+ Meer informatie

KERK EN MENSEN ZONDER WERK

10 minuten leestijd

De nieuwe armoede

In Nederland hebben we jarenlang gedacht dat de armoede tot het verleden behoorde. Maar onder druk van de economische recessie begint het tot ons door te dringen dat dat wel wat al te optimistisch was. Het gaat hierbij gelukkig niet om de armoede en honger in de Derde Wereld, zoals we daar de laatste tijd weer sterk mee geconfronteerd zijn. Toch zijn er ook in onze samenleving steeds meer mensen die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen.

De dagelijkse berichten in de media spreken voor zich: eind november heeft de Tweede Kamer ingestemd met een wetsvoorstel tot verlaging van de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen; stijgende woonlasten tegenover daling van de huursubsidies en kinderbijslag; door toepassing van het profijtbeginsel komen er eigen bijdragen voor medicijnen en schoolgeld en worden tarieven voortdurend verhoogd.

Het gebouw van sociale zekerheid en welzijn wordt, kortom, steeds meer „afgebouwd” -een net woord voor een pijnlijke zaak.

Steeds meer mensen komen hierdoor in de knel. In de praktijk leidt dit o.a. tot schuldvorming, huurachterstanden, achterstanden in de betaling van energienota’s en uiteindelijk tot woningontruimingen (reeds 30.000 per jaar).

Deze problemen vloeien voor een belangrijk deel ook voort uit de heersende werkloosheid. Enkele cijfers ter illustratie (waarachter mensen schuilgaan): thans zijn er ongeveer 800.000 geregistreerde werklozen, dat is ca. 20 procent van de beroepsbevolking. Elk jaar komen er meer dan 50.000 werkzoekenden bij. Dit zijn vooral schoolverlaters. Van de huidige werklozen is ca. 28 procent jonger dan 25 jaar.

Daarnaast zijn er ruim 700.000 WAO’ers en AAW’ers en zijn er velen die een bijstandsuitkering ontvangen, omdat ze anderszins niet aan het arbeidsproces kunnen deelnemen. De laatste groep betreft veel ongehuwde moeders of gescheiden vrouwen, meestal met een aantal kinderen.

Het ziet er niet naar uit dat er veel wijziging in deze cijfers zal komen. Ondanks de pogingen van de regering tot economisch herstel lijkt de werkloosheid een structureel karakter te hebben. Ook al zou het thans beginnende economisch herstel zich doorzetten dan nog verwachten de deskundigen een blijvende grote groep werklozen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de voortschrijdende mechanisering en automatisering.

In tegenstelling tot het verleden hebben de economen thans geen afdoende „recepten” voorhanden tot structurele terugdringing van de werkloosheid. Het beangstigende is dat velen deze situatie als een gegeven gaan beschouwen waar weinig aan te doen valt en waarbij men zich sterk maakt om de eigen belangen veilig te stellen.

Dit uit zich onder meer in het willen loslaten van de solidariteitsgedachte, waarop ons sociale zekerheidsstelsel voor mensen zonder werk en zonder inkomen gebaseerd is. Er wordt gekort op de uitkeringsgerechtigden en ambtenaren; andere groepen of „bronnen” hoor je bijna niet meer noemen. Het gaat wezenlijk niet meer om de mens maar om het rendement, d.w.z. het verminderen van het financieringstekort van de overheid. Zo blijkt de mens toch ondergeschikt te ziin aan en was de sociale zekerheid gebaseerd op de aanwezigheid van welvaartsgeld. Geen welvaart meer dan ook geen sociale zekerheid meer voor een ieder.

Deze ontwikkeling dreigt te leiden tot een twee-klassenmaatschappij: die van de werkenden en die van de niet-werkenden.

Naast de problematiek in de materiële sfeer betekent dit voor veel uitkeringsgerechtigden ook problemen op het sociale en psychologische vlak: het uitzichtloze; het niet meer kunnen meedoen aan het maatschappelijk leven; gevoelens van eigenwaarde die een enorme deuk krijgen; de afhankelijkheid van hulpinstanties; geen uitweg meer zien; verstarring in de relatie ouders-kinderen.

Vooral voor jongeren die na een al dan niet afgeronde opleiding werk zoeken, is dit een schrijnende situatie. Zij zitten veelal in de vicieuze cirkel van: geen werk hebben betekent geen ervaring opdoen en geen ervaring hebben betekent geen werk krijgen. De praktijk wijst uit dat naarmate ze werkloos zijn het steeds moeilijker wordt om werk te krijgen. Sommigen spreken dan ook, zij het negatief uitgedrukt, van „de verloren generatie”.

