+ Meer informatie

TER OVERWEGING

22 minuten leestijd

Dr. A. van de Beek, Van Kant tot Kuitert. De belangrijkste theologen uit de 19e en 20e eeuw. Uitg. Kok Kampen 2006, 256 blz., €17,50

Dit boek is een bewerking van het eerder verschenen overzicht ‘Van Verlichting tot Verduistering’ (1994). Twaalf jaar later is de inhoud geactualiseerd en de titel veranderd. Opvallend is dat een filosoof vooropstaat in een overzicht van de belangrijkste theologen uit de laatste twee eeuwen. Het markeert de grote invloed die de filosofie heeft gehad op de theologie. Het is dr. Van de Beek gelukt in korte heldere schetsen een inleiding te bieden in de denkwereld van de voornaamste theologen van de afgelopen twee eeuwen. Niet alleen theologische studenten, maar ook geïnteresseerde gemeenteleden kan ik dit boek van harte aanbevelen.

Dr. A. Houtepen, Uit de aarde, naar Gods beeld. Theologische antropologie. Uitg. Meinema Zoetermeer 2006, 415 blz., €27,50

In 1997 schreef dr. Houtepen: ‘God een open vraag’. Na zijn theologische visie op de vraag naar God gaat hij nu in op zijn theologische visie op de mens. Beide boeken vormen inhoudelijk een tweeluik. Het laat zien hoe de schrijver in de hedendaagse cultuur wil spreken over God en mens. Hij zoekt nadrukkelijk het gesprek met theologen, filosofen en andere wetenschappers. Het resultaat is een boek met rijke inhoud, waarin tal van aspecten van het menselijk leven naar voren komen vanuit de overtuiging dat in het spreken over de mens er ruimte moet zijn voor de dimensie van Gods wil en beleid en bestemming met betrekking tot mensen (p. 27). Houtepen komt op voor de gedachte dat de mens het beeld van God is, maar de kern daarvan ziet hij in ‘de passie naar het mogelijk goede’, p. 142. Het is wel duidelijk dat hij daarmee op een ander spoor gaat dan de klassieke gereformeerde theologie. Dat blijkt ook uit zijn mening dat de drie abrahamitische godsdiensten (jodendom, christendom en islam) wel eigen accenten zetten, maar in wezen goed op een lijn te brengen zijn. Toch geeft dit boek zoveel overzicht in actuele discussies over theologische antropologie, dat het niet genegeerd kan worden door allen die zich daar serieus mee bezighouden.

Allster McGrath, Dawkins’ God. Over genen, memen en de zin van het leven. Uitg. Kok Kampen 2006, 216 blz., €15,50

Alister McGrath had al een academische carrière in de natuurwetenschappen achter de rug voor hij theologie ging studeren. Bovendien was hij in zijn jeugd een overtuigd atheïst die meende dat de natuurwetenschappen voor alles een verklaring boden. Zodoende is hij niet alleen goed op de hoogte van de argumenten die evolutiebiologen hanteren op hun vakgebied, maar hij is ook in staat de grenzen aan te geven waar wetenschap overgaat in ongefundeerde beweringen. In dit boek neemt hij vooral de standpunten van de bekende evolutionist en atheïst Richard Dawkins onder de loep. Met een keur van argumenten weet hij de onhoudbaarheid van Dawkins’ standpunten aan te tonen. Daarbij gebruikt hij een goed leesbare stijl en milde humor. Misschien dat deze stof niet meteen een verbinding heeft met het werk van ouderlingen en diakenen, maar de vragen rond evolutie en schepping zijn (weer) volop in de belangstelling. Verwijzen naar goede bronnen kan gemeenteleden helpen die met vragen op dit punt worstelen. Dit boek kan dan goede diensten bewijzen.

Peter Scheele, Leverworst, communicatie en beren. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2006, 160 blz., €15,90.

Onder een merkwaardige titel — die in het boek wel verklaard wordt — schrijft Peter Scheele over communicatie in het evangelisatiewerk. De boodschap van het evangelie moet niet ‘gedropt’ worden, maar in persoonlijk contact gecommuniceerd worden. De schrijver doet uitvoerig uit de doeken hoe hijzelf daarbij te werk gaat, onder de noemer: ‘vraaggestuurde coaching’. Je bent de tijdelijke coach van iemand die jij probeert verder te helpen op weg naar God. je stelt allerlei vragen en geeft waar dat kan aanwijzingen, zodat ze zelf God ontdekken. Het boek bevat tal van voorbeelden van zulke gesprekken, maar ook een kritische evaluatie daarvan. Het boek begint en eindigt met achtergrondinformatie over en evaluatie van internetcommunicatie — veel zoekers gebruiken dit medium graag.

