+ Meer informatie

Persoonlijke betrokkenheid bij Bijbel van het grootste belang

Bundeling artikelen in "Visie op onderwijs"

6 minuten leestijd

KAMPEN — Scholen met de Bijbel zijn een voorrecht, maar geven ook een verantwoordelijkheid. Dat geldt voor de werkers in de school en voor de vertegenwoordigers van de ouders (het bestuur). De naam van de christelijke school moet waargemaakt worden in het werk in en voor de school. Een persoonlijke betrokkenheid bij de Bijbel is voor de onderwijsgevenden van het grootste belang.

In "Visie op het onderwijs" treffen we een aantal artikelen aan die gepubliceerd zijn in (onderwijs-)bladen, die in reformatorische kringen gelezen worden. Het boek geeft de contouren van een gereformeerde beschouwing van de school. De samenstellers van de bundel (C. Bregman en I. A. Kole) hebben de eerder verschenen artikelen zo in een nieuw en zinvoller verband samengebracht.

Zoals we gewend zijn van de uitgeversmaatschappij J. H. Kok bv te Kampen werd ook nu voor een goed verzorgd boekwerk gezorgd. Kok Educatief schrijft in een brief ter aankondiging van de bundel: „Voor de aanhoudende bezinning op vragen ten aanzien van de identiteit, zal dit boek als een soort vraagbaak kunnen fungeren. De artikelen zijn uitermate geschikt om centraal te stellen op bestuursvergaderingen, personeelsbijeenkomsten of op gezamenlijke bezinningsbijeenkomsten."

Auteurs
Van de volgende auteurs zijn artikelen opgenomen: drs. A. Vergunst, W. van der Zwaag, L. Pieper, ir. J. van der Graaf, dr. W. Aalders, mr. L. J. M. Hage, C. Bregman, ds. A. Moerkerken, prof. dr. W. H. Velema, J. Koppejan, drs. M. Burggraaf, P. Kuyt, I. A. Kole, drs.m A. Maljaars, drs. A. Noordegraf, C. Houweling, J. Dankers en J. J. Verhage.

Enkele bijdragen stonden eerder in het Reformatorisch Dagblad, de brochure reeks ,,Koop de waarheid en verkoop ze niet", de Waarheidsvriend, Bulletin en Zicht. De meeste komen uit het orgaan van de Vereniging voor Gereformeerde Schoolonderwijsi (VGS) en de Gereformeerde Onderwijzers en Lerarenvereniging (GOLV) „De Reformatorische School".

De beide samenstellers zeggen in hun voorwoord, dat de laatste jaren zich kenmerken door een toenemende belangstelling voor het onderwijs, niet in het minst die vragen die zich met de identiteit bezig houden.

Het reformatorisch onderwijs ontwikkelde zich in de diepte. Dit onderwijs heeft algemene erkenning ontvangen. Er wordt voor gewaarschuwd dat men te gemakkelijk ,,reformatorisch" voor bepaalde zaken zet. De beide heren zijn van mening dat we ook op moeten passen om het woord „gereformeerd" als niet meer ter zake doende aan de kant te schuiven.

Besef
Men heeft dit dan ook in de ondertitel van het boek uit laten komen. Hiermee wordt benadrukt dat men binnen het reformatorisch onderwijs dienstbaar wil zijn aan het geheel van het christelijk onderwijs. Het verheugt Kole en Bregman, dat meer en meer het besef gaat doordringen, dat reformatorisch onderwijs om redenen van eerlijkheid wel als een aparte denominatie behoort te worden beschouwd.

In de laatste bijdrage aan dit boek van de hand van de heer J. J. Verhage, algemeen secretaris van de VGS, wordt hier nader op ingegaan. Verhage noemde zijn artikel in hoofdstuk X ,,Let op uw zaak!" - ,,Hoopvol perspectief voor het reformatorisch voortgezet onderwijs?"

Men heeft de vijfentwintig bijdragen ondergebracht in een tiental hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt door drs. M. Burggraaf ingegaan op de ,,Waardepaling van het christelijk onderwijs . Hoofdstuk twee gaat over de les Van het verleden en hoofdstuk drie behandelt,,Crisis in het christelijk onderwijs". ,,Onderwijs, staat en maatschappij" en ,,Opvoeding en christelijk onderwijs" krijgen in de hoofdstukken vier en vijf de nodige aandacht. Prof. dr. W. H. Velema en de heer P. Kuyt gaan in hoofdstuk zes in op de discussie, over de doelstelling.

