+ Meer informatie

„Het gaat er niet om wat kinderen willen horen, maar wat zij nodig hebben"

15 minuten leestijd

In steeds meer plaatsen wordt vanuit reformatorische kring kinderevangelisatie opgezet. Vaak in probleembuurten, waar de jeugd als wild hout opgroeit. Het merendeel kent de naam van God slechts als vloek. Op de bijbelclub horen ze dat Hij hun Schepper is en hun leven wil vernieuwen. Want door het snoeimes van het Woord is er voor het wildste hout verwachting.

Een willekeurige zaterdagmorgen in de Rotterdamse Afrikaanderbuurt, een van de probleemwijken van de havenstad. Verweerd staan de huizen langs de straten, waar arbeidersvolk van de koude grond het bestaan deelt met migranten uit exotischer oorden.

Wijkgebouw "Het klooster", waar eens ijveraars van Rome hun afgezonderde bestaan leidden, wordt vandaag bevolkt door opbouwwerkers, die nog iets van de buurt proberen te maken. Voor mensen van goede wil. Op zaterdagmorgen heeft het buurthuis een andere bestemming. Dan wordt het gebruikt door kinderbijbelclub "De goede Herder". In de buurt is de club een begrip.

Elke week staan zo'n dertig, meest donkerhuidige, kinderen tussen de drie en twaalf jaar voor de deur. Om het evangelie van vrije genade te horen. Voor mensen van verdorven wil. Het werk werd in 1978 opgezet door de evangelisatiecommissie van de Gereformeerde gemeente in Rotterdam-Zuid.

Om praktische redenen besloot men al snel de groep te sphtsen in plus- en min-zeven. Enkele jaren later werd een tienerclub gevormd, die op maandagavond samenkomt.

Wonderlijk
Centraal staat de bijbelvertelling. Het tweede deel van de zaterdagmorgen wordt gevuld met het maken van een puzzel of een werkje. In de achterliggende jaren heeft teamlid Ans van Reenen een uitgebreid archief aangelegd van materiaal dat werd ontwikkeld door organisaties als Baruch en Timotheüs.

De tienerclub duurt maar een uur. Daar blijft het bij een bijbelvertelling, waarna nog wat tijd is voor gesprek. Naar wereldse maatstaven geen spectaculair programma. Toch komen elke maandagavond zo'n 25 kinderen opdagen. „Wij vinden dat ook wonderlijk", bekent Ans.

Marjo Saarloos, leerkracht aan de reformatorische Rehoboth-school in Rotterdam Kralingen, is sinds '78 bij het evangelisatiewerk betrokken. Ze behoort tot het team van de plus-zeven club, waar wordt begonnen met het aanleren van bijbelteksten. In de loop der jaren zette de onderwijzeres tal van teksten op melodie. „Dan beklijven ze beter.

Je kiest vooral de kernteksten. Romeinen 6 vers 23 bijvoorbeeld. Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift van God is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere. Onze opvatting is dat het Woord het moet doen. In de vertellingen probeer je bijbelse begrippen als zonde, genade en gerechtigheid duidelijk te maken.

Dat is bij kinderen uit kerkelijke gezinnen al moeilijk. Laat staan bij kinderen die totaal onwetend zijn. Toch sta je soms versteld van wat ze ervan meenemen."

Voorbereiding
Het opzetten van kinderevangelisatie vraagt naast bewogenheid een grondige voorbereiding. Die wetenschap was voor Ad de Waard reden om bezonnen van start te gaan met het evangelisatiewerk dat vanuit de hervormde buitengewone wijkgemeente in Apeldoorn wordt verricht onder kinderen in de wijk Orden.

Vooraf werd informatie ingewonnen bij kinderbijbelclub "Het Visnet", van de plaatselijke Gereformeerde gemeente. „We zijn daar op stage geweest, om een beeld te krijgen van het werk en de kinderen die je kon verwachten. Je moet weten wat je gaat doen en hoe je het gaat doen. Nog belangrijker is de motivatie van de mensen die je erbij betrekt. Als je in dit werk niet gedreven wordt door de liefde van God, mis je de kern."

