+ Meer informatie

Jouw vragen

12 minuten leestijd

Vragen over inenten en verzekeren zijn de afgelopen tijd verschillende malen binnengekomen. In beide gevallen gaat het eigenlijk om de vraag van Zondag 10: Wat gelooft gij van de voorzienigheid Gods? Daarom hebben we de antwoorden gecombineerd. P.S. Geen vragen meer insturen!

Wat moet je zeggen tegen jongens die spotten met gehandicapten?

Ik zit op een reformatorische scholengemeenschap. Bij ons in de familie is afgelopen jaar een gehandicapt nichtje overleden. Nu zitten er in mijn klas een paar jongens die zulke gehandicapte kinderen nadoen. Een van deze jongens heeft zelf ook een gehandicapt broertje of zusje gehad, dat ook is overleden. Vaak wil ik er wat van zeggen, maar dan krijg je een grote mond terug en ik weet maar niet hoe ik moet beginnen. Ik erger me heel erg aan deze jongens, maar durf dan niets te zeggen. Naar mijn docent op school durf ik ook niet goed. Weet u misschien een oplossing?

Hoe moet jij omgaan met mensen die de spot drijven met gehandicapte kinderen? Bid in de eerste plaats tot God. We lezen in de Bijbel dat Hij de harten van koningen neigt als waterbeken. De Heere wil dat wij in alle noden van ons dagelijks leven Hem nodig hebben. Hij wil dat we geen stap kunnen doen zonder Hem.

Zo lezen we in Ps. 37:5: „Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken." Er is niets in ons leven dat het niet waard is om op de Heere geworpen te worden. Of je een repetitie moet maken, of je een meisje zoekt, of je je afvraagt wat je toekomstige beroep moet zijn, of je met ziekte en neerslachtigheid te kampen hebt, werp al je noden en vragen op de Heere alleen.

Uit eigen ervaring mag ik je zeggen dat God machtig is om meer dan overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken (Ef 3:20). De harten van die gemene jongens kun jij niet veranderen, ik ook niet, maar God kan het echt! We denken vaak veel te klein van de Heere. Heb grote verwachting van de Schepper, Die door te spreken deze wereld uit het niets te voorschijn geroepen heeft.

Heel moeilijk
In de tweede plaats ben je ook verplicht de middelen te gebruiken. Het eerste middel dat je moet gebruiken is dat je persoonlijk met deze jongens spreekt. Dat is heel moeilijk, dat begrijp ik wel. Ook hiervoor mag je de Heere om vrijmoedigheid vragen. Probeer met deze jongens te spreken over de zonde die zij hiermee doen. Ook gehandicapte kinderen zijn schepselen van de Heere. Ook zij hebben een ziel.

Als we deze weerloze kinderen bespottelijk maken, maken we de Schepper bespottelijk... Probeer dat heel eenvoudig en ernstig duidelijk te maken. Zeg niet alleen tegen hen dat het niet mag, maar zeg wat de Heere daarvan vindt. Probeer tot hun geweten te spreken! Vraag eens heel eenvoudig: „Weet je wel dat de Heere dit ook ziet en hoort?" Als je dat in oprechtheid tegen deze jongens zegt, zullen zij hoogstwaarschijnlijk verbaasd en overrompeld zijn. Ze zullen geen weerwoord hebben, omdat zij je in hun geweten gelijk moeten geven.

Vloeken
Ik geloof dat je hier moet beginnen. Je moet niet direct naar je docent gaan. Als al deze pogingen niet helpen is het nog vroeg genoeg om dit te overwegen. Besef ook dat je niet eindeloos door moet gaan met het spreken tot deze jongens. Dat geldt ook als anderen vloeken. We moeten daarvan iets zeggen. We moeten eerlijk en ernstig waarschuwen. Maar als dit niets helpt, moeten we niet eindeloos doorgaan met waarschuwen. Er komt een tijd dat we de zondaar aan zichzelf moeten overlaten.

Als er gespot gaat worden met God en Zijn Woord, dienen we te zwijgen. In de Bijbel vind je dat in teksten als Matth. 7:6: „Geeft het heilige de honden niet, noch werpt uw parels voor de zwijnen" (vgl. ook Matth. 18:17 en 10:14). Jezus Zelf stopt met het waarschuwen van Herodes, omdat hij al heel vaak gewaarschuwd is (Luk. 23:9). Ik besef dat ik geen nieuwe dingen tegen je zeg, maar ik hoop dat dit je versterkt en je (nieuw) vertrouwen in de almacht van God geeft. Van harte Hem bevolen!
Ds. W. van Vlastuin


Is inenten verkeerd en mag je je verzekeren?

Wat betekent de voorzienigheid van God? Mag je je verzekeren ? En hoe zit het met inenten ? En als je nu verloofd bent en je wilt gaan trouwen en de ene is wel gewend aan verzekeringen en de andere niet, hoe moet het dan ? Waar ligt de grens van onze verantwoordelijkheid?

