+ Meer informatie

Nieuw landbouwbeleid van EG kan tot doorschuiven van problemen verworden

Boeren lijken er door inkomenssteun voorlopig niet op achteruit te gaan

10 minuten leestijd

BRUSSEL - De politieke kruitdamp is opgetrokken, het fanfaregeschal en tromgeroffel van (alle) overwinnaars is verstomd en langzamerhand begint men zich te bezinnen op de consequenties van het „nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid" zoals dat tien dagen geleden aan het eind van een ouderwets slopende ministerraad compleet met nachtzittingen door elf van de twaalf EG-lidstaten werd goedgekeurd. Alleen de Italianen vielen uit de boot.

Na achttien maanden discussiëren binnen de Gemeenschap bleef de basis van het voorstel van de EGCommissie overeind: van een systeem van produktiesteun naar een systeem van inkomenssteun. Het nieuwe systeem moet op den duur goedkoper zijn voor de Gemeenschap en ook minder marktverstorend, waardoor het makkelijker aanvaard wordt door de onderhandelingspartners van de zogeheten Uruguay-ronde van de GATT-onderhandelingen in Geneve over een verdere liberalisering van de wereldhandel. Onderhandelingen die sinds eind 1990 vastzitten op onoverkomelijke meningsverschillen over het Europese (EG) landbouwsubsidie-beleid. Naast de Caims-groep van veertien landbouw-producerende en -exporterende landen (aangevoerd door Argentinië en Australië) zijn de Verenigde Staten het luidruchtigst onder de critici van het Europese beleid. Men eiste een vermindering van 75 tot 90 procent van de EG-landbouwsteun. Het landbouwdossier werd verheven tot toetssteen voor succes of falen van de hele Uruguay-ronde. Wordt men het daarover niet eens, dan vervallen ook de resultaten van alle andere veertien dossiers.

Namens de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap is commissaris Andriessen verantwoordelijk voor de GATT-onderhandelingen. Al vaak heeft hij verkondigd dat het afwentelen van de help onderhandelingsronde op het overbruggen van de meningsverschillen over de landbouw, veel leek op „politieke chantage". Men kan het ook tactiek noemen. Er zijn ook in twee andere onderhandelingsdossiers nog ernstige problemen, namelijk in het dossier "toegang tot de markt(en)" en in het dossier "diensten". Bij dit laatste dossier spelen de Verenigde Staten ongeveer dezelfde rol die bij de landbouwproblemen aan de EG is toegeschoven. Maar door met veel klaroengeschal een onophoudelijk bombardement van beschuldigingen op de „halsstarrige EG" te laten neerdalen, is de regering in Washington er aardig in geslaagd om de verantwoordelijkheid voor het stagneren van de Uruguay-ronde de Europeanen in de schoenen te schuiven.

Zelfvoorzienend

Komt daarin verandering nu de Gemeenschap het eens is geworden over een radicale hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid? Die vraag is op dit moment nog moeilijk te beantwoorden. Maar eerst even terug naar dat akkoord en de daaraan voorafgaande geschiedenis, om de elementen op te sporen die nu niet meer of ten minste minder zullen werken als steen des aanstoots. Het 'oude' landbouwsysteem, dat wil zeggen het systeem dat na het seizoen 92/93 uitgediend zal zijn, was een systeem dat ontworpen was om Europa zelfvoorzienend te maken op het gebied van de voedselproduktie.

Europa was namelijk een voedselimporteur. Daaraan wilde men een einde maken, mede gezien de wisselvalligheden van de wereldmarkt. Er werd een systeem van stabiliteit ontworpen, dat boeren en consumenten moest beschermen tegen die wisselvalligheden. De consumenten ofte wel alle burgers zouden zo verzekerd zijn van een gegarandeerde en constante voedselleverantie.

Specialisatie

Het systeem bestond uit een gegarandeerde prijs voor agrarische produkten. Dat moest in tijden van schaarste woekerprijzen voor de consument voorkomen en in tijden van overvloed en lage prijzen het faillissement van boeren verhinderen. Daarnaast werd op importen een heffing gelegd, waardoor die importen „concurrerend" werden met de Europese produkten. De export zou bevorderd worden met een exportsubsidie. Die voorziening veroorzaakte aanvankelijk internationaal maar weinig deining. Europa was namelijk importeur van voedsel en geen exporteur.

Maar het systeem werkte. Werkte zelfs efficiënter na de sanering die het gevolg was van de maatregelen van EG-commissaris Mansholt, die namelijk een (regionale) specialisatie van de voedselproduktie voorstond. Laat de Nederlanders niet produceren wat de Fransen beter kunnen, en omgekeerd. Dat systeem werkte even goed als het subsidiesysteem, met als gevolg dat er een overproduktie ontstond. Geen probleem voor de boeren, die immers via gegarandeerde prijzen verzekerd waren van stabiele inkomsten.