Voorjaar '93 opende kinderbijbelclub "De Poort" de deuren. Om de kinderen te binden is het spaarsysteem van "Het visnet" overgenomen. Door te komen krijgen kinderen een punt, het foutloos opzeggen van de geleerde bijbeltekst levert ook een punt op en het meebrengen van een vriendje zelfs verschillende punten. Een volle kaart wordt beloond met een kinderbijbel.

Appèl
In de bijbelvertelling klopt voor De Waard, in het dagelijks leven werkzaam voor de Stichting Begeleidingscentrum Gereformeerd Schoolonderwijs, het hart van de kinderevangelisatie. „Daarmee doe je een appèl op het hart van de kinderen. Voor vragen is in de rest van het programma ruimte genoeg. Geef je aan het eenvoudige vertellen geen plek, dan kom je in de praktijk niet toe aan het overdragen van de boodschap."

Hoewel het voor de hand ligt dat wordt gezocht naar mensen die beroepsmatig met kinderen omgaan, mag dat volgens de hervormde ouderling niet het enige criterium zijn. Zelfs niet het eerste. „Het feit dat je dagelijks met kinderen werkt, wil niet per definitie zeggen dat je gedrongen bent om de boodschap van God door te geven. Als je het doet om binnen de kerk een beetje actief te zijn, zul je het moeilijk krijgen. Zeker als er weinig kinderen komen. Of niet één, zoals wij wel hebben meegemaakt.

Mijn ervaring is dat je door dit werk niet groter, maar kleiner wordt. En dat is goed. Beproevingen brengen je vaak dichter bij God. We hebben er destijds bewust voor gekozen, om als leiding de morgen met elkaar te beginnen door gebed. In de wetenschap dat we volkomen afhankelijk zijn van God. Dat geeft tegelijk een stuk rust. Je hoeft niet zelf de kinderen te brengen. Dat zal de Heere wel doen. Ze komen uiteindelijk niet voor ons."

Geen vuurwerk
Dat sluit voor De Waard een actieve benadering van kinderen niet uit. Voor "De Poort" van start ging, werden in de wijk Orden zo'n duizend uitnodigingen verspreid. Iets wat regelmatig wordt herhaald. „Ik zie dat als een bijbels gegeven. Ook God houdt aan in het kloppen aan ons hart.

Natuurlijk vind je het fijn als er veel komen, maar meer dan eens heeft mij getroffen wat in Lukas 15 vers 7 staat, dat er blijdschap in de hemel is als één zondaar zich tot God bekeert. En wat lees je in de Bijbel niet over de bemoeienis van de Heere Jezus met enkelingen. Dat moet ook onze grondhouding zijn."

Nimmer heeft de Apeldoornse ambtsdrager behoefte gevoeld om kinderen met "vuurwerk" te trekken. „Wij proberen een objectief waarneembare relatie te houden met de kerkdienst. Het mag niet zo zijn dat een kind dat de diensten gaat bezoeken, wat je toch vurig hoopt, daar iets totaal anders aantreft. Vandaar dat wij vanaf het begin een zekere discipline hebben nagestreefd.

Onder de vertelling moet het stil zijn, onder het bidden eerbiedig. Het werk van de Heilige Geest wordt gekenmerkt door rust. Dat staat haaks op het milieu van de meeste kinderen. Ze hebben televisie, video, computerspelletjes, alles wat lawaai maakt en flitst.

In het begin vroeg ik me af: Spreekt een gewone vertelling hen nog wel aan? Dat blijkt in de praktijk wonderlijk mee te vallen. Wat voor ons gewoon is, is voor hen iets bijzonders."

Zaakje
Ook vanuit verschillende reformatorische evangelisatieposten wordt kinderevangelisatie verricht. Zo organiseert Henk Bor, christelijk gereformeerd evangelist in Gent, elk jaar een kinderbijbelclub. Met een drieledig doel. In de eerste plaats het bekend maken van kinderen met de boodschap van zonde en genade. In de tweede plaats het bereiken van de ouders, via die kinderen.

