+ Meer informatie

ONZE HOOP

5 minuten leestijd

Indien Christus niet in de wereld ware gekomen, het ganse leven was een pessimisme Immers het leven staat in het teken van lijden en verganlcelijkheid.

Mozes zegt in Psalm 90: „Wanthetuitnemendste van dit leven is moeite en verdriet”.

Wat al zorgen, moeiten en teleurstellingen, ziekte en dood. Ja, we mogen wel zeggen dat het leven der mensheid 6en Bethesda is. Doch Jezus Christus is in dit leven afgedaald, heeft de natuur der mensen aangenomen, is een geworden, en van Hem geldt het: Hij was een man van smarten en verzocht in krankheid. En in deze weg is Hij niet alleende Borg van zondaren, maar ook een dierbare toevlucht in alle lijden voor alien, die Hem tot een Toevlucht leerden stellen.

Wat al vruchten worden in Hem gevonden voor een allesverbeurdhebbende zondaar.

En het is een van deze vruchten die de apostel hier noemt, nL: „Die onze hoop is”. Johannes wordt genoemd de apostel der liefde, Paulus de apostel des geloofs; maar Petrus de apostel der hoop.

Er is een plaat met drie zinrijkegestalten. Een is er die een brandend hart omhoog heft en er onder staat geschreven: liefde, de ander houdt een kruis omklemd en we lezen er onder: geloof. Doch de derde rust op een anker en dit heet: de hoop.

Deze hoop is noodzakelijk. Immers het leven is wel eens vergeleken met een zeereis. Maar zie, waar het bij zulk een zeereis op aankomt: dat het schip een goed anker en een goede ankergrond heeft. Anders zal het bij nood en stormweer stukslaan tegen de rotsen. ’t Is zo juist gezegd door een dichter:


Als de stormen woedend slaan,
Tegen rotsen op en neer,
Laat mij aan Uw zij’ dan staan,
Tot de storm voorbij is, Heer’.


Een anker is noodzakelijk, gelijk de apostel zegt: „Welkewij hebben als een anker der ziel, welke binnengaat in het binnenste heiligdom, waar de Voorloper is voorgegaan”.

Ja, als de stormen van ons leven woedend slaan, faalt alles, behalve Jezus Christus. Hij is de enige Hoop.


’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
Maar nooit een vriend als Jezus is.


Hij kan ook onze hoop zijn. Hij is krachtiglijk bevonden een hulp te zijn in benauwdheden. Benauwdheden der ziel: schuld, verdorvenheid, opstand en rebellie. En als dan het schip van ons leven wordt op- en neergeslagen, welk een toevlucht als het anker der ziel mag uitgeworpen worden in die vaste grond des betrouwens: Christus en Zijn gerechtigheid.

Van die ankergrond geldt:


Ik heb de vaste grond gevonden
Waarin mijn anker eeuwig hecht.
De grond in Jezus’ bloed en wonden
Voor ’s werelds aan-vang reeds gelegd.


Hij wil ook onze hoop zijn, daartoe heeft Hij Zich van eeuwigheid gegeven: "Vader, Ik kom om Uw welbehagen te doen”. En geldt het nu: Komt tot Mij alien, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven!”

Hoop! welk een lieflijk woord. De lijderhoopt op beterschap. De kruisdrager hoopt op verlichting of op afneming vanhetkruis. Hopende gaat de jeugd het leven tegemoet. Ja, waarlijk: hoop doet leven doet hopen. Als danook deze edele bloem in het menselijk leven wordt afgesneden, dan zinkt de mens ineen.

Zonder hoop, zo zijn we aan de poort van de wanhoop. Doch alle hoop is geen hoop, waarvan onze tekst spreekt. Een groot verschil voorwaar tussen hoop en hoop.

Het één is een staf, het andere een rietstaf. Het één is een rots, het andere zandgrond. Het één is een lichtende ster, het andere een dwaallicht. Maar de taal der Schrift is hoop en onbedriegelijke, welgefundeerde en zekere verwachting, die vrucht is van het geloof. Die hoop nu missen we van nature. Wij alien toch zijn van nature vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld, In het paradijs is het snoer gebroken, dat ons aan God verbond. In een drievoudige dood hebben we ons gezondigd. Christus nu is in deze dood afgedaald, heeft door Zijn dood en opstanding het leven en de onsterfelijkheid aan het licht gebracht. „Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden”. Christus is in de hemel ter rechterhand Gods des Vaders: "Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt”.

Wat zalig toevoorzicht. Doch dit zal dan ook uitgewrocht moeten worden in ons hart, zullen we daar de betekenis van verstaan en de vrucht ervan genieten.

Van nature zijn we zonder hoop: „geen hoop hebbende en zonder God in de wereld”. Hebben wij onszelf al als zodanig leren kennen? Missen we deze levende hoop voor onze ziel? Dat is voorzeker hier al vreselijk: Waarheen met alle zorgen en noden? Dochbovenal straks, op ons sterfbed, als het eeuwigheid wordt.

Och leerden we nog alles wat daarbuiten ligt, alle valse hoop, als een leunstok des verderfs wegwerpen om Hem nodig te krijgen in leven en in sterven, als de enigehoop. Watverwacht ik? zegt dedichterinpsalm 39, „mijnhoop die is op U”. Die hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods is uitgestort in onze harten door het geloof en daarom:


Hoopt op de Heer’, gij vromen,
Is Israel in nood?
Er zal verlossing komen,
Zijn goedheid is zeer groot.


S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.