+ Meer informatie

Samuel Rutherford: Herder achter het Lam

13 minuten leestijd

Met recht wordt hij gerekend tot de grootste godgeleerden die Schotland ooit gekend heeft. Hoogleraar aan de universiteit van St. Andrews, afgevaardigde naar de beroemde synode van Westminster. Toch bleef Samuël Rutherford voor alles een ootmoedig dienaar van het Evangelie en een bewogen pastor voor de kudde die hij uit Gods hand ontving. Portret van een herder achter het Lam.

In een plaatsje in Schotland ligt een graaf van 35 jaar op sterven. Hij is bang voor de dood. Nog maar zeven jaar geleden heeft hij zijn invloed aangewend om een jonge godvrezende predikant aan de gemeente te verbinden, maar er is sindsdien veel veranderd. De wereld heeft hem in de greep gekregen. In brieven heeft de predikant zijn vrouw aangespoord hem op te wekken het verbond aan te grijpen en wel te doen. Naar het scheen tevergeefs. Maar nu hij dodelijk ziek is, kwelt een ontzaglijke benauwdheid zijn geweten. „Wat moet ik doen?", roept hij uit, als de dominee hem bezoekt. „Ik kan niet sterven. Mijn zonden." Meerdere dagen blijft de predikant op het kasteel. Dagen waarin de Heere overkomt. Hij schenkt de edelman bekering en geloof Na zijn dood worden de gevoerde gesprekken uitgegeven door Samuël Rutherford, een van de belangrijkste godgeleerden die Schotland ooit heeft gekend. Hij is die jonge predikant.

Studie
Rutherford wordt geboren in het dorpje Nisbet in de Schotse laaglanden. Zijn vader heeft er een boerderij, waar hij samen met nog twee broers opgroeit. In 1617 gaat hij studeren in Edinburgh en behaalt daar in 1621 de hoogste academische graad. Op 23-jarige leeftijd wordt hij vanwege "eminente bekwaamheid van geest en aanleg" benoemd tot docent filosofie. Twee jaar later wordt hij echter gedwongen zich terug te trekken. De reden is ons niet bekend, maar het is een bittere teleurstelling voor hem. In deze tijd schijnt Rutherford zaligmakend deel te hebben gekregen aan het heil in Jezus Christus. We weten niet waardoor deze innerlijke verandering in zijn leven zich voltrok. Iets valt er wel van te zeggen. De tegenslag die hij kreeg te verwerken, maar ook de intense studie van de theologie waar hij zich op had geworpen, waren middelen in de hand van God. In enkele van zijn brieven khnkt spijt en berouw door dat hij niet eerder Christus tot zijn fundament heeft gesteld, zoals hij het zelf noemt.

Nadat hij afgestudeerd is, wordt de jonge predikant beroepen in Anwoth in Zuid-Schotland. Er zijn al diepe sporen getrokken door de prediking van John Welsh, de schoonzoon van John Knox, die van 1595 tot 1600 in Anwoth heeft gestaan. Onder hem zijn verschillende landeigenaren gegrepen door het christelijk geloof en de beginselen van de Reformatie.

Oogsten
Rutherford mag in het spoor van Welsh en anderen verder gaan, en oogsten wat zij gezaaid hadden. Rusteloos is hij bezig met preken, lezen en schrijven. Er wordt van hem verteld dat hij 's nachts om drie uur opstond, om God te ontmoeten in gebed en meditatie. Hij kan er niet genoeg van krijgen om van en met Christus te spreken. „U moet", zo schrijft hij in een brief, „op Hem wachten en u dikwijls met Hem onderhouden, want de Christus Die u zalig maakt is een sprekende Christus." Negen jaar werkt hij zo in Anwoth. Hij wordt er geconfronteerd met de donkere leiding van de goddelijke voorzienigheid. In 1630 sterft zijn vrouw, na een lang en uiterst pijnlijk ziekbed. Zelf is hij ook nogal eens ziek. Enkele jaren later overlijdt zijn moeder, die bij hem is ingetrokken na de dood van zijn vrouw. Ook twee kinderen moet hij ten grave dragen. Door alles heen wordt hij te meer verbonden aan zijn gemeente, die hij hartelijk liefheeft. „De grote opper-Hovenier, de Vader van onze Heere Jezus Christus, heeft mij door een wonderlijke voorzienigheid, met Zijn eigen hand hier geplant, alwaar ik door Zijn genade in dit deel van Zijn wijngaard groei. En ik zal hier blijven totdat het de grote Heere van de wijngaard goeddunkt, mij te verplanten", zo schrijft hij in 1631.

