+ Meer informatie

Franse jongeren klappen uit de school

'Politiek Parijs neemt klachten van middelbare scholieren hoogst serieus

5 minuten leestijd

PARUS - „Frankrijk moet naar zijn Jeugd luisteren wanneer deze zegt wat ze vandaag wil en wat voor wereld zij morgen zou wensen. Een samenleving die haar jongeren negeert en hen geen ruimte geeft, bereidt zich slecht voor op de toekomst". De boodschap van oompje Mitterrand, gericht tot de MSJ (socialistische jongerenbeweging), had afgelopen zaterdag niet duidelijker kunnen zijn: We moeten de protesten van de middelbare scholieren serieus nemen.

Sinds begin oktober heeft studerend Frankrijk het leslokaal verwisseld voor de straat. Want daar wordt als het er op aankomt de politiek gemaakt en gebroken, zo stelde columnist Jacques Malmassari in FranceSoir. De afgelopen dagen demonstreerden 130.000 scholieren van de in totaal vijf miljoen Franse jongeren tussen de 15 en de 20 jaar.

Hun eisen betreffen met name de kwaliteit van het door de staat gesubsidieerde middelbare vervolg- en beroepsonderwijs. Zij willen meer leraren, betere faciliteiten en grotere veiligheid op hun scholen. Want de schoolgebouwen zijn bouwvallig, de studieomstandigheden slecht en het leefklimaat op de scholen is op zijn zachtst gezegd allerbelabberdst.

De protesten begonnen begin vorige maand in de buitenwijken van Parijs. Om er enkele te noemen: Argenteuil, Bondy, Drancy, Enghien, Montreuil, Le Raincy en Rosny-sousBois. Daar is de situatie op de scholen (in vergelijking met elders) het meest penibel. Hier zijn in de jaren zestig immense scholen gebouwd die gemiddeld 2000 leerlingen zo"n acht uur per dag of langer huisvesten.

Agressieve jeugdbendes laten zich in deze buurten gelden. Daarbij opgeteld een tekort aan onderwijzend personeel plus de multiraciale samenstelling van de leerlingen en de ingrediënten voor explosieve situaties zijn aanwezig.

Diefstal, fysieke bedreiging, drugs en criminaliteit zijn met name in genoemde centra al langer een doorn in het oog van de scholieren. De verkrachting van een scholiere was de druppel die de emmer deed overlopen en gaf aanleiding tot de demonstraties.

Twee groepen

Het scholierenprotest kanaliseert zich voornamelijk langs twee instanties. Aan de ene kant is dat de FIDL (Federation indépendante et démocratique lycéenne). FIDL maakt zich samen met SOS-racisme (de burgerrechtenorganisatie onder leiding van Harlem Désir) sterk voor de overwegend gematigd socialistische jongeren.

Aan de andere kant is er een meer heterogene groep van jeugdigen die zich vooral manifesteert onder de paraplu van jonge communisten en trotskisten. De laatste komen overwegend uit de meest "erbarmelijke" scholen, onder de gelederen van de eerste bevinden zich ook "gegoede" kinderen van elitescholen.

De strategie van de twee stromingen loopt uiteen. FIDJ pleit voor dialoog en onderhandehng, de tweede groep mikt op de confrontatie. De "coco's" (jonge communisten) vinden bij voorbeeld dat Frankrijk zijn defensiebudget maar moet besteden aan onderwijsvoorzieningen. Overigens staan de jongeren in hun protesten niet alleen. Ze hebben bijval gekregen van bezorgde organisaties van ouders en leraren. Voor 12 november staat er een "landelijke mars voor het onderwijs" op het program, die samen met de lerarenbond wordt uitgevoerd.

Al met al is er reden voor de Franse politiek om zich slecht op het gemak te gaan voelen. Scholierenprotesten in 1968 en 1986 hebben immers groot effect gehad op de vorige regeringen. En Mitterrand zal zeker willen voorkomen dat de huidige demonstraties net als in het verleden uitlopen op een nationale crisis (doordat andere ontevreden groepen zich bij de studenten aansluiten).

Jospins voorstel

Wat staat er op het spel? Minister van onderwijs Lionel Jospin' heeft afgelopen maandag zijn ontwerpbegroting voor 1991 voorgelegd aan het parlement. Deze bedraagt 85 miljard gulden (250 miljard Franse francs, 9 procent meer dan vorig jaar). In totaal beschikt het ministerie van onderwijs over anderhalf miljoen werknemers. Jospin wil 12.500 banen extra voor onderwijsgevenden. Eerder, 26 oktober, heeft de regering bij monde van premier Rocard 1000 extra administratieve banen toegezegd. De oppositie vindt Jospins voorstel te mager en dreigt het te blokkeren.

Ook de scholieren zijn niet tevreden over meneer Jospin. „We zitten met veel te grote groepen. En als we iets niet begrijpen, weigeren de leraren wel drie tot vier keer toe iets opnieuw uit te leggen", zo wordt een klacht door een leerlinge verwoord.

Op breed niveau buigt Frankrijk zich nu over het probleem van secundair onderwijs. Met het oog op betogingen hadden 1500 politieagenten deze week in Parijs zelfs het consigne meegekregen "niet schieten" en "niet provoceren". Dat het desondanks in de hoofdstad wel tot incidenten kwam, was te wijten aan jongeren die met katapulten schoten en projectielen wierpen naar de bewakers van het parlementsgebouw waar Jospin op dat moment zijn begroting indiende.

Jospin heeft de jongeren tot kalmte gemaand. „Het is een illusie te geloven dat we de eisen volledig en op stel en sprong kunnen realiseren. Als iemand iets te klagen heeft, dan is het wel de jeugd in de landen van het Oostblok, waar het onderwijssysteem pas werkelijk catastrofaal is". Niettemin verklaarde hij dat de zaak „een aangelegenheid van heel Frankrijk is". En hij zou geen Fransman zijn als hij er niet een politieke draai aan gaf. „Zowel van de socialisten (zelf is hij socialist) als van rechts en extreemrechts. Willen wij gelijke kansen voor iedereen of een dualistische samenleving? Integratie of uitsluiting?"

Benen op de grond

In het scholierenprotest speelt op de achtergrond ook het toekomstperspectief voor schoolverlaters mee. Hoe ziet dit er volgens enkele jongste gegevens uit? „Het leven van de jongere houdt op bij de poort van de fabriek", stellen de onderzoekers Jacques Capdevielle en Hélène Maynaud. Elk jaar komen er 700.000 gediplomeerde schoolverlaters op de -krappe- arbeidsmarkt. Negen maanden later hebben 400.000 van hen een baan (inbegrepen de speciaal voor jongeren gereserveerde werkstages die voorbereiden op het beroepsleven).

Drie jaar later heeft 30 procent van de schoolverlaters van 1986 een vaste baan (tegen 70 procent in 1979). Niet-gediplomeerden en voortijdige drop-outs hebben moeite met het vinden van een baan en hun wenkt slechts het vooruitzicht van werkloosheid op langere termijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.