+ Meer informatie

Kerk, vrije tijd, recreatie

10 minuten leestijd

De mens heeft een deel van zijn tijd nodig om in zijn onderhoud te voorzien. Met name voor de mens in Europa en in Noord Amerika wordt dat deel telkens weer kleiner. Mechanisatie, rationalisatie en automatisering van het produktieproces maken, dat we steeds vroeger klaarzijn met ons werk. Gemakshalve wordt de tijd, die we niet aan ons werk besteden, vrije tijd genoemd. Deze aanduiding is wel te verklaren vanuit de historie. Het is nog niet zo lang geleden, dat werk-dagen van tien, twaalf en zelfs veertien uren voorkwamen. Degenen onder ons, die zeventig jaar en ouder zijn, weten daar nog wel iets over te vertellen. Het is geen wonder, dat men die paar uur, die overbleven vóór het slapen gaan als „vrije” tijd wilde beschouwen, tijd die je nodig had om uit-te-rusten en waar geen ander inbreuk op mocht plegen.

Er is eens een berekening gemaakt, die betrekking heeft op de „vrije” tijd in de jaren 1850 en 1950. Deze berekening, die gold voor de gemiddelde werknemer luidt als volgt:

1850: Werken 56% Vrij 11 % Slapen 33 % 1950: Werken 28 % Vrij 39 % Slapen 33 %

In die honderd jaar is de werktijd gehalveerd en de „vrije” tijd aanmerkelijk toegenomen. Inmiddels zijn we weer bijna 17 jaar verder. De vrije zaterdag is ingevoerd en er wordt ernstig gedacht over nieuwe verkortingen van de werkweek. Wanneer we stellen, dat in de laatste eeuw de „vrije” tijd zo ongeveer is verviervoudigd, overdrijven we niet. Maar dan rijst ook de vraag of het nog wel verantwoord is langer over „vrije” tijd te spreken. De mens gaat beschikken over een steeds groeiend aantal uren, dat niet aan het levensonderhoud behoeft te worden besteed, dat dus een andere bestemming kan krijgen. Natuurlijk mag en moet zelfs een stuk van die beschikbare tijd echte vrijetijd blijven. Tijd om te rusten, om zich te onspannen, om helemaal jezelf te zijn. Er wordt de laatste tijd nogal eens geklaagd over inbreuken op de „Privacy”. Een van de ernstigste inbreuken op de privacy zou wel zijn, dat alle tijd volgens gemeenschappelijk aanvaarde maatstaven zou worden in-gedeeld. Echte vrije tijd, waar een ieder persoonlijk de bestemming aan kan geven, die hem zelf het beste lijkt, mag er zijn. Doch: Naarmate het directe levensonderhoud minder uren gaat vragen, wordt de verantwoordelijkheid voor het besteden van wat-over-blijft groter. Niet-werken voor het dagelijks brood behoeft niet synoniem te zijn met| niets-doen.

Nu zorgt de ontwikkeling van de maatschappij er op zichzelf al wel voor, dat niet elk uur buiten de eigenlijke werktijd in ledigheid kan worden doorgebracht. We zien daar de voorbeelden van vlak om ons heen. In de eerste plaats valt wel op, dat de eisen, die aan de werker in beroep en bedrijf worden gesteld, steeds hoger worden. Voortgaande scholing en vorming worden meer en meer noodzakelijk Wie de groei in het eigen beroep met bijhoudt, wordt minder bruikbaar De behoefte aan met- of weimg-geschoolde werkkrachten wordt geringer Het zal dus nodig zijn een deel van de „eigen” tijd te gebruiken om bij te blijven en zich liefst ook nog verder te bekwamen

In de tweede plaats bemerken we al duidelijker, dat het laten verrichten van arbeid duur wordt We zien ons genoodzaakt van alles zelf te gaan doen Dat geldt met alleen voor allerlei karweitjes m huis, zoals schilderen, behangen en repareren, maar ook voor de sfeer van de dienstverlening De bezorging van allerlei goederen wordt of vereenvoudigd of verdwijnt geheel Het lesultaat daarvan is, dat vader op zijn vrije zaterdag naar de zelfbediemngswmkel trekt of moeder erheen moet rijden