Er valt uit dit boek zeker te leren over mogelijkheden en valkuilen bij het gesprek. Duidelijk komt naar voren dat luisteren een aparte kunst is, èn dat we in luisteren en spreken altijd afhankelijk zijn van de Heilige Geest. Minder gelukkig ben ik met het taalgebruik hier en daar, op het platvloerse af soms. En als het gaat om het communiceren van het evangelie moet het met de inhoud daarvan natuurlijk wel goed zitten. Het gaat dan niet goed als er een algemene verzoening (geen alverzoening) wordt doorgegeven en de leer van de drieeenheid wordt gecommuniceerd op een manier waar we vanuit de belijdenis van de kerk vragen bij moeten stellen. Een boekje dat ik met gemengde gevoelens gelezen heb.

Dr. C.A. van der Sluijs, Prediking in de crisis. Over de scheiding der geesten. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2005, 200 blz., €18,90.

Dit boek van dr. Van der Sluijs, emerituspredikant van de PKN, is een uiting van diepe bezorgdheid over de geestelijke crisis waarin de prediking in de breedte van de gereformeerde gezindte verkeert, met alle gevolgen daarvan voor het geestelijk leven. Enerzijds de verstarring van de dode rechtzinnigheid, waardoor de prediking een rondvlucht wordt over het terrein van het geestelijk leven en verzandt in een tekening van schema’s. Aan de andere kant de verwarring die gesticht wordt door een evangelisch/charismatisch denken, waarbij de mens met zijn beleving centraal staat, zogenaamd vol van de Geest, maar zonder hechte band aan het Woord.

De schrijver is vlijmscherp in zijn analyse en het valt te vrezen dat hij in veel opzichten gelijk heeft. Toch moet mij wel wat van het hart over de toon van dit boek. Die is bij tijden cynisch, op het bijtende af. Komt dat omdat de schrijver zichzelf in de profetenmantel hult (titel hoofdstuk 1)? Ik had graag wat meer solidariteit in de schuld gezien. Staan àlle predikers niet beschaamd? Helemaal bont maakt de schrijver het als hij stelt dat binnen een afgescheiden gemeente per bijbelse definitie de rechtvaardiging van de vrome wordt gepreekt, want anders heeft zo’n afgescheiden kerk of gemeente geen identiteit (blz. 80). Wat de stijl betreft: er staan vele staaltjes van prachtig taalgebruik in dit boek. De schrijver is een meester in woordspelingen, maar dat gaat soms zo ver dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Graag val ik dr. Van der Sluijs bij in zijn krachtige pleidooi voor een echt reformatorische prediking van de soevereiniteit èn barmhartigheid Gods, van verkiezing èn ruim genadeaanbod. Daarbij mag het werk van de Heilige Geest in de toepassing niet ontbreken.

Ondanks de minpunten die genoemd zijn, is het goed om dit boek ter hand te nemen en naar deze indringende stem te luisteren. Dr. Martyn Lloyd-Jones (in dit geschrift meer dan eens geciteerd) zei ooit: ‘De grootste behoefte in de kerk vandaag is dat het gezag aan de kansel wordt teruggegeven’.

A. van de Beek, Toeval of schepping? Scheppingstheologie in de context van het moderne denken. Kok Kampen 2005, 259 blz., €18,50.

Tien jaar geleden publiceerde dr. A. van de Beek zijn: ‘Schepping. De wereld als voorspel voor de eeuwigheid’. In dit boek is een aantal — bewerkte — hoofdstukken uit die studie opnieuw afgedrukt, aangevuld met nieuwe hoofdstukken, waarin hij ingaat op de discussies over schepping en Intelligent Design, zoals die recentelijk in ons land gevoerd zijn en worden. Van de Beek is daar bij uitstek voor gekwalificeerd: hij is zelf behalve in de theologie, ook — en al eerder — in de biologie gepromoveerd.

