+ Meer informatie

VERKIEZING VAN AMBTSDRAGERS

4 minuten leestijd

In A.C. van april 1978 werd onder de titel „De bestuurbaarheid van de gemeente” o.a. iets geschreven over de verkiezing van ambtsdragers en het vragen van „ontheffing”. Hierop werden enkele gewaardeerde reacties ontvangen en op een paar punten daarvan wil ik nog even ingaan.

Wie is tot deze dingen bekwaam?

Dat een gekozen en benoemde broeder, nalezende wat t.a.v. het ambt door Paulus aan Timotheus geschreven werd of ook wat in het bevestigingsformulier te lezen Staat, tot deze vraag kan komen, ben ik zeker met een briefschrijver eens.

Dit zal echter niet mogen leiden tot het vragen om „ontheffing”. Nog altijd wordt bij de bevestiging gevraagd: „Zijt gij in uw hart overtuigd, dat God Zelf u door Zijn gemeente tot deze heilige dienst geroepen heeft?” Een kerkeraad zal dit natuurlijk alleen maar kunnen vragen als men bij de kandidaatstelling enz. eerlijk en op verantwoorde wijze tewerk is gegaan, maar zal dan een weifelende broeder die met werkelijk ernstige vragen zit, erop mogen wijzen dat daarom de gemeente in het gebed na de bevestiging ook vraagt: „....verleen hun meer en meer wat zij in hun bekering nodig hebben schenk hun Uw genade...” Dit wordt niet zó maar gevraagd want er is aan voorafgegaan: ,Aangezien niemand van ons de bekwaamheid hiertoe van zichzelf heeft....” Het geloof en de wetenschap dat Hij Die roept, getrouw is en het ook doen zal, zal dan ook moeten leiden tot een gewiliig aanvaarden van die roeping.

Verantwoorde wijze

Ja, dat moet er wel bijgezegd worden, want het stellen van kandidaten is en blijft voor de kerkeraad een verantwoordelijk werk. Voordat men daartoe overgaat zullen predikanten en ouderlingen hun aantekeningen van huisbezoeken echt nog eens moeten raadplegen, zo zij die althans maken. Bij zulke gelegenheden blijkt duidelijk, hoe noodzakelijk het is dat ambtsdragers „hun wijk” kennen. Die kennis komt ons niet maar zo aanwaaien, ook niet met één huisbezoek per jaar. Maar daarover werd reeds eerder geschreven. Door dit kennen zullen teleurstellingen wel niet helemaal worden uitgesloten doch wel tot een minimum beperkt kunnen worden.

Leeftijdsgrens

Hoewel ik dit woord slechts terloops noemde, werd er toch op gereageerd en blijkt de grens van 65 jaar hier en daar toch in het vizier te komen. Een broeder schreef dat er soms redenen voor kunnen zijn, maar dat we „als regel” die weg toch niet op moeten. Hij schreef erbij dat hij zelf aan die leeftijd nog niet toe is. Dit ter geruststelling van hen die mochten menen dat het iemand is die zeker „wil blijven zitten”.

Leest u eerst nog eens na in welk verband ik dit noemde (17e jaargang no. 4). Nu, ik geloof ook niet dat we daar een regel van moeten maken. Niet alleen omdat daardoor de kerkeraad geen „doorsnede” van de gemeente meer zou zijn maar ook omdat ervaring en kennis en mankracht als onbruikbaar aan de kant gezet zouden kunnen worden.

Als iemand zijn tijd niet zou weten, móet er over gesproken kunnen worden en dat kan zelfs gelden voor iemand beneden de 65 jaar. Maar als b.v. deputaten op hun 69e jaar nog voor herbenoeming in aanmerking komen zodat zij tot hun 72e jaar op een veel breder terrein dan dat van de plaatselijke kerk kunnen meewerken en de mogelijkheid tot benoeming in verschillende landelijke organisaties ophoudt bij 72 jaar, dan zal een kerkeraad zich toch echt nog wel eens moeten bezinnen voor een dergelijk besluit genomen zou worden.

Het is, dacht ik, voor een kerkeraad alleen maar gunstig als één of enkele leden niet meer bij het dagelijks werkproces betrokken zijn en derhalve gelegenheid hebben om eens wat extra aandacht te schenken aan het bezoeken van zieken en bejaarden. Vaak komt het pastorale werk niet voldoende tot z’n recht (vooral in een vakante gemeente) en zo zijn er meer werkzaamheden waar jongere ambtsdragers met nog volledige dagtaak niet aan toekomen, ook al zullen deze er voor moeten waken zich nu ook maar van dit werk ontslagen te achten. Bejaarden b.v. vinden het fijn om ook jongere mensen, dus ook hun wijkouderling of diaken te ontvangen.

Bezinning

Wanneer briefschrijver tenslotte aandringt op gedurige bezinning op deze en andere punten, dan wil ik de noodzakelijkheid daarvan graag onderstrepen. Vooral is dat nodig omdat steeds weer andere broeders tot een ambt geroepen worden, soms ook voor het eerst en het is mee daarom dat in „Ambtelijk Contact” wel eens over zaken geschreven wordt die al eerder aan de orde zijn geweest.

Een andere, zeker niet minder effectieve methode zou kunnen zijn om b.v. met enkele „genabuurde” kerkeraden eens een zgn. praatavond te houden. Daar behoeft dan geen „spreker” voor te komen. Er is vast wel iemand in eigen kring te vinden die in staat is om de onder u levende vragen kort in te leiden. Als dan iedereen z’n best doet om aan de bespreking deel te nemen dan leert men elkaar in een bepaalde regio ook wat beter kennen, hetgeen dan weer nuttig kan zijn voor b.v. het werk op een classis- of andere kerkelijke vergadering. Denk er eens over na.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.