In mijn antwoord op de verschillende vragen die we over deze onderwerpen binnenkregen, wil ik graag een aantal aspecten belichten.
1. Bedenk hoe gelukkig Gods kinderen zijn. Zij hebben een Vader in de hemel Die alle macht heeft! Zij hebben een Vader Die hen nooit zal vergiftigen, hen nooit zal laten omkomen, hun beloften doet. Welke beloften geeft de Heere aan Zijn kinderen? Deze: „Want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft." (Matth. 6:23b).

Onze Catechismus zegt het zo: „op Welke ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel, of Hij zal mij met alle nooddruft van het lichaam en van de ziel verzorgen, en ook al het kwaad, dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren" (Zondag 9). Denk ook aan Zondag 1 van de Catechismus: Christus heeft de Zijnen naar lichaam en ziel gekocht! Er valt geen haar van ons hoofd zonder de wil en het bestuur van de Heere!...

Een christen is niet van zichzelf, maar van Christus. Hij ligt geheel voor rekening van God. Hoe het dan ook gaat in zijn leven, met zijn gezondheid, met zijn voorspoed. Hij gelooft en ervaart dat de hand van God al deze dingen bestuurt. Hij belijdt ook dat alle dingen meewerken ten goede (Rom. 8:28). Ook met de meest droevige dingen heeft de Heere een positief doel.

Troost
Welk een troost, zo'n almachtige Vader te hebben! Een Vader Die eigenaar is van al het goud en het zilver (Hagg. 2:9). Die daarbij verzekert: „Al het Mijne is uwe." Maakt een kind zich ooit zorgen voor morgen? Vraagt een kind zich ooit af of er morgen wel eten zal zijn? Verdenkt een kind ooit zijn ouders dat zij vergif in het eten zullen strooien? Zo is het in het leven van het kinderlijke geloof. Dit vertrouwen zegt: „Het is goed wat de Heere doet."

Vanuit deze gezindheid hoeft een christen zich niet te verzekeren bij een aardse bank. Zo'n christen is niet tegen verzekeren, maar hij is voor de beste verzekering. Hij is verzekerd bij zijn hemelse Vader. Dat kost geen premie, en de uitbetaling valt ook nooit tegen. Aardse verzekeringen kunnen het wel eens af laten weten, onze kapitaalmarkt kan ineenstorten en waar blijven dan de uitkeringen? De regering kan krap komen te zitten en hoe zit het dan met de sociale voorzieningen?

Een christen kan al deze dingen aan zijn hemelse Vader kwijt. Niet alleen zijn ziel is verzekerd, maar ook zijn lichaam, al zijn tijdelijke behoeften. Of het nu gaat over zijn auto, over de ziekenhuiskosten, over zijn huis, noem het maar op. Er is niets waarin God niet kan voorzien.

Nooit ontrouw
De Heere is nooit onwillig, nooit onmachtig. Hij vergeet nooit. Hij is nimmer ontrouw. Nog nooit is Hij op een leugen betrapt. Hij faalt ook nooit. Op Hem kun je werkelijk ten volle aan voor de eeuwigheid en voor de tijd.

Als we de levensgeschiedenis van William Huntington lezen, dan zien we hoe de Heere Zijn Woord waarmaakt. God is de Kassier van de armen. Hij heeft beloofd dat brood en water gewis zullen zijn (Jes. 33:16). Dat maakt Hij waar ook. De beloften in de Schrift zijn het chequeboek van een christen, waarmee hij naar de hemelse bank kan gaan.

Ook de levensgeschiedenis van iemand als Hudson Taylor in China getuigt van de grote wonderen die God in het natuurlijke leven deed als antwoord op het gebed. Indien wij iets begeren tot eer van Zijn Naam, dan zal Hij het doen (Joh. 14:13-14). Zo las ik eens van een eenvoudige vrouw in Brakel die bemerkte dat haar huisje aan een schilderbeurt toe was.

Zij wist niet hoe zij dat moest betalen. Zij bracht het in het gebed. Moesten dan wereldlingen de indruk krijgen dat de hemelse Vader Zijn kinderen niet kan onderhouden? Het gebed waarin zij de Heere aansprak op Zijn eer, kon niet onverhoord blijven. Dat bleek ook. De Heere zorgde ervoor dat haar huisje geschilderd werd.

Een eenvoudig voorbeeld. Is dit te vergelijken met de kosten van een dure operatie en een langdurig verblijf in een ziekenhuis? Waarom niet? Het is toch voor de Heere geen groter wonder om in honderdduizend gulden te voorzien dan om honderd gulden te geven? Ik ken de voorbeelden uit de praktijk hoe mensen heerlijk doorgeholpen zijn. De hemelse Vader weet wat wij nodig hebben!... Al het goud en het zilver zijn immers van Hem!...

Dit is het geloofsvertrouwen dat voor veel christenen aanleiding is om zich niet te verzekeren, maar om het op de Heere alleen te wagen. Is het niet een vertrouwen om jaloers op te worden? Zulke christenen zeggen niet dat zij zich niet mogen verzekeren, maar dat zij zich niet hoeven te verzekeren. Het is geen wetticisme dat hen ertoe drijft. Zij kijken niet op anderen neer die menen dat zij zich wel moeten of mogen verzekeren bij aardse instellingen. Zij zijn niet slechts tegen, maar vanuit het vertrouwen in hun God en Vader handelen zij op deze wijze.

