+ Meer informatie

DE VERHOUDING WOORD EN HEILIGE GEEST

22 minuten leestijd

I. INLEIDING EN VERKENNING VAN HET VELD

1.1 Aartsluitend bij de vooraankondiging.

Het spreken over de Heilige Geest heeft in deze tijd de wind mee! Er waait veel van over de oceaan richting Europa. We horen van Toronto blessing en Willow Creek. Missen de traditioneel gereformeerde kerken op dit punt de boot? Komt de Geest onder ons tekort? Dat zijn wezenlijke vragen, die we ook op de huisbezoeken tegenkomen. Op deze conferentie willen we met elkaar rond een open Bijbel zoeken naar grondlijnen, vooral met betrekking tot ‘de verhouding tussen Woord en Geest’. Daarmee beogen we niet alleen (theologische) bezinning, maar ook praktische toerusting. Als ambtsdragers mogen we immers in de kracht van de Heilige Geest onze dienst ten volle verrichten.

1.2 Grondbeginselen

‘Het moet vooral praktisch zijn’, zo valt alom te horen; dat is voor velen wel het allerhoogste goed! De verleiding is in deze tijd dan ook groot om in te gaan op allerlei trends die zich voordoen in het spreken over de Heilige Geest en Zijn gaven. Je kunt dan een enorme discussie opbouwen over de gaven van de Geest, allerlei uitingen daarvan in het persoonlijk en in het gemeentelijk en kerkelijk leven. Als we dat vandaag zouden doen, dan zouden we (snel) kunnen blijven steken in een bezinning op en discussie over Symptomen. Graag willen we op een dag als deze met elkaar wat verder proberen te komen. Daarvoor is allereerst een fundamentele bezinning nodig op de grondbeginselen. Het basisonderwijs is onmisbaar.

We moeten dan ook de zaken in de juiste verhouding blijven zien en ons niet op een verkeerde wijze laten leiden door ‘de waan van de dag’. Het is van alle eeuwen dat mensen over het algemeen zich meer aangetrokken voelen tot het spectaculaire dan tot het ‘gewone’. Dat treffen reeds in het Nieuwe Testament aan. Twee voorbeelden:

1.2.1 Jezus’ werk

Tijdens de omwandeling van Jezus op aarde, blijken velen diep onder de indruk te zijn van zijn wonderen, genezingen en vermenigvuldiging van de broden e.d. Dat is toch geweidig, hoe Hij afrekent met ziekte en demonie; hoe Hij in materiële noden voorziet! Dat is onze man!

Men wil Jezus (vooral) als Wonderdoener vasthouden! We vinden dat reeds getekend in Mk. 1 na de avond waarop Jezus de schoonmoeder van Petrus en vele anderen genezen had. Jezus’ gebed in de vroege morgen daarop volgend wordt onderbroken door Petrus die komt aankondigen: ‘allen zoeken U’ (Mk. 1 : 37). Let echter op het antwoord van Jezus: de Heiland roept op tot vertrek naar elders. De motivatie is helder (zie Mk. 1 : 38b; vgl. hierbij Luk. 4 : 42-44): ‘opdat ik ook daar predike, want daarvoor ben Ik uitgegaan’. In de synagoge van Nazareth wordt ons de spanning getekend tussen de verwachtingen van zijn volksgenoten en de boodschap van Jezus. In Luk. 4 lijkt het aanvankelijk of de boodschap aangenaam in de oren klinkt (Luk. 4 : 22), maar ze horen de prediking niet. Ze zijn sterk gefixeerd op het zien van daden, als door Jezus in Kapernaüm verricht. En het gebeuren in Nazareth eindigt in de verwerping van Hem die gezonden is met de Geest van de Here. De lijdende Knecht en zijn prediking moeten tot zwijgen worden gebracht!

