+ Meer informatie

DE TEMPELDIENST.

4 minuten leestijd

1 Kon. 5—8, 1 Kron. 28 en 29, 2 Kron. 2—6.

1. Voorbereidende maatregelen.

2. De tempelbouw.

2. De tempelbouw. 3. De inwijding van de tempel.

Het was David niet vergund de tempel te bouwen, maar zijn zoon Salomo.

Toch was het hem niet verboden schatten voor die tempel te vergaderen.

David had de grond gekocht waarop die tempel zou verrijzen.

De berg Moria, waar Abraham zijn zoon Izak op het altaar had gelegd.

De plaats waar de Engel des Heeren had gestaan, toen hij de engel de verderfs last gaf de plaag der pestilentie in te trekken.

De dorsvloer van Arauna, de Jebusiet.

David gaf voor de bouw van de tempel 3000 talenten gouds en 7000 talenten zilvers.

Vroeger werd het geld niet geteld in munten maar gewogen.

Zouden wij bij kerkbouw en kerkuitbreiding niet te veel tellen en te weinig wegen.

Immers wat het zwaarste is, moet het zwaarste wegen. Ook moeten we niet te veel de mensen tellen, maar de mensen wegen.

Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit.

Toen Ds Ledeboer een eenvoudig godzalig vrouwtje naar de kerk zag komen, zeide hij: (natuurlijk niet zo, dat zij het kon horen) „die telt voor tien."

Als we zo onze volle kerken eens konden wegen, wat zouden die volle kerken dan leeg zijn.

Ook had David goud en zilver, koper en ijzer, hout en marmer, sardonixstenen en allerlei kostelijke stenen verzameld.

Ook de oversten deden hun best om kostelijk materiaal te vergaderen.

Met het oog op de tempelbouw had David de Priesters en Levieten in 24 klassen verdeeld.

Zes duizend Levieten werden tot zangers aangesteld. Opperzangmeesters waren Asaf, Heman en Jeduthun.

De ere van Israëls God woog David het zwaarst.

Zouden we dat kunnen zeggen van vele Chr. Zangverenigingen ?

Zouden we de ere Gods kunnen bedoelen, als we nooit les in het zingen hebben ontvangen van bovengenoemde opperzangmeesters ?

Neen, we veroordelen het zingen op zichzelf niet, want het ware te wensen dat ons kerkgezang verbeterd werd, maar het gaat helaas meer om het kunstgenot en het kunstgevoel dan om het Soü Deo Gloria.

Salomo heeft ook de tempel niet gebouwd om zanguitvoeringen te geven, maar om de Heere te dienen naar Zijn Woord.

Salomo zou de tempel bouwen volgens het plan, dat zijn vader David hem had laten zien.

Tussen Salomo en Hiram wordt een overeenkomst gesloten voor de levering van dennenhout, cederhout en almugimhout of sandelhout.

De grootheid van het werk, dat Salomo laat uitvoeren blijkt wel uit het getal arbeiders.

Hij had 30.000 man om hout te houwen en te bewerken, voorts 70.000 lastdragers en 80.000 steenhouwers, die alles van te voren gereed maakten, zodat er by de tempelbouw geen hamerslag gehoord werd.

De gehele bouw zou in stilte plaats hebben. Ook de geestelijke tempel van levende stenen wordt in stilte gebouwd.

De stenen worden hier op aarde behakt en behouwen en straks in alle stilte opgevoerd naar de hoogte van Sion.

Bepaald groot was die tempel niet.

Ongeveer tien meter breed en dertig meter lang.

Het heilige was van het heilige der heiligen door een

zwaar voorhangsel gescheiden. In de aanspraakplaats stonden twee Cherubs van hout gemaakt, tien ellen lang met uitgebreide vleugelen, welke elk vijf ellen lang waren.

Deze Cherubs waren met goud overtogen.

Voor de tempel was een voorhuis, dat hoger was dan de tempel zelf.

Voor dit voorhuis stonden twee pilaren, Jachin en Boaz genaamd.

Jachin wil zeggen: Jehova maakt vast en Boaz wil zeggen: in Hem is kracht.

Over de kapitelen van die pilaren was een netwerk gespreid met een veelvuldig aantal granaatappelen.

De dienaren van het Evangelie hebben dat net gedurig uit te werpen met de lokmiddelen, die de Heere hen in het Evangelie geeft.

Het is een heilige kunst om mensen te vangen.

Een leraar die zielen vangt, is wijs.

Die mensen wegjaagt, is dwaas.

Wat er in die tempel werd gevonden moeten we zelf maar Onderzoeken.

Op zeer plechtige wijze heeft Salomo de tempel ingewijd.

Hij offerde 22000 runderen en 12000 schapen.

Zijn smekingen wierp hij neer op Gods grondeloze barmhartigheid.

Zijn handen breidde hij uit naar de hemel en zijn hart stortte hij uit voor Gods aangezicht.

Zijn smeekgebed was ontroerend.

Hoe staat het met ons opgaan naar de voorhoven des Heeren ?

Hoe staat het met onze offers?

Kennen wij iets van het heimwee van dien gewijden zanger: „Mijn hart roept uit tot God, Die leeft, en aan mijn ziel het leven geeft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.