+ Meer informatie

Kerknieuws

9 minuten leestijd

Beroepen te Gouda, M. Blok te Rotterdam C; te Vlaardingen, F. J. Dieleman te Yerseke.

Bedankt voor Utrecht, M. Blok te Rotterdam C; voor Zeist, A. de Blois te Rotterdam Z.

Ds M. HEERSCHAP

Het (voorlopig) adres van Ds Heerschap in Canada is: p.a. R. Grisnich, Iron Springs, Box 27, Alberta, Canada.

Begrafenis van Ds W. de Wit te Leiden

Een enorme schare had het kerkgebouw gevuld tot in alle hoeken toen de rouwdienst des Maandagsmiddags om half twee uur gehouden werd. Ds A. Verhagen opende deze droeve samenkomst met het lezen van Openbaring 7 : 9 tot het einde, en ging voor in gebed. Ds de Wit is niet meer, hij heeft het tijdelijke met het 'eeuwige verwisseld. Zo geheel onverwacht is hij heengegaan, aldus begon Ds Verhagen. Wie had dat gedacht. Welk een droefheid heeft de mare van zijn overlijden bij ons allen verwekt. Gods weg is in het heiligdom. De Heere vergist Zich niet. Dat wij bewaard worden voor opstand en de waaroms niet zelf trachten op te lossen met ons verdorven verstand. God maakte hem rijp voor de heerlijkheid en nam hem op. Zwaar is de slag allereerst voor u, mevrouw de Wit. Spreker wenste haar toe te bidden de bewaring des Heeren voor moedeloosheid en opstand, en dat zij genade moge verkrijgen om Gode te zwijgen, omdat Hij het heeft gedaan. Hij legt de mens niet te veel op, al schijnt ons dit soms wel zo toe. Ook de moeder van de geliefde overledene wenste hij kracht en sterkte toe om deze diepe smart te kunnen dragen.

Verder richtte hij woorden van troost tot de familie van Ds de Wit. Ook de gemeente van Leiden bad hij de ondersteuning des Heeren toe. Wat is uw blijdschap spoedig in diepe rouw veranderd. Hij was een man, die tot zulk een zegen was in het midden der gemeenten. Ook wij zullen hem missen in onze meerdere vergaderingen, waar hij met zijn bezadigdheid een woord van pas zo spreken kon.

Toch wenste spreker niet alleen stil te staan bij Ds de Wit, maar bovenal te wijzen op Hem, Die wandelt tussen de zeven gouden kandelaren, en de zeven sterren in Zijn rechterhand heeft. Wie ons ontvalt. Hij blijft. Hij zegt: Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten. Johannes zag een schare, die niemand tellen kan. Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen. Ook Ds de Wit is nu uit al zijn verdrukkingen. Hij kwam er niet in om, doch de Heere haalde hem er uit op. Ook voor hem geldt, dat de Heere dé tranen van alle aangezichten zal afwissen. Dit zij onze sterkte in alle smart. Daarna sprak Ds A. de Blois namens de Particuliere Synode. Allereerst richtte hij woorden van hartelijk medeleven tot de zwaar beproefde mevrouw de Wit, zijn moeder én familie. Ook de .gemeente van Leiden betuigde hij zijn deelneming. Laten wij zoeken te bukken, aldus spreker, onder het wijs bestel des Heeren. Laat ons leren onze dagen te tellen. Geen maanden of jaren, maar onze dagen tellen, gelijk ook Mozes betuigt in Psalm 90. Ds de Wit mocht als een zaaier zaaien. Nu valt een deel wel op de straat en een ander deel in de doornen en op steenachtige plaatsen, doch ook in de door de Heere Zelf toebereide aarde van het hart. Vaak zaait men met tranen. Maar de uitkomst is aan God. Onder Gods zegen komt de oogst. Het zaad moet sterven. We worden gezaaid in zwakheid, maar opgewekt in kracht. Moge de stem van het graf: „Memento mori", spreken tot ons allen. Is de tijd donker? Zeggen velen: „Wie zal ons het goede doen zien? " laat ons gebed dan mogen zijn: „Verhef Gij over ons het hcht Uws aanschijns, o Heere". Wie hier bedrukt, met tranen zaait, zal juichen als hij vruchten maait.

Ds L. Rijksen, die sprak namens de Scholenbond en de Synodale Commissie voor de Kweekschool te Krabbendijke en als oud-predikant van Leiden, kreeg hierna het woord. Het is een zware taak, aldus begon hij, hier te spreken. Ontroering heeft ons bevangen. Wat was er een blijdschap in de gemeente vóór 5,5 maand terug. Wie had kunnen denken, dat het zó kort zou duren? Spreker bracht de hartelijke deelneming over aan mevrouw de Wit en de familie van de gemeente te Middelburg, waar Ds de Wit toch weleer gestaan heeft, zowel als van de Scholenbond en de Synodale. Commissie. Als we op het gemis zien en al wat daaraan verbonden is, dan zinken we in moedeloosheid weg. Maar de diepte en de ellende brengen ons de uitkomst dan ook niet. Hij wenste mevrouw de Wit, de familie en de gemeente van Leiden toe de beoefening van David in Psalm 62, waar hij uitriep:

Doch gij, o rnijn ziel, zwijg Gode, want van Hem is mijn verwachting. Hij is immers mijn Rotssteen, mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen". Het was zijn hartewens, dat de beoefening, troost en kracht daarvan verkregen worde. De Heere doet geen onrecht. Zijn handen zijn het, die slaan, doch ook helen. Laat ons daarbij onze geliefde broeder de heerlijkheid, die hij verkregen heeft, niet misgunnen. Nu mag hij zijn Heere en Koning ongestoord eeuwig dienen. Na het zingen van Psalm 68 : 2 en 10, en dankgebed door Ds Verhagen, ging men grafwaarts. Het was een honderden meters lange stoet.