Zo ontstonden de beruchte wijnen melkplassen en boter-, vlees- en graanbergen. Halverwege de jaren tachtig werd weliswaar besloten dit systeem te onderwerpen aan correctie-mechanismen (quota, superheffing, medeverantwoordelijkheidsheffing), maar dat systeem werkte niet of in ieder geval onvoldoende. De overschotten moesten worden opgeslagen. Dat kostte extra geld. En men moest die op den duur ook weer zien kwijt te raken. Ook dat kostte en kost nog steeds geld. Via eerdergenoemde exportsubsidies worden die overschotten namelijk tegen lage (gesubsidieerde) prijzen gedumpt op de wereldmarkt. Dat werkt marktverstorend en vormt een ernstige hindernis voor arme DerdeWereldlanden, die soms voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de inkomsten van hun agrarische export. Om hun situatie dan nog wat gecompliceerder te maken, heft de EG ook nog op importen. De bescherming is compleet en volgens de meeste GATT-onderhandelingspartners gaat de Gemeenschap hierin te ver.

Laten wij daarbij eerlijkheidshalve niet vergeten dat de landbouw in alle landen en in alle systemen wordt gesteund. Voor die steun worden altijd twee klassieke argumenten aangevoerd. In de eerste plaats moet de landbouw ervoor zorgen dat het voedsel op tafel komt. Dat is essentieel voor iedereen. In de tweede plaats is de landbouw (grotendeels) een openlucht-business. Het weer is niet te beïnvloeden of te manipuleren, dus moet men rekening houden met tegenvallers. Om die te kunnen opvangen en dan toch nog te kunnen voldoen aan de verzorgingseis voor de hele bevolking, moeten er voorraden worden aangelegd. Het zal duidelijk zijn dat voorraden een niet-winstgevende ofte wel oneconomische factor bij uitstek vormen.

Dat is de reden waarom alle regimes altijd besluiten om de landbouw op een of andere manier te ondersteunen. Maar er is natuurlijk een verschil tussen steun en protectie. Het is in Japan bij voorbeeld onmogelijk om ook maar één rijstkorrel te importeren. Argument: „Wij dienen onder alle omstandigheden zelfvoorzienend te zijn". Gevolg: totale afscherming van de markt, hetgeen in strijd is met de bedoeling van de Uruguay-ronde, die uit is op het steeds verder opengooien van alle markten.

Ook van de landbouw-markten, die sinds het begin van de Uruguayronde in 1986 voor het eerst bij GATT-besprekingen tot de onderhandelingsdossiers behoren. De GATT-problematiek en de stijgende kosten van het gemeenschappelijk EG-landbouwbeleid waren voor de Ierse EG-landbouwcommissaris MacSharry aanleiding om anderhalf jaar geleden een radicale verandering van het beleid voor te stellen. Het waren eerst gedachten, daarna plannen, daarna werden die op "papers" gezet en vlak voor het zomerreces diende MacSharry vorig jaar de concrete voorstellen in, na uitvoerige deliberaties binnen de EGCommissie.

Kern van de voorstellen was een verlaging van de gegarandeerde (afname)prijzen. Dat zou het marktverstorende element in de EG-subsidiepolitiek verminderen. Bovendien zou dat gekoppeld worden aan lagere exportpremies. Dat was de ene helft van het voorstel dat uit was op vermindering van de efficiënte landbouwproduktie binnen de Europese Gemeenschap.

Het andere element was braaklegging -het niet bewerken van land voor de produktie van voedselgewassen. Er moet minder geproduceerd worden tegen lagere prijzen.

De boeren kunnen dan dus wel inpakken? Neen, niet helemaal, er is in de plannen van MacSharry namelijk voorzien in een inkomenssteun voor die produkten die door het nieuwe systeem in de problemen komen. Zeker 90 procent van alle Europese (EG) boeren komt volgens de nieuwe regels daarvoor overigens vrijwel automatisch in aanmerking. Maar dan moeten die boeren wel 15 procent van hun terrein braak laten liggen. ledere boer? Neen, dat mag regionaal gespreid worden. Dat wil dus zeggen, dat men in een bepaalde regio de slechtste gronden uitzoekt en die (15 procent) voor braaklegging reserveert. De boeren krijgen daarvoor een hectare-inkomenscompensatie en zullen die dus, als dat regionaal wordt geregeld, onderling opsplitsen. De overige goede grond kan dan ongehinderd bewerkt worden. Door de lagere landbouwprijzen wordt de verleiding groot om door intensievere produktie ook daar het inkomen te compenseren. Een stijgende produktie kan dus het gevolg zijn.

