+ Meer informatie

JEZUS CHRISTUS: ONDER PONTIUS PILATUS GEKRUISIGD

10 minuten leestijd

Alle vier de Evangeliën eindigen met ons te berichten over kruis en opstanding van Christus. Ze lopen als het ware met Jezus mee op, en laten zien hoe de schaduw van het kruis onafwendbaar steeds dichterbij komt. Jezus zelf zegt herhaaldelijk dat Hij ‘moest’ verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden (Matth. 16,21), en dat Hij dus ‘moest’ lijden en sterven. Het Evangelie denkt bij dat ‘moeten’ aan Gods plan, en niet aan een escalatie die van ons uit gezien onvermijdelijk was. Toch is Gods ‘moeten’ helemaal verweven met het handelen van mensen, en we kijken daarom eerst naar hoe en waarom de confrontatie tussen Jezus en de joodse leiders van die dagen zich steeds meer toespitste.

Waarom moest Christus van óns sterven?

Als we het Oude Testament lezen, valt op, dat Israël steeds weer afdwaalt en de HERE de rug toekeert. De hele geschiedenis van Israël in het Oude Testament is een ‘repeterende breuk’. Dat loopt uit op de ballingschap, die het einde van het koninkrijk onder een zoon van David betekende. Na de ballingschap moest men een nieuw begin maken. Men besefte dat die ballingschap een gericht van God over de wetteloosheid van Israël is geweest. Nu keerde men zich tot de Torah, de Wet. Voor het eerst horen we van een ‘schriftgeleerde’: Ezra. Zeker, ook nu is er een deel van Israël, dat zich aan Gods wet niets gelegen laat liggen. Maar een ander deel werpt zich op die wet, en zij zijn de voorlopers van de Farizeeën en hun schriftgeleerden.

Is het verkeerd dat ze zich zo met Gods wet bezighouden? Nee, dat is het allerminst! Prof. Boertien heeft wel gesteld dat het spoor van de Farizeeën teruggaat op Psalm 119, waarin de vreugde over Gods wet in alle toonaarden wordt bezongen. Maar Jezus noemt bepaalde Farizeeën toch huichelaars? Dat is waar, maar we mogen niet uit het oog verliezen, dat Jezus temidden van de diverse stromingen in het Israël van die tijd toch het dichtst bij hen stond! Christus bedoelt met de benaming ‘huichelaar’ ook niet, dat ze zich allemaal bewust heel anders voordeden dan ze waren. Nee, het woord ‘huichelaar’ kun je ook weergeven als ‘toneelspeler’. Waar het om ging was, dat de Farizeeën zich helemaal inleefden in hun rol van wetsgetrouwe jood, en er zelf in gingen geloven. Ze ergerden zich aan Jezus, omdat Hij hen opzocht in wat diep in hen leefde, en duidelijk liet uitkomen, dat God in de hemel er geen genoegen mee neemt, als je keurig langs het voorgeschreven paadje loopt. Waren de Farizeeën zich deze achtergrond van hun verzet bewust? Nee, waarschijnlijk niet—net zoals wij ons een heleboel dingen niet bewust zijn. Maar net als wij hebben ze zichzelf blootgegeven door hun reactie. Zo laten ze huns ondanks zien dat ook de vroomste mens in zijn hart nooit zover is, dat hij of zij vanzelf God liefheeft, en daarmee dat alleen Gods genade in Christus en de vernieuwende werking van de Heilige Geest ons kan redden. De Farizeeën vergaten eigenlijk maar één ding: dat God zijn wet niet heeft gegeven met de bedoeling, dat wij al doende tot heiligen zouden uitgroeien. Nee, het doel van de wet is—zegt Paulus—ons de zonde te doen kennen (Rom. 3,20), en zo ons allen duidelijk te maken, dat we alleen gered kunnen worden door Gods genade in Christus. Zo is Jezus in zijn hele optreden een streep door de farizeese rekening. Uit het feit dat ze zich aan Jezus ergeren, blijkt dat ze aan die wet genoeg menen te hebben. Ze maken zich met die wet sterk tegenover God. Dat is de zonde op z’n geraffineerdst: de wet van God doen, om precies op die manier zonder God te leven. Tegen deze achtergrond is het een dwingende conclusie, als je het evangelie leest: ‘Dit kon nooit goed gaan. Het “moest” wel escaleren. Jezus “moest” wel lijden en sterven.’