Uit alles blijkt, dat hij zeer huiverig is om op strikt wetenschappelijk standpunt te spreken over een ‘intelligent ontwerp’, dat aan deze wereld ten grondslag zou liggen. De belijdenis dat God de Schepper is, moet wat hem betreft een geloofsuitspraak blijven. Van de Beek laat helder uitkomen, dat wij vanuit natuurwetenschappelijk gezichtspunt te maken hebben met een chaotisch aandoende werkelijkheid, waarin wij niet een zodanige structuur kunnen ontdekken dat we op grond daarvan tot het geschapen-zijn van de werkelijkheid kunnen concluderen. Waar in een benadering in de lijn van Intelligent Design gedacht wordt in categorieën als ‘vrijheid’ en ‘causaliteit’, worden we door geloof aangedaan in een wereld die we niet in de greep krijgen.

Van de Beeks kritiek op en vragen bij een concluderen tot een ‘intelligent ontwerp’ verdienen gehoord te worden. Mijn vraag is of het alternatief zo scherp is als hij het tekent. Wanneer we vaststellen dat we niet bij wijze van een conclusie uit onze waarneming op wetenschappelijke gronden kunnen concluderen tot Gods Schepper-zijn, blijft toch staan dat het huidige natuurwetenschappelijk onderzoek moet erkennen dat het bepaalde dingen niet kan verklaren. Het geloof in God de Schepper kan men niet meer met zoveel beslistheid van tafel vegen als men het lange tijd gedaan heeft. Het is niet niets om dat vast te stellen.

George Harinck & Gerrit Neuen (red.), Ontmoetingen met Bavinck. Ad Chartasreeks 9, Uitgeverij De Vuurbaak Bameveld 2006, 343 blz., €17,90.

De beide theologische universiteiten van Kampen herdachten in 2004 hun 150-jarig bestaan, en dat is onder meer gevierd door samen met de Vrije Universiteit een Bavinckcongres te organiseren. Herman Bavinck (1954–1921), zoon van een afgescheiden predikant, studeerde na zijn opleiding in Kampen verder in Leiden, waar hij ook de doctorstitel behaalde. Jong werd hij dogmaticus in Kampen, en schreef — naast vele andere werken — een Gereformeerde Dogmatiek, die nog altijd de moeite van het bestuderen meer dan waard is. In 1902 verliet hij Kampen om hoogleraar te worden aan de Vrije Universiteit. Daar hield hij zich minder met dogmatiek bezig, en men heeft wel beweerd dat er een breuk in Bavincks werk is tussen Kampen en Amsterdam. In deze bundel komen J. Veenhof en G. Harinck evenwel op voor de continuïteit, en Harinck memoreert dat uit de aantekeningen in Bavincks eigen exemplaar van zijn dogmatiek blijkt, dat hij ermee bezig bleef en wellicht van plan was die in een herziene versie uit te brengen.

De invloed van Bavinck heeft zich niet beperkt tot de eigen kring. P.-B. Smit laat zien dat de oud-katholieke theoloog Riekel zich verregaand bij Bavinck heeft aangesloten. De bundel bevat vele boeiende bijdragen, o.a. over Bavinck en het oorlogsvraagstuk, over zijn uitstraling naar Noord-Amerika, Italië, Korea, en — om niet meer te noemen — zijn omgang met de godsdienstwetenschap en de islam. De bijdrage van A. Wessels over dit laatste — actuele — thema biedt echter niet veel nieuws, en leunt sterk op een artikel van H. Mintjes.

Een goed initiatief, dit congres, en een prachtige bundel! Jammer, verzucht ik, dat niemand uit christelijk-gereformeerde kring heeft meegewerkt aan de herdenking van deze grote zoon van de Afscheiding!

Bernard Reitsma, Wie is onze God? Arabische christenen, Israël en de aard van God. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 293 blz., €19,90.

De schrijver van dit boek, dr. B. Reitsma, heeft bijna acht jaar in Libanon gewerkt, en was er o.a. als docent verbonden aan de Near East School of Theology in Beiroet. Die periode van wonen en werken in de arabische wereld, tussen christenen en moslims, hebben hem niet onberoerd gelaten. De ‘meest fundamentele reden’ voor dr. Reitsma om dit boek te schrijven was dat hij ‘recht van God wil spreken’ (13). Een vraag die hem daarbij hoog zit is, hoe de God van Israël, die heilige oorlogen lijkt te voeren tegen de Arabische volken, een bevrijdende God kan zijn.

