+ Meer informatie

GEHANDICAPTEN EN DE KERK

8 minuten leestijd

1. ORIËNTATIE

Er zijn veel handicaps waar mensen mee te maken hebben of kunnen krijgen: visuele, motorische, auditieve etc. In dit artikel zal het vooral gaan over mensen met een verstandelijke handicap. De kerken hebben mij vrijgesteld voor de geestelijke zorg aan deze mensen. Speciaal wil ik in dit artikel aandacht vragen voor mensen met een ernstige verstandelijke en vaak daarbij een meervoudige beperking. Dit is dan een gevolg van het feit dat niet alleen de grote hersenen maar ook de kleine beschadigd zijn of afwijkingen vertonen. Ook deze bijkomende beperkingen vragen van een kerk aanpassingen zoals: ringleiding, goede toegankelijkheid ook voor rolstoelen, voldoende ruime paden en bijv. ook voldoende ruimte bij het doopvont en de avondmaalstafel.

2. EÉN GEMEENTE MET VEEL VERSCHILLENDE LEDEN

Mijn uitgangspunt voor de plaats van mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente van Jezus Christus is in de loop van de jaren vooral 1 Cor. 12 geworden, en dan met name het woordje misdeeld in vers 24. Paulus schrijft over de kerk als een lichaam. Het lichaam is een eenheid, zo ook de kerk. Maar tegelijk telt het lichaam veel leden en heeft elk lid een eigen functie. Die functies vullen elkaar aan en doen in geen enkel opzicht tekort aan de eenheid van het lichaam. Maar dan gebeurt in 1 Cor. 12 iets bijzonders. Paulus gaat vanaf vers 22 schrijven over leden van het lichaam die zwak schijnen en leden die schaamtegevoelens kunnen opwekken. Voor deze leden gebruikt Paulus het woord ‘husteroemenoi’. Letterlijk kan dit begrip vertaald worden met: Zij die te laat komen, zij die achteraan staan. In 1 Cor. 12:24 wordt dit woord vertaald met ‘misdeeld’. Net alsof de Here God bij het uitdelen van de diverse gaven aan de mensen gevraagd heeft op een rij te gaan staan. Maar toen het uitdelen bijna klaar was, bleek bij de laatste dat er te weinig over was. En zo werd die laatste in de rij misdeeld. Uiteraard is dit een voorbeeld. Toch vind ik persoonlijk deze passage in de bijbel heel bijzonder, omdat Paulus hierin volgens mij aandacht geeft aan de verstandelijk gehandicapte in de gemeente.

Hoe de kerk moet omgaan met deze leden? Ook hierbij gebruikt Paulus een geladen uitdrukking: ‘meer eer geven’. Op deze wijze ontstaat evenwicht in de gemeente, wanneer het uitdelen nog niet afgelopen blijkt te zijn. Het uitdelen van gaven gaat door wanneer in de gemeente, waar degenen die ooit misdeeld zijn vervolgens meer eer ontvangen. Meer aandacht en respect … opdat de ooit ontstane ongelijkheid zo veel mogelijk worde opgeheven.

3. ACHTERSTAND VAN MENSEN MET EEN ERNSTIGE VERSTANDELIJKE BEPERKING, OOK IN DE KERK

Mensen met een ernstige verstandelijke beperking komen in de kerkelijke gemeenschap gauw op achterstand te staan. Zeker wanner hun handicap zo ernstig is, dat zij verstandelijk functioneren op het niveau van een baby of peuter. Deze leden van de gemeente kunnen Schrift en belijdenis niet begrijpen. Normaal catechetisch onderwijs kan niet door hen gevolgd worden. Belijdenis en avondmaal, en soms ook het bezoeken van de kerkdiensten, kan voor hen te moeilijk zijn.

Aan het functioneren van deze leden van de gemeente kan moeilijk een eervolle plek in de gemeente worden ontleend. Ook hebben zij geen verhalen over de beleving of ‘bevinding’ van hun geloof. Naarmate deze uitingen belangrijker geacht worden voor hun positie in de gemeente, vallen mensen met een ernstige verstandelijke beperking eerder door de mand. In dit verband nog iets anders: Ernstige handicaps roepen bij christenen soms heftige associaties op met de gebrokenheid en verlorenheid van onze wereld en met de straf op de zonde. Dergelijke gevoelens kunnen verhinderen iemand, die heel ernstig gehandicapt is, zowel verstandelijk als lichamelijk, ontspannen en positief te benaderen. Soms wordt dit ook onder woorden gebracht. Zoals door een mevrouw die naar een moeder met een meervoudig gehandicapt kind liep en zei: Wat is de zonde toch erg. Ze bedoelde iets van solidariteit en mededogen onder woorden te brengen; maar de moeder van het kind maakte er uit op dat haar persoonlijk een bepaalde zonde werd aangerekend voor de beperkingen van haar kind. Zij raakte hierdoor helemaal overstuur.

Het gevoel van vervreemding kan ook versterkt worden door het feit dat veel van deze mensen niet meer thuis maar op afstand in speciale zorginstellingen wonen. In de gemeentegids van de ouders komt hun naam vaak niet meer voor. Het is wel een belangrijk punt dat ambtsdragers weten of ouders een kind hebben dat elders wordt verzorgd. Vooral ook met het oog hierop behoren nieuwe ouderlingen en diakenen goed ingewerkt te worden.