Waarom moest Christus van Gód sterven?

Als we de Evangeliën lezen, valt op dat we daar steeds te horen krijgen, dat het ‘moest’ van God Zelf. Sterker nog: het woord ‘moeten’ wordt nergens gebruikt in de zin zoals ik hierboven heb aangeduid, als onvermijdelijk vanuit hoe mensen—de Farizeeën of de Sadduceeën of ook de Romeinen—reageren. Nee, het is uitsluitend en alleen een ‘moeten’ van God uit. Dat is dus het merkwaardige: zonder dat er ook maar iets wordt afgedaan van de verantwoordelijkheid van de mensen, laat de bijbel duidelijk uitkomen dat dit Gòds plan was. Het was dus niet alleen maar onvermijdelijk dat mensen Jezus uit de weg zouden willen ruimen, maar het was allereerst door Gòd bewust zo gewild.

Als we vragen waarom dat zo is, laat het Nieuwe Testament daarover geen twijfel bestaan. Jezus ‘moest’ lijden en sterven, omdat alleen langs die weg de zonde uit de wereld weggedragen kon worden. Nu is dat voor veel mensen een moeilijk te verteren gedachte. Dat komt ook, omdat in de kerk soms een vreemde beeldvorming bestaat. God zou dan van Zichzelf een wrede God zijn, die door de liefdevolle Christus ertoe gebracht moest worden om zondaars vergiffenis te schenken. Het Oude Testament zou in die gedachtegang een min of meer onbarmhartig boek zijn, terwijl het Nieuwe Testament van Gods liefde zou getuigen. Het hoeft geen betoog, dat je daarmee noch aan het Oude noch aan het Nieuwe Testament recht doet. Erger nog—het is een miskenning van de liefde van God, die Zelf in Christus de wereld met Zich verzoenende was.

Zó—als de God die verzoening sticht—kennen we de HERE ook uit het Oude Testament. Steeds zoekt Hij Israël, en daarin is Hij oneindig veel barmhartiger dan mensen (denk alleen al aan het bijbelboek Jona!). Maar ieder nieuw begin dat God maakt loopt stuk op de zonde en onwil van de mensen. De brandende vraag is: Hoe moet het verder? Zal er ooit een mens op aarde opstaan, die van binnenuit met een ongedeeld hart God dient? Een mens in wie de zonde niet leeft? Een mens, die de satan, de aanklager, de mond snoert, als hij God hoont door te ‘bewijzen’ dat het project schepping definitief mislukt is? Die mens zou er niet gekomen zijn, als God niet Zelf mens geworden was, in Jezus Christus. Maar ook die menswording van God zou niets hebben uitgehaald, als dat nieuwe mens-zijn van Christus ons niet ten goede zou komen.

Wat God in zijn genade besloten heeft, en wat in geen enkel mensenhart is opgekomen—dat is nu dat God de schuld van de wereld op zijn eigen Zoon legt, en dat Christus in onze plaats sterft. Dat houdt in: als Hij sterft, zijn de zijnen in zijn dood begrepen (Romeinen 6). Hij draagt ons oordeel, om ons in de nieuwe gerechtigheid die Hij in zijn kruisdood verwerft te doen delen. Waar het offer in de tempel slechts tijdelijke betekenis had, omdat het offerdier dood was en bleef, is het met de verzoening in Christus totaal anders. We worden als rebellen met God verzoend door de dood van zijn Zoon, maar die verzoening is—zegt Paulus in Rom. 5,10v—een blijvende kracht tot behoud doordat Christus lééft.

Waarom ‘moest’ Christus lijden en sterven? Omdat de Vader vastbesloten was zondaars te herscheppen tot kinderen van Hem. Omdat er daarvoor geen andere weg was dan dat Jezus de beker van Gods toorn tot op de bodem zou drinken. Omdat God, de Vader, en Jezus het daar volkomen over eens waren. Dat blijkt ook wel daaruit dat de Vader de Heilige Geest op Jezus doet neerdalen, bij de doop in de Jordaan, als Christus indaalt in het water waarin Israël gedoopt is met een doop van bekering tot vergeving van zonden. De Vader en Jezus zijn het dus geheel eens—en de Heilige Geest niet minder. Zó alleen zoeken wij op de rechte wijze toegang tot het geheim van Gods verzoening in Christus.