Hij meent, dat er maar op één manier valt te ontkomen aan een visie op Israël, die voor de Arabier negatieve bijwerkingen heeft. Dan moet het zó zijn, dat het verbond van God met Abraham zich verwijdt, en de volken insluit. Er verschuift dan veel. Volgens dr. Reitsma heeft Jezus’ jood-zijn niet echt betekenis voor ons, maar slechts zijn unieke gezonden-zijn, zijn Messias-zijn. Met het jood-zijn van Jezus heeft ook de wet afgedaan. Dr. Reitsma kan zich wel indenken, dat een jood het feest ‘vreugde der wet’ viert, maar voor een christen doet de vreugde over het nieuwe leven in Christus de vreugde over de wet verbleken (120).

Om de Arabier te bevrijden van een God, die Israël een bijzondere plaats toekent, moet ook de verkiezing anders geïnterpreteerd worden, als enkel onderstreping van de genade. Zodoende verdampt de verkiezing als houvast voor het geloof, en geeft de menselijke reactie op Gods genade de doorslag (166).

Een boeiend en goed geschreven, maar aanvechtbaar boek. De vragen zijn terzake, maar de wijze waarop dr. Reitsma het kerkelijk belijden meent te moeten bijstellen om ‘recht van God te spreken’ verdient gefundeerde weerlegging.

Alie Hoek-van Kooten, Arja Kalkman-de Jong e.a., Het gaat nooit over. Over de verwerking van ongewenste kinderloosheid. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 127 blz., €13,50.

Wie goed luistert naar de verhalen van kinderloze echtparen, die weet dat de titel van bovenstaand helemaal klopt: het blijft altijd schrijnen, of je nu 30 of 60 bent. Het is als met alle verlies in het leven: je vindt met vallen en opstaan een weg om ermee om te gaan. Daarom is het goed dat er een boek over verschenen is, vooral in het licht van het gegeven dat er toch nog vaak sprake is van een taboe rond het onderwerp. Het is met het nodige invoelingsvermogen geschreven. Zowel de medische kant (mevr. Hoek) als de psychologische kant (mevr. Kalkman) worden breed belicht. Ik wens het in de handen van zowel kinderloze echtparen (zij zullen veel van de beschreven pijn herkennen en daardoor ‘erkenning’ vinden) als ook (en met nadruk!) in de handen van hen die daar in de kring van familie of in pastorale zin mee te maken hebben. Verwerking van de inhoud zal bewaren voor al te gemakkelijke opmerkingen wanneer men signalen van verdriet rond dit thema tegenkomt.

Mirjam van Veen, Calvijn. Uitg. Kok Kampen 2006, 187 blz., € 14,50.

Calvijn, het is voor velen nog altijd hét voorbeeld, wanneer men iets wil zeggen over so(m)berheid of benepenheid. De auteur, gepromoveerd op Calvijn en Coornhert, docent aan de VU met als opdracht algemene en Nederlandse kerkgeschiedenis, tracht dit hardnekkige beeld te doorbreken: Calvijn was een erudiete persoonlijkheid, beschikte over uitgebreide netwerken en een grote denkkracht. Dat maakte hem tot een kerkelijk leidinggevende in een tijd waarin die leiding zozeer nodig was. Zo worden Calvijns leven en gedachtegoed via bestudering van zijn geschriften getekend: het gereformeerde protestantisme ontstaat, geworteld in een diepe eerbied voor de Schriften, ook als die tegen het menselijk verstand ingaan (de predestinatie bijv.blz. 90 e.v.). Een eerlijk boek.

John Piper, Verlangen naar God. Overdenkingen van een christenhedonist. Uitg. De Banier Utrecht 2005, 375 blz., € 28,50.

Het woord hedonisme heeft voor christenen vaak een negatieve klank. Het betekent immers dat streven naar het hoogste genot het belangrijkste levensdoel is; dat klinkt ons vreemd in de oren. In dit boek laat de auteur, predikant van de Bethlehem Baptist Church in Minneapolis, echter vanuit de bijbel zien dat geluk geen bijkomstigheid is, maar dat God wil dat ieder mens zich in Hem verheugt. In die zin kan iedere christen, met vallen en opstaan overigens, als een hedonist bestempeld worden. Piper legt e.e.a. uit aan de hand van bijbelteksten en citaten van schrijvers als Augustinius, C.S. Lewis en Edwards. Hij werkt ze uit in onderwerpen als huwelijk, geld, zending en lijden. Een opmerkelijk boek, waar oprecht geprobeerd wordt de bedoeling van de Here aan de hand van zijn getuigenis weer te geven en concreet toe te passen.

