+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

7 minuten leestijd

Trouw (I).

Jongens! we gaan samen weer eens praten. Ik heb de laatste keer het vraagstuk vaccinatie in alle eenvoud besproken en we gaan nu samen eens praten over trouw. We kennen dit woord allemaal en zrjn betekenis ook, maar zijn we allen trouw?

Ik hoop het, maar tevens vrees ik, want trouw is een deugd die op onze akker niet groeit. Tegenover trouw staat ontrouw en kijk, dat is nou een ondeugd die veilig op onze akker groeit en bloeit. Ontrouw aan Gods Woord in het paradijs deed de mens in de zonde vallen. De mens was geheel vrijwillig ontrouw. Daar was niets of niemand die hem tot ontrouw verplichtte. Hij bezat tevens de kracht om trouw te blijven, maar de mens wilde als God zijn, met gevolg, dat we nu van nature ontrouw zijn. Dat is het beginsel, waaruit we leven.

Ontrouw aan God en aan de mensen. Ik wil het nu met jullie eens hebben over de trouw aan onze naasten. We gaan daareven rustig bij zitten, want dat is een vraagstuk, vooral in onze tijd, dat de moeite nog wel waard is om hierover eens samen rustig te praten.

Misschien zijn er jongens die zeggen: „Krijgsman, daar voel ik niks voor, want heus, ik ben trouw." Ik heb geen reden hieraan te twijfelen, maar ik zou zo zeggen, is dit dan een reden om hierover eens niet te willen praten? Gezien het bovenstaande, wat in ieders hart leeft, dan geloof ik dat we er toch wel eens even bij stil mogen staan. Je zal misschien denken, is dat nu voor ons méér nodig dan voor burgerjongens. Ja en neen. Ik voel niets voor de gangbare mening dat er 2 soorten mensen zijn en wel: burgers en militairen. Wil men deze onderscheiding maken om daarmee aan te tonen dat ieder soort in een bepaald milieu leeft dan heb ik daartegen geen bezwaar, maar anders wordt het, als men met deze uitspraak bedoelt, dat de burgers behoren tot het beschaafde deel van de natie en de soldaten nou ja — dat zijn „maar" soldaten. Omgekeerd is het natuurlijk ook niet juist n.1. dat burgers netjes en fatsoenlijk „moeten" leven en soldaten die mogen wel vrijbuiteren.

Ik heb mij in mijn lange diensttijd altijd verwonderd over het navolgende. Wanneer een jongen voor de eerste maal in dienst komt, dus als burger, dan gedraagt hij zich netjes, beschaafd, ja is zelfs zeer bedeesd in z'n optreden. Doch niet zo gauw heeft hij een werkpak aan of hij vormt de massa. Ik zie opeens een andere jongen voor me. Slechter? Weineen, maar wel anders. Hij voelt nu dat hij is opgenomen in de klasse „soldaat". Geeft hem dit nu het recht om te gaan vrijbuiteren? Volstrekt niet. Wordt hem dit duidelijk aan zijn verstand gebracht, dan schrikt hij even op en velen komen gelukkig weer to^zich zelf. Veel wordt nu van de leiders gevraagd om onze jongens te behoeden voor de z.g.n. „soldaten-moraal".

Een jongen van 19 jaar die opgelost wordt in de „massa" wil ook wel eens flink zijn. Velen denken dat nu alles geoorloofd is, maar het tegendeel is waar. Groot, zeer groot, zijn de gevaren van de „massa". Het persoonlijke komt niet zo op de voorgrond als in het particuliere leven. Doch eis is jongens, dat juist nu, nu we opgenomen zijn in de massa, dat we daar niet alleen ons persoonlijke behouden, maar dat we dit ook naar voren brengen. Doen we dit niet, dan gaan we onder in de mdssa. De mens is zo gauw een kuddedier. Hij zoekt altijd de weg van de minste weerstand.