1.2.2 Paulus’ bediening

Een tweede belangrijke lijn is te vinden bij de apostel Paulus. Meer dan eens is het apostolaat en de prediking van Paulus in diskrediet gebracht door mensen, die een veel spectaculairdere boodschap hadden en zelf in hun optreden wel iets voorstelden... in tegenstelling tot een onbeduidend mens als Paulus. Hij heeft er niet aan willen toegeven om zich te laten verleiden tot het brengen van ‘een aangepast evangelie’. Voor hem was de boodschap van kruis en opstanding in al zijn hoekigheid en haaksheid onopgeefbaar! (1 Kor. 1 en 2; vgl. 2 Kor. 11:1-6). Paulus wist persoonlijk ook van de bijzondere gaven van de Geest, maar was uiterst beducht voor verkeerde accenten, die de aandacht van de hoofdzaak zouden afleiden.

Lees daarom te midden van de huidige discussies ook 1 Kor.14 : 18-19: ‘Ik dank mijn God dat ik meer dan u allen in tongen spreek. In de gemeente echter wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand om ook anderen te onderwijzen, dan tienduizend woorden in tongentaal.’ Dat is een verhouding van 1:2000! Een sterke uitdrukking om alle accent te laten vallen op datgene waar het dus op aan komt in de christelijke gemeente. Dat wat anderen mogelijk verachten als ‘basisonderwijs’ is voor Paulus absolute hoofdzaak!

Paulus weet persoonlijk van kentekenen van een apostel (zie hiervoor zijn verweer in 2 Kor. 12 : 11 en 12; vgl. ook 1 Kor. 9 : 2): ‘Paulus is in niets minder geweest dan zij die zich bij uitstek apostelen noemen...’ Dan kan hij vervolgens stellen: ‘De kentekenen van een apostel zijn onder u werkelijkheid geworden in alle volharding, in tekenen en wonderen en krachten.’

Maar Paulus en zijn gaven vormen niet het fundament! Het gaat niet om de boodschapper met diens kwaliteiten of tekorten. Dat is in feite verraad aan het evangelie. Als we 1 Kor. 15 lezen wordt volkomen helder waar het om ging en waar het ook nu om gaat; lees de verzen 1 en 2 maar! Met die boodschap van het Evangelie staat of valt alles, dat gold toen en dat geldt thans.

De boodschap van de Opgestane staat centraal: ‘Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb...’ (zie 1 Kor. 15 : 3 e.v.). Die boodschap is onopgeefbaar! (vgl T.M. Hofman, Doorgeven of opgeven? De opstandingsboodschap van 1 Korintiërs 15, Apeldoorn 1998).

2. HET FUNDAMENT

Voor het thema dat vandaag onze aandacht vraagt, is het Evangelie naar Johannes van beslissend belang. In Joh.14 :15-31 besteedt de Heiland ruime aandacht aan de verhouding tussen Hemzelf en de Trooster, alsmede aan de relatie met de Vader.

In Joh.16 : 5-15 komt uitgebreid het werk van de Heilige Geest aan de orde. Wie de Geest is en wat Hij doet, wordt niet aan onze inventie overgelaten, maar is aan ons geopenbaard!

2.1 Persoon van de Heilige Geest

Trooster:

Als we in Joh.14 :16 lezen over Jezus’ gebed tot de Vader om een andere Trooster te geven, Die eeuwig bij de discipelen blijft, klinkt daarin continuïteit door met het werk van Jezus Zelf. Jezus is Trooster, de Heilige Geest een andere Trooster.

Zending door de Vader: in Joh. 14 : 24 horen we dat de Vader de Zoon gezonden heeft; die lijn loopt voor de Heilige Geest door in Joh. 14 : 26 waar van de Heilige Geest gezegd wordt ‘Die de Vader zenden zal in Mijn Naam...’.

Er is sprake van een innige trinitarische relatie tussen Vader, Zoon en Geest. Daarbij is o.a. Joh. 14 : 26 heel sprekend. De Vader zendt de Trooster in de Naam van de Zoon. Joh. 15 : 26 vestigt het accent op het werk van de Zoon in de zending van de Trooster: ‘Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid. Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij geringen.’ Dit zijn grondlijnen voor persoon en plaats van de Heilige Geest. Wie deze basale gegevens terzijde laat, loopt het grote risico een eigen invulling te gaan geven aan de Heilige Geest.

