+ Meer informatie

Wolken

5 minuten leestijd

„En, hoe bevaltje kosthuis, Simone?" Tante Bette keek Simone nieuwsgierig aan. „Weetje...", lachte ze, „ik heb ook wel 'ns kostgangers gehad, maar dat was niet zo'n succes. Ik, eh...". Ze haalde haar schouders op. „Misschien was ik te streng, of zo". Heleen zag de hulpeloze blik in de ogen van de oude vrouw. Als Simone nu maar geen gekke dingen zei... Tante Bette had het moeilijk genoeg.

„O, góéd", zei Simone. „Ze is niet streng en niet nieuwsgierig en...". Heleen gaf haar dochter een trap onder de tafel door. Simone grijnsde, „'k Heb het goed getroffen, tante Bette", kwam ze gedwee. „Heb u ook wel 'ns meisjes gehad? Ik bedoel, als kostgangers?"

„Eén", knikte tante, „maar, eh, dat ging al gauw fout. Ik, eh, ik deugde er niet voor, geloof ik". Ze keek zielig. Heleen schudde haar hoofd. Waarom ging tante Bette bij die plaagzieke Simone haar verleden blootleggen? Ze hoorde haar dochter al giebelen: „Tante Bette is mislukt - tante Bette is mislukt!"...

„Jammer", zei Simone lief „Héél erg jammer, want het kan vreselijk gezellig zijn. Mevrouw Brouwer, hè, mijn hospita...". Ze grijnsde. „Nou, die voelde zich vaak héél eenzaam en toen is ze het kosthuis begonnen, 't Heeft écht geholpen, zegt ze". Ze keek tante Bette open aan. Heleen hield haar hart vast. Ze hoopte, dat tante de fijne steekjes niet voelde.

Tja, kind", kwam tante Bette, „ik durf er toch niet weer aan te beginnen hoor. Die jeugd van tegenwoordig... Die durven zomaar alles te zeggen en daar kan ik niet tegen. Noem jij je mevrouw bij haar voornaam? Tegenwoordig...". Ze schudde haar hoofd. „Vóórnaam?" reageerde Simone. „Tuurlijk niet! Mevrouw Brouwer kon m'n oma zijn. Ik mag tante tegen d'r zeggen, maar dat doe ik nog maar niet. Maar... ze is wel heel lief, hoor". Ze knikte hard. „En ze kan verschrikkelijk lekker koken".

Tante Bette snoot haar neus. „Het is voorbij", zei ze zacht, „zoals veel dingen voorbijgegaan zijn. Ach kind, daar heb jij nog geen benul van, maar...". Ze haalde de zakdoek over haar ogen. Simone stond op. „Ik ga even m'n tas opruimen. Mam, waar moet ik de was laten?"

Heleen keek haar een beetje verbaasd aan. Sinds wanneer was Simone zó netjes geworden dat ze uit zich zelf haar was uitzocht? Of was dit een smoesje? Wilde ze niet langer tante Bettes klaagzangen horen? „In de wasmand", zei ze. „Netjes gesorteerd, maar dat weet je wel, hè?" Ze zag de lichtjes in Simones ogen, glimlachte zacht. „Succes ermee".

Tante Bette ging verzitten. „Je hebt het druk, kind", reageerde ze. „Zo'n grote dochter, je andere kinderen, David - die stakker...". Ze schudde haar hoofd. „En ik zit hier maar te klagen over mezelf en, en...". Ze keek weer zielig. „Maar ja, ik mis je schoonmoeder ook zo. Met haar kon ik fijn praten, de laatste tijd. 't Was een veranderde vrouw, hè? Ja, ik...". Ze snoot opnieuw haar neus. „Er vallen steeds meer mensen weg — 't wordt stééds stiller...".

Heleen keek naar de kleine, in elkaar gedoken gestalte. Eigenlijk moest ze diep medelijden hebben met deze oudtante... „Ik mis moeder óók", zei ze voorzichtig. „Maar... wat heeft ze het nu góéd, hè?" Tante Bettes ogen vernauwden zich. „Daar heb ik niks aan", kwam ze bot. „Ik ben alleen...". Ze stond op. „Bedankt voor de koffie. Ik hoop dat ik nóg 'ns mag komen. Ik...".

Heleen liet haar uit. „U bent altijd welkom", overwon ze zich zelf aarzelend. Ze zag de bergen wasgoed, de strijk, het naaiwerk en ze zuchtte zacht. Toen viel de deur in 't slot. Simone rende de trap af „Alles zit in de wasmand, mam", riep ze. „Vin u dat nou niet stééngoed van mij?!" En toen Heleen knikte: „'t Was eigenlijk een smoesje, hoor, maar, eh... Vin u 't erg?" Heleen schudde haar hoofd. „Ze vroeg, of ze vaker mocht komen", zei ze. „En, eh, ik heb „ja" gezegd. Ik vind haar zo zielig. Simoon!" Simones ogen werden ernstig. „Is ze ook", knikte ze. „Een daarom heb ik niet de gek gestoken met d'r. Er zijn vast al genoeg mensen die dat doen... Ze is eenzaam, hè mam?" Er was medeleven op haar gezicht. Heleen was verbaasd. Was dit de puber Simone? Ruim een maand woonde ze nu 'uit huis' en ze was zichtbaar veranderd.

Ze mist oma", zei Heleen". „En dat kan ik me best voorstellen". Ze keek peinzend. Zij kende óók momenten waarop ze verlangde naar een goed gesprek met de oudere vrouw... Er kwam een verlegen blik in Simones ogen. „Ik ook...', antwoordde ze zacht. „Maar, mam, als ze iets van oma had, dan hoefde ze zich niet altijd zo eenzaam te voelen. Want oma was eenzaam, maar niet alleen". Meteen draaide ze zich om. Boven klapte de deur van haar slaapkamer. Heleen keek naar de lege trap. Dit was Simone, op , weg naar de volwassenheid...! Ada Verrips

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.