Wij vermijden zo graag het moeilijke maar volgen het gemakkelijke. Bedenk echter jongens, dat levende vis tegen de stroom in zwemt. Probeer de massa te leiden maar wees op je hoede, van door de massa geleid te worden. Wees in alles trouw aan je beginsel. Neem in kleine kring de leiding, dan kan er nog steun genoeg geboden worden. Dat geldt niet speciaal de militair, maar ook de burger. Ook die behoort tot de massa.

Het is dus niet zo jongens, dat je slecht wordt door het soldaat zijn en dat alleen dd& r maar gevaren zijn voor een fatsoenlijk leven. Als je wilt zondigen tegen Goddelijke en menselijke wetten of regels dan behoef je daar heus geen soldaat of matroos voor te zijn. Dan kun je overal terecht. Dat kun je op kantoor of fabriek, ja zelfs in Gods huis nog wel doen. Zijn dan de gevaren in dienst niet groter dan in het burgerleven?

Vast en zeker. Een geleerde heeft eens gezegd: „De omstandigheden maken de mens".

Daar zijn maar weinig mensen, die boven de omstandigheden staan. Dit is zeker jongens, als de omstandigheden veranderen, dan blijkt van iedereen, burger of militair, wie hij is. Trouw zijn aan je Vader, Moeder, meisje of vrouw blijkt pas als we van hen gescheiden zijn. In de eenzaamheid blijkt wie ge zijt! Daar zijn jongens, meisjes', vaders en moeders die thuis geprezen worden, maar als ze van huis zijn, waar niemand hen kent, dan zal het moeten blijken of ze werkelijk prijzenswaard zijn. Trouw bewijzen zonder beproeving is geen verdienste maar als de beproeving komt dan komt het er op aan om trouw te zijn en te blijven.

Ik geloof niet aan speciaal slechte soldaten of matrozen. Wij allen worden in zonden ontvangen en geboren. Daar ligt het uitgangspunt van ieder mens. Ik geloof niet dat er méér „vuil" in het soldatenleven te vinden is dan in de burgermaatschappij. Alleen in het burgerleven wordt het waarschijnlijk meer gecamoufleerd. Ik heb al eens meer aan jullie geschreven, dat er niet méér gevloekt en gespot wordt dan in de burgermaatschappij. Het leger is een spiegel van het Nederlandse volk. We vinden ze onder ons uit alle rangen en standen die je maar kunt bedenken. Ik heb in het leger een voorstelling in het klein van heel het Nederlandse volk.

Het bestaat uit Nederlandse burgers met een uniform aan. Laten w r e dit nooit vergeten jongens. We kunnen hieruit dus nooit een motief, een argument vinden alsof we een aparte kaste zouden zijn. Ook voor ons, militairen, gelden de gewone regels voor de menselijke samenleving. Daar leven we niet naast, maar ze zijn ook voor ons, ja in de eerste plaats voor ons, ten volle geldig. Onze uniform brengt bijzondere rechten aan maar ook bijzondere verplichtingen. En nu is het voor ieder mens profijtelijk dat hij meer denkt aan zijn verplichtingen dan aan zijn rechten.

Ik weet uit ervaring dat het bij ons dikwijls andersom is. Dit werpt mijn stelling echter niet om ver. Waar komt het dus op aan? Op ons verstand? Op onze kracht? Op onze afkomst? Wel neen jongens. Het komt op ons hart aan. Want dit hart regeert je leven.

Gods Woord zegt: „Behoed uw hart — want daaruit zijn de uitgangen des levens". Het komt er dus opaan of w r e trouw zijn in ons hart.

Trouw veronderstelt, dat je aan iemand verplichtingen hebt. Daar is iemand die op je rekent. Wie is die iemand? Dat zijn er velen jongens. We kunnen ons gesprek in tweeën delen en wel:

a. trouw aan God en Zijn Woord en b. trouw aan onze naasten.

Voor deze week zal ik het hierbij laten. De volgende keer D.V. hopen w r ij van elk iets te zeggen.

Ik wens jullie allen het beste.

„KRIJGSMAN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.