+ Meer informatie

Carla Rodenbergs staatsieportret van Koningin slaat aan

6 minuten leestijd

Het gaat voor Carla Rodenberg, de maakster van het nieuwe officiële staatsieportret, allemaal eventjes te snel. Ineens is ze een bekende Nederlander geworden en wordt ze uit alle delen van het land gevraagd voor "haar verhaal". Voor Terdege wil ze een uitzondering maken, maar tot nader order worden alle nieuwsgierigen even buiten de deur gehouden. „Ik voel me wel vereerd, hoor, maar laat ik ervoor zorgen dat het niet te erg wordt", zegt ze bescheiden.

Carla Rodenberg (54) praat liever over het werk dan over zichzelf. Haar leermeester en docent aan de Koninklijke Academie voor de Beeldende Kunsten in Den Haag, Paul Citroen, zei het tijdens haar studie al tegen haar: „Meisje, meisje, altijd jezelf blijven, hoor!" „Ik heb tijdens de voorbije weken met deze erkenning veel aan hem moeten denken", bekent de Goudse schilderes.

Hij is haar grote voorbeeld als het gaat om gevoeligheid en enthousiasme. „Ja, hij ging met ons tijdens werkweken de bossen in en dan gingen we lekker tekenen en schilderen, 's Avonds werd het werk dan besproken. Hij was uiterst motiverend."

De Goudse schilderes moet erkennen op haar middelbare school ook wel eens een onvoldoende te hebben gekregen voor tekenen. Dat leidde wel eens tot tranen, want ze tekende graag.

„Ik heb in de familie van zowel m'n vader als m'n moeder mensen die graag en goed tekenden of schilderden. Ze zijn amateurs gebleven. Mijn vader heeft wat met mij afgetekend. Hij maakte me enthousiast, waardoor ik uiteindelijk op de Academie ben beland."

De vijf jaar dat Rodenberg daar les kreeg (1957-1963) waren de eerste van een reeks die zou uitmonden in de vrije expressie en, onder invloed van de roerige jaren zestig, in de pop-art.

„Toch heb ik nog net het staartje van oerdegelijk teken- en schilderonderwijs meegemaakt. Ik ben daar blij mee en sta daar ook nu nog volledig achter. Op de academie moet je leren hoe je met het materiaal omgaat. Wij kregen een behoorlijk staaltje tekenkunst en anatomie. We kregen er de handvatten, en wat ieder er daarna door eigen creativiteit verder mee deed, betekende een meerwaarde.

Het is eigenlijk heel triest dat leerlingen van het voortgezet onderwijs en zelfs van de academie nauwelijks kunstonderwijs krijgen. Ik denk dat je in het voortgezet onderwijs alleen nog een heel eind komt als je zelf razend enthousiast bent. Dat is een vereiste", vindt de Goudse.

Mensenkennis
Na de Academie heeft ze zich nagenoeg alleen op het schilderen van portretten toegelegd. Al in 1969 ontving ze in haar woonplaats de Geert Bouwmeesterprijs. „Ik ben al die tijd m'n hartje blijven volgen en blijven schilderen zoals ik het zag. Door de jaren heen heb ik meer waardering gekregen.

Langzaam gelukkig, want het is niks als je op je twintigste al succes hebt. De eerste jaren moest ik er een baantje bij nemen. De laatste jaren loopt het lekker. Weet je, Paul Citroen zei het 35 jaar geleden al: Portretschilderen doe je pas goed na je vijftigste. Ik geloof daar ook wel in, want je hebt er een boel mensenkennis voor nodig, hoor."

Tijdens een expositie tien jaar geleden in het Waddinxveense raadhuis werd haar de vraag al gesteld of ze bereid was een portret van de Koningin te maken. „Ik heb daar toen absoluut "nee" tegen gezegd. Ik wil graag dat iemand voor me poseert, waardoor ik iemand beter leer kennen. Schilderen vanaf foto's doe ik eigenlijk uit principe niet.