Een bijkomend motief is het corrigeren van de beeldvorming over de post. „Veel mensen zien dit als een 'zaakje'. Zoals je in België legio religieuze groepjes hebt, die allemaal voor zichzelf bezig zijn. Door zo'n kinderbijbelclub, waar elk kind welkom is, laat je zien dat het je niet gaat om een eigen bedrijfje, maar om mensen voor God te winnen."

Het vinden van kinderen is in Gent geen probleem. Een simpel bord met de vermelding "Kinderclub" doet de buurtjeugd toestromen. „Op een gegeven moment kwamen er wel vijftig, bijna allemaal moslimkinderen." Toen de club aan het succes ten onder dreigde te gaan, droeg Bor de invulling over aan een team van sympathisanten uit Nederland. „Het was voor één man geen doen meer."

Aanvankelijk werd eerst een bijbelverhaal verteld en een tekst aangeleerd, waarna wat werd geknutseld. Dit jaar werd besloten de volgorde om te keren. „De kinderen kwamen bruisend van energie binnen en waren niet tot bedaren te brengen. Om de energie wat af te romen, worden nu eerst wat spelletjes gedaan. Een deel nokt daarna af, maar de blijvers tonen meer interesse.

Helder
Sceptici in reformatorische kring zien kinderevangelisatie als een luis in de pels van het geordende kerkelijke leven. Het gaat er allemaal wat vrijer toe dan in het kerkelijke verenigingswerk. Voor Bor is de vorm waarin het werk gestalte krijgt, van secundair belang.

„Als je boodschap maar helder is. Natuurlijk breng je de bijbelse geschiedenissen in verhalende vorm, maar het moet niet bij een mooi verhaal blijven. Ook die kinderen moeten gaan beseffen dat zij zondaren zijn, dat God heilig is en dat Hij hen een nieuw leven wil geven. Daarbij kun je gerust gebruik maken van hulpmiddelen. Je moet het zo begrijpelijk en beeldend mogelijk zien over te brengen.

Daarnaast mag er ook ruimte zijn voor spel en gezelligheid." Er ligt hier een zeker spanningsveld, erkent de Gentse evangelist. „Je kunt zo veel nadruk leggen op de spelletjes en het knutselen, dat de boodschap niet meer overkomt. Dan ben je fout bezig. Strakke regels zijn niet te geven, maar het moet niet een veredelde padvinderij worden, of een poppenkastvoorstelling."

Krampachtig
„Aan de andere kant is men in onze kring denk ik wel 's wat te krampachtig. Je moet die kinderen lokken. De meesten hebben nog nooit een kerk van binnen gezien. Daar moet je ook met het vertellen rekening mee houden. Je verhaal zal kort en krachtig moeten zijn. Maak je het te lang, dan verslapt de aandacht. Beter kun je onder het maken van een werkje nog eens op bepaalde zaken terugkomen."

Net als De Waard is Bor er een voorstander van om gebruik te maken van kennis die al door anderen is opgedaan. „Zo bekijkt het team dat hier werkt geregeld materiaal van organisaties als de IZB, Timotheüs en de werkgroep kinderevangelisatie van de Gereformeerde Gemeenten. Niet alles is bruikbaar, maar dat hoeft ook niet. Je kunt het goede eruit halen.

Op zichzelf vind ik het positief dat er organisaties zijn die kerken materiaal aanreiken of van advies dienen. Dit werk vraagt ook een stuk kennis. Zoals dat voor alle arbeid in het Koninkrijk van God geldt. Iemand die dominee wil worden, zit zeven jaar theologie te studeren. Daar zitten ook best elementen in die er beter uit hadden kunnen blijven, maar dat neemt het belang van zo'n opleiding niet weg."

IKEG
Een van de organisaties die zich volledig op kinderevangelisatie toeleggen, is Child Evangelism Fellowship (CEF). Deze bijbelgetrouwe organisatie, die werkzaam is in 126 landen, richt zich primair op de Evangelieverkondiging aan kinderen.