H. van Dam, Een vaste grond. De Nederlandse Geloofsbelijdenis in hedendaags Nederlands, toegelicht voor jongeren. Uitg. Den Hertog Houten 2006, 127 blz., € 8,90.

Een van de drie ‘bijzondere’ belijdenisgeschriften van de kerken van de Reformatie is de NGB. Omdat de verkondiging in de leerdiensten meestal — met goede reden — naar aanleiding van de catechismus plaatsvindt, verliest de NGB aan bekendheid, zeker onder jongeren. De auteur heeft in twee opzichten goed werk gedaan: hij heeft om te beginnen gewerkt aan een duidelijke vertaling; ik vergeleek hem met de ‘nieuwe vertaling’ van de belijdenisgeschriften van 25 jaar geleden en ik zag dat er opnieuw winst geboekt is: nóg kortere zinnen, en dat zonder de inhoud geweld aan te doen, integendeel. Ten tweede is aan ieder stukje een duidelijke ‘korte verklaring’ toegevoegd, om achtergrond en betekenis voor vandaag duidelijk te maken.

Ds. W. Silfhout, Eerst de Jood en ook de Griek. De kerk in de plaats van Israël? Uitg. Den Hertog Houten 2006, 140 blz., € 13,90.

Het is een oude vraag die via dit boekje vanuit de kring van de Gereformeerde Gemeenten aan de orde wordt gesteld. De geschiedenis van deze vraag in de kerk van alle tijden wordt breedvoerig nagegaan, en vervolgens wordt inhoudelijk op de vraag ingegaan. Daarvoor gaat de Schrift open, en worden tevens vele studies die over dit thema in de kring van de gereformeerde gezindte zijn verschenen, verwerkt. Het is fijn om te constateren dat het werk van de CGK-deputaten ‘Kerk en Israël’, met name via het blad Vrede over Israël, hierbij positief wordt betrokken. Uiteindelijk komt de conclusie hierop neer dat er geen reden is om Israël terzijde te schuiven; een terechte gedachte. Daarbij komen we ook niet bij de andere klip terecht, namelijk dat Israël zonder méér toegang tot het Koninkrijk zou hebben. Zij zijn de eerst geroepenen, maar ‘in Christus moeten Joden en heidenen geworteld worden’, blz. 121. Een inzichtgevend boek, in kort bestek.

C.H. Spurgeon, Elke dag een belofte. Bijbels dagboek;

Idem, De stem van de Goede Herder. Praktische richtlijnen voor de christelijke opvoeding. Uitg. De Banier Utrecht 2006, 377 resp. 158 blz., €22,50 resp. €7,50;

Idem, Bij U schuil ik. Over lichamelijk, psychisch en geestelijk lijden. Uitg. Den Hertog Houten 2006, 103 blz., € 12,50.

Het eerste boek van de bekende baptistenpredikant is een herdruk, en is eerder bekend geraakt onder de titel ‘Het chequeboek van de bank des geloofs’. Terecht wordt in het voorwoord gezegd dat dit beeld in een tijd van elektronisch betalingsverkeer niet meer past. Daarmee wordt impliciet aangegeven van hoeveel belang het is dat ook een jonge generatie naar de diepe bijbelse gedachten van Spurgeon grijpt; terecht! Gods beloften gaan vaak pas leven in tijden van zorg en aanvechting. Dat gegeven spreekt op menige bladzijde. En dat Spurgeon daar het een en ander van wist, blijkt uit het derde hier aangekondigde boekje. Hij kende zaken als depressiviteit, eenzaamheid, ziekte, geestelijke donkerheid van binnenuit. In een aantal preken en geschriften sprak hij zich vanuit zijn hart hierover uit; daaruit is een selectie gekozen, om dit boek het licht te laten zien.

In het tweede boek wordt een aantal praktische richtlijnen gegeven voor de christelijke opvoeding. Met de nadruk op christelijk. Wij zullen niet rusten voordat onze kinderen vertrouwen op het volbrachte offer van Christus, aldus Spurgeon. Als hij over opvoeders spreekt, gaat het niet alleen over ouders, maar bijvoorbeeld ook over onderwijzers van dag- en zondagsscholen en leiders van jeugdverenigingen.

