+ Meer informatie

COLUMN: PREKEN MAKEN

3 minuten leestijd

Een aantal weken geleden las ik in een kerkblad, uitgaande van één van de plaatselijke genieenten binnen de Geref. Kerken (vrijg.) de volgende opinerking van de plaatselijke predikant: ‘Het is een beetje een trend aan het worden in onze kerken dat de predikanten maar één keer per zondag in hun ‘eigen’ gemeente voorgaan en verder naar hartelust rullen’. Uit het ‘predikbeurtenlijstje’ dat voor een zestal zondagen in datzelfde kerkblad stond was diddelijk dat deze praktijk in ieder geval in die gemeente werkelijkheid was geworden - uiteraard na toestemming van de kerkenraad.

Bij lezing van e.e.a. schoot mij een uitspraak te binnen van een heel bekend predikant in onze eigen kerken, die in de jaren zestig al zei: ‘Het zou van ‘s hemels wege verboden moeten zijn dat predikanten per week meer dan één preek moeten voorbereiden’. De opmerking van deze -al overleden - broeder had in die tijd niet het door hem gewenste effect. Gaandeweg is echter in onze kerken het besef doorgedrongen dat we er toch gewicht aan moeten hechten.

Nu is er in de Geref. Kerken (vrijg.) meer gelegenheid om het maken van preken te beperken tot één per zondag dan in de onze: een globale telling in hun jaarboek leidt tot de conclusie dat zij zo’n 51 gemeenten hebben met 2 of 3 predikcmtsplaatsen, en dat op een totaal van 263 gemeenten. De Chr. Geref Kerken teilen er daar 13 van op een totaal van 189. Ook het acmtal combinaties (twee gemeenten die Samen één predikant hebben, hetgeen automatisch leidt tot het evenwichtig verdelen van de zondagse diensten - aangenomen dat de betreffende dienaren niet vier maal per zondag voorgaan ) is beduidend meer dan bij ons.

Toch is het zaak om als predikanten en kerkenraden attent te zijn op deze zaak. Als ik mij niet vergis, is dat ook bij velen het geval. Het is in de meeste gevallen nog niet zo als bij de door de betreffende predikant aangehaalde trend, maar inzage in de preekbeurtenlijstjes zoals die in classicale en regionale kerkbladen gepubliceerd worden, leert dat er in ruime mate ‘geruild’ wordt van kansel.

Men hoeft er geen wet van Meden en Perzen van te maken: er zullen predikanten zijn die graag twee maal per zondag in hun eigen gemeente voorgaan na serieus en met studiezin hun twee diensten voorbereid te hebben. Dan hoeft men de discussie niet op te roepen uiteraard. Maar vergis ik mij als ik stel dat voor de meesten van ons geldt dat het voorbereiden van de diensten (waaronder de preek de meeste tijd in beslag zal nenien) voor de predikanten week-in-week-uit een grote tijdsdruk in (nog belangrijker) een grote geestelijke druk betekent?

Kerkenraden en predikanten weten dat de weekindeling van de predikanten in de loop van de decennia geducht gewijzigd is en dat het pastoraat veel meer dan vroeger getekend wordt door situaties die van de predikant veel vragen. En dat zowel in de zin van tijdsbeslag als van inhoudelijke diepte. De psychische problematiek van vele gemeenteleden (om maar één zaak te noemen) vraagt van hulpverleners, maar ook van pastores veel. Men kan ook overigens trouwens de vraag stellen of het wel zo gezond is dat predikanten jaar in jaar uit werkweken maken die het normaal geachte in onze samenleving verre te boven gaan.

Nogmaals: ik heb de indruk dat veel kerkenraden daar oog voor hebben. In ieder geval pleit ik er voor dat deze dingen in openheid tussen predikant en kerkenraad besproken worden. Opdat wederzijdse wensen, mogelijkheden en moeiten niet verzwegen worden en we elkaar hierin dienen, ook als gemeenten onderling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.