je een prettig klimaat voor die beesten schept, krijg je ook meer virussen. En haal je het onkruid weg, dan hebben de vijanden van de bladluizen, keverlarfjes, vliegjes, die eitjes in bladluizen leggen en schimmels, geen plaats meer van waaruit ze kunnen aanvallen." De tarwe van Kunz levert minder op dan de moderne tarwesoorten. Zijn oogsten zijn wisselend en worden sterk beïnvloed door regen en wind. Zo ging het vroeger ook. Een deel van de oogst ging altijd verloren.
Maar wat bij de tarwe van Kunz overblijft is van goede en schone kwaliteit. En in z'n velden groeien de klaproos en de korenbloem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.