+ Meer informatie

Kerk en catechisatie I

6 minuten leestijd

Reformatie en catechese

Het is goed dat bij de bijzondere herdenking van de Reformatie, oktober 1967, — het was toen vier-en-een-halve-eeuw geleden dat zij haar publieke openbaring kreeg — er weer nadruk op gelegd is dat deze geestelijke en kerkelijke vernieuwing aan het kerkelijke ambt zijn juiste plaats en aan de functies van het ambt hun juiste betekenis hergeven heeft.

Prediking, pastoraat, catechese en kerkelijk opzicht, alsmede de liturgische functie van de ambtsdrager kregen weer hun juiste waardering in verband met de gemeente Gods, om wier vrijmaking het tenslotte in de Reformatie gaat.

Luther en Calvijn hebben beide, als. om strijd, vooral de grote betekenis van de catechisatie uitdrukkelijk genoemd. In haar toch gaat het om de toekomst van de kerk. Dat men dit zó deed is vanuit de nieuwe reformatorische situatie volkomen begrijpelijk.

Ik wijs daarvoor op enkele punten.

1 Door de vrijmaking van de kerkelijke hiërarchie was de eenheid van de kerk gebroken. Dit eiste van de gemeente en haar jeugd dat zij wist waarom deze breuk gevallen was en bestendigd werd. Men moest weten waarom men niet meer Rooms was. Zeer sterk heeft men zich dan ook in prediking en catechese op het onderwijs van de gemeente toegelegd.

Hulpmiddelen daartoe waren de vele catechismussen die in de 16e eeuw verschenen zijn.

De spanning die door de Reformatie ontstaan was tussen Bijbel-kerk-traditie en levend geloof wilden zij begeleiden en tot de juiste oplossing brengen.

Tot op vandaag is de betekenis van sommige van deze catechismi nog groot. Men denke hier b.v. aan de onder ons bekende Heidelberger.

2 Het tweede motief voor de catechese werd gevonden in de andere visie, die de Reformatie op de genade had. Rome had de genade zo goed als alleen verbonden aan het gebruik van de sacramenten. Dit stelt de kerk en haar handelingen centraal en simplificeert het geestelijk leven. Wie de band aan de kerk bewaart en de sacramenten op tijd ontvangt en op de juiste wijze is van zijn heil verzekerd. De priester, als Gods gedelegeerde, heeft hierbij een centrale plaats.

Vanuit de Schrift leerde de Reformatie de genade geheel anders zien. Vooral het Woord is genademiddel. God spreekt de mens daarin aan. Hij moet verstaan worden als Hij daarin zegt dat het heil volkomen in Christus ligt voor wie door het geloof met Hem verbonden is. Dit vraagt om kennis van het Woord, van het werk van Christus en van de wijze waarop de Geest Gods het heil deelachtig maakt. En voor deze kennis is de prediking en de catechese absoluut onmisbaar.

De prediking, de liturgische formulieren en het bijzonder onderwijs aan de jeugd moeten deze kennis, die voor het persoonlijk geloof onmisbaar is, bevorderen. Bij dit laatste, het onderricht van de jeugd, wilde men dan de ouders, de school en de kerk betrekken.

3 Een derde motief voor de herleving van de catechese lag in het feit dat de Reformatie de gemeente weer mondig verklaard had. Zij was maar niet onderworpen aan het ambt om in onmondige gehoorzaamheid zich daaraan te onderwerpen.

Zij moet zelf horen naar het Woord Gods, zelf belijden, zelf deelnemen aan de dienst, zelf haar voorrechten en plichten als gemeente van Christus bewust zijn. Zal zij dat kunnen en daarin met vrucht en vreugde staan dan moet zij onderwezen worden opdat zij „zo langer zo meer” — een prachtige uitdrukking in onze kerkelijke geschriften — wete wat zij is en dat beleve door de genade haar gegeven. Ook met het oog hierop is onderwijs dringend nodig. En dat heeft de Reformatie in haar verschillende vertakkingen verstaan.

4 Achter het sterke accent dat de Reformatie op de noodzaak van de kerkelijke catechese legde lag een overtuiging, die hiervoor de stimulans vormde. Vanuit de H. Schrift, met name uit het O. Testament, was de overtuiging gegroeid dat het onderwijs in — en het kennen van de heilswaarheid als een poort de toegang geeft tot het heil. Het verkondigen van de Schrift, het horen daarnaar, het overdenken en memoriseren daarvan, is het middel waardoor God de harten opent en inwint voor het levend geloof. De mondelinge overgave van de openbaring Gods — en de catechese is eigenlijk niets anders — is hier dus van bijzonder grote betekenis. Vandaar dat de kerk deze moet ter hand nemen en daarin volharden. Men was er van overtuigd dat dit de weg was, waarin God de Heere zijn kerk vergaderde en haar opbouwde in het allerheiligst geloof.

Uit de genoemde motieven voor de ontwikkeling van de catechese volgde dat dit onderwijs een sterk bijbels karakter had. Niet dat in de eerste tijd de z.g.n. „bijbelse geschiedenis” de inhoud van de catechese vormde, maar de uit de Schrift opgediepte heilswaarheid kreeg alle aandacht. De voorstelling en mededeling daarvan droeg een sterk persoonlijk stempel. In verschillende catechismussen komt dit duidelijk uit.

De vraag: wat betekent het voor u, stond sterk centraal. Men denke aan onze Heidelberger. Ook ontbrak het polemisch element niet. Men had nl. de waarheid te verdedigen tegenover hen, die zich ook op de Schrift beriepen, maar deze op eigen manier hanteerden, in strijd met de Schrift zelf.

Zo vindt men in de catechismi afwijzing en bestiijding van specifiek Roomse opvattingen.

Niet minder afgewezen werden de Doperse gedachten, die in de eerste eeuw na de Reformatie grote ingang hadden gevonden. Ook stond men tegenover een liberaliserende opvatting. Ook daartegen verzette men zich al komt dit niet zo sterk uit in de catechetische boeken en boekjes. Dat laatste is misschien wel te betreuren, want daardoor heeft men niet van meetaan scherp genoeg onderkend de gevaren van de humanistische tendenzen, die later grote verwoesting hebben aangericht.

Zo ontstond in en na de Reformatie een catechese, die een groot verschil vertoonde met de manier waarop b.v. in de Middeleeuwen onderricht gegeven werd, voorzover dit dan nog plaats had.

Dat onderwijs bestond meestal in het inprenten van de z.g.n. getallenseries. Deze bestonden uit: de 10 geboden, de 12 artikelen, de 6 beden van het Onze Vader, de 7 sacramenten, de zeven hoofdzonden, de 7 gaven des Geestes, etc.

Voorzover in deze reeksen bijbelse elementen liggen nam de Reformatie deze op in haar catechismi maar besprak ze en liet de rijkdom ervan zien voor het geloof. Zo is b.v. de Heidelbergse catechismus voor een groot deel bespreking van de 12 artikelen, van de 10 geboden en van het Onze Vader. Op deze manier maakte men de traditie weer echt levend.

Wanneer wij deze betekenis van de Reformatie voor de catechese zien moeten wij daarvoor zeer dankbaar zijn en beseffen dat ons daarin een rijk pand ter bewaring is toebetrouwd. Bovendien moet ons duidelijk zijn dat de ambtelijke arbeid hierbij een grote verantwoordelijkheid heeft. Daarover nader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.