+ Meer informatie

Opa en oma's feest

4 minuten leestijd

Bij het huis van opa en oma is iets te zien, iets bijzonders. Kijk maar. Zie je het niet? Zie je niet dat de vlag uit is? Daar hangt-ie: rood-witblauw. Weet je waarom? Er is feest, groot feest. Opa en oma zijn al 45 jaar samen getrouwd. En dat is lang, heel lang. Daarom zijn ze blij. Ze vieren feest vandaag. Wil je hen feliciteren? Nou, dan moet je wel in de auto stappen, want opa en oma zijn vanmorgen weggereden. Weggereden met de ooms en tantes en natuurlijk met de kleinkinderen.

Ze zijn nu bij een park, een verkeerspark. Daar wordt vandaag het feest gevierd. Kijk, daar zitten ze op een grasvlakte, opa en oma en heel veel ooms en tantes met hun kinderen.

Waar zijn Okko en Hermen? O, die zijn al aan het rondlopen. Die zijn het park aan het verkennen. Wat is er te zien? Een speeltuin, scooters en trapauto's en daar, ha, daar zijn de botsauto's. „Zullen we daar in?" vraagt Okko. Ja, in de botsauto's, dat is het mooiste.

Okko en Hermen zoeken een rode auto uit. Daar klimmen ze in. Daarna wachten ze op het belletje. Ha, daar beginnen de auto's te rijden. Maar och, hun auto beweegt niet. Boem... een andere jongen botst tegen hun aan. „Ga dan rijden", roept Hermen, „'t Wil niet", zegt Okko, „onze auto wil niet!" „Nou, dan gaan we in een andere, kom mee". Hermen springt uit de auto en wil naar een andere auto rennen. Maar opeens hup, daar wordt hij opgetild door een grote jongen. „Hé, laat me los!" schreeuwt Hermen, „ik wil in een botsauto!" „Heb jij al betaald?" vraagt de grote jongen. „Betaald, welnee, moet dat dan?" „Ja joh, eerst betalen, dan rijden!" O, de jongens kijken verdrietig. Dat wisten ze niet. „Vraag je papa", zegt de grote jongen. Hé, dat is een idee. Snel rennen de jongens naar de grasvlakte. „Pappap, mogen we geld? We willen graag in de botsauto". „Kom maar mee", zegt opa, „ik ga met jullie in de botsauto". Opa in de botsauto? Dat wordt leuk zeg! „Ik ga met jou mee", zegt papa tegen Hermen. O, nu wordt het nog leuker, Okko bij opa en Hermen bij papa in. Okko wil hard rijden, hij wil botsen. „Rustig, rustig", zegt opa. „Kijk, rijd maar rustig langs de kant. Zo, ja, goed zo". Ha, dat ziet papa. Wil opa alleen maar rustig bij de kant langs rijden? Niks hoor, hij zal opa wel pakken. Papa stuurt achter opa aan. Boem... een botsing en boem... alweer. „Goed zo!" roept Hermen. Opa probeert weg te komen maar papa crosst achter hem aan. Boem... au... dat is een andere botsing. Wie doet dat? O, daar is oom Anko met Janny. Boem... boem... au... wat een lawaai en wat een gelach. Het gaat moqi in de botsauto's. Als het belletje gaat thoeten ze er uit. „Wat zullen we nu doen?" vraagt Okko. „Laten we eens bij de boten kijken", zegt oom Anko. „Boten? Zijn er ook boten?" „Jazeker, zelfs heel veel. Er zijn brede en smalle". „Hoe heten die smalle boten?" wil Okko weten. „Dat zijn kajaks", vertelt oom Anko. „Mogen we daar in?" „O nee, die kajaks zijn niet voor kleine kinderen. Gaan jullie maar in die brede boten". „Poeh, we zijn geen kleine kinderen". „Toch gaan we daarin", zegt papa beslist.

De jongens stappen in een brede boot, samen met papa. Hoei, het wiebelt wel wat. „Stil zitten hoor!" waarschuwt oom Anko, „denk erom, anders moet ik jullie nog opvissen straks". „Haha, wij kunnen toch veel sneller. U kunt er niks van!" lachen de jongens. „Zullen we een wedstrijd doen?" vraagt oom. „Ja graag, dat is leuk!" Oom Anko zoekt een lege kajak. Voorzichtig zet hij één been erin. Hij pakt een peddel en komt langzaam vooruit. „Is het moeilijk, oom?" vragen de andere neefjes en nichtjes die kijken. „Welnee", zegt oom Anko, „gewoon stilzitten en peddelen". Tante Trinet schudt haar hoofd. „Kijk nou uit", zegt ze, „straks lig je in het water". „In het water? Kom nou". Oom Anko begint sneller te peddelen. Nu moet Okko hard trappen. Hermen stuurt. Oei, wat vaart oom snel. „Hup Okko, hup oom Anko", roepen de andere familieleden. Zij vinden het een mooie wedstrijd. Okko krijgt het warm. Zo doet hij zijn best met het trappen. Hermen stuurt de boot naar oom Anko toe. O, wat gaat het hard. Hij wint het... O ja, hij wint... Maar opeens... Wat gebeurt er? Oom Anko wiebelt plotseling... Hé, voorzichtig! Kijk uit! Hé... mis... plons...! Daar kiept de kajak om en plons... weg is oom! Tante Trinet gilt van schrik. Waar is oom Anko? Prrrr... brrr... daar duikt een hoofd op. Oom zwemt naar de kant. Hij neemt de kajak mee. A. Rietema-Hofman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.