+ Meer informatie

Natuurmonument roept tierende mens halt toe

5 minuten leestijd

Een monument is volgens Van Dale ,,een overblijfsel van vroegere cultuur, kunst, nijverheid of wetenschap". Over het algemeen wordt hierbij gedacht aan waardevolle, oude gebouwen, die laten zien 'hoe het vroeger was'. Al bijna een eeuw is ook het woord natuurmonumenten ingeburgerd. Dat zijn ,,mooie en vaak biologisch waardevolle en karakteristieke stukken natuur waarvan het behoud verzekerd dient te worden".

Waar komt die enigszins merkwaardige naam voor beschermde natuurgebieden eigenlijk vandaan? De oorsprong ervan ligt bij de verwerving van het oudste natuurmonument: het Naardermeer. Vorige maand was het precies negentig jaar geleden dat het als eerste natuurgebied werd aangekocht.

Het gemeentebestuur van Amsterdam wilde eertijds die 'waardeloze plas' dichtstorten met haar huisafval. Dat was een pracht oplossing. De plas lag immers dichtbij en na het dichtmaken ervan kon het terrein in cultuur worden gebracht. Wie dacht in die tijd aan iets anders?

Van Eeden

Aan het eind van de vorige eeuw ijverden Heimans en Thijsse al voor het behoud van de natuur. Zij stimuleerden met hun geschriften anderen, die oog kregen voor de waarde van natuurgebieden. Ook zagen zij dat doeltreffende bescherming nodig was, om grote verliezen te voorkomen. In 1899 werd de Nederlandsche Vereniging tot Bescherming van Vogels opgericht en in 1901 de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging.

De biologische rijkdom van Nederland beleefde in het laatste kwart van de vorige eeuw haar hoogtepunt. Daarna ging het snel bergafwaarts. Frederik van Eeden, de vader van de auteur van "De Kleine Johannes", was een van de eersten wie dat opviel. Hij was een rasechte wandelaar, maar genoot ook als plantkundige van de toen nog rijk geschakeerde flora.

In de beschrijvingen van wat hij zag, klinkt steeds weer zijn bezorgdheid over de achteruitgang van de natuur door. Zo schreef hij over de duinen, waar de bloemrijke duinpannen werden verwoest door aardappelakkers ,,het beeld van de etende en nimmer verzadigende armoede"- en hoe ,,het liefelijke, zwijgende rijk der planten moet plaatsmaken voor dat van den woelenden en tierenden mensch".

'Mallen naam'

In de tijd van Van Eeden was het laatste stuk oerbos in ons land, het Beekbergerwoud, nog niet verwoest. In zijn beschrijving ervan noemt hij het een bos dat ,,als monument van de voormalige natuur van ons land niet minder waarde had dan oude gebouwen voor de geschiedenis van de vaderlandsche kunst".

Toen in 1905 een groep natuurminnaars in Artis vergaderde, om te komen tot de oprichting van een vereniging voor de bescherming van de natuur, koos men voor de door Van Eeden genoemde naam Natuurmonumenten.

Thijsse schreef later in zijn album "Het Naardermeer": ,,Eerst vonden de menschen dat een heel mallen naam en ik zal ook niet zeggen, dat iemand, die nooit van die dingen gehoord heeft, uit dien naam dadelijk zal opmaken met wat voor schoone zaak hij te doen heeft".

Oerwoud

Voor de bescherming van het Beekbergerwoud kwam de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten te laat. Daar werd de laatste boom al in 1871 gerooid. Dat bos zou als een uniek monument van onze vroegere natuur steeds meer waarde hebben gekregen. De aanduiding natuurmonument was daarvoor beslist passend.

Dit laatste Nederlandse oerwoud ging teloor in een tijd waarin men zoveel mogelijk landbouwgrond wilde bezitten. Tegenwoordig wordt die met zoveel zorg bewerkte grond op veel plaatsen weer aan de natuur teruggegeven.

Ook bij Beekbergen tracht men weer een natuurlijk bos tot ontwikkeling te brengen. Het is daar nog steeds een ideaal gebied voor een moerasbos. De groei daarvan vraagt echter veel tijd. Het zal bovendien nooit gelijk worden aan het oerbos uit de vorige eeuw.

Merenmoeras

Een monument moet meer dan gewone waarde hebben om voor bescherming in aanmerking te komen. Dit blijkt al uit de definitie van het woord. Dat gold zeker voor het Naardermeer. Thijsse werd er in 1891 op attent gemaakt door Engelse ornithologen, die hem op Texel ontmoetten. Zij hadden de unieke vogelrijkdom van die plas ontdekt.

Vanaf 1894 zwierf de natuurpionier vaak op het meer, want hij wilde een schoolkaart van de omgeving van Amsterdam maken. Die is echter nooit klaargekomen, maar Thijsse genoot wel van de karakteristieke flora en fauna van het meer.

Toen in 1912 zijn album "Het Naardermeer" verscheen, schreef hij in het voorwoord: ,,Dat is het beroemdste merenmoeras van ons land en van heel West-Europa, want er leven diersoorten die je haast nergens elders in deze streken aantreft. Iedereen weet, waar het ligt en de meeste Nederlanders sporen wel een- of meermalen er door, want de drukste spoorbaan van het land kruist het in zijn geheele breedte".

Beroemd

De eerste bezitting van de Vereniging Natuurmonumenten is vooral een bijzonder gebied doordat het een van de oudste en echte meren van ons land is. De meeste Nederlandse plassen zijn ontstaan door afgraving voor turfwinning, maar de plas bij Naarden moet haar oorsprong hebben in de ijstijden. In het jaar 900 werd het reeds als Utermeer genoemd. Pas omstreeks 1500 werd de naam De Naerder Meer in documenten vastgelegd.

Het Naardermeer is vooral beroemd geworden door drie soorten vogels: de lepelaar, de aalscholver en de purperreiger. Ook de karakteristieke flora heeft aan die roem bijgedragen. Tussen 1905 en nu is er echter veel in ongunstige zin veranderd. Ook is haar roem overschaduwd door de jonge, maar zeer waardevolle Oostvaardersplassen. Maar het Naardermeer blijft een zeer belangrijk en bijzonder bezit van de Vereniging Natuurmonumenten.

Waardevolle natuur

Een aantal eigendommen van de vereniging draagt de naam monument met recht. Oude buitenplaatsen en parken zijn immers overblijfselen van een vroegere cultuur. In de aanleg daarvan heeft de mens een groot aandeel gehad. Andere bezittingen zijn stukken waardevolle natuur. Waar die nog een oorspronkelijk karakter hebben, past de naam monument ook. Het Naardermeer blijft het monument van de daadkracht van enkele enthousiaste mannen. Aan hen hebben wij het te danken dat veel waardevolle natuurgebieden niet aan 'de woelende en tierende mens' zijn opgeofferd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.