Waarom moest Christus de kruisdood sterven?

Maar waarom moest Christus aan het kruis sterven? Bij mensen die zich afzetten tegen de verzoeningsleer van de kerk komt telkens de afschuwelijke karikatuur van de bijbelse boodschap naar voren, dat, als Jezus volgens de Evangeliën ‘moest’ lijden en sterven, dat is omdat God ‘bloed wilde zien’. Zulke gedachten krijgen soms weer nieuw voedsel doordat o.a. prof. B. Smalhout de gruwelijkheid van de kruisdood ons aanschouwelijk voor ogen schildert. Nu is op die gruwelijkheid niets af te dingen. Het kruis was een vreselijke dood. Pas na de afschaffing van deze wrede straf enkele eeuwen later heeft het kruis als symbool in de kerk ingang kunnen vinden.

Maar—hoe goed het ook is, dat we ons realiseren hoe verschrikkelijk het kruislijden geweest is, het valt tegen juist die achtergrond op hoe terughoudend en sober de Evangeliën op dit punt zijn! In de tekening van het lijden en sterven van Christus ontbreken precies de gruwelijke bijzonderheden. De achtergrond moeten we stellig daarin zoeken dat het eigenlijke van Christus’ kruislijden niet de lichamelijke pijn was, maar het dragen van Gods oordeel over de zonde.

Maar waarom dan de dood aan het kruis? Het sterven van Christus was immers een offer?! Zeker, en de brief aan de Hebreeën tekent Christus’ sterven in een spraakgebruik, dat het beeld van de tempel oproept. Christus gaat met zijn eigen offer binnen in het Heilige der Heiligen, om eens en voorgoed verzoening aan te brengen. Maar er was geen sprake van dat Israël daarom vroeg, en eerbiedig en verwonderd Hem in de tempel zijn werk liet doen. Christus was de steen die de bouwlieden afwezen. Maar die afwijzing was opgenomen in Gods beleid. Hij Zelf heeft ervoor gezorgd dat op de berg des HEREN toch wordt voorzien in de diepste nood van ons mensen. Christus maakt van het kruis, symbool van verachting door de mensen en van vervloeking door God, een altaar!

De afwijzing van Christus door Israël kan dus niet alleen Gods raad niet dwarsbomen, het dient die raad zelfs. Christus sterft nu een dood, die het Oude Testament niet kende. Het kruis was een Romeinse straf voor weggelopen slaven. De leiders van Israël geven Jezus aan de Romeinen over om deze straf te ondergaan. Pilatus zwicht, en veroordeelt de Onschuldige. Zó zijn jood en heiden er beiden bij betrokken. De afwijzing van Christus door Israël is de verzoening der wereld, zegt Paulus.

Als we deze dingen op ons in laten werken, beseffen we dat we over het kruis van Christus niet afstandelijk kunnen spreken. We zijn er allemaal bij betrokken. Het gaat uiteindelijk niet om de precieze historische omstandigheden, waaronder Jezus is veroordeeld. De prediking van het Evangelie wordt niet zonder betekenis ‘woord van het kruis’ genoemd. Dat houdt in: wij kunnen het niet op anderen afschuiven, maar we worden er zelf door aangesproken, “t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten—ik, ik ben het!’

We doen er ook goed aan deze dingen voor ogen te houden als er vandaag kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de zgn. ‘lijdensaankondigingen’ in de Evangeliën. Men zegt, dat ze achteraf geschreven zijn. Jezus en zijn leerlingen zouden in de veronderstelling hebben geleefd, dat er een aards koninkrijk aankwam, waarin Jezus op de troon zou zitten, en de Romeinen uit het land verdreven zouden worden. Toen Jezus aan het kruis stierf, werd die hoop de bodem ingeslagen. De evangelisten, en de jonge christelijke gemeente, zouden toen de lijdensaankondigingen bedacht hebben om de indruk te wekken dat het kruis helemaal geen tegenslag geweest is. Men presenteert zulke gedachten als historische feiten. Dat zijn het niet. Het is de stem van ons natuurlijk hart, in wetenschappelijke vermomming. Men kiest ervoor te geloven dat wij mensen ook zonder Christus’ kruisdood behouden kunnen worden. Daar helpt maar één remedie tegen: dat we in de gemeente van Christus de bevrijdende kracht van zijn kruisdood zien en er ieder persoonlijk en met elkaar uit leven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.