Geoffrey Stonier (red.), Thematische concordantie. Uitg. Kok Kampen 2006, 334 blz., €24,90.

In een bijbelse concordantie worden bepaalde woorden alfabetisch gerangschikt en er wordt vervolgens op een rij gezet bij welke bijbelteksten ze genoemd worden. Zo hebben we ook een concordantie op de berijmde psalmen (OB en NB), op het liedboek en op de belijdenisgeschriften. De concordantie die hierboven aangekondigd staat, volgt een andere ingang: themagewijs worden bijbelteksten bij elkaar gezet. Een voordeel daarvan is ongetwijfeld dat men zodoende niet bij iedere andere vertaling een andere concordantie nodig heeft. Bovendien zijn er bepaalde begrippen die niet letterlijk in de bijbel staan, maar wel degelijk op bijbelse lijnen gegrond zijn. Dit boek voorziet daarom in een leemte. Bij ieder woord worden bijbelplaatsen genoemd én met een enkel woord wordt de richting aangeduid waarheen die bijbelplaats wijst. Een handig boek!

S.D. Post, Smijtegelt. Bernardus Smijtegelt, leven en werken. Uitg. De Groot Goudriaan- Kampen 2006, 192 blz., €14,90.

Ds. Smijtegelt (1665–1739), voor het overgrote deel van zijn ambtsperiode woonachtig in Middelburg, is ongetwijfeld het meest bekend door zijn 145 preken over het gekrookte riet. Deze komen in dit boek ook aan de orde (blz. 133 e.v.), maar er is veel meer. Deze prediker wordt getekend in zijn politieke, kerkelijke en geestelijke betekenis. Wat de eerste twee betreft: hij schuwde de strijd niet, en gebruikte soms kwalificaties die wij vandaag niet passend zouden vinden. Maar dat was wederzijds… Wat het derde betreft, maken we o.a. kennis met zijn kenmerkenprediking. Nog altijd wordt zijn naam met ere genoemd en wordt uit zijn werk gelezen. Lezing van dit boekje kleurt de kennis daarvan op aangename wijze bij.

Dr. P. de Vries (red.), Tom Kroos, zijn weg tot God. Een moeder vertelt over het sterven van haar zoon. Uitg. Groen Heerenveen 2006, 71 blz., €7,95.

In dit verslag van het leven, het ziek zijn en het sterven van Tom Kroos — die op 22-jarige leeftijd overleed — wordt geschetst hoe God langzaam maar zeker de levensweg naar Hem toeboog. Zo vond Tom rust en kon hij sterven. Dat gebeurde niet, dan na een duidelijke worsteling over de vraag hoe hij met God in het reine zou kunnen komen. Van deze geestelijke levensweg wordt hier verslag gedaan. De geestelijke oriëntatie is te vinden in de kring van de gemeenten van eertijds de predikanten Sterkenburg en Stam, gemeenten die het verval in de toenmalige NHK met verdriet aanzagen, maar nooit de vrijmoedigheid hadden zich daar los van te maken.

J.R. Beeke, Aangaande mij en mijn huis. Het geloof gestalte geven in het gezin. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2006, 188 blz., €18,90.

Dr. Beeke is hoogleraar systematische theologie en preekkunde aan het Puritan Reformed Theological Seminary, en ook predikant van Heritage Netherlands Reformed Congregation te Grand Rapids. In dit boek breekt hij een (geheel terechte) lans voor de noodzaak dat ouders hun kinderen voorleven in het allerheiligst geloof. Men hoort onder ons steeds de roep om de noodzaak van ‘identificatiefiguren’; welnu, daarvoor kan men in dit boek uitstekend terecht. Een vlekje bij al het waardevolle dat men hier vindt, is toch wel dat de kracht van het genadeverbond (terecht op blz. 35 tussen onderschatten en overschatten getekend) niet echt doorwerkt in alles wat de auteur ter tafel brengt. Een lichtpunt is ongetwijfeld te vinden op blz. 61, waar het ter sprake komt bij de noodzaak van het gebed van ouders voor hun kinderen, maar het had meer doorgetrokken kunnen worden bij de gesprekken van ouders mét hun kinderen.

Wilhelmus à Brakel, Stil vertrouwen. Drie brieven over de opwekking tot geloof. Uitg. De Groot Goudriaan 200691 blz., €9,90.