(vgl. o.a, Udo Schnelle, ‘Johannes als Geisttheologe’, in: Novum Testamentum Vol. XL, Jan. 1998, 17-31).

2.2 Het werk van de Heilige Geest

2.2.1 Geen vrije geluiden, maar de trinitarische boodschap spreken/verkondigen:

Ook hier valt ons de diepe eenheid op met het werk van de Vader en de Zoon. Bijzonder accent in het werk van de Zoon krijgt het spreken. Hij heeft de wil van de Vader bekend gemaakt. Voor de leerlingen/volgelingen van Jezus komt het er dan ook op aan dat zij in liefde zijn ‘woord bewaren’(Joh. 14 : 23m), dan volgt ‘en Mijn Vader zal hem liefhebben’. Uit het directe verband blijkt dat Jezus niet zomaar eigen woorden spreekt. We lezen immers in Joh. 14 : 10: ‘Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, die in Mij blijft, die doet de werken.’(vgl. o.a. ook Joh. 10 : 38 over het ‘zijn in de Vader’; voor die diepe eenheid zie ook Joh. 17 : 21: ‘opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.’). In die lijn ligt ook Joh. 14 : 24b ‘...en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.’ (vgl. Joh. 14 : 10; 7 : 16; 8 : 28; 12 : 49).

Dan loopt voor het werk van de Heilige Geest deze lijn overtuigend door naar Joh. 16 : 13. ‘Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid; want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.’ (voor het niet van Zichzelf spreken door de Zoon zie ook Joh. 12 : 49).

Dat spoort helemaal met Johannes 14 : 26b waar van de Heilige Geest te lezen valt: ‘... Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.’

2.2.2 De Heilige Geest berijdt geen stokpaarden, maar Hij verheerlijkt Christus...

De Heilige Geest is er nooit op gericht aandacht voor Zichzelf op te eisen. Het gaat in het werk van de Geest niet om de verwerkelijking van een eigen programma. We hebben in alles te doen met de Geest van de Vader en van de Zoon. De Heilige Geest berijdt geen stokpaarden, woest en wild.

De Heilige Geest verheerlijkt Christus. Joh. 16 : 14 geeft dat heel kernachtig weer, als het werk van de Heilige Geest bij uitstek: ‘Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen’ (vgl. Joh. 17 : 4a waar blijkt dat de Zoon gericht is op het verheerlijken van de Vader). Als we doorlezen in Joh. 16 valt ons weer het trinitarische aspect op in Joh. 16 : 15: ‘Alles wat de Vader heeft, is van Mij; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.’(vgl. hierbij ook Joh. 17 : 10).

Zoals het werk van onze Here en Heiland geheel gericht is op het doen van de wil van zijn hemelse Vader, zo zien we dat ook bij de Heilige Geest. Dat stille, dienende werk van de Geest is zo onpeilbaar diep en rijk. Nooit schreeuwerig of protserig. Niet zelfgericht, maar alle licht valt op de Gezondene van de Vader en het heilswerk dat in Hem is gegeven.

Dat is nu niet anders dan toen ten tijde van de discipelen. We vinden door het werk van de Geest ‘allerlei vertroosting in de kruiswonden’ van onze Here en Heiland.

Samenvattend bij 2.2.1 en 2.2.2

Heel karakteristiek voor de persoon en het werk van de Heilige Geest is zijn nauwe verbondenheid met de Vader en de Zoon. Als we op dat punt proberen het evangelie naar Johannes recht te doen, komen we onder de indruk van de wonderlijk rijke trinitarische lijnen.

De Heilige Geest leidt ons in de weg van het Woord: je vindt een opeenstapeling van woorden als spreken, verkondigen, indachtig maken/in herinnering brengen. De Heilige Geest legt het Woord open. De Heilige Geest legt mensen harten open voor het Woord. Daar zit de bedoeling in en achter dat Christus verheerlijkt wordt in mensenlevens. Daar gaat het werk van de drie-enige God weer schitteren. De Vader heeft zijn lieve Zoon in de wereld gezonden, zodat verloren mensenkinderen niet alleen door de Heilige Geest ontdekt worden aan zonde en schuld, maar door het wederbarende werk van de Geest ook de Vader en de Zoon mogen leren kennen (Jon. 17 : 3: ‘Dit is het eeuwige leven dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die U gezonden hebt.’).