Om iets drie-dimensionaals goed op het platte vlak te krijgen moet je iemand voor je hebben gehad. Gevat hebben in zijn zijn, in zijn bewegingen in doen en laten, enzovoorts. Een foto is al een indruk van anderen, op een foto kan ik geen bewegingen zien, nee, ik kon met een foto nooit uit de voeten."

Tegenzin
Na tien jaar is ze er uiteindelijk toch aan begonnen. „Ja, eigenlijk met tegenzin. Ik had zoiets van "ik kan het vrijblijvend proberen". Heleboel foto's en meters video-band van de Koningin bekeken. Achteraf is dat allemaal gunstig uitgepakt.

Ik zat namelijk met het gegeven dat het niet alleen een goed vrouwenportret moest zijn, maar dat het werk ook een symboolfunctie moest hebben. Ze moest ook de uitstraling hebben van koningin te zijn. Dat het een liggend werk is geworden heeft volgens de schilderes te maken met het feit dat de raadzaal van Waddinxveen een lage ruimte is, waarin geen staand werk past.

„Wat mij bij het kijken naar video's en foto's opviel is dat de Koningin bijna nooit recht in de camera kijkt. Misschien doet ze dat bewust, ik weet het niet. Bovendien heeft ze bijna altijd iets olijks. Aan de andere kant vergeten we dat een vrouw met de leeftijd van de Koningin het niet gemakkelijk heeft. Dat gaat ook aan haar niet voorbij. Tóch komt ze ook weer energiek en sterk over", vindt Carla Rodenberg.

Ze bekent voor het vervullen van haar Waddinxveense opdracht bijna een jaar te hebben uitgetrokken. Er waren voorstudies met twee en drie koppen, ook met een de toeschouwer recht in de ogen kijkende Koningin (en face). Acht olieverfschilderijen werden volledig of bijna volledig afgemaakt. De beste was voor Waddinxveen.

Het werd een schuin naar rechts kijkende Koningin met hoed. Met verdunde olieverf is er een rood-wit-blauwe voile over aangebracht. Het mag ook een sjaal of vlag zijn. Carla: „Je zoekt toch naar een extra symbool, 'k Heb het met oranje geprobeerd. Daar was ik het uiteindelijk niet mee eens."

Zeefdruk
Dankzij een razendenthousiaste Waddinxveense burgemeester werd de schilderes in februari als enige buitenstaander uitgenodigd om op Huis ten Bosch aanwezig te zijn toen de Koningin ruim twee uur poseerde. Ze mocht meedoen in de race om het officiële Nederlandse staatsieportret. Alleen: het moest een goed reproduceerbaar kunstwerk worden.

„Heel leerzaam. Ik koos voor de zeefdruk, maar had dat nog nooit gedaan. Het maakte de contrasten wel wat harder. Het werd wat grafischer dan het zachter aandoende olieverfschilderij dat in de Wadinxveense raadzaal hangt, maar toch wel mooi, vind ik."

Door de Rijksvoorlichtingsdienst werd ze uitgenodigd aan de expositie deel te nemen in Panorama Mesdag, waar haar werk hing naast die van de andere drie geselecteerde kunstenaars Frank Leenhouts, Annelies Hoek en Marike Bok.

Rodenbergs werk werd uitgekozen als officieel staatsieportret en was daarmee goed voor een zeefdrukproduktie van zo'n 210 exemplaren. Binnen een week moest de RVD de verkoop stilleggen, omdat de zeefdrukken à 850 gulden als broodjes over de toonbank gingen.

Rodenberg: „De Rijksvoorlichtingsdienst heeft alleen een probleem. Het vorige werk van Marte Röling was op en daarom wilde men een nieuw. Nu is men terug bij af We hebben juist overleg gevoerd of er een nieuwe editie moet komen. Best vleiend, hoor, maar ik wil zo graag weer normaal aan het werk..."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.