+ Meer informatie

Radiokerkdiensten

5 minuten leestijd

De IKON maakte recent bekend te stoppen met televisiekerkdiensten. Maar lang voor de beeldbuis was er een radio. Daarmee begon de discussie. Binnen en buiten de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk rees in de naoorlogse jaren wel protest tegen de IKOR. Niet zozeer over de vraag of een radio acceptabel was. Het betrof de koers van de zendgemachtigde. Die beviel tal van hervormd-gereformeerde predikanten helemaal niet.

De aanvaardbaarheid van de radio stond vooral binnen afgescheiden kerken -Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Gemeenten en Oud Gereformeerde Gemeenten- ter discussie. Eigenlijk is dat fout geformuleerd. Niet binnen al die kerkgemeenschappen was er sprake van gedachtewisseling over pro en contra. Menigeen wees de draadloze omroep eenvoudig af. Bij anderen was de vraag in het geding of radiokerkdiensten op zondag wel konden.

Soms gaan door kleine, schijnbaar toevallige gebeurtenissen wissels om in de geschiedenis. Ik blader wat door de acta van de generale synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Om eens wat boeiende en interessante geschiedenis boven water te halen. En tot lering.

Tijdens de synode van 1928 vroeg de particuliere synode van het noorden om een uitspraak over de vraag of "Radio-uitzending van preeken geoorloofd is; zoo ja ligt de regeling hiervan dan niet op den weg van Deputaten Inwendige Zending?" Het preadvies raadde aan deze zaak "niet Synodaal te sanctioneeren, daar zij tot de competentie der plaatselijke Gemeenten behoort. Evenmin is het gewenscht, dat de Synode uitspreke, dat de radio-uitzending van preeken zondig en dus ongeoorloofd is, evenmin op den Dag des Heeren." Velen bleken bezwaar te hebben tegen uitzending, in het bijzonder op zondag. "Men wijst op den arbeid, die er aan verbonden is, het kerkverzuim dat er door bevorderd wordt." Maar met 22 stemmen voor en 14 tegen sprak de synode uit "dat de radio-uitzending van preeken, om b.v. zieken te dienen en Evangelisatie-arbeid te verrichten, zeer zeker met zegen kan geschieden, maar dat zij die uitzending op den Dag des Heeren om velerlei bezwaren afkeurt."

De particuliere synode van het noorden vroeg in 1937 te overwegen of het besluit van 1928 niet moest worden herzien. Dat gebeurde niet. Hoe zijn de zondagse uitzendingen er dan doorgekomen?

Het rapport van de deputaten voor radiokerkdiensten vermeldde in 1947 het volgende. "De lichtstad werd op 18 Sept. 1944 van de Duitse bezetting bevrijd. Zodra dit plaats had gehad, kwam na overleg tussen het militair gezag, sectie voorlichting en de directie der N.V. Philipsfabrieken, de radiozender "Herrijzend Nederland" in de aether. De leiding van de omroep, die van meet af aan een plaats wilde geven aan godsdienstige uitzendingen, riep de geestelijken en predikanten van 6 kerken te Eindhoven bijeen, teneinde te komen tot billijke regeling der godsdienstige uitzendingen. Een voor alle kerken aanvaardbaar schema werd vastgesteld. Reeds toen kwam de kerkeraad van Eindhoven voor een moeilijke beslissing te staan. Immers, Eindhoven werd genoodzaakt een standpunt te kiezen inzake Zondag-uitzendingen, zonder dat men daarvoor ruggespraak kon houden met synodale deputaten. De kerkeraad besloot om aan de Zondag-uitzendingen deel te nemen op grond van het feit, dat: a. bij weigering daarvan de gemeente Eindhoven practisch al was uitgesloten van de doorgeving van de boodschap des Heils voor arme zondaren; b. dat de gereedmaking voor de uitzending op Zaterdag kan geschieden." Zo luidde het verslag.

En toen? Het scheen erop te lijken, aldus het rapport, dat de oude christelijke omroepverenigingen in ons land zouden worden weggevaagd. Kerkdiensten zouden dan worden geregeld door de IKOR, als poot van de Raad van Kerken. Deze eiste min of meer het alleenrecht op. Daarover had een bijeenkomst plaats met prof. dr. G. van der Leeuw, destijds minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Diverse kerken namen deel. Het resultaat was dat de Christelijke Gereformeerde Kerken van de NCRV zes kerkdiensten kregen. Op zondag.

De deputaten "geraakten in grote moeilijkheid." En "na breedvoerige bespreking hebben uw deputaten besloten om aan de uitzendingen van de kerkdiensten voorlopig deel te nemen, totdat de eerstkomende generale synode in deze belangrijke aangelegenheid een nadere uitspraak zal hebben gedaan."

Welke argumenten voerden de deputaten aan? Zij zagen weinig verschil tussen het gebruik van gas en elektriciteit op zondag en de uitzending van de dienst des Woords door middel van de radio. De deputaten achtten het vrijwillig afstand doen van deze mogelijkheid ongehoorzaamheid aan de Koning der Kerk. Het aandringen van vele zieken en ouden van dagen zagen de deputaten als een noodkreet der ellendigen, als ware het een bede om toch niet langer door te gaan met het onthouden van de evangelieprediking aan de zieken, gezien het feit dat zij verstoken waren van de openbare godsdienstoefening. De deputaten waren verder van overtuiging dat de Christelijke Gereformeerde Kerken "een positief aandeel hadden te leveren tegen deze Christelijk-Humanistische verleiding van ons volk."

Hoe liep het af? De deputaten schreven ervan overtuigd te zijn dat wat zij deden "geen regel mag zijn in presbyteriaal geregeerde kerken." Zij meenden echter dat de "bijzondere omstandigheden een beslissing in positieve geest mogelijk maakten. Uw deputaten deden dan ook de stap in het volle vertrouwen, dat de synode 1947 bovengenoemde gronden zal overnemen."

En zo gebeurde het. De synode keurde de handelwijze van de deputaten goed. "Na ampele bespreking besluit de synode het besluit van 1937, om niet mede te werken aan de uitzending van de kerkdiensten te herroepen en voortaan deze uitzendingen te verzorgen. De praeses constateert met dankbaarheid, dat dit besluit met algemene stemmen kon worden genomen."

G. Roos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.