2.2.3 De Geest maakt echt vrij

Diepe woorden klinken in 2 Kor. 3 : 17: ‘De Here nu is de Geest; en waar de Geest van de Here is, daar is vrijheid.’ (vlg. Joh. 4 : 24). Dat heeft niets te maken met losbandigheid...

In Gal. 5 : 13 klinkt: ‘Want u bent tot vrijheid geroepen, breeders, alleen niet tot die vrijheid die gelegenheid geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.’ (vgl. ook 1 Kor. 8:9).

Het Woord maakt ons vrij. De Heilige Geest stelt ons in de ruimte - door dat werk worden we van dwang gered. Dat is geen luilekkerland, maar de Heilige Geest doet ons werkelijk delen in het nieuwe leven van de waarachtige dankbaarheid. Gal. 5 :13b spreekt dan ook van elkaar dienen door de liefde, als de vervulling van de hele wet (Gal. 5 : 13b en 14). Het komt erop aan dat christenen wandelen door de Geest (Gal. 5 : 16 e.v.). Vlees en Geest staan tegenover elkaar. Leven door de Geest garandeert vrucht van de Geest (Gal. 5 : 22-26).

2.2.4 De Heilige Geest maakt getuigen

Het is van fundamenteel belang, dat we ervan doordrongen zijn, dat de discipelen niet door eigen kracht aan de slag zijn gegaan met het Woord. Jezus had bij Zijn afscheid gesproken van de Heilige Geest. Zo lezen wij in Hand. 1:8:’ maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.’

Dat sluit nauw aan bij Jezus’ woorden bij de verschijning aan de twaalf, Luk. 24 : 48-49: ‘En u bent van deze dingen getuigen. En zie, Ik zend de belofte van mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.’ (vgl. daarbij Hand. 1: 4b in lijn met Joh. 14 : 26; 15 : 26 en 16 : 7). De Heilige Geest schakelt mensen in bij de verbreiding van het Woord. De liefde van Christus dringt hen. Missionair gemeente zijn behoort niet slechts tot het welwezen van de christelijke gemeente maar tot haar wezen!

Dat werk van de Heilige Geest in mensen is dus niet om er zelf wat mee te worden... of om anderen de ogen uit te steken met wat wij allemaal wel hebben aan geestelijk goed... De Heilige Geest maakt dienaren... De Heilige Geest rust toe tot dienstbetoon. Het wordt dan niet zoiets als: ik heb, ik heb... wat jij niet hebt...!

Samenvattend bij 2.2.3 en 2.2.4

De Heilige Geest plaatst mensen in de vrijheid van de kinderen Gods. Daardoor worden ze niet onuitstaanbaar of hoogmoedig, maar juist dienstbaar. In een levenslange strijd tussen vlees en Geest zal de vrucht van de Geest openbaar komen in woord en daad, in getuigenis en levenswandel.

3. DE PRAXIS

Hoe staan wij nu als gereformeerde christenen hierin? ‘Maak het vooral praktisch!’ is tegenwoordig immers de vraag?

Dan zeg ik: oké, maar dan wel op basis van het fundament van Schrift en belijdenis. Wat doen we met al dat ‘spiritueel’ geweld, dat op ons aanstormt?

3 Positief - wees de roeping getrouw.

Wij hebben in onze gereformeerde traditie een schat aan gezonde spiritualiteit.

De belijdenis (‘Drie formulieren’) is doortrokken van de taal van de geloofservaring. Dat zou een onderwerp op zich kunnen zijn. Er ligt een rijkdom en geestelijke wijsheid in opgetast waarbij de persoonlijke elementen ook op een affectieve wijze worden verwoord. Ons gevoel blijft daarbij niet buiten beeld.