Preekverbod
Toch zal de band verbroken worden. Rutherford leeft en werkt onder het turbulente bewind van Karel I. Het is onvermijdelijk dat hij vroeger of later in botsing komt met een monarch die de Schotse kerk bisschoppen wilde opdringen. De bisschop die wordt benoemd in Galoway, de plaats waar ook Anwoth onder valt, is een onverdraagzaam man. Hij wil het hele kerkelijke leven brengen onder de bisschoppelijke ceremoniën. Rutherford beseft goed dat zijn positie gevaar loopt. In een brief merkt hij op: „Ik hang aan een draad, maar die draad is door Christus gesponnen. Daar is zonder twijfel niets heerlijker dan het lijden voor de waarheid. Maar het ergste is dat deze kerk schijnt te zinken en al haar liefhebbers en vrienden van verre staan."

Het gaat inderdaad mis, na de publicatie van een door Rutherford geschreven en in Amsterdam uitgegeven boek tegen het ook in Engeland zich breed makende arminianisme. Onder hen die in dit boek worden aangevallen, is bisschop Laud van Canterbury, een onverdraagzaam en dictatoriaal man. In juli 1636 krijgt Rutherford een preekverbod opgelegd en wordt hij bovendien voor onbepaalde tijd verbannen naar Aberdeen. Een dag na de uitspraak van het Hof schrijft hij: „De eer waarom ik de laatste zestien jaar met onderwerping aan de wil van mijn Heere gebeden heb, heeft mijn vriendelijke Heere mij thans verleend. Om te lijden voor Koning Jezus en voor Zijn koninklijke kroon en de vrijheid van Zijn Koninkrijk."

Aansporingen
Het geestelijk klimaat dat hij in Aberdeen aantreft, is koud en vijandig. Van het door hem voorgestane calvinisme moet men weinig hebben. De herinnering aan zijn "dierbare kudde" in Anwoth doet hem pijn. Door brieven vol krachtige aansporingen onderhoudt hij het contact. Ze moeten het Lam Gods hoogachten, de waarheid Gods bewaren en zich wachten voor de ontering van de Naam en de dag des Heeren. Ze moeten zich wijden aan het gebed, het zingen van lofzangen en het horen van het Woord van God, en zich verre houden van allerlei onbijbelse ceremoniën. Ze moeten zich ook niet ergeren aan het lijden van hun voorganger. Hij is immers de gevangene van Jezus Christus. „Alhoewel deze stad mijn gevangenis is, zo heeft Christus haar nochtans tot mijn paleis gemaakt, tot mijn lusthof, een veld en boomgaard van vermaak. Mijn pen, mijn tong en mijn hart hebben geen woorden om de vriendelijkheid, de liefde en barmhartigheid uit te drukken van mijn Liefste jegens mij, in dit huis van mijn vreemdelingschap." Niettemin is het pijnlijk voor hem dat hij op de rustdag moest zwijgen. Wat zou hij graag de bazuin aan de mond zetten, ook omdat het met Gods kerk in Schotland niet goed gaat. „Zijn Woord is in mij als een vuur in mijn ingewanden en ik zie dat de wijngaard des Heeren woest ligt en dat de heidenen het heiligdom zijn binnengetreden."

Covenant
In 1638 nemen de zaken in Schotland een keer. Een comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van de hogere en lagere adel, afgevaardigden uit de burgerij en predikanten roept op tot het sluiten van een nationaal verbond. Het behelst een belofte van trouw aan de Heere om Hem alleen te vrezen, te staan voor de zuivere dienst van het Woord en in die verdediging ook elkaar te steunen. Op 28 februari 1638 wordt het Covenant gesloten.
Er zijn berichten dat er wel 60.000 mensen bij aanwezig zijn. Duidelijk is dat het om een brede volksbeweging gaat, waar de koning niet omheen kan. Sommigen voegen aan hun handtekening toe: 'Tot de dood'. Anderen tekenen met hun eigen bloed. Rutherford besluit nu om terug te keren naar Anwoth. Lang zal zijn verblijf er niet duren. Hij wordt benoemd tot hoogleraar te St. Andrews. Door zijn colleges oefent hij er grote invloed uit. In 1643 wordt hij afgevaardigd naar de grote synode van Westminster in Londen, die is bijeengeroepen door het Engelse parlement. Op deze synode, die vier jaar duurt, wordt de Westminster Confessie opgesteld, evenals een kleine en een grote catechismus waarmee sindsdien hele generaties in de Engelstalige wereld zijn opgegroeid. Tussen de bedrijven door schrijft Rutherford "Lex Rex", waarin hij bestrijdt dat de koning boven de wet verheven is.