Fundament
Het enige fundament, de Drie Formulieren van Enigheid en het onderwijs en de identiteit van het reformatorisch onderwijs worden besproken in de hoofdstukken zeven, acht en negen.

Velen zullen de samenstellers dankbaar zijn, dat men tot bundeling van de vaak waardevolle artikelen is overgegaan. Hierbij denken we dan aan de onderwijsgevenden, maar ook aan de schoolbesturen, ook voor hen is het een handig naslagwerk. Zeer zeker zal het voor hen die nog opgeleid worden voor een baan in het onderwijs dienstig kunnen zijn.

Ook anderen, die willen weten wat het reformatorisch onderwijs nu eigenlijk is en hoe het in elkaar zit, kunnen in deze bundel terecht.

Uit de bundel zelf hier en daar een greep. Van een aantal bijdragen werden door ons al eens een verslag opgenomen of een artikel geschreven.

Zo zegt drs. A. Vergunst in zijn bijdrage ,,Enkele gedachten over gezin en kerk in relatie tot de school bij onze gereformeerde vaderen" (hoofdstuk II) dat het ondertekenen van de grondslag geen garantie geeft voor de werkelijke gereformeerde identiteit van het onderwijs. Als de praktijk van het waarachtige leven der genade ontbreekt, dan zal dat doorwerken in de scholen ten spijt van ondertekende grondslagen.

C. Bregman gaat in z'n bijdrage ,,Wat willen we met ons onderwijs" (hoofdstuk IV) erop in dat het reformatorisch onderwijs zich niet moet isoleren van zijn achterban.

Plicht
Reformatorische scholen zijn niet alleen een leefgemeenschap, maar ook een leergemeenschap. De reformatorische school, zo stelt hij, heeft de plicht naast de verwerping van onbijbelse didactische uitgangspunten, op Gods Woord gebaseerde uitgangspunten te verwoorden.

Eigen lesmateriaal voor het reformatorisch onderwijs is dan ook van groot belang. De vrijheid van inrichting moet hoogst serieus genomen worden. Niet in farizeïstische eigendunk, maar ten dienste van de gehele samenleving. Zo zou het reformatorisch onderwijs binnen het geheel van het Nederlands onderwijs nog wel eens een zoutend zout kunnen zijn.

Ds. A. Moerkerken (Christelijke opvoeding, een aangevochten zaak) staat in zijn bijdrage stil bij het gezin, de gemeente en de school. Een bijzonder waardevolle bijdrage. Hier komt het aan op de praktijk van het dagelijks omgaan met onze kinderen. Het heeft u en mij persoonlijk wat te zeggen. Alles is in onze gezinnen bespreekbaar, kunnen we ook nog eens over de preek napraten?'Wat zijn onze tafelgesprekken, krijgen de ouderling en de predikant een beurt.

Persoonlijk
Zo persoonlijk is ook de Apeldoornse hoogleraar dr. W. H. Velema in zijn bijdrage „Opvoeding en onderwijs, een zaak van ons allen". Met zorg zal de school voor onze kinderen gekozen dienen te worden, zo stelt hij. Positief christelijk onderwijs zal geld kosten, al is het alleen maar de reiskosten naar een andere plaats.

Hij benadrukt als de ouders merken, dat het op school niet goed gaat, dat ze hun stem moeten laten horen. Hij wijst erop dat de kinderen opvoeden vaak niet gemakkelijk is. Blijf voor ze bidden, ook al gaan ze een andere weg, die u niet kunt zien als de door God gewezen weg. Hij adviseert om de band niet door te snijden.

Tenslotte nog iets uit de bijdrage van I. A. Kole. Hij voert een pleidooi voor de school met de Bijbel. De waarde van deze school is bijzonder groot. Eerlijk luisteren naar de Bijbel betekent dat we de eigen aard van de verschillende bqeken van de Bijbel erkennen moeten. We moeten de Bijbel echter niet aanpassen aan onze eigen voorstellingen.

Hij wijst op de verwatering, maar roept ook op om pal te staan voor ons beginsel en de Bijbel te laten zijn wat zij wil zijn: Woord van God.

N.a.v.: ,,Visie op het onderwijs contouren van een gereformeerde beschouwing van de school - samengesteld door C. Bregman en I. A. Kole. Uitgeversmaatschappij J. H. Kok Kampen - 1981. 247 bladzijden, prijs ƒ 29,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.