Toetsing is van groot belang: in onze emotiecultuur en de gerichtheid op belevenis (liefst àl extremer) is het wel van heel groot belang dat we geestelijk (leren) onderscheiden als ouderen en jongeren. Ook onze tijd vraagt om onderscheiding van de geesten. Dat zit ook diep verworteld in het Nieuwe Testament (let daarbij o.a. op 1 Kor. 14 : 26evv). De profetie dient beoordeeld te worden (1 Kor. 14 : 29 en 32). Het komt aan op onderscheiding tussen wat God geeft en dus in overeenstemming is met het evangelie van Christus (en passend bij de pastorale setting) en dat wat zelf gemaakte retoriek is. We moeten ons wachten voor allerlei psychische/psychologische mechanismen, waarbij de mens zichzelf opwerkt tot een stuk autosuggestie e.d., slaken van kreten etc.

Is de profetie consistent met dat wat God in Zijn Woord geopenbaard heeft? (vgl. hierbij de waardevolle opmerkingen van Anthony C. Thiselton, The First Epistle to the Corinthias, NIGTC, Grand Rapids 2000,1140/1141 en 1144/1145).

Durven we nu ook kritisch naar onszelf te kijken? We moeten ook bereid zijn tot onszelf in te keren met de vraag: wat hebben we (teveel) laten liggen? Hoe komt het dat er zo’n enorme voedingsbodem lijkt te zijn voor allerlei geestesuitingen, vaak met een kleine letter! Wat zijn/waren onze manco’s?

Dan komen we ook tot de vraag: wat is een echte remedie? Moeten we ons (min of meer) naadloos aansluiten bij de stromen/stromingen/winden die waaien?

Naast hetgeen we zo even zagen als grondbeginselen (sub 1) en als fundament (sub 2) om van daaruit te vertrekken, noem ik een viertal aspecten (zonder daarmee volledig te willen of kunnen zijn):

3.2 Aanzetten voor een remedie

3.2.1 Oog voor en werken aan echte kennis van het Woord van God

bij ons persoonlijk als christenen en ambtsdragers. Dat vraagt om grondige doorvertaling binnen onze gezinnen en in onze gemeentes! Hoe is het Bijbels onderwijs op de scholen en hoe gaan we in catechese, verenigingswerk en andere vormen van toerusting daarmee om?

De stenen van Gilgal (Joz. 4) moeten ook nu vragen uitlokken bij kinderen en jongeren en er dienen antwoorden te worden gegeven. (vgl. T.M. Hofman, De levensbron, 2008 over Jozua 4: De gedenkstenen te Gilgal; let ook op lijnen naar Deut. 6 : 20 e.v.; Exodus 12 : 26 en Psalm 78). De prediking zelf bevat ook een leerelement, dat niet veronachtzaamd mag worden - en dat geldt niet alleen voor de leerdiensten. Het moet vooral eenvoudig, hoor je tegenwoordig vaak, omdat we helaas... soms (zelfs in de christelijke gemeente) de basisbeginselen niet meer kennen, naar ik vrees.

Voor sommigen is het summum een kerkdienst als een ‘leuke’ dienst. Is de eredienst verworden tot ‘entertainment? In de gereformeerde eredienst vindt de bediening van het WOORD plaats, dat is de bediening van de verzoening! Zo is de kerkdienst werkvloer van de Heilige Geest. Met elkaar staan we dan op het snijvlak van tijd en eeuwigheid. Een kerkdienst kan iets krij gen/h ebben van de hemel op aarde, de Here door Woord en Geest in het midden. Bediening van de verzoening in alle concreetheid, als herstel van de relatie met God, met de naaste/met jezelf en met de schepping.

3.2.2 Oog voor gezonde geloofservaring.

Dat wil zeggen: oog voor het werk van Gods Geest dat nooit confectie of standaard is, maar steeds weer uniek in die ene jongen, dat ene meisje, die ene man, die ene vrouw, elk met een eigen levensgeschiedenis en eigen gaven (vgl daarbij o.a. 1 Petr. 4 : 10 de veelkleurigheid!).

