+ Meer informatie

Straks het eerste harmonium op cd?

3 minuten leestijd

De Harmonium Vereniging Nederland (HVN) is, &n jaar na de eerste initiatieven, de toevoeging "i.o." kwijt. De vereniging is niet langer "in oprichting"; onlangs werd de oprichtingsvergadering gehouden. In de achterliggende periode heeft men niet stilgezeten, zoals onder andere blijkt uit de snelle groei van het aantal leden en de eerste vier nummers van het kwartaalblad "Vox Humana".

De initiatiefnemers gingen ervan uit dat er ongeveer honderd leden nodig zouden zijn voordat tot oprichting kon worden overgegaan. Inmiddels ligt het ledental rond de honderddertig, dus secretaris R. Borghardt is zeer tevreden. „Zeker als je kijkt naar de vrij korte tijd waarin dit tot stand is gekomen". De vereniging herbergt een bont gezelschap: „Het zijn zowel actieve bespelers van het harmonium als mensen die geïnteresseerd zijn in de bouw of de historie ervan. Er zijn musicologen onder, maar ook regelmatige spelers uit de reformatorische hoek. Of gewoon mensen die zo'n instrument nebben staan en daardoor interesse gekregen hebben".

Huivenaar

Tijdens de oprichtingsvergadering stond er een aantal instrumenten opgesteld van bestuursleden van de HVN: restaurateur Louis Huivenaar uit Oostzaan en verzamelaar Wim Olthof uit Kornhorn. Die instrumenten konden uitgebreid bekeken worden, maar er werd ook op geconcerteerd door de organisten Bram Biersteker en Maarten Stolk. Het bleek dat er van de bekende Fanfare van Lemmens ook een speciale versie voor harmonium bestaat, waarvan het slotgedeelte verschilt van de versie voor orgel. Het spelen van zo'n werk toont 'weer eens aan dat het harmonium niet zo maar een surrogaat is voor het pijporgel, maar een eigen plaats inneemt in ae muziekwereld.

Dat de leden van de vereniging verschillende interessegebieden hebben, komt ook tot uiting in de artikelen in "Vox Humana". Veel historie van het instrument, waarbij het nogal onduidelijk lijkt wat nu precies een harmonium is en wat niet. De stem van puristen klinkt, die alleen het oorspronkelijk Franse drukwindharmonium de moeite waard vinden. Anderen pleiten voor het Amerikaanse zuigwindharmonium. Zoals de discussie zich nu aftekent, biedt de vereniging in ieder geval ruimte aan de harmoniumliefhebbers in de breedste zin.

Studie-orgel

Voorzitter P. F. M. d' Anjou schrijft over „de te starre opvatting als zou alleen het (betrekkelijk vroege) Franse drukwindinstrument echt de moeite waard zijn". Hij wijst er ook op dat een componist als Sigfrid Karg-Elert doelbewust ook voor het zuigwindharmonium geschreven heeft. En in die lijn mag zelfs het pedaalharmonium een volwaardige plaats innemen, hoewel dat toch bijna uitsluitend door organisten werd aangeschaft als studie-instrument bij het ontbreken van een pijporgel.

Restaurateur Louis Huivenaar stelt zijn kennis ter beschikking in artikelen over onderhoud, reparatie en restauratie. Balgen, ventielen, tongcancellen en andere vaktermen komen aan de orde. In artikelen van ing. A. Visser over de toon- en klankvorming kunnen de lezers de natuurkundelessen van de middelbare school weer ophalen. Het gaat over geluidstrillingen van verschillende tongen of over de winddruk rond de tong op het moment dat het ventiel geopend wordt en de tong in trilling komt.

Vraag en aanbod

De rubriek "Vraag en aanbod" ontbreekt niet. Het lijkt erop dat er nog heel wat bijzondere harmoniums in Nederland te vinden zijn. Een Seyboldharmonium uit 1885, een Dominion Orchestral Organ uit 1889, een Frans drukwindharmonium Alexandre uit 1865 of een tweeklaviers Mason & Hamlin uit 1890: het klinkt allemaal bijzonder indrukwekkend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.