+ Meer informatie

Briefwisseling met mijn jonge vrienden

4 minuten leestijd

(13)

Waarde jonge vriend.

Het was mij aangenaam een brief van je le ontvangen uit het verre Oosten. Ja de mensch overdenkt zijn weg, maar de Heere bestuurt zijn gang. Dat is óók waar, als we als vrijwilliger met de eerste stoottroepen naar Indië gaan. Al heb ik niet in diezelfde omstandigheden verkeerd als mijn jonge vriend ginds in Indië, zoo kan Baruch er toch wel iets van vatten van dat verkeer in militairen dienst. Ook Baruch heeft den wapenrok gedragen en geen korten tijd, en toch ook onder allerlei omstandigheden. Ik weet niet hoe je erover dacht, toen je met je broeder samen je beschikbaar stelde voor 's Lands dienst. Maar ook dan als ons hart geneigd wordt, om dienst te nemen, gaat dat niet buiten de voorzienigheid Gods om. Het is wel waar, de beschouwing van de voorzienigheid Gods neemt 's menschen verantwoording niet weg. Maar als we gaan in een ïveg, die op zichzelf niet zondig is, dan mogen wij den Heere aanroepen in onze nooden. Hel kan evenwel zijn, dat we uit zorgeloosheid of veronachtzaming van den raad onzer ouders of familie, of uit een vermaarloozing van het kennen van den Heere in al onze wegen, toch voor onszelf ons schuldig maken voor den Heere, als wij kiezen voor een bepaalden weg (en wie is er die niet zondigt? ) In het algemeen is hel voor ons gemakkelijker, als wij door de Overheid $ opgeroepen worden, dan drukt ons de verantwoordelijkheid niet zoo zwaar, als wanneer we dien weg vrijwillig zijn ingegaan. En nu bevind je je in omstandigheden, waarvan je vroeger nimmer zou hebben gedroomd. En nu is je broeder gesneuveld, gevallen in den dienst van het Vaderland. Neen, daar ligt op zichzelf geen grond in voor de eeuwigheid. Dat. is wel naar de mode van onzen lijd. Je zult wel weten, dat behoort tot den godsdienst der Japanners. Als ze sneuvelen in dienst des lands. dan brengt dat voor hen de zaligheid mee. Staat en godsdienst zijn bij hen niet te scheiden. Hun naam wordt op een rol in hun tempel gebracht. Wij erkennen wel dat de Overheid dienaresse Gods is en dat wij die onderdanig hebben le zijn. Ook is het der Overheden roeping om Gods geboden te eeren. Maar noch moed, nocli vaderlandsliefde, noch opoffering; wasschen onze zonden af, dat doet alleeri hel bloed van Jezus Christus. Ik hoop dat mijn vriend daar alleen de rust moge zoeken en daar ook vinden. Waar wij ons ook bevinden en onder wat omstandigheden ook, we zullen allen door denzelfden 1 veg zalig worden. En nu begeer je dat Gods volk, dat verstand van kermen heeft, veel in den gebede mogen gedenken aan onze soldalen. Dat hun gebed moge zijn, dat de Heere Zijn Geest schenken moge aan onze mannen, zonen en broeders. Ja, het is dezelfde Geest waardoor ze geleid moeien worden. Het leven onder de militairen is dikwijls zeer moeilijk en bezwarend. Ik heb eens gelezen van iemand, die door Gods genade ivas getrokken midden uit de goddelooze wereld, ivaar hij leefde onder ruw krijgsvolk. Zijn conclusie was dat daalde verleiding zóó groot was, dat alleen de ware vreeze Gods een mensch temidden van die omstandigheden kon bewaren.

'Gelukkig dat je nog moogt lezen in de geschriften onzer oudvaders.

Het is waar wal je schreef: Het eerste jaar is er zeer weinig belangstelling van de zijde der kerk geweest. Nu is hel gelukkig beter geworden. Ook ons blad „Daniël" heeft daartoe een steentje bij mogen dragen. Hoe meer jonge mannen er uit de kringen van onze jongelingsvereenigingen naar Indië vertrekken. hoe meer de band gevoeld wordt. Hoe mooi kwam dat uit op onze jaarvergadering in Gouda.

De donkerste wegen, zij zullen het meest openbaar doen worden van de wijsheid en goedheid Gods. Hij is een God die in de donkerheid woont. Wal nu nog niet gezien wordt, zal de eeuwigheid openbaren. Wij hebben maar vleeschelijke oogen. Acht het nog groot, mijn vriend, dat je kameraden je nog kennen in je belijdenis van Gods Woord. Denk aan de verplichtingen die hei je oplegt. Behandel ze niet uit de hoogte. Ons onderscheidt niels van hen. Wees in eigen oog tegenover hen in alles de minste. Geef in alles toe, behalve in de zonde. Als we belijders van 's Heeren Naam zijn, hebben we een wit kleed aangetrokken, waarop iedere vlek zichtbaar is. De Heere beware ze voor de zonde. Zijn Geest make jë in tusschen in eigen schatting de grootste der zondaren.

Laat nog eens wat hooren. Wellicht kan ik er mijn andere jonge vrienden iets van mededeelen.

Ik verblijf als steeds met hartelijke groeten aan al mijn jonge vrienden en vriendinnen.

Je vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.