+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

God de Heere regeert. Ook in deze wereld. Daar behoeven jullie nooit aan te twijfelen, ook al heb je er misschien wel eens moeite mee om het zó te zien. Niettemin is het toch zo. Nu is de duivel de overste van deze wereld. Hij is geen koning, geen souverein. Hij is alleen maar overste. En nu laat de Heere, die een Heere der heren is en een Koning der koningen, in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid, ontzaglijk veel toe in deze wereld.

Hij laat aan de arme wereldlingen zien, hoe ver men het brengt, wanneer men het oor neigt naar deze overste. Doch de arme wereldlingen zien dat niet. Want ze zijn blind en blijven blind, wanneer het de Heere niet behaagt om hen de ogen daarvoor te openen.

Wij moeten ons, ook al doen we uiterlijk misschien met de wereld niet mee, maar niet boven de wereldlingen verheffen. We moeten zeker niet de gedachte koesteren dat we beter zijn, omdat we naar de kerk gaan en uitwendig netjes leven. Hoe voortreffelijk dit overigens ook is, van nature, dat is zoals we geboren zijn, zijn we allen aan elkander gelijk. Wij zijn van huis uit ook blind in geestelijk opzicht, net als die arme wereldlingen. Wij zien ook niet wat er in werkelijkheid gaande is.

„Misschien vraagt iemand, al lezende, zichzelf af, waar wilt U voor ditmaal heen dominee?

Nu laat ik dat jullie vertellen. Ik zit te denken aan dat grote Olympiade-feest. dat is dat grote sportfeest, dat dit jaar in München is gehouden. Dat is geen feest waar de Heere de eer krijgt. Dat is een feest waar de duivel de toon aan geeft. Ik weet, dat er moed voor nodig is om dit vandaag in het openbaar te zeggen. Want dan ga je natuurlijk tegen de publieke mening in. En dan niet alleen tegen de mening van het wereldpubliek, maar ook tegen de mening van het kerkpubliek. Enkele uitzonderingen daar gelaten.

De publieke mening in de wereld is, dat zulk een Olympiade-festijn een hoogstaand feest is. Men komt samen, als ik het goed geteld heb, onder het embleem van vijf ringen, die met elkander verbonden zijn. Ik meen dat dit iets te maken heeft met de vijf werelddelen, waar Europa, dat wij bewonen, er één van is. Uit de gehele wereld komen de superathleten samen, om met elkander te wedijveren. Het samenkomen van al die mensen uit alle werelddelen moet de verbroedering in de wereld bevorderen en ook de vrede. Zo stelt de duivel het voor aan de wereld, waarin de één het bloed van de ander wel drinken kan. Ik dacht, dat dit laatste niet overdreven was, als ik het zo zeg. Denk alleen maar aan de altijd nog oorlogvoerende landen, en die landen waartussen een gewapende vrede heerst. Er moet dan niets gebeuren, of de hele zaak staat daar ook in brand.

Dat door de Olympiade-feesten de verbroedering en de vrede gediend worden, daar schrijven de dagbladen over, daar spreekt men door de radio over. En laten we eerlijk zijn, wat de kranten schrijven en wat verslaggevers door de radio zeggen, wordt veel eer en veel meer geloofd dan wat God in Zijn woord zegt.

Dit laatste geldt niet alleen van diegenen, die de bijbel nooit lezen, en dat zijn er millioenen en nog eens millioenen, maar dat geldt helaas ook van velen, die zich nog met de naam van Christen laten aanspreken. Zij zijn het echter niet. Want een waar Christen ben je alleen, wanneer je de Christus volgt. Als je dat niet in der waarheid doet, en je laat je toch zo noemen, dan draag je Zijn Naam ijdelijk. En de Heere zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdelijk gebruikt, ook in het dragen van die Naam. Dit is een zaak, om even over na te denken. Ik zou zeggen doe dat even, want het is van belang. Het is van een zodanig belang, dat jullie wel of wee, voor een eeuwigheid, daarmee gemoeid is.

Op deze wijze, en daar moeten onze ogen toch wel voor open zijn, kan nooit een verbroedering en vrede tot stand komen. Want de ware verbroedering komt alleen tot stand, wanneer men uit God geboren is en wanneer men in de Heere Jezus gelooft. Want die alleen hebben vrede, en die alleen zijn waarlijk broeders en zusters.