Betrokkenheid van de kerk

Bij dit sombere beeld komt de vraag naar voren of de kerk op dit terrein een taak heeft. Gods Woord wijst hierin echter duidelijk de weg. Op vele plaatsen in de Bijbel wordt nadrukkelijk gewezen op de zorg voor de zwakke, de arme, de verdrukte. Zo worden in het Oude Testament speciale maatregelen voor hen gevraagd, terwijl ook in het Nieuwe Testament Christus herhaaldelijk de noodzaak tot zorg voor de arme benadrukt. God kiest nadrukkelijk de zijde van de armen. Zij zijn gerechtvaardigd omdat ze gerechtvaardigd zijn voor God. Voor Hem bestaan geen overbodige mensen. Hun bestaan wordt gerechtvaardigd. Dit legt een grote verantwoordelijkheid op aan de christelijke gemeente.

Vanuit de dienst tot Christus dient de gemeente ook aan onze huidige „minima” barmhartigheid te betrachten.

Bijbels gezien is dat in de eerste plaats binnen de kring van de christelijke gemeente in de vorm van onderling dienstbetoon.

Maar niet minder bestaat er vanuit de christelijke gemeente de opdracht te dienen in de samenleving.

In bijbels opzicht zal het element van de barmhartigheid nooit los mogen staan van het zoeken naar gerechtigheid.

In het verleden heeft de kerk dit niet altijd op de juiste wijze begrepen. Zo heeft zij in de 19e eeuw, ten tijde van de industriële revolutie, te weinig oog gehad voor de erbarmelijke omstandigheden, waaronder de arbeiders moesten leven. De kerk heeft toen in het algemeen de zijde van de gegoede burgerij gekozen. Hier ligt een belangrijke oorzaak van de doorbraak van de secularisatie. Vele arbeiders braken met de kerk en het geloof en zochten hun heil bij het socialisme.

Ook in deze eeuw, met name in de vooroorlogse crisisjaren, heeft de bijbelse barmhartigheid en gerechtigheid onder werklozen te wensen overgelaten. Over de diaconie van toen, bedeling in de volksmond, zijn nog slechts verhalen in omloop: de armen die alleen ondersteund werden tegen inlevering van een bewijsje dat ze de afgelopen zondag ter kerke waren gegaan; diakenen die kasten gingen controleren. Natuurlijk, de vele goede dingen die de diakenen ook deden, worden gemakkelijk vergeten. De mensen herinneren zich meestal het verkeerde, het negatieve.

Deze voorbeelden zijn dan ook alleen bedoeld om aan te geven dat christelijke barmhartigheid niet kan zonder en gelijk is aan gerechtigheid.

Charitatief gedrag is onder de bijbelse maat; de arme dient recht gedaan te worden. Het is van belang dit te onderkennen nu wij in een nieuwe crisissituatie verkeren.

Op basis van het voorgaande wil ik trachten een aantal praktische mogelijkheden aan te geven over de wijze waarop de gemeente in deze tijd invulling kan geven aan de zorg voor de arme. Niet met het oogmerk als zou de kerk de huidige problemen kunnen oplossen. Maar wel vanuit de bijbelse opdracht tot dienstbetoon en om te voorkomen dat er opnieuw mensen door een apathische of onjuiste opstelling van de kerk het geloof vaarwel zeggen.

In de lijn van de Bijbel ligt het initiatief tot dienstbetoon bij de diakenen. Dit wil echter niet zeggen dat uitsluitend zij zich met deze problematiek zouden moeten bezigden. Als diaconale gemeente dient de gehele gemeente hierbij betrokken te zijn. De diakenen hebben hierin een stimulerende taak.

Mogelijkheden tot dienstbetoon voor de christelijke gemeente

Contact met betrokkenen

Als wij als gemeente van Christus uiting willen geven aan de verbondenheid met mensen in knelsituaties dan kan dat niet zonder een werkelijk contact met degenen die zijn gedupeerd.

Dat betekent dat nagegaan dient te worden welke uitkeringsgerechtigden er in de gemeente zijn en welke problemen men ervaart.

Vergeet daarbij niet dat er mogelijk ook (kleine) zelfstandigen zijn die onder het bestaansminimum dreigen te geraken.

Dit kan zijn beslag krijgen in de vorm van een diaconaal huisbezoek.

Wanneer dit goed wordt gehanteerd, zal het niet als betuttelend maar als stimulerend en als blijk van meeleven worden ervaren.