Een derde complex van „taken” vloeit voort uit de omstandigheid, dat de mens van de twintigste eeuw leeft en denkt op wereldniveau Hij weet, dat de economische verhoudingen, de machtsverhoudingen op deze aarde van directe betekenis zijn voor zijn persoonlijke situatie De moderne communicatiemiddelen stellen hem bovendien in staat met die verhoudingen op de hoogte te blijven Ook daaraan besteedt hij tijd, omdat hij weet, dat al die zaken voor hem van belang zijn en omdat hij die kennis in het dagelijks verkeer nodig heeft Wie met weet wat er in de wereld te koop is, staat buiten de gewone gesprekken m het gezm, op visite en tijdens het schaftuur

Wat dus aan de ene kant aan „vnje” tijd beschikbaar is gekomen wordt als gevolg van diezelfde ontwikkeling, aan de andere kant weer beperkt door toegenomen verplichtingen Doch bij dit alles blijft ei een belangrijk verschil De verantwoordelijkheid, die de mens draagt voor het besteden van zijn tijd, komt voor een steeds groter deel in zijn eigen hand te liggen Over bijna driekwart van de hem toegemeten tijd beslist hij zelf Gedurende die periode kan niemand hem aan-het-werk-zetten

Ziehier een ontwikkeling waarmee ook de kerk en haar ambtsdragers te doen krijgen De kerk richt zich bij haai Woordverkondiging en met haar bearbeiding tot een gemeente, die zich voor wat de tijdsbesteding betreft, geheel anders kan en ook geheel anders moet gedragen dan de gemeente van vijftig, zestig jaar geleden Dit heeft consequenties voor de bearbeiding, waarvan we er enkele zullen bezien

BIJ het gebruiken van de naar eigen keuzen te verdelen tijd zien we dezelfde verschijnselen optreden, die zich ook bij het beheer van een groeiend geldelijk vermogen voordoen Er zijn mensen, die al zuiniger (gieriger) worden, naarmate hun bezit tosneemt De voorraad, waarover zij zouden kunnen beschikken, maar die zij angstvallig van besteding vrijwaren, moet zo groot mogelijk blijven De gedachte daar later nog eens iets mee te kunnen doen, geeft hun een gevoel van veiligheid Precies zo gaat bij velen ook met de nog-vrije tijd Ze bemerken, dat daar van alle kanten (zie boven) toch al de nodige aanslagen op worden gepleegd Wanneer je er met goed op past, blijft er mets van over” Ze hebben dan ook de neiging elk beroep, dat op hen wordt gedaan af te doen met Daarvoor heb ik geen tijd, daarvoor moet u bij een ander zijn

Dan is er een groep die alles maar langs en over zich heen laat spoelen

Men spreekt in de financiële sfeer wel over lieden met een gat in de hand. Wat erin komt gaat er even snel weer uit zonder dat men zich realiseert waarom en waarheen het verdwijnt. Er zijn veel mensen met een gat in de hand voor wat de tijdsbesteding betreft.

Voor beide soorten geldt, dat er iets hapert aan hun inzicht met betrekking tot het rentmeester-zijn. Ook de tijd waarover men zelf mag beschikken is een gave van God. Een gave, die men heeft te beheren, waarmee men heeft te woekeren. Iets beheren betekent, dat men er creatief mee bezig zal zijn. Men kiest uit diverse alternatieven het meest juiste. Men kiest voor het te beheren bezit een bestemming en handelt daarnaar. Goed beheren vereist een zorgvuldig overwegen, een keuze en tenslotte actie op grond van die keuze. Voor de mens, die begeert naar Gods Woord te leven, bestaan een aantal gegevens, die ook voor de besteding van zijn tijd van betekenis zijn. Men zou deze gegevens kunnen indelen in de volgende hoofdgroepen:

1. Er behoort tijd te zijn voor de omgang met God en voor het luisteren naar, het overwegen van Zijn Woord. Die tijd valt niet samen met de uren van de kerkdienst, de enkele avond voor het bezoeken van kerkelijke verenigingen of studiekringen en de ogenblikken, die men in gezinsverband aan het bijbellezen wijdt. Daarbuiten dient ruimte te blijven voor persoonlijk Schriftonderzoek, voor persoonlijk gebed. Perioden van stilte en inkeer zijn de krachtbronnen voor het mensenleven. Voor de Christen mag de ware re-creatie aan de creatie voorafgaan.