Geregeld hoor ik dat men zich erg geremd voelt in het omgaan met mensen die ernstig verstandelijk gehandicapt zijn. Als je als dominee, ouderling of diaken geen gesprek kunt beginnen, want rest er dan nog om als kerk te doen? Misschien het bloemetje of fruitbakje dat jaarlijks namens de diaconie wordt afgegeven bij de ouders of bij de receptie van de instelling? Pijnlijke verrassingen heeft de kerk soms in petto. Ouders maakten me eens attent op zo’n jaarlijks fruitbakje en vertelden dat hun kind al jaren geen fruit meer mocht eten.

4. WAT KAN EEN GEMEENTE DOEN?

Een nuchtere vraag van veel kerken is: Op welke wijze kun je mensen met een verstandelijke beperking een goede en logische plek geven in het reilen en zeilen van de gemeente? Op dit moment is daar groeiende aandacht voor. De integratie van gehandicapte mensen in de maatschappij laat de kerken niet onberoerd. Ook komen door deconcentratie veel verstandelijk gehandicapte mensen in kleine woonvoorzieningen dichter bij de kerken wonen.

Steeds moet in de gaten gehouden worden dat er grote variatie is in de mate van verstandelijke beperkingen en bijkomende problemen.

Eens zei iemand tegen mij: Wat zulke mensen nodig hebben is aandacht. Misschien is dat wel een mooie invulling van wat Paulus bedoelt met het geven van meer eer. Aandacht geven begint met leren kennen van elkaar. En leren kennen gaat niet zonder de ontmoeting. Als een ambtsdrager niet goed weet hoe dat moet, kan hij eerst eens samen met de ouders bij hun kind op bezoek gaan. Misschien valt er met het ‘kind’ niet gewoon te praten, maar kun je even een hand vasthouden, een verhaaltje vertellen of voorlezen en een eenvoudig gebed bidden. Trouwens bij meer eer geven gaat het niet in de eerste plaats om wat je doet, maar dat je er bent; helemaal speciaal voor hem of haar ben je gekomen. Dit betreft zowel het werk van de dominee als van ouderlingen en diakenen. Natuurlijk kunnen ook andere gemeenteleden hierin participeren. Verder kan bijv. gedacht worden aan een mooie kaart als iemand jarig is en aan speciaal aandacht geven aan het gehandicapte kind tijdens huisbezoek. Andere mogelijkheden: voorbede in de gemeente, periodiek noemen van gehandicapten in pastorale bulletins over wel en wee van gemeenteleden etc.

Bekend zijn de kerkdiensten die speciaal zijn aangepast voor mensen met een verstandelijke beperking. Wanneer zo’n kerkdienst los van de eigen kerkdiensten gehouden wordt, is het misschien een goede gedachte om de eigen kerkdienst en de bijzondere dienst eens te gaan combineren.

Voor mensen met een lichtere verstandelijke handicap zijn meer mogelijkheden. Bijv. wekelijks de koster helpen bij het klaarzetten van de stoelen, af en toe helpen bij het collecteren etc. In het algemeen zou ik willen zeggen: Maak het niet te bijzonder, en als je iets wilt, begin bescheiden en klein. Als er vragen zijn overleg dan eventueel met ouders of begeleiders.

Bijzondere mogelijkheden om als gemeente iets te doen, ontstaan vaak wanneer een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking gevestigd gaat worden in de buurt van de kerk. Samen met andere kerken kunnen de bewoners welkom geheten worden, met hen kan worden overlegd of er ook belangstelling bestaat de kerkdiensten te bezoeken. Nagegaan kan worden of daarvoor ook een zekere mate van begeleiding vanuit de kerk wenselijk is. Soms zijn er mogelijkheden voor een aangepaste bijbelgroep of gespreksgroep. Dergelijke contacten kunnen uiteraard ook worden gelegd als het niet in de eerste plaats gaat om de eigen leden van de kerk. Wanneer de woonvoorziening uitgaat van een zorginstelling in de regio kan het nuttig zijn contact op te nemen met het team geestelijke zorg van het betreffende centrum. Allerlei informatie, ondersteuning, materiaal kan daar vaak verkregen worden.

6. ENIGE LITERATUUR

- Deputaten pastoraat in de gezondheidszorg van de Chr. Geref. Kerken, overzicht van catechesemateriaal voor mensen met een verstandelijke beperking. Verkrijgbaar via het Landelijk Kerkelijk Bureau.

- Pastorale handreiking ten behoeve van kerkenraden en predikanten van de Christelijke Gereformeerde Kerken, uitgaande van de deputaten pastoraat in de gezondheidszorg, getiteld: Mensen met een verstandelijk handicap. Verkrijgbaar bij de secretaris van het deputaatschap, ds. P.W. Hulshof te Leeuwarden.

- Drs. W.J. Dijk, De Ronde Kerk. over mensen met een verstandelijke beperking tussen instelling en kerk. Verkrijgbaar via

    www.kerkinactie.nl
.

- Impuls, Informatiebulletin voor de catechese nr. 120 getiteld: Catechese met mensen met een verstandelijke beperking. Verkrijgbaar bij Protestants Landelijk Dienstencentrum, Postbus 8504, 3503 RM Utrecht.

Ds. E.E. Slofstra (1944), predikant naar art.6 K.O., is als pastor verbonden aan de Willem van den Bergh te Noordwijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.