Dat op de wijze, waarop de „Leugenaar” (de duivel) het zijn volgelingen wil doen geloven, nooit een verbroedering en vrede tot stand komt, hebben de feiten van de laatste dagen ons wel geleerd. Hoewel, als jullie dit lezen, het al weer enkele weken geleden is. Op zulk een Olympiade heerst de duivel, en waar de duivel heerst, daar heerst de dood, en waar de dood heerst, daar kan van geen verbroedering sprake zijn en nog veel minder van de ware vrede. Alles wat daar gebeurt is uiteindelijk ten dode. Men loopt zich daar „dood” voor Olympiade-goud zoals dat heet - doch het is niet uit God. De „besten” komen er dan tenslotte uit en worden ten troon verheven.

Het publiek leeft in spanning mee, over de gehele wereld. Want als men er niet persoonlijk naar toe kan, dan kan men het op de T.V. volgen. Het publiek wordt er zelfs overspannen van. Menige sportmanifestatie heeft hier al droevige gevolgen van laten zien.

Mogelijk zijn er onder mijn jonge lezers en misschien ook wel onder de ouderen, die zeggen, als ze dit lezen: Hé dominee, ik vind het helemaal niet leuk, dat u daar nu zo over schrijft. Want ik leef ook altijd zo in spanning mee met deze gang van zaken. Ik vind het mooi, ik vind het geweldig. Je moet niet alles afkraken.

Ik heb er begrip voor, als er zijn die zo denken of spreken, maar ik moet jullie dan toch eerlijk zeggen, dat je aan de verkeerde kant staat.

Want, ik ga nog even verder. Wanneer zulk een sportfeest is afgelopen, dan komen na verloop van tijd de „góden van deze tijd” naar huis. En voor zover ze nog niet genoeg aanbidding genoten hebben in het stadion, worden ze in hun land en de plaats hunner inwoning nog eens extra vereerd. De overheid gaat daar bij voorop en de massa, nietkerkelijk en óók kerkelijk (helaas) doet er aan mee. Zo is het in normale gevallen. Men is dan abnormaal godsdienstig, nl. in het dienen van de afgoden. En afgodendienst, zegt Gods woord, is duivelsdienst. Geen vleiende taal voor sportmaniakken, maar het is de waarheid en die moet gezegd worden. Nu heeft dit Olympiade-feest een droevig intermezzo gehad. Ik spreek over „intermezzo” te verstaan in de zin van een tussenstuk. Wat we daarmede bedoelen zal jullie wel duidelijk zijn. Ik denk aan al die sportmannen die zijn doodgeschoten.

Mogelijk zijn er die zullen zeggen: Dat heeft niets met sport te maken. Dat is een politieke actie geweest. Het zij zo. Voor mij is in al deze dingen een sprake Gods te beluisteren. Nog droeviger dan deze elfvoudige moord is het feit, dat men naar dit spreken Gods niet luisteren wil en dat men veel liever naar de Leugenaar, die ook een „Mensenmoordenaar” van de beginne is, blijft luisteren.

Daarom is het spel slechts één dag gestaakt, en ging men daarna weer „vrolijk” verder. De kranten vertelden, dat een dag na dit verschrikkelijke gebeuren er weinig of niets meer van te bemerken was. De overste van deze wereld houdt zijn volgelingen in zijn greep. Hij drijft ze voort op de brede weg naar.... het eeuwig verderf. Want daar komt toch de brede weg op uit. Tenminste, als je nog in de bijbel gelooft. En als je in de bijbel niet gelooft, dan is de uitkomst daar niet anders door. Want de waarheid van het Woord van God is niet afhankelij k van het geloof van de mens. Het is waar en blijft eeuwig waar, al zou er geen mens meer zijn op de gehele wereld, die het geloofde.

Wat ik nu aan het eind maar zeggen wilde, is dit: Lieve vrienden, heb er ogen voor, dat de Heere regeert. Hij laat niet met Zich spotten. „Afgoderij” - ook als het sportgoden betreft - is grote zonde. De Heere ziet het en bezoekt het.

Ik weet het, de massa ziet het niet. Doch wanneer men daar ogen voor krijgt, dan gaat men ook „lopen” - hard lopen - nog harder dan de snelste Olympiadeloper, afleggende alle last, die lichtelijk omringt. Men gaat zich dan haasten om zijns levens wil! Dan gaat het niet om Olympiade-goud, wat de duivel geeft en waar je voor eeuwig verloren mee gaat. Doch dan gaat het om God en Zijn genade. Dan kom je op de smalle weg terecht, en die loopt uit op het eeuwige leven. Dat zijn mensen die leren God de eer te geven. En de Heere zegt: Die Mij eren, die zal Ik eren. Zalig degenen, die door de Heere geëerd worden. Wat geeft het dan, al word je door mensen veracht?

Leest Psalm 1. Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.