Gods Geest leert mensen persoonlijk geloven. Dat geldt allebei: het is een persoonlijke zaak waarin de eigenheid door blijft klinken, maar het is ook geloven, het vertrouwen op Gods beloften en op de God van de belofte (dat inhoudelijke aspect geeft ook een hechte verbinding onder de gelovigen). Het vernieuwende werk van de Heilige Geest in een mens is een wonder dat niet minder is dan dat van de schepping (vgl. D.L. III/IV, art. 12 ‘... werking... die in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden...’)

Als we nu iets spectaculairs willen van de Heilige Geest, dan is dat het wel...! God, die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij waren.’ (Rom. 4 : 17b). Dat heeft Hij getoond in Abraham en heel bijzonder in de opwekking van zijn Zoon uit de doden. Vanuit dat geweidige heil gaat de drie-enige God een mensenhart inwinnen voor zichzelf.

Het is voluit waar: ‘God verandert mensen’. Dan worden die mensen op zich niet bijzonder, maar de Here en zijn werk wordt groot gemaakt. Met Psalm 66 :16: ‘Kom, luister, allen die God vreest, en ik zal verteilen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.’ Het wondere werk van de Heilige Geest in mensenlevens wordt o.a. heel rijk vertolkt in Rom. 5 : 5: ‘En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is’. Niet de toorn beheerst dan het leven, maar de liefde van God tot ons als garantie ook voor de zalige toekomst. Ook hier valt alle accent op Gods eigen werk. Die liefde wekt wel onze wederliefde op. Uitstorten (vgl. Joël 2 : 28-29; Hand. 2 : 17,18 en 33; Hand. 10 : 45) wijst op het overvloedige en rijke. God is niet karig, geen druppeltje hier of daar... maar ‘stromen van zegen...’. De Heilige Geest doet ons de liefde van God ervaren (in dit kader wordt wel gesproken van: ‘the dynamic experience of the Spirit in one’s life’, vgl. hierbij: Thomas R. Schreiner, Romans, ECNT, Grand Rapids 1998, 257).

Dan gaat het ook om bevinding (vgl. L.H. van der Meiden, Wat is bevinding? Voor de practijk der godzaligheid. Delft 1951). Hij onderscheidt daarbij twee aspecten:

A. ‘Bevinding is wat de ziel ondervindt als de Heilige Geest werkt in het hart, de liefde van Christus het hart vervult, de verzoening met God genoten wordt en zo heel veel meer.’(a.w., 18). Dat kun je ook geloofservaring noemen, of ook de zielsbevindingen van de kinderen van God (a.w., 19).

B. ‘Maar ik kan bevinding ook noemen: beproefdheid, Rom. 5 : 4, en doelen op het resultaat van de toetsing, de loutering, beproeving.’ (a.w., 18). Dan is de heilswaarheid in het eigen leven bevestigd, waaruit de echtheid van het geloof blijkt.

(Voor de samenvattende conclusie van Van der Meiden zie a.w., 19; 1e alinea.).

Er is geen bevinding zonder de levensband met God in Christus (geen bevinding zonder geloof en ervaring).

3.2.3 Oog voor het feit dat God niet alleen zielen redt, maar mensen met lichaam en ziel (vgl. Heidelberger Catechismus, Zondag 1 vr. en antw. 1). We moeten juist in deze tijd van economische crisis weer oog leren krijgen voor het hele leven - onder de belichting van de Geest. Zo wil het Woord gelezen, verstaan, beleefd en doorgegeven worden. De mensen vragen: wat kun je ermee? We hebben te lang gedacht dat het moderne mensenleven, ook van ons kerkmensen, tot op grote hoogte maakbaar is. We hebben ons met allerlei fmanciële zekerheden omgeven. We zijn door de bodems gezakt, niet alleen van de AEX-index, maar ook door veel bodems van ons denken over zekerheid en welvaart. We hebben ons te gemakkelijk mee laten nemen op de golven van de hoogconjunctuur, terwijl Bijbelse bezinning profetisch behoort te zijn.

