+ Meer informatie

New Foundland anders dan rest van Canada

DE WERELD ROND 198

3 minuten leestijd

De laatste Canadese provincie is meteen ook de vierde Atlantische: New Foundland. Dit gewest lijkt op het eerste gezicht weinig te verschillen met Nova Scotia. Prince Edward Island en New Brunswick. Ook hier veel bos met de daarbij ontstane houtverwerkende industrie en visserij. Bij een nadere beschouwing is New Foundland echter een apart geval.

De provincie is ongeveer tien maal groter dan Nederland en telt nog geen zeshonderdduizend inwoners. De bevolkingsdichtheid bedraagt 1,5 per vierkante kilometer. De werkloosheidcijfers zijn sinds de Tweede Wereldoorlog hoog opgelopen en liggen dichtbij de twintig procent! Daarbij komt nog dat de lonen en het levenspeil lager liggen dan in de rest van Canada.

Deze koele gegevens bedoelen niet te zeggen dat de Newfoundlanders daarom ongelukkig zijn. Duizenden houden zich nog steeds bezig met de visserij. Naast hun kleurrijke twee verdiepingen hoge huizen bezitten zij een stukje grond waarop de eigen groente wordt geteeld. De lucht is er schoon. Bovendien treft men hier vrijwel niet de zakelijke, met vierkante stratenplannen uitgeruste typisch Noordamerikaanse stedelijke nederzettingen aan. De dorpen bieden een gezellig rommelig patroon dat men wellicht een beetje kan vergelijken met oorspronkelijke vissersnederzettingen in ons land. Al met al bezitten de wat armere Newfoundlanders nog dingen die men in de dichtbevolkte rijkere Canadese geïndustrialiseerde gebieden mist.

Ouderwets taalgebruik

Terwijl bovendien bijna alle andere gewesten een bonte mengelmoes aan bevolkingsgroepen hebben is de opbouw van de Newfoundlandse samenleving erg homogeen. Het overgrote deel (94%) is oorspronkelijk afkomtig van de Britse eilanden (77% Engels, 2% Schots en 15% Iers). De rest is voornamelijk van Franse afkomst. De meeste Newfoundlanders wonen op het gelijknamige eiland. De rest woont op Labrador, een stuk vasteland dat aan Quebec grenst. Het is opvallend dat ze, door de geïsoleerde Ugging van het gebied, dialecten spreken die afwijken van het Engels dat door de meeste Canadezen wordt gesproken. Het bhjkt nog altijd veel elementen te bevatten van de taal die in het westen van Engeland in de zeventiende (!) eeuw werd gebezigd. Mede hierdoor wordt er in de rest van Canada vaak wat spottend over de Newfoundlanders gesproken. Men maakt over hen grappen zoals dat in ons land over de Belgen wordt gedaan.

De meeste Newfoundlanders zijn werkzaam in de visserij en in de bosbouw of houtverwerkende industrie. Een erg vette boterham leveren deze activiteiten echter niet op. Door het ontbreken van vruchtbare grond is ook de landbouw niet al te sterk ontwikkeld. Veel belangrijker is de mijnbouw geworden. Vooral de enorme voorraden ijzererts in het westen van Labrador worden op het ogenbhk aangetroffen. Ook op het eiland New Foundland, zelfs in onderzeese mijnen bij de hoofdstad Saint John's, wordt ijzererts gewonnen. Er zijn echter nog veel meer delfstoffen, zoals koper, lood, zink, zilver en goud.

Olie onder zeebodem

De hoop op een betere financiële toekomst voor dit verafgelegen en (doordat er veel uit de rest van het land ingevoerd moet worden) dure deel van Canada is voor een deel gericht op de forse hoeveelheden gas en aardolie die zich buiten de kust bevinden. Aan de wimiing ervan zitten nogal wat haken en ogen zodat New Foundland er niet op korte termijn rijk van zal worden. De hoeveelheden zijn echter groot genoeg om de provincie op een hoger plan te brengen. Dat wordt intussen ook al geprobeerd door de opwekking van elektriciteit door waterkracht in dit vochtige en met sterk wdsselende getijden toebedeelde gewest. Door deze goedkope energie hoopt men meer industrieën aan te trekken die de zieltogende hout- en visbedrijven kimnen vervangen.

Nederlanders vindt men nauwelijks in New Foundland. Gemeenten van vaderlandse kerkgenootschappen zijn er volgens onze informaties dan ook niet. De inwoners van deze prachtige met een ruige natuur gezegende provincie zijn overigens in naam wel bijna allemaal kerkeüjk. Een derde deel behoort tot de Roomskatholieke kerk, iets kleiner is het aandeel van de Angücanen. Een kwart is lid van de United Church of Canada terwijl de rest tot het Leger des Heils of de Pinksterbeweging behoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.