+ Meer informatie

Zending in Rhodesia

Via Las Palmas naar Kaapstad

5 minuten leestijd

Zes november 1957 voer de „City of Carlisle" de haven van Las Palmas binnen. Las Palmas is de hoofdstad van het eiland Gran Canaria, een van de zeven Canarische eilanden, die al door de Phoeniciërs in de oud-testamentische tijd werden bezocht. Veertig jaar voor de geboorte van Christus voeren de Romeinen er heen. Pliny gaf de eilandengroep de naam Canaria, afgeleid van het latijnse woord „canis", dat „hond" betekent. De inboorlingen van deze eilanden hebben nog steeds een eigen cultuur en bezitten grote vaardigheid in het pottenbakken en het balsemen van lijken. Deze eilanden zijn zeer gunstig gelegen op de route naar Afrika. De lijnboten bunkereen hier olie, kolen en water. Zodra de „City of Carlisle" dan ook gemeerd was, begon het schip stookolie in te nemen, liefst maar 1600 ton, waardoor de boot weer 24 dagen onophoudelijk zou kunnen varen.

De passagiers konden aan wal gaan en, ofschoon het pas negen uur in de morgen was, waren de café's al vol jonge mensen. Honderden doen gewoonweg niets en hangen maar doelloos rond. Dadelijk viel het de passagiers op, dat ze in een tropische stad waren: straatvegers gebruikten geen bezem, maar maakten de straten proper door middel van palmtakken. De vrouwen hadden veel weg van de zigeuners, die van Woerden in Engeland had gezien: Ze hebben een olijfkleurige huid en pikzwart haar, dat velen los droegen, of eenvoudig in een knoop hadden opgestoken. De oudere vrouwen waren voor het grootste gedeelte in het zwart gekleed, met een grote, zwarte, driekante doek over het hoofd. De winkelbedienden spraken over het algemeen engels en Van Woerden maakte daarvan gebruik, door velen van hen een Evangelie of een tractaat uit te reiken. Het bleek, dat die mensen huiverig waren, de boekjes aan te nemen. Het is daar overwegend rooms, dus is het niet te zeggen, hoe tegen het aannemen van lektuur wordt gewaarschuwd.

In de stad waren vele nauwe straatjes met geheimzinnige, donkere, pakhuisachtige winkeltjes. Hier en daar waren deuren in de hoge muren, die toegang boden tot een tropische binnenplaats. Van Woerden ging een van deze deuren binnen en toen hoorde hij het geluid van kinderstemmen. Het bleek een school te zijn voor beeldende kunst en muziek. Het was aan alles te zien, dat het een roomse school was; ook al aan de naam „San Ignacio de Loyola at Juan E. Doreste."

Een slachthuis kon hij ongemerkt binnen gaan, zonder gecontroleerd te worden. Het was er een vuile boel, waar de minste gezondheidsvoorschriften niet eens golden. Op de straten stonden op vele plaatsen blinde, stomme en andere ongelukkige mensen loten te verkopen van de Staatsloterij.

In een brief, die Van Woerden naar huis schreef, stond te lezen:

„Ik zag een klein meisje uit het ziekenhuis komen, waar ik een praatje mee maakte. Ze kende geen frans, maar tot mijn verbazing sprak ze volmaakt engels, hoewel ze een volbloed Canarische was. Hoewel slechts een jaar of tien, zei ze dapper, dat haar papa haar engels leerde. Ik vroeg haar of ze wel van de Bijbel gehoord had. Dat begreep ze niet. „Ik bedoel Biblia Sancta" (Heilige Schrift). „Ah, wel van gehoord, maar nooit in gelezen." Ze was in de wolken met een Evangelie van Johannes in het engels, wat zij goed lezen kon. Moge de Heere in haar jonge hartje werken. Voor haar vader gaf ik haar de F.P. magazine."

Na lang zoeken vond Van Woerden die morgen de protestantse kerk. Het bleek een engelse Staatskerk te zijn. De kerk en de tuin er omheen zagen er uit als een paleis. Er waren engelse Bijbels, gebedenboeken en gezangboeken, maar de tuinman, die de sleutel had en waarschijnlijk ook koster was, kon alleen maar spaans en een paar woorden frans spreken. Ongeveer honderd-vijftig mensen komen geregeld de godsdienstoefeningen bijwonen. Van Woerden ging wel enigszins twijfelen aan het „protestantisme", clat daar zou moeten te vinden zijn, want een man, die protestant was, zoals hij zei, las de Bijbel niet, omdat die in het latijn werd gelezen. Zou ook hier Rome's invloed te merken zijn?

Om één uur zou het schip weer zee kiezen. De passagiers zorgden dus op die tijd aan boord te zijn. De volgende stopplaats zou Kaapstad zijn, dus lag er een groot gedeelte

zee voor de boeg en vermoedelijk zou er voorlopig geen land zichtbaar zijn.

De volgende morgen passeerde men de Kreeftskeerkring, de lijn, die 22% graad ten noorden van de evenaar loopt. Het sterrenbeeld Orion ziet men hier 's nachts loodrecht boven zich en ook daaraan kan men merken, dat men ver van huis af gaat. Het reizen over die onafzienbare watervlakte is eentonig: op één dag passeerde slechts een drietal vissersschepen, en voor de rest ziet men niets dan water en lucht. Voor Van Woerden was het veelal een kwelling om drie malen aan tafel te zitten om te eten met de andere passagiers. Een rijke Ier, in naam rooms, probeerde het gezelschap te vermaken met minderwaardige en soms godslasterlijke grappen. Gelukkig voor Van Woerden, dat hij een eigen hut mocht hebben. Dat was anders dan bij die jongen, lid van de F.P. kerk, en die voor zijn nummer bij de marine diende: deze jongen vertelde aan Van Woerden, dat hij soms maandenlang op het hele schip geen plaatsje had, waar hij alleen zijn knieën kon buigen. Wat wordt in die omstandigheden het ouderlijk huis gewaardeerd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.