+ Meer informatie

EMANUELS ONDERTROUW

4 minuten leestijd

10.

Als de bruid de brief van Emanuel ontvangt en leest, komt zij tot de volgende ontboezeming. Och, wat overkomt mij, is dit een briefje van

Emanuel? Verwaardigt Hij mij nog op mijn verzoek te antwoorden, daar toch mijnschrift zo uitnemend slecht geschreven en zo lelijk bevlekt was, zodat het veeleer diende verscheurd dan dus gunstig beantwoord te worden?

Ach, hoe is’t mogelijk, dat Emanuel dus onbegrijpelijk goed is? En dat aan mij, die zo onbegrijpelijk schuldig en mismaakt ben en die aanstonds wederom in de vuilste en booste ondeugd zou neerstorten, indien mij Emanuel niet Zelf bij de hand houdt. En mij echter aan te nemen tot Zijn zuster en bruid en dat terwijl Hij er duizend ter rechter- en tienduizend ter linkerhand in een eeuwige rampzaligheidlaat nederstorten.

O, wat wonder. Onbegrijpelijk, ja eeuwig wonder! W aarlijk het gaat niet alleen mijn begrip, maar zelfs mijn geloof te boven, en wie zou het ook geloven? Indien Hij Zelf mij niet deed geloven en mij niet deed zien, dat dit Zijn antwoord met het Woord der waarheid overeenstemde, en mij deed gevoelen, dat mijn hart in deze Zijn liefdesontmoeting, wederom in wederliefde tot Hem werd uitgelokt.

En immers zal mijn liefdeloos hart noch een verbijsterende razernij, veel minder die boze Beelzebul mijn hart in liefde tot Emanuel uitlokken noch mij lust doen krijgen om Hem te gehoorzamen. Neen, neen, het Woord der waarheid verzekert ons, dat alien, die zich tot de Heere voegen om Hem tot knechten te zijn en om de naam des Heeren lief te hebben, Hij die ook zal brengen tot Zijn heilige berg en hen verheugen zal in Zijn bedehuis. Ik wil dan noch mijn ongeloof noch die bedrieger een plaats geven, noch mij daarmee ophouden om mij wederom Emanuels liefde te doen verdenken. M aar, opdat ik mij aan de hoogste ondankbaarheid niet schuldig maak en verdere genade van Emanuel ontvange om Hem eeuwig te lieven en getrouw te zijn, zo wil ik Hem een briefje tot betuiging van mijn dankbaarheid toezenden, benevens een verzoek om Zijn gedurige liefde en hulp. Och kon ik zulks maar doen met de diepste eerbied en hartelijkste toegenegenheid.

De bruid schrijft ook een brief van dankzegging aan Emanuel. Dat is de zevende. Deze luidt als volgt:

O, aanbiddellijke, hooggeduchte en allerbeminnelijkste Emanuel. Dewijl het u heeft behaagd Uw vrije en standvastige liefde aan mij (de alleronwaardigste) te betuigen, zo bid ik, dat het u toch believe deze weinige letters (met welke ik mijn dankbaarheid betuig) met een gunstig oog in te zien. Immers heb ik niet anders aan U op te dragen. W aarlijk, ik ben duizendmaal geringer dan al deze trouw, en ik zou U wel duizendmaal vragen, o beminnelijke Emanuel, waarom hebt Ge dus gunstig op mij gezien?

Maar ik weet, dat Gij dat alleen om Uws zelfs wil doet, omdat Ge lust hebt, om de rijkdom Uwer genade in de allerellendigste te verhogen. Nu dan, dankzij Uw Vader en U, ja duizendmaal, ja eeuwig zij U en Uw Vader de eer en de heerlijkheid en de dankzegging. Ziedaar, Emanuel, daar is mijn ziel en mijn lichaam, met al wat ik ben en wat ik heb, ik draag het U op tot een dankoffer enneem het toch aan tot Uw eigedom, wees voor nu en eeuwig volkomen Heere en Eigenaar van alles en handel met mij en het mijnenaar Uw genadig welbehagen. Laat mij maar verwaardigd zijn om U en Uw Vader grondig te kennen, hartelijk lief te hebben, tederlijk tevrezen en in alles al mijn dagen oprechtelijk te gehoorzamen en in dat alles gedurig meer en meer toe te nemen.

Vergeef mij genadiglijk al mijn misdaden en bijzonder ook, dat ik, nadat Gij mij in Uw liefde had believen te ontmoeten, die Uw zo tedere standvastige liefde ben gaan verdenken, hebbende het ongeloof plaats gegeven en de bedrieger het oor geleend.

Ei, beminnelijke Emanuel, laat mij toch door de dwang van Uw liefde bewaard worden, dat ik nooit tot zulke dwaasheid mag wederkeren, en laat toch niet toe, dat mijn oude vrijers ooit meer op mij aankomen, en als ze kwamen, dat ik hen nooit mocht te woord staan, maar dat ik hen aanstonds met ongenoegen mag aanzien en dadelijk afwijzen en nooit meer de wereld in enig ding gelijkvormig zij, maar dat ik U steeds in liefde zo mag aankleven, dat het in al mijn gedrag openbaar worde, dat ik U alleen heb verkoren tot mijn Bruidegom en M an en dat al mijn lust en genoegen alleenlijk dit is U genoegen te geven en dat ik geen andere zin heb dan alleen Uw zin te doen.

De bruid gaat nog verder, maar dat moet wachten tot een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.