Hebben we nog tijd om echt stil te zijn voor God? Weten we ons nog echt afhankelijk van de zegen van de Here?

3.2.4. De Heilige Geest maakt ons tot gunnende mensen

3.2.4.1 We gunnen allereerst de Here de eer! We lopen niet te koop met onze vroomheid en geestelijkheid, alsof het een product zou zijn van onze eigen akker. Maar een christen verwijst in woord en daad naar Christus. Aan mijn vrijheid, mijn leven kleeft zijn bloed. Ik dank mijn leven aan de gevende liefde van de Vader. De Heilige Geest doet er me in delen. Gode alleen de eer!

3.2.4.2 We gunnen onze medemens de rijkdom van het evangelie! Dat willen we delen met velen, want we hebben inderdaad het Woord voor de wereld... Het zendingsbevel is nog steeds van kracht. En we staan er niet alleen voor! Let op de opbouw van Matt. 28 met die beide pijlers; de eerste: ‘MIJ is gegeven alle macht in hemel en op aarde...’ en de tweede pijler: ‘En zie, IK ben met u al de dagen, tot het einde van de wereld’.

3.2.4.3 We gunnen onze medemensen ook metterdaad in materieel opzicht dat wat ze nodig hebben. Geef ons heden ons dagelijks brood.

3.2.4.4 We willen ook dankbaar het werk van God in medechristenen erkennen. Jaloezie is dodelijk... een bittere verstikkende wortel.

4. HET UITZICHT - WENKEND PERSPECTIEF

De Heilige Geest geeft ons de verrekijker van de christelijke hoop. We lopen als christen niet eindeloos achter, maar zijn in feite een eeuwigheid vooruit!

Eens zal de aarde vol zijn van de kennis van de HERE (Jesaja 11 : 9).

Nu kijken we nog door middel van een spiegel als in een raadsel, ‘maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht’(1 Kor. 13 :12a). Nu is mijn kennen nog ten dele, ‘maar dan zal ik kennen, zoals ook ik gekend ben’(l Kor. 13 : 12b). Dat geeft niet alleen perspectief voor een christenmens, maar Rom. 8 : 21 getuigt: ‘in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God’. In dit alles vervullen de eerstelingen van de Geest een belangrijke functie en dat geldt ook voor de Heilige Geest m.b.t. het gebed (Rom. 8 : 23 en 26-27).

We verwachten naar Gods belofte de nieuwe hemel en nieuwe aarde (vgl. 2 Petr. 3 : 13inlijnmetjes. 65 : 17enjes. 66: 22).

Hunkeren we nog? Merken onze jonge mensen, dat er een diep verlangen is naar de volkomen doorbraak van Gods Koninkrijk, waarin God eenmaal alles zal zijn en in allen, en waarbij ook alles weer door de vrede bloeien zal?

Dat geestelijk vergezicht blijft niet steken in ons platte vlak. We klemmen ons vast aan het Woord. De Heilige Geest weet wel raad met onze kortzichtigheid en verlegenheid. De Heilige Geest tilt ons leven op het niveau van het Woord van God (dat gaat oneindig ver boven onze mogelijkheden uit). Dat Woord is en blijft hier en nu beloftewoord. Het is geen devaluatie van het Woord als je God de eer geeft (Rom. 4 : 20b) en ‘op hoop tegen hoop’ (Rom. 4 : 18) gelooft aan de belofte van God. Dan ben je met Abraham er ten voile van overtuigd, dat God ook machtig is te doen wat beloofd is (Rom. 8 : 21). Dat is nu een rijke vrucht van de Heilige Geest. Zo stemmen Woord en Geest samen en het hart zegt amen.

Dat ontlokt ons christenen in het strijdperk de bede:

‘Geest van hierboven, leer ons geloven,

hopen, liefhebben door uw kracht!’

En dan mogen we ‘zingen van grote dingen,

als wij ontvangen al ons verlangen,

met Christus opgestaan. Halleluja!’ (Liedboek van de Kerken 477 : 1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.