2. Er behoort tijd te zijn voor werk in de kerkelijke gemeente. Dit is niet een zaak die als laatste aan bod komt en dan nog uitsluitend voor de „liefhebbers”. Het aangesloten zijn bij de Kerk van Christus brengt zijn eigen bijzondere verplichtingen mee. Deze bestaan niet uitsluitend voor degenen, die tot een ambt geroepen worden of de leden van bepaalde kerkelijke verenigingen, doch voor allen. Ieder kan in de gemeenschap van de kerk geven wat hij heeft. Het bezoeken van eenzamen, het verrichten van een karweitje voor wie hulp behoeft, het dienen van de ander met raad vanuit eigen deskundigheid, dat alles behoort daartoe en wordt van elk lid verwacht.

3. Er behoort tijd te zijn ter voorbereiding op de taken, welke de maatschappij aan haar leden toevertrouwt. Reeds eerder werd vermeld dat het beroepsleven zwaardere eisen gaat stellen. Straks zal men deze grotere verantwoordelijkheid moeten kunnen dragen. Dat vraagt voortdurend nadere oriëntatie en studie. Wie zich Christen wil noemen voert een hoge pretentie. Hij mag dan ook zijn omgeving niet teleurstellen, wanneer zijn visie op veranderde omstandigheden wordt gevraagd en zijn medewerking wordt verwacht.

4. Er behoort tijd te zijn voor de ander in het gezin en in de samenleving. De ander mag niet tevergeefs een beroep op ons doen, wanneer hij behoefte heeft aan iemand die luistert, die raad geeft, die helpt. Een Christen moet in de samenleving op vallen als een merkwaardig mens Als iemand, die tijd voor je heeft, die je gelegenheid geeft te recreëren, dat wil zeggen eens even te rusten van je lasten en te bemerken, dat ze worden mee-gedragen

5 Er behoort ook tijd te zijn om te genieten van wat God schenkt aan schoonheid in de wereld om ons heen, aan geven op het terrein van kunst en cultuur, aan tot horen bereide oren en tot helpen vaardige handen We behoeven met altijd te geven, we mogen ook nemen wat ons gegeven wordt en daar dankbaar voor zijn Ontspanning en spel, uitrusten en zich recreëren aan de ander zijn geen „zondige” vernchtigen We mogen gebruik maken van de weldaden, die God zelf de vaak zozeer vermoeide mens heeft bereid door de ander, met zo geheel eigen talenten naast hem te stellen

We leven, voor wat de besteding van onze tijd betreft, onder sterk veranderde en misschien nog sterker veranderende omstandigheden Te velen laten dit alles maar komen zoals het komt Ze ondergaan de verruiming van het aantal ter vrije beschikking staande uren grotendeels passief Ze doen er maar wat mee om Dat leidt tot een min of meer argeloze verspilling van steeds groter omvang Het is de taak van de kerk daarover een woord te spreken, te wijzen op de noodzaak van een verantwoord omgaan met de tijd Met name de jongeren zullen erop moeten worden voorbereid actief en creatief te blijven, attent te zijn op de mogelijkheden, die hun in de schoot worden geworpen Ook attent te zijn op de gevaren van de passiviteit, de verveling en de ontsporingen die daaruit voortvloeien

Aan deze zaken dient aandacht te worden geschonken m de prediking, bij catechese en huisbezoek, Teveel wordt nog verondersteld, dat het geestelijke leven thuisbehoort in het stukje niemandsland van kerkzaal en binnenkamer, waar men zich aan wazig-gehouden bijbelfiguren kan spiegelen In die sfeer past de tijdloze prediking, met hoogstens nu en dan een uitschieter naar de verwilderde zeden dezer eeuw De naklank daarvan zal het kille licht van de vroege maandagmorgen beslist niet overleven Teveel nog wordt ook het huisbzoek gezien als een ontmoeting achter veilig gesloten gordijnen, waarbij de grens tussen kerk en boze wereld naar hartelust met puntig prikkeldraad kan worden belijnd Maar de volgende ochtend moeten pa en de kinderen die baaierd weer in, moe heeft haar troubles met de wasmachine en alle stichting wordt onder de zoigen van de nieuwe dag bedolven

De mens van vandaag zal zijn veranderende situatie, telkens en telkens weer, duidelijk belicht moeten zien door de lamp van Gods VVOOIQ Le ouderling zal daarop bij zijn huisbezoek, zeer direct en zeer concreet, de toepassing moeten foimuleren Opdat wij, ook anno 1967, weer zullen leren verantwoord te leven met en in de tijd, die God ons toegemeten heeft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.