+ Meer informatie

Eersfë^mbulances reden 60 * jaar geleden in Rotterdam

Ziekenvervoerin Rijnmond nu regionaal geregeld

5 minuten leestijd

ROTTERDAM — Het vervoer van zieken en gewonden per nbuiance is in ons gemotoriseerd tijdperk een normaal verhijnsel. Wij vinden het vanzelfsprekend, dat bij een ongeval op raat binnen enkele minuten een ambulance ter plaatse is om een meer gewonden af te voeren naar een ziekenhuis. Hoe vanzelfrekend wij dat ook vinden, de oudere generatie weet maar- al te ed dat er van een dergelijk gemotoriseerd ambulancevervoer in verleden geen sprake was.

11 een ver verleden is er van enig georliseerd vervoer van zieken en geaden alleen maar sprake in tijden I oorlog en epidem^ën. Van alle istverordeningen" was het ziekenvoer een onderdeel, met nauwkeurivoorschriften voor beschermende ding. 1886, toen er in Utrecht een choleepidemie heerstte, brachten „zakidragers en sjouwers" de choleraers naar de als hospitaal ingerichte .'aleriekazerne. Per vervoerde pait kregen zij een gulden uitbetaald, ."gelijk vervoer gebeurde in die daI met draagmanden, waarvoor pas in 19 raderbrancards in de plaats kwan. Een meer luxe vervoermiddel was ziekenrijtuig met paardebespan

Vooruitgang
iegin 1900 werd het vervoer van lielee gemotoriseerd. Meestal waren dat door een wagenmaker omgebouwde T-Fordjes, waarmee zowel aardappels als passagiers vervoerd konden worden. De bedrijfsuitkomsten wogen in die dagen kennelijk zwaarder dan de kwaliteit van het vervoer.

Wi
Toen in december 1919 de éérste vier verplegers in dienst traden van de Rotterdamse GG en GD, belast met het verlenen van eerste hulp bij straatongevallen en vervoer van zjeken en gewonden, hadden zij nog niet de beschikking over een ambulance-auto. Zij begonnen met een paarde-ambulance. Dat vervoer verliep niet altijd even vlot. Van het ene eind van de stad naar het andere eind was de verpleger een halve dag onderweg. Wel had men voorrang bij verkeersopstoppingen. Er moest dan een metalen rode vlag op het rijtuig worden geplaatst. Dat mocht natuurlijk alleen maar als men een patiënt vervoerde!

Op 1 januari 1921 werden de eerste Grossly-ambulances in gebruik genomen. Voor die tijd was ,dat een luxe ziekenauto. Aan deze enorme vooruitgang waren echter ook grote problemen verbonden. Het zou nu immers kunnen voorkomen, dat de verplegers vrouwelijke patiënten zouden moeten vervoeren. Voorheen hadden transporten in alle openheid plaats gevonden, tenvijl dat nu ging gebeuren in een gesloten auto. De verpleger zou zelfs de gordijntjes voor de ramen kunnen sluiten en was dan geheel van de buitenwereld afgesloten, alleen met een vrouwelijke patiënt; een uiterst précaire aangelegenheid!

De toenmalige directeur dr C. H. van Herwerden, hield op 4 januari 1921 een toespraak tot de eerste vier verplegers, waarin hij op deze kwestie bijzondere aandacht vesliigde: ,,Ik ben in verband met het zware werk, afgestapt van het idee transportzusters tp nemen en ik nam verplegers in dienst! Daarom dient u thans ook voor het transport van vrouwen te verzorgen. U dient er voor te zorgen — ik zeg dit met nadruk — dat de vrouw geacht blijft. Het gebruik van woorden of handelingen, die in aanwezigheid van een vrouw niet passen, dienen achterwege te blijven. Ik zal nooit toelaten dat een vrouw te na gekomen wordt".

Deze 'verklaring diende door de verplegers te worden ondertekend! De directeur liet hen ook de keus om goede wegen te nemen, evenals de beoordeling om snel of langzaam te rijden. De beginperiode vergde veel van het improvisatietalent van het personeel. De ambulancebemanning moest vaak beslissingen nemen, zonder dat zij ruggespraak konden houden. Mobilofoon was er niet; pas in 1951 werden de ambulances met deze apparatuur uitgerust.

De tol

Men moest ook wel beslissingen nemen, die niet direct in het medische vlak lagen, getuige het volgende voorval: Aan de Kleiweg, op de grens van de gemeente Hillegersberg, was een tol. Wanneer op verzoek van deze gemeente een patiënt moest worden opgehaald om in een Rotterdams ziekenhuis te worden opgenomen, dan moest er twee ^eer tolgeld worden betaald. De verpleger betaalde dit uit eigen zak (10 cent) en kreeg dat dan later weer terug. Er werd op deze regeling de nodige kritiek geleverd, maar het kwani niet tot een oplossing.

Totdat de chauffeur en de verpleger er iets op vonden. „Toevallig" bleken geen van beide op een bewuste dag geld bij zich te hebben. De tolgaarder weigerde echter de wagen door te laten. Daar het niet om een „ernstige" zieke ging, keerde de wagen terug naar Rotterdam, waar de kwestie werd gerapporteerd. Het verhaal haalde zelfs de kranten en er werden vragen gesteld in de gemeenteraad van Rotterdam en Hillegersberg. Het resultaat was, dat de ambulance in het vervolg de tol mocht passeren zonder te betalen.

De opbouw van de ambulance

Vanzelfsprekend was het vervoer voor de zieke of gewonde patiënt zelf geen aangename ervaring. Het was vaak een letterlijk „schokkende" en daarom dikwijls pijnlijke ervaring. Het wegdek en de vering van de ambulance deden wrange en misschien niet geheel onware grappen ontstaan als: „Wanneer je met een lichte hersenschudding de ziekenwagen in gaat, kom je er met een zware weer uit". De eerste verbetering waar de liggende patiënt na 1947 veel profijt van heeft gehad was de brancardvering. Tot ver in de vijftiger jaren was het interieur sober en eenvoudig. Doch gelijk op met de ontwikkeling van de verpleegkundige dienstverlening ontwikkelde zich ook het ambulancewezen.

In diezelfde jaren bouwden de kruisverenigingen hun wijkverpleging op. Voor de oorlog was de ambulance vooral gericht op de ontsmettingstechniek. Er werden immers zowel patiënten met dyfterie of tyfus als kraamvrouwen vervoerd. Na de oorlog evolueerde de auto mee met de behoeften die er waren. Zo deden riiet het opkomen van de kindergeneeskunde ook de mobiele couveuses hun intrede in de wagen. lijk stormachtige ontwikkeling plaats. Prof. Muntendam bestudeerde op verzoek van de regering het vraagstuk van de hulpverlening aan verkeersslachtotfers. In zijn rapport gaf hij aanwijzingen omtrent de opbouw van de ambulance. Inmiddels had een treinramp bij Harmeien (1962) geleerd, dat de brancards een uniforme maat moesten hebben. Angstverwekkende polio-epidemieeën hadden beademingsafdelingen in de ziekenhuizen gecreëerd. Ook de Ambulances werden uitgerust met beademingsapparatuur.

Er kwamen wettelijke voorrangsregels en rechten voor de ambulances. De ambulance bleef zich ontwikkelen, parallel aan de stormachtige ontwikkelingen in de geneeskunde. In de zeventi

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.