Veroordeeld
November 1647 keert de hoogleraar terug naar St. Andrews en vat zijn werk aan de universiteit weer op. Hij wordt in toenemende mate geacht, ook buiten de landsgrenzen. Zo wordt hij in 1651 tot twee keer benoemd in Utrecht, maar hij blijft toch liever in Schotland. Het laatste deel van zijn loopbaan is niet gemakkelijk. Op 19 sept 1660 wordt een aanklacht ingediend tegen het al genoemde werk 'Lex Rex'. Op 16 oktober wordt op last van het parlement een exemplaar verbrand op de markt in Edinburgh. Enkele dagen later gebeurt hetzelfde voor de deur van de universiteit van St Andrews. In afwachting van een proces voor het eerstkomende parlement wordt Rutherford afgezet en onder huisarrest gesteld, wegens hoogverraad. Op 1 januari 1661 komt het bewuste parlement (met de weinig verheffende naam 'het dronken parlement') bijeen. Het verbiedt de vernieuwing van het Verbond en veroordeelt een viertal mannen, onder wie Rutherford. Twee ervan worden omgebracht, een derde ontkomt naar Nederland, Rutherford sterft voor het vonnis kan worden uitgevoerd. Als hij hoort dat hij voor zijn rechters moet verschijnen, is zijn commentaar: „Zeg hen, dat ik reeds gedagvaard ben voor een hogere rechtbank en een verhevener Rechter. Voor Hem Die mij eerst heeft ontboden, moet ik eerst verschijnen. Maar zeg hen ook, dat eer de door hen bepaalde dag aanbreekt, ik daar zal zijn, waar weinig koningen en veel geringe lieden komen." Hij vreest de dood niet. „Ik zal Hem zien gelijk Hij is", zo roept hij enkele dagen voor zijn heengaan uit. „Ik zal Hem zien heersen en heel de verheerlijkte gemeente met Hem. Ik zal mijn ruim aandeel daarin hebben. Mijn ogen zullen mijn Verlosser zien. Laat de Naam van mijn Heere verhoogd worden en laat mijn naam, zo het Hem lust, vernietigd worden, opdat Hij alles in allen zij.''

Brieven
Ook na zijn dood spreekt Rutherford nog, vooral door zijn brieven. Wat we daarvan hebben is in hoofdzaak geschreven vanuit zijn gedwongen verblijf in Aberdeen. In deze brieven treft ons zijn bijzondere pastorale zorg en geestelijke leiding. Deze 'gevangene van Christus' had diep geestelijk inzicht en grote bewogenheid. Heel nadrukkelijk beklemtoont hij de eenheid en gemeenschap van de gelovigen met Christus, als het Hoofd van Zijn kerk. In die geloofsvereniging ligt het leven en de zaligheid. Heel beeldend kan hij die gemeenschap verwoorden. „De vrouw van de jeugd, die haar man enige jaren mist en verwacht dat hij zal terugkeren van overzeese landen, staat dikwijls aan de kust. Elk schip dat de kust nadert, wekt haar blijdschap opnieuw op; haar hart heeft de wind Hef, die hem thuis zal brengen. Ze vraagt elke passagier of die iets weet van haar man. Heb je hem gezien? Wat doet hij? Wanneer zal hij komen? Is hij al op de terugreis? Elk schip dat haar man niet terugbrengt, doet haar hart breken."