CEF heeft het karakter van een geloofszending. De werkers worden ondersteund door gemeenten en individuele christenen. De circa tweeduizend full-time werkers moeten jaarlijks de geloofsverklaring tekenen, om hun blijvende instemming met de grondslag te betuigen.

Het Internationaal Kinderevangelisatie-genootschap (IKEG), de Nederlandse afdeling van het CEF, wordt sinds vorig jaar geleid door de Zuidafrikaanse predikant M. Storm. Van alle acht medewerkers wordt verwacht dat ze zelf actief betrokken zijn bij kinderevangelisatie. Daarnaast ontwikkelt het IKEG materiaal en organiseert trainingen voor kinderbijbelclubwerkers, ten dienste van de kerken.

„Wij willen geenszins een soort kerkje stichten onder kinderen", beklemtoont Storm. „Ook onze eigen clubs zien we graag gedragen door bijbelgetrouwe gemeenten."

Gevaren
De directeur van het IKEG ziet het werk waartoe hij zich geroepen weet, bedreigd door meerdere gevaren. „In de eerste plaats het humanisme. Er zijn bijvoorbeeld trainingen voor evangelisatiewerkers waarin wordt beweerd, op grond van sociale wetenschappen, dat een kind niet werkelijk kan geloven. Ons uitgangspunt is de Bijbel. Dat wat God over een kind zegt.

Een tweede gevaar is amusement. Er zijn clubs die veel kinderen trekken, maar je kunt het geen evangelisatie meer noemen. Als je een kinderclub begint, krijg je altijd een ziftingsproces. Het Evangelie is niet naar de mens, ook niet voor een kind. Het gaat er niet om wat kinderen willen horen, maar wat zij nodig hebben. Wij zijn hier om God te verheerlijken. Hij wil door Zijn Woord wedergeboorte geven.

Wij maken een vertelling zo aansprekend en visueel mogelijk door flanelfiguren en platenboeken. Maar alles met het doel om de boodschap van God over te dragen. Het doet mij pijn dat de eerste vraag van veel mensen is: Welke werkjes hebben jullie?

Natuurlijk hebben wij werkjes. Maar de eerste juiste vraag is: Wat is de inhoud van jullie bijbellessen? Het IKEG werkt met een cyclus van vijf jaar. In die vijf jaar wordt volgens een vaste opzet de Bijbel doorgenomen. Uit elke geschiedenis die je vertelt, moet je een centrale waarheid halen, met de toepassing ervan in het leven van het kind."

Vruchten
Niet alleen de geschiedenissen, maar ook leerstellige brieven van het Nieuwe Testament komen bij het IKEG aan de orde. Zo behandelt Storm met kinderen die al langer komen thema's uit de Romeinenbrief. Daarbij gebruikt hij onder meer het "woordeloos boekje", dat slecht enkele onbeschreven, gekleurde velletjes telt.

Het idee is afkomstig van de bekende baptistenprediker Spurgeon. De eerste bladzijden zijn goudkleurig, de volgende zwart, dan rood, dan wit en ten slotte groen. Een eenvoudig middel om kinderen bekend te maken met de glans en zuiverheid van God, de duisternis van de zonde, de kracht van Christus' bloed, de reinheid van de zondaar als hij door dat bloed gerechtvaardigd wordt en het leven van groei in de genade, dat daarop mag volgen.

„Als een kind zegt dat het in de Heere Jezus gelooft, maar ik zie geen vruchten, dan moet ik eerlijk zeggen dat het zich vergist", verklaart Storm. „Het Evangelie vraagt niet alleen geloof, maar ook gehoorzaamheid. Als de rijke jongeling vandaag in bepaalde kringen kwam, zou men Hem meteen beschouwen als iemand die Jezus had aangenomen.

Maar Jezus kon hem niet aanvaarden. Wij zeggen een kind eerlijk: Als jij bij de Heere Jezus gaat horen, gaat Hij jouw leven ook veranderen. Dat is heel belangrijk."

Goede Herder
Ans van Reenen vindt het vaak moeilijk om te bepalen wat de bijbelse boodschap in het leven van de kinderen uitwerkt. „Je ziet ze alleen op zaterdagmorgen. Hoe zijn ze thuis? Daar heb je weinig zicht op. Wel maak je soms opmerkelijke dingen mee.