Zicht op de situatie

Voor kennis en inzicht in de situatie in uw burgerlijke gemeente is contact en overleg met de gemeentelijke sociale dienst of de afdeling sociale zaken onmisbaar. Hier kunt u informatie vragen over het plaatselijk bijstandsbeleid, de wijze waarop schulden van inwoners worden gelenigd en ook over projecten voor mensen zonder werk. Een vraag die niet achterwege mag blijven, is die naar wat er ontbreekt aan initiatieven.

Contacten met andere instellingen

Het is ook van belang dat over deze zaken overleg wordt gepleegd met de in uw gemeente werkzame instellingen voor maatschappelijk werk en gezinsverzorging enz.

Volgen beleid burgerlijke gemeente

In beperkte mate hebben gemeentelijke overheden de mogelijkheid tot het afschrijven van gemeentelijke tarieven en belastingen en het treffen van soepele betalingsregelingen. Het laatste geldt ook voor woningcorporaties en nutsbedrijven bij achterstanden. Informeer in hoeverre dit wordt toegepast. Zonodig kan hierop worden aangedrongen.

Individuele hulpverlening

Persoonlijke financiële hulpverlening kan in een aantal gevallen noodzakelijk zijn; dit uiteraard pas als de wettelijke mogelijkheden er niet blijken te zijn. De plicht van de overheid is weliswaar te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan, maar laat het recht van de diaconie onverlet om aanvullende incidentele of periodieke uitkeringen te verstrekken aan b.v. bijstandsgerechtigden. Gedacht kan worden aan: kosten huishoudelijke hulp, financiële hulp bij aanschaf van duurzame gebruiksgoederen (b.v. stofzuiger, koelkast), hulp bij schuldsanering.

Uiteraard hoeft deze hulpverlening zich niet te beperken tot de leden der gemeente, maar kan zij ook voor andere inwoners gelden. Om de toegankelijkheid zo groot mogelijk te maken is het wenselijk het adres van de diaconie in kerk- en/of plaatselijke bladen te publiceren. Uiteraard dienen hulpaanvragen omzichtig en vertrouwelijk te worden behandeld.

Een aantal kerken is er, samen met de plaatselijke gemeentelijke sociale dienst, toe overgegaan een hulpkas op te zetten, waaruit financiële handreikingen aan inwoners kunnen worden gedaan die voor een onoverkomelijk financieel probleem staan. Hierdoor kunnen noden worden gelenigd waar anders de sociale dienst verstek zou moeten laten gaan.

Niet alleen financiële hulp

Naast de noodzaak tot geldelijke steun mag een diaconie nooit de aandacht verliezen voor immateriële problemen, zoals verlies van eigenwaarde, apathie.

Gemeen tea von den

Om de gemeente betrokken te doen zijn bij de problematiek kan het zinvol zijn hiervoor gemeenteavonden te beleggen, waarin een en ander van de taak van de gemeente in dezen naar voren wordt gebracht. In het licht van de Bijbel kan hier ook worden gesproken over de bezinning op werk (niet alleen betaalde arbeid is werk), de zinvolle invulling van vrije tijd, mogelijkheden voor werkverdeling enz. Betrek hier wel werklozen bij.

Pastoraat en kerkdiensten

Het is belangrijk dat het probleem van niet kunnen werken aandacht krijgt in het pastoraat en in de kerkdiensten (gebed en preek). Dit zal velen tot bemoediging zijn. De indruk bestaat dat dit belangrijke aspect nog te weinig aandacht krijgt. Misschien omdat het probleem zich binnen de kerkelijke gemeente zich (nog) niet voordoet?

Werk binnen de gemeente

Het is zinvol dat wordt nagegaan of mensen zonder baan op enigerlei wijze actief kunnen zijn binnen de gemeente. Dit kan zijn in de vorm van een ambt of anderszins. Ook voor werkloze jongeren in de gemeente is dit van groot belang.

Werkprojecten

In tal van plaatsen zijn werkprojecten (vaak voor jongeren) opgezet. Informeer hiernaar en tracht mensen te stimuleren hieraan deel te nemen. Dit houdt ze actief en bevordert de kansen op een vaste baan. Zonodig kunnen hiervoor vanuit de kerkelijke gemeente initiatieven voor werkprojecten komen.

Samenwerking met diaconieën van andere kerken

Het kan zinvol zijn bij een aantal van de voorgaande punten contact op te nemen met de diaconieën van andere plaatselijke kerken om tot een bepaalde samenwerking of op zijn minst een zekere wederzijdse afstemming te komen.

Ik ben mij ervan bewust dat het bovenstaande enerzijds onvolledig is en anderzijds niet altijd toepasbaar zal zijn. Een en ander is afhankelijk van de situatie. Niettemin zijn wij vanuit onze roeping tot naastenliefde verplicht hieraan ernstig aandacht te schenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.