Troost
Een belangrijk thema in zijn brieven is troost in verdriet. Aan een diepbedroefde lady Kenmure schrijft hij naar aanleiding van de dood van een van haar kinderen: „Ik ben ervan overtuigd dat uw  Geneesheer u niet wil doden, maar slechts zuiveren. En wanneer ik zie dat Hij Zichzelf de Heelmeester noemt. Die de wonden maakt en ze weer verbindt, dan dunkt mij dat het geloof u zal leren een slaande Heere te kussen. Dan zult u erkennen dat de oppermacht van God, in de dood van een kind, boven de macht van ons, stoffelijke mensen is verheven. Dat Hij een bloem in het uitbotten mag afplukken, zonder daarover berispt te worden. Indien uw dierbare Heere een van zijn rozen afplukt en een zure en groene vrucht van de boom afschudt, voordat het oogsttijd is - wie kan Hem beschuldigen?" Rutherford wijst ook telkens op Gods voorzienigheid. Hij weet dat we niet tot de grond ervan kunnen doordringen. Wel staat voor hem vast, dat wat de Almachtige doet goed is. „Al uw voetstappen ten hemel heeft Hij berekend. Doorzie dan in de wijsheid Gods al uw papieren en rekeningen en of u bereid bent het koninkrijk der hemelen te ontvangen als een kind, waarin slechts weinig hoogmoed en veel ootmoed zich openbaart." In een andere brief aan dezelfde vrouw schrijft hij: „Vraagt u van wie dit kruis is, dan wil ik U zeggen dat het niet geheel het uwe is, maar dat de grootste helft van Christus is. Als Christus dit lijden met u deelt, wat ontbreekt u dan nog? Zo verdroeg Christus de eerste slag van dit kruis. U krijgt het uit de tweede hand en Hij deelt het met u. Ik voor mij geloof dat Hij voornemens is om voor u uit dit en alle andere verliezen de hemel te doen geboren worden."

De kerk
Een tweede thema dat in veel van Rutherfords brieven terugkeert, is zijn zorg om de kerk van Schotland. „Onze tenten hebben we ver, ver van de Fontein opgeslagen; onze klachten over dorheid en ongevoeligheid zijn zelfs dor en ongevoelig." Hij steekt de hand ook in eigen boezem en klaagt over eigen "dodigheid onder een dreigende slag, van een vallende kerk, een verbroken verbond, een versmaad overblijfsel." In verband met de nood der tijden khnkt voortdurend de aansporing tot gebed. „Wij hebben in deze boze tijden, daar er toorn van de Heere tegen dit afkerige land is uitgegaan, geen ander wapen dan het gebed." Hij was ervan overtuigd dat de Heere wonderen kan doen op het gebed van Zijn kerk. „De verzoek- en smeekschriften worden allemaal in de hemel bewaard. Christus heeft koffers vol. Op al die verzoekschriften, opgezonden uit de diepte, zal een zeer gunstig antwoord gegeven worden." Zo is Rutherford uitermate verlangend naar de zegenrijke werking van de Heere. Ook hij krijgt de beweging er niet in, maar hij gelooft dat de Heere in Groot- Brittannië het heil van Sion zal doen verrijzen. „De Heere zal over dit land verschijnen, zodra de adem van Zijn Geest daarover waait, zoals Die op Gideon en Simson neerdaalde. (...) En al is het ook nu, dat wij geen lieflijk jaargetijde over ons kunnen brengen door het gebed, toch moet Christus de zomer meebrengen, als Hij komt."

Hetnelsgezind
Samuël Rutherford, een eminent dienaar van het Evangelie. Een man die had geleerd voor God te buigen. Hij achtte alles wat geen vrucht was van liefde tot en gemeenschap met Christus absoluut onvoldoende. Vleselijke gerustheid en valse zorgeloosheid waren hem een gruwel. De levende band aan de levende Christus, daarop komt hij telkens weer terug. Soms laat hij blijken hoezeer hij zelfs reeds op aarde het hemelleven smaakte. Hij typeerde zichzelf eens als een man van uitersten. Is het niet moeilijk fouten bij hem aan te wijzen, het is naar het mij voorkomt minder gemakkelijk met hem te wedijveren. Het ware te wensen dat de Geest van Christus, Die Rutherford bezielde, ook vandaag de dienaren van het Evangelie bezielde. Met diezelfde bewogenheid, liefde, hemelsgezindheid. Tegen een aantal collega's die hem bezochten op zijn sterfbed, zei hij: „Mijn Heere en Meester is de Overste van tienduizend maal duizenden. Met Hem kan niemand in de hemel of op de aarde vergeleken worden. Doe alles voor Hem; bid voor Christus, preek voor Christus, weid de kudde aan uw zorg toevertrouwd voor Christus. In één woord: verricht alles voor Christus."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.