Met de vakantiebijbelweek had een jongen ruzie met een van de leiding. Hij liep kwaad weg, maar werd tegengehouden door een ander, die zei: Als je zo naar huis gaat is de duivel je vriend. Waarop die jongen zich omkeerde en terugkwam om z'n excuus aan te bieden."

Opvallend is ook de trouw waarmee velen naar de Rotterdamse club komen. Hèt voorbeeld daarvan is Chris, die inmiddels 28 jaar is, maar nog elke zaterdagmorgen komt. Toen Marjo Saarloos hem vroeg wat hem toch trok, was het eenvoudige antwoord: Bij de goede Herder, daar is het goed.

„Ik geloof zeker dat de Heere vruchten geeft. Hij heeft zelf gezegd: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn. Die moeten ook toegebracht worden. In de achterliggende zestien jaar zijn honderden Bijbels uitgedeeld.

Pas vroeg ik aan een knul van een jaar of twaalf, ofie er nog wel eens in las. „Ja hoor, altijd", was zijn antwoord. Van een ander hoorden we dat hij na het eten aan tafel leest. Dat zijn bemoedigende dingen."

Platte schoenen
De drempel naar de kerk blijft enorm hoog. Dat is de algemene ervaring van hen die betrokken zijn bij kinderevangelisatie. De leiding van "De goede Herder" vraagt op zaterdag concreet wie de volgende dag naar de kerk willen. Die worden zo nodig opgehaald.

Een klein deel van de kinderen bezoekt geregeld de diensten in de Gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid. Maar het blijven enkelingen. Marjo en Ans zien daarvoor verschillende redenen. In de eerste plaats de thuissituatie. De meeste kinderen komen uit randsociale milieus. Ouders vinden het prima als hun kinderen op zaterdag een paar uur van de vloer zijn, maar willen er zondag op uit.

Voor de kinderen zelf is de kerkdienst een hele zit. Waar nog bij komt dat ze zich bekeken voelen in hun afwijkende kleding. „Er was een meisje dat zei: Als je bij jullie hoort moet je een rok aan, en platte schoenen. Tot die conclusie was ze gekomen omdat wij toevallig allemaal op schoenen zonder hak lopen.

Dan zie je hoe scherp die kinderen opmerken en wat voor vreemde conclusies ze soms trekken. Heel breed leeft de gedachte dat je om naar de kerk te gaan goed moet zijn. Dat krijg je er niet uit, al vertel je elke week dat er voor de Heere geen onderscheid is."

Bewogenheid
Belangrijk is volgens ds. Storm dat de christelijke gemeente als geheel bewogen is met onkerkelijke kinderen. „Een kerk kan zo'n tunnelvisie krijgen, dat ze alleen nog maar oog heeft voor haar eigen jeugd. Er zijn zo veel kinderen die nooit van Gods Woord gehoord hebben. Terwijl de mogelijkheden groot zijn. Juist kinderen zijn er ontvankelijk voor."

Marjo kan dat uit de praktijk bevestigen. Een derde deel van haar klas bestaat uit kinderen van allochtonen, deels met een islamitische achtergrond. Daardoor heeft ze ook doordeweeks de mogelijkheid om onkerkelijke kinderen bekend te maken met het Woord van God. Ze noemt het een verarming dat de meeste reformatorische scholen uitsluitend kinderen uit de eigen achterban toelaten.

„Positief christelijk zou zijn als er ruimte was voor een bepaald percentage buitenkerkelijke kinderen. Ik zie de bezwaren daarvan ook. Maar de bewogenheid met deze kinderen zou naar mijn gevoel voorop moeten staan.

We zijn in de gereformeerde gezindte zo op onszelf gericht. Dat zie ik steeds sterker worden. Wat dat betreft is het niet vreemd dat zo weinig mensen de weg naar onze kerken vinden."

Volgende keer: C.J. Weststrate, voorzitter Landelijke werkgroep kinderevangelisatie van de Geref. Gemeenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.