Naastenliefde
2. Een tweede aspect aan deze zaak is dat het een schande is dat verzekeringen nodig zijn. Stel dat wij allen zo veel naastenliefde hadden, dat wij gretig en gul ons geld weggaven aan behoeftige mensen, dan zouden alle verzekeringen overbodig zijn. Het verzekeringssysteem is gebaseerd op rechten en functioneert zonder liefde.

Hoe anders zou alles zijn als we werkelijk zouden beoefenen: „Het is zaliger te geven dan te ontvangen." Ik geloof dat door het niet-verzekeren ook de naastenliefde krachtig bevorderd wordt. Wie zichzelf niet verzekert, ziet er als het goed is nauwkeurig op toe wie hij kan helpen. Wat geeft dat een vreugde in ons hart; als wij anderen weldoen.

3. Een derde aspect. Er zijn ook mensen die zich niet verzekeren, terwijl zij belijden geen kind van de hemelse Vader te zijn. Het voorzienigheidsgeloof kan nooit buiten de verhouding Vader-kind omgaan. Als we menen heel rechtzinnig en degelijk te zijn door ons niet te verzekeren, is het waardeloos. We kunnen ons alléén niet verzekeren, als we reeds verzekerd zijn, namelijk bij de hemelse bank.

Het kan en mag geen praatgeloof zijn, maar het gaat om de gezindheid van ons hart. Als we in ons geweten verzekeren niet verantwoorden kunnen en toch zeggen dat we een vreemdeling zijn van Gods genade, dan is het hoog tijd dat dit goed komt. Haast je en spoed je omwille van je eeuwige toekomst. De Zaligmaker is betrouwbaar, juist ook in geestelijke belangen. Werp het gewicht van je onsterfelijke ziel op Hem en Hij zal het maken.

Aanvechting
4. Een vierde aspect: Het kinderlijke geloofsvertrouwen houdt niet in dat dit nooit aangevochten en bestreden is. En ook de duivel zal juist in moeilijke omstandigheden alle hoop op Gods beloften en trouw proberen te ontnemen. Evenals het zaligmakend geloof is ook het voorzienigheidsgeloof aangevochten: „Zouden Gods beloftenissen immer haar vervulling missen?"

Aan de andere kant is het ook de praktijk dat we mogen zingen dat in de grootste smarten onze harten in de Heere gerust zijn. Hij zal nimmer om doen komen, in dure tijd of hongersnood.

5. Een vijfde aspect: Ik geloof dat het bij verzekeren en inenten gaat om zaken van persoonlijke verantwoordelijkheid. Het zijn gewetenszaken, die we tussen God en onze ziel moeten overwegen. Het blijkt in de praktijk dat christenen daar onderling anders over denken. Zoals Nederlandse christenen niet kunnen begrijpen dat er in Schotland helemaal geen bezwaren tegen inenten bestaan, zijn Schotten verbaasd als zij hier orgels in de kerken tegenkomen.

Nooit opleggen
Het feit dat het al dan niet verzekeren en inenten een zaak is van ons geweten houdt in dat we het een ander nooit kunnen opleggen of juist verbieden. Ouders kunnen hun kinderen voorgaan en voorleven, maar hun kinderen staan er zelf voor. Kinderen kunnen het met het vertrouwen van hun ouders niet doen.

Ook in het huwelijk kunnen er verschillen van inzicht bestaan. Naar mijn mening heeft de man hier de laatste verantwoordelijkheid. Dus als je als meisje gewetensbezwaren hebt tegen verzekeren en inenten, dan mag je er alles aan doen om het geweten van je toekomstige man te beïnvloeden, maar uiteindelijk moet hij beslissen. Je bent in je eigen geweten ook vrij tegenover de Heere als je echtgenoot een andere weg gaat dan jij.

Ik zou zeggen: breng het in het gebed. Werp ook deze bekommering op de Heere. Ook hierin kan en wil en zal de Heere verrassend werken.

6. Een zesde aspect: Ten overvloede wil ik erop wijzen dat het zich niet verzekeren of niet inenten nooit kan betekenen dat je geen tegenspoed en ziekte zult krijgen. We kunnen alleen zonder inenting als we onszelf overgeven aan de Heere en kunnen zeggen: „Hij doe wat goed is in Zijn ogen." Job zei toen hij alles kwijt was: „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd."

Meesten wel ingeënt
In dit verband dienen we ook te bedenken dat het in onze Nederlandse situatie niet zoveel kost om niet in te enten. Omdat verreweg het grootste deel van onze bevolking tegen allerlei ziekten ingeënt is, zijn de virussen veel minder. Bedenk hoe je je op zou stellen als er wel sprake zou zijn van een daadwerkelijke bedreiging.

Ik bedoel: enten we niet in omdat we werkelijk op God vertrouwen, of vertrouwen we heimelijk op het ingeënt-zijn van anderen? Ten slotte: er is geen groot geloof nodig. Een klein geloof in een groot God verwacht nimmer te veel!
Ds. W. van Vlastuin

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.