Nieuw struikelblok

En dat kan de Gemeenschap nog steeds geld kosten, want het systeem van gegarandeerde prijzen is niet afgeschaft. Alleen zijn die prijzen verlaagd. Wel zijn de correctie-mechanismen afgeschaft. Gedurende de seizoenen 93/94, 94/95 en 95/96 zal de graanprijs dalen met 29 procent, de prijs van rundvlees met 15 procent en de melkprijs met slechts 2,5 procent. Het gevaar van overschotten blijft dus bestaan. Overschotten die opgeslagen moeten worden en ten slotte weer zullen moeten worden afgezet op de wereldmarkt. Maar gesubsidieerde afzet moet internationaal omlaag, tenminste, volgens het laatste pakket voorstellen van GATT-directeur-generaal Arthur Dunkel.

Het wachten is op de nieuwe voorstellen die de EG-onderhandelaars in Geneve zullen doen op basis van de 'nieuwe' gemeenschappelijke landbouwpolitiek. Zullen bovenvermelde verlagingen van de prijzen voor de andere onderhandelingspartners voldoende zijn? Daarin zit nog een ander potentieel struikelblok. Namelijk de inkomenscompensatie. Is die tijdelijk of is die compensatie permanent? Dat is ook veel bewindslieden -inclusief onze eigen minister Bukman- binnen de EG nog onduidelijk. Of geldt alles wat tot nu toe is besloten maar tot en met het seizoen 95/96? Volgens Arthur Dunkel zijn permanente inkomenscompensaties namelijk onaanvaardbaar.

De boerenorganisaties hebben tot nu toe gematigd gereageerd op het compromis tussen EG-Commissie en ministerraad, uitgezonderd enkele gewelddadige acties in Frankrijk. De boeren zijn eigenlijk het slachtoffer van hun eigen efficiëntie, gekoppeld aan een gunstig subsidiesysteem. Wil men een effectieve en definitieve sanering van deze sector uitvoeren, dan is het meest probate middel om de hele agrarische sector uit te leveren aan het prijsmechanisme van de vrije markt: vraag en aanbod. Maar er is geen Europees politicus die dat zelfs maar durft te suggereren. De boeren zouden massaal de straat op gaan en een commotie veroorzaken die niet in verhouding meer staat tot het economisch gewicht van hun sector. Een sector die allang van de eerste plaats is verdrongen door de dienstensector, maar boeren zijn beter georganiseerd en ook makkelijker de straat op te krijgen dan bij voorbeeld accountants, advocaten of computerdeskundigen.

Is het argument gerechtvaardigd dat de boeren van ondernemers nu 'steuntrekkers' geworden zijn, omdat zij voor.het niets doen (braaklegging) een inkomenscompensatie krijgen? Men kan zich afvragen of ook het bestaande subsidiesysteem, dat prijzen garandeert ook bij afwezigheid van een vragende markt, niet een vorm van economisch onverantwoorde steun is. Volgens de EG-Commissie gaat het nieuwe systeem de Gemeenschap in ieder geval minder kosten. Voorzichtige berekeningen suggereren dat die verwachting zeker voor de eerste twee jaar niet opgaat. Als dat inderdaad zo blijkt te zijn, wil Nederland met steun van enkele andere lidstaten dat er elders in de agrarische sector bezuinigd wordt, om de totale landbouwkosten binnen de perken te houden. Volgens de laatste EG-landbouwbegroting zou de Gemeenschap er in het huidige seizoen 92/93 voor het eerst in vele jaren in moeten slagen de landbouwkosten onder de 50 procent van het totale budget te houden... Is die prijs niet wat al te hoog?

Komt ook de stagnatie van de internationale GATT-onderhandelingen ons hierdoor niet veel te duur te staan? Volgens sommige ministers van economische zaken legt de agrarische sector een onverantwoord zware hypotheek op het onderhandelingsproces. Komen die onderhandelingen nu in beweging? EG-commissaris Andriessen spreekt deze week in Washington zijn Amerikaanse tegenspeelster, presidentieel handelsadviseur Carla Hills, minister van landbouw Madigan en minister van buitenlandse zaken Baker. Carla Hills is een charmante maar spijkerharde dame, die niet aflaat de Europeanen de schuld te geven van de GATT-stagnatie. Handig, maar of het ook terecht is, mag men zich afvragen.

Als de EG in Geneve met nieuwe onderhandelingsvoorstellen komt op basis van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid, dan blijven er, zoals hierboven vermeld, nog ernstige problemen in de dossiers "toegang tot de markt(en)" en "diensten". Vooral in het laatste onderhandelingsdossier tonen de Verenigde Staten een onbeweeglijkheid die minstens gelijkwaardig is aan de agrarische halsstarrigheid van de Europese Gemeenschap. Dat schept problemen die ernstig genoeg zijn om ook bij een doorbraak van de landbouwproblematiek de Uruguayronde toch nog te blokkeren. Zowel intern binnen de EG als in het kader van de GATT-problematiek kan men dus zeker de vraag stellen of het nieuwe landbouwbeleid een doorbraak betekent of tenslotte alleen maar neerkomt op een doorschuiven van de problemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.