Aan het graf, waar Ds Los, Ds den Hengst en Ds van Reenen reeds begraven waren, en nu het stoffelijk overschot van Ds de Wit zou rusten, sprak Ds K. de Gier als consulent der gemeente en mede namens de Classis Amsterdam.

Alle heerlijkheid is als het gras, en alle leven als een bloem des velds, aldus sprak Ds de Gier. Droefheid is bij ons allen, maar ook hoop, want de Heere zegt: „Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven. Ja, van nu aan, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid, en hun werken volgen met hen". Hoe geldt dit woord ook van onze geliefde broeder. Wat kort toch was hij nog maar in Leiden en in onze Classis. Hoe smart ons zijn heengaan. Zijn rustige bezadigdheid en weloverwogen oordeel gaf menigmaal zoveel nut, ook in onze vergaderingen. Nu is hij niet meer, wijl Hij mocht ingaan in de vreugde zijns Heeren. De Heere heeft hem willen gebruiken in Zijn dienst. Zijn werk hier is nu ten einde, wijl God hem afloste. Zijn stoffelijk overschot rust nu hier in het graf tot de jongste dag. Maar dan zal dit graf geopend worden. Wat wij hier doen moeten tot Gods eer, zal juichen tot verheerlijking Gods. Daarom geldt het: „Zijn werken volgen met hem". Wat een voorrecht, als wij getroost de dood tegemoet mogen zien. Nadat hij nog troostvolle woorden tot mevrouw de Wit, de oude moeder van de overledene, de familie, kerkeraad en gemeente gericht had, wees hij er nog op, dat de woorden, die Ds de Wit gesproken had, eens weder zullen komen in de dag des gerichts. Gelukkig degenen, die dan niet zullen verschrikken, doch eeuwige blijdschap zullen ontvangen.

Ouderling van Hoven sprak daarna namens de kerkeraad en de gemeente. Hij begon te zeggen: Niemand kan uitdrukken, wat er in ons aller hart leeft. Een half jaar geleden zó verblijd, en nu zó bedroefd. Welk een achting droeg Ds de Wit onder ons weg. Hoe getrouw was hij in zijn dienstwerk! Nu is zijn mond gesloten. Spreker waarschuwde de gemeente voor de woorden, die de zo zeer geachte leraar telkens tot de gemeente gericht had. Moge de stem van dit sterven spreken tot ons allen en leiden, bij aanvang of voortgang, tot bekering. Hij verzocht nog te zingen Psalm 98 : 2.

Een broer van wijlen Ds de Wit dankte namens de familie de sprekers en alle belangstellenden voor de laatste eer, zowel bij het overlijden als deze ter aardebestelling zijn onvergetelijke broer bewezen.

Onder de aanwezigen merkten wij, behalve de sprekers, op: Ds H. Ligtenberg, Ds A. van Stuyvenberg, Ds T. Dorresteyn; Ds J. B. Bel, Ds M. Blok, Ds Chr. van Dam, Ds M. Heerschap, Ds F. J. Dieleman, Ds H. van Gilst, Ds W. Hage, Ds G. Zwerus, Ds J. Kieboom, Ds A. F. Honkoop, Ds T. Cabaret en al de studenten.

ZAANDAM

De gemeente te Zaandam mag zich er in verheugen nu spoedig een eigen kerkgebouw te zullen hebben. Het is haar immers mogen gelukken het kerkgebouw, dat staat aan de Langestraat 65—67, te kopen. Wel zal één en ander er aan moeten worden gerestaureerd, doch men heeft de hoop met een paar maanden D.V. het in gebruik te kunnen nemen, wat dan nader zal worden bekend gemaakt.

KERKBOUW ROTTERDAM (WEST)

Het is bekend, dat de Gereformeerde Gemeente in Rotterdam-West genoopt wordt tot de bouw van een nieuwe kerk. Het komt mij voor, dat het niet overbodig, maar hoogst noodzakelijk is om hiertoe over te gaan. Niemand zal dit kunnen tegenspreken, vandaar.ook, dat wij met alle vrijmoedigheid een beroep doen op uw medewerking; en wij hopen, dat het u ter harte mag gaap. Toen de tabernakel op Goddelijk bevel gebouwd moest worden, zei de Heere tot Mozes: „Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij een hefoffer nemen".

Daar werd gebracht: goud, zilver, koper, en ook geitenhaar; dus elk bracht naar zijn vermogen, naar hetgeen hij van de Heere ontvangen had; en het was de Heere aangenaam. Zou dit nu ook nog niet kunnen? Het is toch voor een goed doel. Vrienden, ons gebouw is te klein. Vele jonge mensen en kinderen hebben geen plaats; dat kan zo niet blijven. Wie helpt nu de gemeen-, te van Rotterdam (West), hetzij met een gift, hetzij met andere toezeggingen? Tot onze blijdschap mogen wij melden, dat er velen zijn, die reeds blijken gegeven hebben van hun medeleven, en dat doet toch weldadig aan. Toont u het dan ook met een gift of lening, waarvan de rente onderling bepaald kan worden. Laat ons elkanders lasten dragen en vervullen de wet van Christus.

Postrekening 619378. Penningmeester financiële commissie Kerkbouw, Rotterdam (W.). Ook zal de heer J. Verstraten, Doggestraat 14c, Rotterdam (West), gaarne uw brieven ontvangen.

Ds H. LIGTENBERG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.