Dit boekje verscheen eerder onder de titel Drie brieven over de opwekking tot het geloof. (Vader) Brakel (1635–1711), begonnen als predikant in Friesland, maar het meest bekend vanuit zijn langdurige Rotterdamse periode heeft naast zijn bekende boek De redelijke godsdienst nog meer geschreven. De brieven die men in dit boekje vindt, hebben een sterk praktische inslag. Ze sporen aan tot een verlevendiging van en volharding in het geloof. Dat bestaat vooral in een stil vertrouwen op God en zijn leiding. De brieven zijn voorzien van een korte inleiding van de hand van dr. C.R. van den Berg.

Drs. Alie Hoefe-van Kooten, Vonk of vuur. Als je verliefd bent… Uitg. Groen Heerenveen 2006, 171 blz., €12,50.

Dit boek is het derde deel in de serie Artios, waarin het doel gesteld wordt om publicaties te doen verschijnen die dienstbaar zijn aan toerusting vanuit de bijbel. Na een deel over de kinderdoop en over de leerdienst is dit een deeltje dat een heel ander levensgebied betreedt: dat van verliefdheid, liefde en relaties, met als uitgangspunt het eerste. Mevr. Hoek heeft al verschillende publicaties op het gebied van relaties op haar naam staan. Dit boekje is opnieuw een blijk van haar betrokkenheid op jongeren en haar wens dat dezen opbloeien in geluk, gevoed door principiële geestelijke evenwichtigheid. Zo komen verschillende momenten van verliefdheid ter sprake: de prille, de latere, de verliefdheid na een teleurstelling, de wenselijkheden (of niet) van het internet vandaag de dag. Ook het precaire onderwerp van de verliefdheid buiten het huwelijk en verliefdheid in een hulpverleningssituatie (waaronder een pastorale relatie!) wordt niet verzwegen, en dat is helaas nodig. Zo komen geluk én verdriet rond verliefdheid in beeld.

Laurens de Keyzer, Jehovah’s getuigen. Slavernij van het geweten. Uitg. Davidsfonds Leuven/Ten Have Kampen 2005, 120 blz., €14,95.

In het algemeen hebben we naast onze principiële bezwaren tegen de getuigen van Jehovah wel respect voor de enorme toewijding die zij aan de dag leggen. Wanneer men een kijkje achter de schermen kan nemen, zoals in dit boek (al eerder verscheen een boek met informatie van binnenuit), maakt dat respect plaats voor medelijden met de leden, en voor boosheid met betrekking tot de leiders van het genootschap. Immers, er is sprake van een geweldige indoctrinatie, in feite monddood gemaakt worden. Het gevolg is een geweldige aarzeling wanneer men overweegt ermee te breken: dat zal immers een grote eenzaamheid ten gevolge hebben? Dit boek doet er opnieuw ‘een boekje over open’.

H.F. Kohlbrugge, De lijdende Christus. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2006, 351 blz., €24,90.

Met grote regelmaat verschijnen de laatste tijd geschriften van ds. H.F. Kohlbrugge, de bekende prediker van Elberfeld uit de 19e eeuw. De voorliggende bundel bevat 18 preken over het lijden en sterven van Christus, uit de periode 1847–1849.. In de hem kenmerkende stijl spreekt Kohlbrugge over Hem, die als Borg voor de gelovige lijdt en sterft. De preken krijgen nog meer glans wanneer men zich de bekende uitspraak van de prediker herinnert: ‘Ik ben bekeerd op Golgotha…’.

Ds. J.T. Doornenbal, Stromen van levend water. Overdenkingen uit de Evangeliën. Uitg. Den Hertog Houten 2006, 123 blz., €13,90.

Ds. Doornenbal (1909–1975) was een geliefd prediker in de toenmalige Ned. Herv. Kerk. Zijn preken hadden zeggingskracht, niet het minst door de duidelijke uitleg en verkondiging. De twee wegen worden getekend, met de hartelijke nodiging om de ene weg van behoud te gaan, om leven te hebben in de naam van Jezus. Behandeld worden o.a. Matt. 5:9, de storm op het meer (Matt. 8), de deur wordt gesloten (Matt. 25:10), de verheerlijking op de berg (Mark. 9:2), de bruiloft te Kana (Joh. 2), de vrede (Joh. 14:27). Het lezen van deze preken verrijkt en scherpt op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.