+ Meer informatie

TER OVERWEGING

4 minuten leestijd

G. van Dolderen, Die u het Woord Gods verkondigd hebben. Kanttekeningen bij het leven en sterven van : Ds. J. Jongeleen, Prof. L.H. van der Meiden, Prof. J.J. van der Schuit. Uitg. Repro-Holland, Alphen aan den Rijn 1979. 102 blz. f. 17,50.

Dit boekje is verlucht met veel foto’s. De drie herdachte voorgangers onzer kerken komen daarop voor, met echtgenoten en gezinnen. Ook foto’s uit het kerkelijk leven vanaf het begin van deze eeuw treffen we er in aan. Boeiend fotomateriaal. Dat geldt ook voor de inhoud. De titel lijkt mij niet gelukkig gekozen. Het boekje bevat inderdaad geen levensbeschrijving. We waarderen deze uitgave, die bij ouderen herinneringen wakker roept. Het beschrevene is echter te fragmentarisch om aan de jongere generatie echt een verhaal over te brengen. Zou de schrijver daartoe niet in staat zijn? Wij dachten van wel. Een enigszins bredere aanpak in de vorm van een lopend verhaal lijkt ons geschikt om de jonge generatie in onze kerken met het verleden vertrouwd te maken. Ds. I. de Bruyne, schoonzoon van prof. Van der Schuit, schreef een ten geleide. Wij delen zijn waardering voor wat hij noemt „momentopnamen, foto’s van voorheen”, die de schrijver ons aanbiedt.

Handboek voor de geschiedenis van het Christendom. 655 blz. f. 59,50. Uitg. J.N. Voorhoeve, Den Haag 1979.

Dit boek is van heel andere opzet dan het ook door ons besproken boek van dr. Praamsma. In één band de hele geschiedenis van de Kerk. Een zeer globale aanduiding als inleiding en een verantwoording van de Nederlandse bewerker, prof. Auke Jelsma (Kampen). Zes hoofddelen bevat dit boek, die elk papier van een eigen kleur hebben. Hierdoor alleen al is het een kleurig boek geworden. De vele illustraties maken het tot een fleurig boek. Tal van citaten en (fragmenten van) artikelen over personen, stromingen, gebeurtenissen en bewegingen maken het tot een bont boek. Een ander woord heb ik er niet voor. Je moet echt je weg in dit boek zoeken. Wie het doorbladert krijgt de indruk van een onrustig boek. Wellicht was dat de opzet, om zo ook de kerkgeschiedenis te karakteriseren. De vele, goed gekozen foto’s, reprodukties, tijdtafels en kaarten maken het boek waardevol. De doorlopende tekst (door Jelsma dus bewerkt; dat is vrijer dan vertaald), vindt men steeds op wit papier. Overige informatie over figuren en stromingen op papier van de kleur van het desbetreffende hoofdstuk. De Nederlandse bewerker heeft ruime aandacht geschonken aan de plaats van de vrouw en aan materiaal dat voor Europa belangrijk is, de voorkeur gegeven boven dat voor Amerika. Dat de schrijvers zeer openstaan voor de nieuwe theologische denkbeelden blijkt vooral uit de behandeling van figuren uit deze eeuw! Ik denk aan Bonhoeffer, Tillich en Robinson. Kuyper en Da Costa krijgen ook een plaats, naast de methodist Moody. Het is onderhoudend geschreven, een boek vol informatie en illustratie, dat voor snelle oriëntatie van betekenis is.

Ds. M.P. van Dijk, Onze enige troost en het komende Rijk. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. Prijs f. 24,90.

De ondertitel van dit boek van 231 bladzijden luidt: Het belijden van de kerk in het licht van het koninkrijk der hemelen. De schrijver die reeds vele en voortreffelijke publikaties op zijn naam heeft staan, wil een „kader” scheppen „waarin een oude belijdenis, namelijk de Heidelbergse Catechismus, kan worden geplaatst” om met de problemen van nú voor ogen een „nieuwe geloofsleer” te bieden. Centraal wil hij stellen „wat het Koninkrijk Gods betekent voor het politieke en sociale leven” zonder daarmee „persoonlijke bekering en vroomheid” te bagatelliseren. De tegenstelling die men in dit opzicht wel eens maakt, is vals en leidt tot onnodige en schadelijke polarisatie. Wat betekent „het Koninkrijk” dat in het evangelie een alles beheersende notie is, voor het héle leven? Bij de beantwoording van deze vraag wil ds. Van Dijk rekening houden met het feit dat er zich een diepgaande vervreemding van de taal van bijbel en kerk gaat aftekenen. In dit boek dat een „theologie van het Koninkrijk” bedoelt te geven (de „genitief-theologieën” wijst de schrijver overigens als „verschralen van het evangelie” af), blijft de schrijver deze uitgangspunten trouw. Mij trof de vraag die hij ergens (blz. 159) stelt: heeft het zich gewroken dat de verborgen omgang in de schaduw werd gesteld? Het bevestigend antwoord dat hij geeft, is in de eerste helft van deze eeuw toen het glorieuze optimisme van het toenmalige horizontalisme zich volop liet gelden, onzerzijds steeds weer voorspeld. Tot de dag van vandaag heeft de waarschuwende oproep die hierin besloten was, nog niets van haar actualiteit verloren. Hoe zou het toch komen dat die oproep toen en nu zo weinig effect sorteert? Ds. Van Dijk die het grootste deel van „toen en nu” bewust heeft meegemaakt, zou daarop een antwoord kunnen geven. Zijn analyse zou zeker interessant en leerzaam kunnen zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.